Steeds minder betaalbare sociale woningbouw in Brussel. Foto: portraitgrandsensembles.wordpress.com/

Wonen: een gunst en geen recht? 

‘Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!’. Zo heet de campagne waarmee Welzijnszorg uitsluiting en discriminatie op de woonmarkt wil aanpakken. De focus van de campagne ligt dit jaar op de vele obstakels en drempels waar (kandidaat-)huurders mee te maken krijgen. Welke zijn deze obstakels en hoe kunnen we die aanpakken? DeWereldMorgen volgde de webinar van Welzijnszorg.

dinsdag 7 december 2021 15:28
Spread the love

 

Welzijnszorg is de grootste organisatie die zich inzet tegen armoede in Vlaanderen en Brussel, en ook vorig jaar voerden ze campagne rond wonen. “Onze campagne van 2020 heette ‘Onbetaalbaar’ en ging over het gebrek aan goede, betaalbare woningen in Vlaanderen. Dat gebrek zorgt voor concurrentie op de woonmarkt, en zo worden de deuren openzet voor allerlei vormen van uitsluiting en discriminatie. Daarom focussen we dit jaar op de obstakels en drempels voor (kandidaat-)huurders. Het lijkt wel alsof wonen een gunst is geworden in plaats van een recht, en dat vinden wij onaanvaardbaar”, begint Annabel.

Artikel 23 van de Grondwet zegt het anders

Nochtans hebben ‘mensen recht op goede huisvesting’, zo staat geschreven in artikel 23 van de Grondwet. “Maar in realiteit zien we dat duidelijk niet iedereen daar recht op heeft”, licht Annabel toe. “En toch is de overheid verplicht om maatregelen te treffen, zodat iedereen goed kan wonen. Momenteel slagen ze daar niet in, omdat er keuzes worden gemaakt die niet in het belang zijn van mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie. De overheid ziet dat recht op wonen op een heel beperkende manier.

En daarom voeren wij campagne, want iedereen heeft recht op wonen. Niet alleen diegenen die ‘het echt nodig hebben’ of die ‘aan alle voorwaarden voldoen’. Concreet hebben we dit jaar vier grote, politieke eisen.”

Discriminatie op de private huurmarkt aanpakken

“Een verhuurder mag zeker zijn huurder kiezen, maar hij is te alle tijde verbonden aan de antidiscriminatiewetgeving. Dat verbod op discriminatie geldt voor alle fasen van het verhuurproces, zowel bij de advertentie, als bij het bezoek als tijdens de looptijd. Zowel directe als indirecte discriminatie is verboden, of het nu over een bewust of onbewuste vorm gaat.” 

De 19 discriminatiecriteria. Screenshot Webinar ‘Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!’

“Uit een onderzoek van Professor Verhaeghe (VUB), met expertise in onder andere discriminatie, migratie en armoede, blijkt dat makelaars discrimineren op basis van etniciteit bij 13 tot 30 procent van hun kandidaat-huurders. Bij particulieren is dat 21 tot 50 procent”, vertelt Annabel. “Ook blijkt dat een relatief klein percentage makelaars verantwoordelijk is voor het grootste aandeel discriminatie. Zij discrimineren dus structureel.”

Cijfers discriminatie van huurkandidaten met een Marokkaanse naam. Screenshot Webinar ‘Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!’

“Welzijnszorg wil daarom meer inzet op  praktijktesten. In steden waar dit principe al op grotere schaal is uitgerold, kan je duidelijk zien dat discriminatie op de huurmarkt daalt. Een voorbeeld is Gent, met een significante daling tussen 2015 en 2019 (zie afbeelding boven). Bovendien willen we dat deze testen niet als vrijblijvend instrument gebruikt worden – zoals nu het geval – maar ook als handhavingsinstrument. Dat wil zeggen dat de test niet alleen moet meten hoeveel en welke discriminatie er plaatsvindt, maar dat het ook als instrument kan worden ingezet om juridische stappen te ondernemen tegen de discriminatie.

Nu moet je al praktisch een discriminatie bewijzen voordat je een praktijktest kan gebruiken. In Brussel bijvoorbeeld waren ze van plan om inspecteurs juridische praktijktesten te laten afnemen. Wat bleek? De procedure was zo strikt opgesteld dat een inspecteur enkel een test kon afnemen na een klacht, en tegen de tijd dat die klacht was onderzocht, was het pand uiteraard al van de markt. De basis van de oorspronkelijke klacht kon dus niet meer onderzocht worden. Het gevolg daarvan is dat in Brussel 0 testen werden uitgevoerd. Nu wordt dat systeem gelukkig wel aangepast”, stelt Annabel vast.

“Op de aard of bron van iemands inkomen, mag ook niet gediscrimineerd worden. Maar dit principe wordt wel makkelijk omzeild, want de verhuurder mag je wel afwijzen op basis van hoeveel je verdient. Het probleem is dat er te weinig betaalbare woningen zijn voor personen met een laag inkomen. Die mensen worden dus wel uitgesloten van de private huurmarkt, maar op een ‘wettelijke manier’. 

Daarom willen we met Welzijnszorg dat armoedeorganisaties en organisaties voor en door minderheden, participatief kunnen meewerken aan het woonbeleid. Zo kunnen zij, in samenwerking met gemeenten en makelaars, nagaan of het wel klopt dat de huurprijzen zo hoog liggen.

We vragen ook aan de overheid om een systeem te bedenken dat de huurprijzen stabiel houdt. Een systeem voor eerlijke huurprijzen en huurtoelagen.En we maken een sterke kanttekening bij de 1/3de regel. Verhuurders gebruiken de regel te strikt als basis om huurders te weigeren – die regel houdt in dat je maar 1/3de van je loon aan huur mag uitgeven – , maar de realiteit vandaag maakt die regel onwerkbaar. Kandidaat-huurders moeten de kans krijgen om die 1/3de te overstijgen als ze dat zelf haalbaar vinden, zodat ze in de eerste plaats een goede woning kunnen huren. Als ze die kans krijgen, kunnen ze met een goede woning als basis nadien hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren”, besluit Annabel.

Rechtvaardige regels bij toewijzing en weigering van sociale woning

“Vorig jaar was onze eis: 100.000 sociale woningen erbij, wat jammer genoeg niet gelukt is [1]. We zitten in een situatie van schaarste, waardoor ook op de sociale woonmarkt concurrentie voorkomt, met discriminatie en uitsluiting tot gevolg. We merken ook echt dat er veel frequenter protest komt van buurtbewoners tegen nieuwe sociale woonblokken, dan tegen nieuwe, luxueuze appartementsblokken. 

‘Wie mag eerst?’ en ‘Wie heeft er recht op?’ zijn dan de vragen, terwijl ook hier iedereen recht heeft op een woning. Om kans te maken op een sociale woning, gelden vaak voorwaarden die mensen uitsluiten, zoals taal – en inburgeringsvoorwaarden. Een andere voorwaarde is het criterium van ‘lokale binding’. Die voorwaarde houdt in dat je bij toegang tot sociale woningen voorrang kan geven aan mensen die al lang in de gemeente wonen. Voor ons is dat een principieel probleem, want mensen met een hoge woonnood, dat zijn de mensen die als eerste geholpen moeten worden. Dat criterium willen we dus afschaffen.

Ten tweede eisen we duidelijke, transparante en rechtvaardige regels bij toewijzing en weigering van een sociale woning. Momenteel kan een kandidaat-huurder maar 1 keer weigeren, anders gaan ze ervan uit dat je er niet echt ‘nood aan hebt’. Terwijl deze mensen vaak legitieme redenen hebben om een woning te weigeren, zoals omwille van de locatie, omdat ze een hond hebben die er niet welkom is, enzovoort …

Daarom vragen we met de campagne om meer op maat van de mensen te werken (maatwerk). We willen dat er sneller in gesprek wordt gegaan met mensen door te kijken welke noden en wensen zij hebben, om zo tot de beste oplossing te komen. Dat is nu niet het geval. Een voorbeeld waar wij bij Welzijnszorg mee te maken kregen, is een vader van een groot gezin die zich in een bepaalde wijk had ingeschreven, maar daar bleek uiteindelijk geen woning met vier slaapkamers te zijn. Hij stond dus op een lijst waar hij nooit aan de beurt zou komen, zolang zijn kinderen bij hem wonen.”

Meer dan 4500 mensen wonen in extreme precaire omstandigheden

“De definitie van dak- en thuisloosheid die door de wetgever gebruikt wordt, is veel te beperkend. Die gaat zo: ‘iemand die niet over een eigen woongelegenheid beschikt, niet de middelen heeft om daar op eigen kracht voor te zorgen, of in een tehuis verblijft in afwachting van een eigen woongelegenheid.’ Iemand die in een situatie zit zoals de definitie het voorschrijft, heeft recht op een installatiepremie [2].

Die definitie vinden we echt te beperkend”, concludeert Annabel. “Het middenveld en hulpverleners gebruiken eigenlijk een veel ruimere definitie. We kijken naar de woonsituatie en de uiteenlopende vormen die die kan aannemen. Bijvoorbeeld geen dak boven je hoofd hebben, in een instabiele huisvesting verblijven (ergens waar je maar tijdelijk kan blijven of bij vrienden thuis), of een ontoereikende huisvesting, bijvoorbeeld mensen die In een tuinhuis, auto of garage wonen.

Als je thuisloos wordt, verlies je je toegang tot veel rechten. De impact daarvan op de gezondheid kan echt groot zijn – ook al gaat het over een korte periode. In Vlaanderen zijn we nog niet lang systematisch bezig met het in kaart brengen van het aantal mensen dat zich in zo’n situatie bevinden. Maar volgens een van de laatste thuis-en daklozentellingen wonen 4500 mensen in extreme precariteit in Brussel, en in Gent 1500. Die aantallen liggen dus wel heel hoog”, vertelt Annabel.

Screenshot Webinar ‘Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!’

“Thuisloosheid treft echt veel meer mensen dan we denken, en het gaat vaak schuil onder verborgen situaties, zoals bij vrouwen en kinderen, of mensen die tijdelijk bij vrienden verblijven. Professor sociale wetenschappen Koen Hermans onderzocht de demografie van deze groep en ondervond dat het stereotype van de ‘alleenstaande man’ al lang niet meer klopt. Er zijn integendeel veel gezinnen die dak- of thuisloos zijn. Uit een telling van de provincie Limburg blijkt dat 200 volwassenen en 86 kinderen in een opvang verblijven, en 382 volwassenen en 66 kinderen bij vrienden.

Screenshot Webinar ‘Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!’

En dan hebben we het nog niet over uithuiszettingen gehad. In Brussel gebeurt dat vaker. Het valt op dat in onze hoofdstad een hoog aantal mensen op straat verblijven, in de openbare ruimte, en in kraakpanden. Het gaat ook vaak over mensen zonder papieren, die op elk moment door de politie uit worden gezet, en geen beroep kunnen doen op een sociale woning. Die mensen zijn dus niet beschermd.

Daarom wilt Welzijnszorg dak- en thuisloosheid in de eerste plaats vermijden. Als mensen op straat belanden, betekent dat dat er in de hele periode vooraf niet genoeg hulp is geboden om een alternatief te zoeken. Het beleid moet daarom focussen op preventie.” Daarom vragen we:

1. Een verbod op uithuiszetting bij minderjarigen, want het heeft een heel grote impact op hen, zeker als het om een gedwongen uithuiszetting gaat.

2. Bieden van een alternatief. Zolang er geen alternatief is voor gezinnen met kinderen, mag de uithuiszetting niet plaatsvinden. Het is dan aan overheid om een alternatief te voorzien, zowel voor huurder als verhuurder.

3. Een fonds voor de bestrijding van uithuiszettingen. Het gaat meestal over achterstal van de huur, en bij een ondersteunend fonds krijgt de verhuurder middelen.

4. Meer woonbegeleiding: Bij huurachterstal, of bij mensen die het moeilijk hebben om hun woning goed te onderhouden, moeten we dat snel kunnen opmerken. We hebben enerzijds meer sociale diensten nodig die outreachend werken en die problemen snel opmerken, en anderzijds moeten mensen weten waar ze terechtkunnen. Een woonloket kan deels aan deze vraag voldoen, de meeste lokale besturen hebben er nu zo een. Zo een loket moet een laagdrempelige toegang waarborgen, waar (kandidaat-)huurders met eender welk probleem naartoe kunnen gaan.

Housing first

“We willen ook, en dat is heel belangrijk, een grotere focus op het principe van ‘Housing First’. Als allereerste wordt er dan voor gezorgd dat mensen een goede verblijfplaats hebben. Dat is de basis. Er zijn dan voor de rest geen voorwaarden verbonden zoals eerst een job vinden, of naar een ontwenningskliniek gaan. Als die basis van een goede woning gegarandeerd is, blijven we nabij, maar dan mag de persoon in kwestie zelf aangeven wat de volgende stappen zijn”, legt Annabel uit.

“Dat is eigenlijk een hele omkering in het kijken naar de situatie van mensen die langdurig dakloos zijn en kampen met psychische problemen. Die methodiek werkt, ook in België. We willen daarom vragen om dat principe grootschalig uit te breiden. 

Dit principe is ook in het algemeen een goed idee, ook voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld voor jongeren die op hun eigen benen proberen staan. We hebben daarvoor een actieplan aangevraagd, waarin zowel de Vlaamse ministers van Wonen als Welzijn in betrokken zijn. We zijn heel blij dat er zo’n plan is, want de samenwerking tussen ministers van Welzijn en ministers van Wonen is enorm belangrijk. 

Toch ligt zoals altijd het probleem bij de uitvoering, en dan vooral de toegewezen budgetten. In dat actieplan wordt Housing First wel genoemd, maar er waren eigenlijk geen extra middelen. Ondertussen heeft minister Beke wel aangekondigd dat er 1,5 miljoen zal ingezet worden voor Housing First in 2021-2022. We hopen wel dat dit een structureel budget wordt”, aldus Annabel.

Recht op wonen: prioriteit van alle overheden 

“Lokale besturen zijn de regisseurs van het lokale woonbeleid”, vertelt Annebel. “Bij het recht op wonen kan elk lokaal bestuur een grote rol spelen. Dat wil zeggen dat zij verschillende actoren, beleid, middenveld, enz., kunnen samenbrengen en ervoor moeten zorgen dat er een groot genoeg aanbod is aan betaalbare woningen, gericht naar de meest kwetsbaren in onze samenleving. Wij willen als Welzijnszorg alle lokale besturen uitdagen om een lokaal actieplan ‘100 procent woonrecht’ op te zetten.” 

Bekijk hier meer info over de campagne en het volledige campagnedossier.

 

Notes:

[1] Helaas zijn er geen 100.000 sociale woningen bijgekomen. De minister zegt dat hij wel voor de middelen zorgt maar dat het bouwtempo te laag ligt bij de huisvestingsmaatschappijen en lokale besturen.

[2] Een federale premie (via OCMW) die een ‘dakloze’ kan krijgen om zich te ‘installeren’ in een nieuwe woning, bijvoorbeeld om meubels en huisraad aan te kopen. Daklozen en installatiepremies | POD Maatschappelijke Integratie (mi-is.be).

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!