Terril vlakbij een woonwijk in Lubumbashi. Foto: Daan Van Brusselen
Opinie -

Verdriet van Congolese mijnwerkers onderzocht

dinsdag 28 april 2020 18:50
Spread the love

 

Al jaren was het een publiek geheim in de omgeving van het Congolese Lubumbashi: in gezinnen van mijnwerkers in de omliggende koper- en kobaltmijnen werden er vaak kinderen geboren met zeer ernstige lichamelijke afwijkingen. Dat vernam de Leuvense Prof Benoit Nemery, emeritus hoogleraar bij het centrum voor Environment and Health, van plaatselijke dokters en ngo’s en dat triggerde hem om op onderzoek uit te gaan. Tussen 2013 en 2015 voerde Benoit Nemery, samen met zijn Congolese collega’s, Banza Lubaba en Tony Kayembe van de universiteit van Lubumbashi, en UGent-vorser Daan Van Brusselen, een onderzoek uit bij 138 pasgeborenen met zichtbare afwijking. 

De onderzoeksresultaten naar die effecten van vervuiling door mijnbouw op pasgeborenen in Sub-Saharaans Afrika van dat Belgisch-Congolees medisch team kwamen terecht in de The Lancet Planet Health. Dit internationaal zeer gerenommeerd tijdschrift publiceerde op 28 april deze studie die als eerste de effecten van vervuiling door mijnbouw op pasgeborenen in Sub-Saharaans Afrika heeft onderzocht. [1] Dit onderzoek is medisch én maatschappelijk zeer relevant. [2] 

Van Union Minière naar Gécamines

Het gaat in deze over de tegenstelling tussen volksgezondheid versus bodemexploitatie, twee invalshoeken die op gespannen voet met elkaar leven. Dat is geweten en dat beaamt ook professor Benoit Nemery op zijn manier in De Standaard van 28 april: ‘Het gaat in deze koper- en kobaltmijnen om tienduizenden arbeiders die dagelijks blootgesteld worden aan zwaar werk met veel stofontwikkeling. In de artisanale mijnbouw is dat zeker het geval, maar ook in de industriële mijnen zijn de gezondheidsproblemen groot. Dit los je alleen op met structurele verbeteringen.’ Daarmee stelt Nemery een medisch probleem in een ruimer politiek en economisch plaatje.

Deze case is ook een pijnlijke illustratie van de nefaste neveneffecten van een geglobaliseerde wereld waarin het Zuiden nog steeds in de rol van grondstoffenleverancier wordt gedrukt. Dat leidt tot het huidige ‘verdriet’ van de onderzochte Congolese mijnwerkers die werken in een gebied waar al eeuwenlang intensieve mijnbouwactiviteiten plaatsvinden.

Onderzoeksjournalist Raf Custers heeft het in zijn boek Grondstoffenjagers, dat zijn dan voor hem meestal westerse beursgenoteerde bedrijven die exclusief produceren voor de export, uitvoerig over deze grondstofrijke regio. De kleine creuseur begeeft er zich voor zijn dagelijks brood op een mijnenveld en riskeert niet alleen het eigen hachje, maar ook dat van zijn nageslacht. De Congolose mijnwerker is vaak de dupe van wereldwijde strategieën van ‘grondstoffenjagers’. Verdriet voor de ene heet dan economische wetmatigheid voor de andere en daar zou dan niets mee aan de hand zijn.

Nogmaals Ben Nemery: ‘Koper en kobalt zijn cruciale grondstoffen voor de moderne economie, maar eigenlijk betalen de eindproducenten en ook de consumenten een te lage prijs voor eindproducten als lithiumbatterijen. De gezondheidsaspecten van de mijnwerkers moeten mee in ogenschouw worden genomen. Nu betalen de arbeiders en hun gezinnen hoge gezondheidskosten opdat wij goedkope smartphones zouden kunnen kopen.’

De zogenaamde kopergordel, die op de grens ligt van Zambia en de DR Congo, was voor België en voor multinationale grondstoffenjagers historisch het uitgelezen jachtterrein waar grondstoffenexploitatie belangrijker was dan levens van eenvoudige creuseurs. 

In de koloniale periode was de winning van koper, kobalt en uranium één van de belangrijkste inkomstenbronnen van Belgisch Congo. Na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 werden de mijnbouwactiviteiten overgenomen door het staatsmijnbedrijf Gécamines.

La Générale des Carrières et Mines, is het staatsbedrijf in de DR Congo dat instaat voor het beheer en de exploitatie van de mijnen (ondergronds) en groeves (open-pit, uitgravingen). Het bedrijf werd in 1967 opgericht, nadat Mobutu de Union Minière de Haut-Katanga nationaliseerde, een ex-koloniale maatschappij die de mijnen in bezit had. De onderneming is vooral actief in de zuidoostelijke provincie Katanga, waar het koper-zink-tin-kobalt- en uraniummijnen bezit. De hoofdzetel van het bedrijf ligt in Lubumbashi, hoofdplaats van Katanga. De mining activiteiten zijn sinds het begin van de 21e eeuw opnieuw toegenomen, voornamelijk vanwege de behoefte aan kobalt voor onder andere batterijen in gsm’s, laptops en elektrische wagens. 

Zoals Raf Custers terecht opmerkt gaat het niet alleen over de exploitatie van het staatsmijnbedrijf Gécamines, want volgens hem wordt zowat 80 procent van Congo’s kobalt door (multinationale) industriële ondernemingen geproduceerd. Om het plaatje breed open te trekken, zou het goed zijn dat er een samenwerkingsverband tot stand gebracht wordt tussen medici en onderzoeksjournalisten zoals, in het Nederlands taalgebied, bijvoorbeeld Raf Custers, maar ook iemand als Nick Meynen (‘Frontlijnen, een reis langs de achterkant van de wereldeconomie’), maar ik vrees dat deze laatste twee alvast wegens hun uitgesproken engagement niet zouden passen binnen het plaatje van ‘The Lancet’. 

Wetenschap en engagement

In De Standaard benadrukt Benoit Nemery dat er in deze koper- en kobaltmijnen bijzonder veel arbeidsrisico’s zijn. ‘Het gaat hier om tienduizenden arbeiders die dagelijks blootgesteld worden aan zwaar werk met veel stofontwikkeling. In de artisanale mijnbouw is dat zeker het geval, maar ook in de industriële mijnen zijn de gezondheidsproblemen groot. Dit los je alleen op met structurele verbeteringen.’

Medische wetenschappers kijken immers niet alleen door hun microscoop, maar krijgen door hun werkzaamheden ook heel vaak een minder fraaie maatschappelijke omgeving in beeld. Die kennis kan voor een aantal onder hen voeding geven aan hun maatschappelijk engagement. Wetenschap kan immers ook leiden tot een ‘weten’ dat zich vertaalt in maatschappelijke inzet, waarvan de ambitie verder reikt dan de publicatie in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift. 

Dat gaat zeker ook op voor iemand als Daan Van Brusselen, die niet alleen zijn academische expertise in verband met de fijnstofproblematiek ter beschikking stelt van Ringland in Antwerpen, maar die voor Artsen Zonder Grenzen heel wat mistoestanden in het Zuiden heeft leren kennen.

‘Als kinderarts, gespecialiseerd in tropische ziekten, ben ik sowieso erg geïnteresseerd in Sub-Saharisch Afrika. De laatste jaren gaat mijn interesse ook meer en meer uit naar de invloed van milieufactoren op gezondheid. Op plekken zoals Congo is de invloed van die milieufactoren op gezondheid nog belangrijker dan bij ons. Dit gezien er vaak meer vervuiling is, maar ook omdat de bevolking vaak al een precaire gezondheid heeft door tal van andere factoren. Daarom dat ik mij graag aansloot bij de groep van Ben Nemery die al vele jaren onderzoek deed naar de blootstelling van de bevolking van Lubumbashi aan toxische metalen. De concentraties van deze toxische metalen die daar op populatieniveau gemeten werden in bloed en urine zijn bij de hoogste ooit gemeten.

Risico op misvormingen

‘Er was al jaren ongerustheid bij de lokale bevolking omtrent het mogelijk meer voorkomen van aangeboren afwijkingen bij kinderen van mijnwerkers of arbeiders in de metaalindustrie. We vroegen aan vroedvrouwen om ons via een centraal telefoonnummer te verwittigen wanneer er een kind met een afwijking werd geboren. Een medewerker van de universiteit van Lubumbashi ging dan ter plaatse om een vragenlijst af te nemen bij de moeder en stalen te nemen van bloed en urine (van de moeder), van navelstrengbloed en de placenta. Deze staalnames en vragenlijsten werden dan vergeleken met die van gezonde pasgeborenen op dezelfde materniteit.’

Daan Van Brusselen benadrukt dat het onderzoek geen one man onderneming is geweest, maar gedragen werd door een medisch team van de universiteit van Lubumbashi en de universiteiten van Gent en Leuven. ‘De Congolese onderzoekers namen vragenlijsten af en deden de staalnames. De metalen werden in België geanalyseerd en we brachten onze expertise in bij de statistische en wetenschappelijke analyse van alle gegevens.’

De conclusies uit dit onderzoek zijn duidelijk: ‘Uit de studie blijkt dat het risico op misvormingen sterk toeneemt als de vader werkzaam is in de winning of verwerking van mineralen. Er blijkt echter geen verschil in de concentraties van kobalt en andere giftige metalen tussen kinderen met en zonder afwijking. Dit vermoedelijk omdat de staalname bij de geboorte gebeurde en niet bij het begin van de zwangerschap of bij de vader van het kind. Enkel mangaan en zink in navelstrengbloed en placenta-weefsel waren hoger bij kinderen met een misvorming: mogelijk is dit slechts een ‘proxy’ voor de cocktail van toxische metalen.’

Volgens Van Brusselen is het nog niet duidelijk in hoeverre de blootstelling aan die toxische metalen kan leiden tot een kind met aangeboren afwijkingen. ‘Dat is nog niet helemaal duidelijk. Mogelijk brengt de vader toxisch stof binnen in huis – door vuile kleren en materiaal -, maar het zou ook kunnen dat er afwijkingen optreden op niveau van de zaadcel. Dat laatste is wellicht de meest plausibele verklaring, maar er is meer onderzoek nodig om dat hard te maken. Maar intussen hebben wij wetenschappelijk toch een flinke stap voorwaarts kunnen zetten. Tot nu toe was er nog niet veel bekend over prenatale blootstelling aan metalen en geboorteafwijkingen bij de mens; er was voornamelijk wat informatie over dieren. We hebben – voor het eerst – aangetoond dat er een link is tussen vaders met een job in de mijnbouw en aangeboren afwijkingen bij hun kinderen.’

Impact

Kan deze studie enige maatschappelijke impact hebben? Ik vraag het aan Daan Van Brusselen. Hij is voorzichtig in zijn antwoord: Het feit dat onze studie werd gepubliceerd in ‘The Lancet Planet Health’ kan er mogelijk toe bijdragen – samen met andere reeds beschikbare informatie – dat er in Lubumbashi en op andere plekken met veel metaalvervuiling toch een aantal belletjes gaan rinkelen. We hopen dat onze studie iets kan bijdragen aan de volksgezondheid doordat men – vanuit het voorzorgsprincipe – op termijn meer aandacht zal gaan besteden aan het verminderen van de blootstelling van arbeiders en de bevolking in het algemeen aan toxische metalen.’

Medische wetenschappers kunnen de vinger leggen op maatschappelijke mistoestanden, maar daarvoor moeten ze gericht onderzoek kunnen doen en dan moeten er middelen ter beschikking gesteld worden. De twee onderzoekers stellen echter vast dat er nog te veel onverschilligheid heerst over het lot van de tienduizenden mijnwerkers van Katanga.

Ben Nemery: ‘Hoewel talloze mensen in Lubumbashi de zware gezondheidsproblemen al jaren aanklagen, heeft het ons grote inspanningen gekost om ons onderzoek gefinancierd te krijgen. Gelukkig was de ngo-koepel 11.11.11 bereid om ons een beginbudget te geven om de research alvast op te starten.’ 

Een rechtszaak

Het blijft echter niet bij onderzoek alleen, want intussen worden ‘Apple en Google genoemd in een Amerikaanse rechtszaak over sterfgevallen van kinderen in Congolese kobaltmijnen’. Dat is de kop van een artikel in The Guardian van december 2019. [3] Apple, Google, Dell, Microsoft en Tesla worden genoemd als gedaagden in een rechtszaak die in Washington DC is aangespannen door mensenrechtenorganisatie International Rights Advocates namens 14 ouders en kinderen uit de Democratische Republiek Congo (DRC). Via deze rechtszaak, die het resultaat is van veldonderzoek dat is uitgevoerd door antislavernij-econoom Siddharth Kara, worden de bedrijven verantwoordelijk gesteld, zowel voor de dood van kinderen, als voor de ernstige verwondingen die ze tijdens hun werk in de kobaltmijnen hebben opgelopen. De families van de gewonde kinderen eisen schadevergoeding voor de ondergane dwangarbeid en verdere compensatie voor onrechtvaardige verrijking en nalatig toezicht dat geleid heeft tot emotioneel leed. Het is voor het eerst dat een van de technologiebedrijven voor een dergelijke juridische uitdaging staat.

 

Bronnen:

[1] Van Brusselen D, Kayembe-Kitenge T. e.a., Metal mining and birth defects: a case control study in Lumumbashi, Democratic Republic of the Congo. Lancet Planet Health , 2020,4: e 158-67

[2] Koen Vidal, Congolese mijnwerkers hebben meer kans op baby’s met afwijkingen. De Standaard van 28 april 2020

[3] https://www.theguardian.com/global-development/2019/dec/16/apple-and-google-named-in-us-lawsuit-over-congolese-child-cobalt-mining-deaths 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!