Essay, Wereld, Economie, Samenleving, België -

De vederlichte denker die Gwendolyn Rutten inspireert

Dit stuk gaat over de Zweedse schrijver Johan Norberg. Die schreef met ‘Vooruitgang’ een boekje dat op nogal wat aandacht kon rekenen in de Vlaamse media. In Gwendolyn Rutten vond hij een trouwe fan. Voor we ingaan op de inhoud van ‘Vooruitgang’ moeten we even een omweg maken langs de VS.

donderdag 2 maart 2017 12:04

Stel u bent miljardair en u koestert nogal extreme meningen. Als u zelf geen zin hebt om kranten en tv-shows af te dweilen, bestaat er een andere manier om uw ideeën te promoten. Dat is namelijk het voordeel van rijk zijn. U hoeft vervelende klusjes niet zelf op te knappen. Richt een denktank op en u kunt welbespraakte en belezen personen in dienst nemen om uw wat aangebrande ideeën een intellectueel uitdagend cachet te geven.

De broeders Koch – wordt uitgesproken als ‘coke’, no pun intended – die met hun 100 miljard dollar de tweede rijkste familie van de VS zijn, beheersen dat spel als geen ander. In Washington wordt hun netwerk van intellectuele en politieke beïnvloeding Kochtopus genoemd. Hun politiek activisme erfden ze – net als hun olie- en gasimperium trouwens – van hun vader. Die was de mede-oprichter van de John Birch Society, een club van paranoïde conservatieven die overal communisten ontwaarden.

Bob Dylan wijdde er met Talkin’ John Birch Paranoid Blues één van zijn vroegste satirische songs aan. Het liedje gaat over een man die overal communisten zoekt, onder bed, op het toilet, in het handschoenenkastje en als hij daar niets vindt, begint hij zichzelf te verdenken van communistische sympathieën. Aan dat soort activiteiten spendeerde papa Koch dus een deel van zijn fortuin.

De rijkeluiszoontjes Charles en David Koch perfectioneerden dat systeem. Dat ging met vallen en opstaan. David Koch probeerde het ooit als politicus. Hij was in 1980 de vice-presidentskandidaat van de Libertaire Partij, maar strandde, ocharme, op 1 procent van de stemmen. Voor de broers was het een wake up-call. Zij begrepen dat het interessanter is om eerst een infrastructuur uit te bouwen voor hun ideeën.

Niet dat ze de politiek helemaal links lieten liggen. In 2016 trokken de Kochs 889 miljoen dollar uit om de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Wellicht zullen er weer wat lessen getrokken moeten worden, want noch Jeb Bush, noch Marco Rubio wisten al dat geld om te zetten in stemmen. Zij gingen kansloos ten onder tegen brulboei Trump.

Infrastructuurwerken

Gelukkig is er nog die libertaire infrastructuur die ze de voorbije decennia uit de grond gestampt hebben. Daarmee hebben ze wel degelijk invloed en kunnen ze het politieke debat sturen. Ik schrijf ‘libertair’ omdat dat de term is waarmee ze zichzelf situeren in het politieke spectrum. Maar daarmee doen ze zichzelf iets te veel eer aan. Hun ideeën kan je samenballen tot: ‘alles wat de uitbouw van ons olie-imperium hindert, moet er aan’.

De Koch Industries spugen elk jaar 24 miljoen ton C02 de atmosfeer in. Dat is evenveel als de uitlaatgassen van 5 miljoen auto’s. Niet verwonderlijk dus dat de Kochs tegen elke poging zijn om de industriële uitlaatgassen aan banden te leggen. De groeiende bewustwording over de klimaatwijziging is een gevaar voor hun olie-imperium. Samen gaven ze meer uit aan het subsidiëren van klimaatontkenners dan ExxonMobile en dat wil wat zeggen in dat wereldje.

Charles en David Koch zijn ook tegen de sociale zekerheid, tegen vakbondsrechten, tegen een minimumloon en tegen overheidsbedrijven. Wat er nog rest van de welvaartstaat in de VS moet op de schop. Armen helpen, laat je – wat hen betreft – beter helemaal over aan rijke weldoeners.

Een belangrijk speeltje van Charles Koch is het Cato Institute. Dat is één van de invloedrijkste denktanks in de VS. Charles richtte die denktank op in 1974. Aanvankelijk heette het ding nog de Charles Koch Foundation, maar dat werd al snel gewijzigd in een wat neutralere naam.

Small government

Volgens de missie moet het Cato Institute de beginselen van individuele vrijheden, de vrije markt en een kleine overheid verdedigen. In de praktijk komt dat neer op het verspreiden van kritiek op overheidsinterventie in de gezondheidszorg en pleidooien voor de afschaffing van het minimumloon en de bestaande regels rond overuren.

Het concept ‘vrije markt’ vult het Cato Institute nogal ruim in. De denktank moet bijvoorbeeld niets weten van regels rond kinderarbeid. Als een gezin kinderen aan het werk wil zetten, moeten ze dat in alle vrijheid kunnen doen. De rest is betutteling.

Oef, dat was een lange inleiding om een haastig geschreven boek van 200 bladzijden te bespreken. Dat was echter noodzakelijk want – en nu komt het – Johan Norberg is een werknemer van het Cato Institute. Hij wordt dus betaald om de ideeën van de Koch-brothers te verspreiden. Dat is een detail dat meestal weggelaten wordt bij de boekbesprekingen.

De boodschap van Vooruitgang is eenvoudig samen te vatten. We leven in de beste van alle mogelijke werelden en dat hebben we te danken aan het kapitalisme. Dat de wereld de voorbije dertig jaar nog beter werd, is het gevolg van het neoliberalisme dat de communistische experimenten naar de archiefkasten verwees en de oude welvaartsstaten afbouwde.

Norberg staaft die bewering met tal van weetjes en statistieken. Er is bijna geen honger meer (“Thans lijden bijna zes miljoen minder Ethiopiërs onder chronische honger dan in 1990”). Bevolkingen van steden worden niet langer uitgeroeid door pestepidemies. De extreme armoede is binnenkort iets uit het verleden. Westerse landen voeren – “dankzij de liberale democratie” – al zestig jaar geen oorlog meer met elkaar. Er duiken opnieuw vissen op in de ooit zeer vervuilde rivieren. En vrouwen en homo’s kregen de voorbije decennia meer rechten.

Doemdenken

Wie het anders ziet, is volgens Norberg gewoon een doemdenker. Sinds de tweetgrafieken van de N-VA weten we dat je altijd moet oppassen als ideologen goochelen met statistieken. Dat is bij Norberg niet anders. Als je de heel lage norm van 1,25 dollar per dag neemt en even vergeet dat China geen neoliberaal paradijs is, kan je inderdaad zeggen dat de extreme armoede gedaald is.

Ok, de Wereldbank verhoogde die norm onlangs tot 1,90 dollar per dag. Maar ook dat blijft veel te laag. Als je in India met dat bedrag moet rondkomen, heb je nog altijd 60 procent kans ondervoed te zijn.

De econoom Peter Edward van de Newcastle University berekende wat een mens nodig heeft om de leeftijd van 70 jaar te bereiken. Hij komt uit op een bedrag van 7,4 dollar per dag. Meer dan drie keer zoveel als het bedrag waar Norberg van uitgaat. Het zou ook niet in zijn verhaaltje passen want dan zouden er plots 4,2 miljard armen blijken te zijn.

Volgens Norberg is er ook “een afname van de ongelijkheid in de wereld die uniek is in de geschiedenis”. Ja, het staat er echt. Norberg heeft één paragraaf nodig om het hele oeuvre van Piketty naar de prullenmand te verwijzen, een auteur die hij wijselijk niet vernoemt. Norberg gebruikt daarvoor de gini-coëfficiënt. Dat is een cijfer tussen 0 en 1, waarbij 1 staat voor een maatschappij waarin alle inkomen naar één persoon gaat en 0 voor een samenleving waarin iedereen exact evenveel verdient.

De gini-coëfficiënt is een interessant instrument. Het probleem is alleen dat er twee manieren zijn om die te berekenen. De absolute en de relatieve coëfficiënt. Stel dat je een samenleving hebt met 2 personen. De ene verdient 20 euro en de andere 100 euro. Als een jaar later blijkt dat hun beide inkomens verdubbeld zijn, blijft de gini-coëfficiënt gelijk. Alleen is de kloof uitgerekend in euro wel verdubbeld.

Onderzoekers van de VN (voluit United Nations University World Institute for Development Economics Research) gingen na hoe het zit met de ongelijkheid rekening houdende met de absolute gini-coëfficiënt. In heel de wereld steeg de ongelijkheid.

Het Maddison Project van de Universiteit van Groningen berekende dat in 1960 de inwoners van het rijkste land 33 keer rijker waren dan de inwoners van het armste land. In 2000, na enkele decennia van triomfantelijk neoliberalisme, was dat al gestegen tot 134 keer.

Wiens vooruitgang?

Natuurlijk werd er op verschillende vlakken vooruitgang geboekt. Alleen is het wat bizar om bijvoorbeeld zaken als het homohuwelijk of anti-seksistische wetgeving op het conto van het kapitalisme, laat staan het neoliberalisme te schrijven. Die kwamen er enkel na jaren van strijd door mensen die daar hun eigen leven voor op het spel gezet hebben.

Het is een fout die Norberg wel vaker maakt. De kortere werkdag is volgens hem het gevolg van ‘betere technologie’. Daarmee gooit hij een sluier over een eeuw van hardnekkige en vaak bloederige arbeidersstrijd.

Kan je na de overwinning van Trump en de internationale spanningen die dat oplevert met uitgestreken gezicht blijven volhouden dat alles uitstekend gaat in de beste der mogelijke werelden? Het Cato Institute van Norberg is geen fan van Trump. In hun ogen is hij een populist met dictatoriale neigingen die surft op racisme. Ook van zijn protectionisme moeten ze niets weten. De broers Koch hadden hun geld ingezet op andere Republikeinse presidentskandidaten. Maar op vlak van de rol van de overheid, milieuwetgeving, arbeidersrechten en zelfs militair beleid is er weinig verschil te merken tussen de programma’s van Walker, Rubio en Trump.

Het Cato Institute waarschuwt voor het Mussolini-gehalte van Trump. Alleen lijken ze niet te zien dat het economische en sociale beleid van de laatste dertig jaar (dat zij ideologisch hielpen vormgeven) de ideale voedingsbodem is van Mussolini-types.

En het klimaat dan? Ligt Norberg daar wakker van? Niet echt. Zijn broodheren vullen de bankrekening van klimaatontkenners en Norberg zelf sust dat het kapitalisme uiteindelijk wel met de nodige technologische snufjes op de proppen zal komen om ons uit de klimaatcrisis te helpen.

Heilsprofeet

Norberg schreef een boek dat makkelijk onderuit te halen is. Maar de verpakking is blijkbaar aantrekkelijk want het boek kon op heel wat aandacht rekenen. De Standaard prees het aan als verplichte kost en in Interne Keuken op Radio 1 werd er een half uur over gekeuveld zonder dat de auteur daarvoor zichzelf naar de studio moest begeven.

Mensen smachten blijkbaar naar wat hoop in deze donkere tijden. Norberg maakt daar handig gebruik van. Alleen verhult hij dat net zijn broodheren medeverantwoordelijk zijn voor het omvormen van grote stukken van de wereld in een hel. Geef mij maar de realistische dromers die je ziet in een documentaire als Demain in plaats van deze onzalige heilsprofeet.

Vooruitgang van Johan Norberg verscheen eind vorig jaar bij Nieuw Amsterdam.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!