Mevrouw Teruko Yokoyama is in België om te vertellen over hoe zij met haar familie de atoomaanval op Nagasaki overleefde (Vredesoverleg Gent)
Getuigenis -

“Mijn getuigenis over de atoombom op Nagasaki”

Teruko Yokoyama te gast in België naar aanleiding van de internationale dag van de vrede op 21 september. Zij overleefde 70 jaar geleden de atoomaanval op Nagasaki. Zij komt naar Manifiesta op 19 september en naar Gent waar op 21 september de grootste vredesvlag ter wereld wordt ontplooid. Dit is haar pakkende getuigenis.

vrijdag 18 september 2015 17:14

In België staat de dag van de Vrede op 21 september in het teken van de verwijdering van de kernwapens, een campagne die ondersteund wordt door 135 steden en gemeenten met het hangen van de vredesvlag.

Teruko Yokoyama komt uit Nagasaki, de stad waar de tweede aanval met atoomwapens plaatsvond op 9 augustus 1945. De eerste atoomaanval vond drie dagen eerder in Hiroshima plaats. De dodentol in beide steden liep tegen het eind van 1945 op tot 250.000 slachtoffers.

Daar bleef het niet bij. In de jaren daarop bezweken vele duizenden slachtoffers aan de gevolgen van de atoominslag. Mevrouw Yokoyama is een ‘Hibakusha’, zoals de overlevenden van de atoomaanvallen in Japan worden genoemd. Ze was nog een kleuter toen de bom viel, maar toch kan ze zich het lijden van de stad op die gruwelijke dag nog goed herinneren.

Mijn getuigenis

“Een enkele atoombom vernietigde onmiddellijk de hele stad. Mensen geraakten verkoold door de enorme hitte van 4000 graden Celsius, die zelfs ijzer deed smelten of werden weggeblazen door de kracht van de ontploffing. Huizen, fabrieken, scholen, ziekenhuizen of bomen werden van de kaart geveegd.”

“In luttele seconden was Nagasaki in puin herschapen. Degenen die ternauwernood aan de onmiddellijke dood ontsnapten wachtte het lijden van de zware brandwonden, verwondingen en stralingsziektes. De atoombom blijft de overlevenden, de Hibakusha, tot vandaag, 70 jaar later, kwellen.”

“Sta me toe om het verhaal van mijn familie te vertellen. Vanaf eind juli 1945, toen de Amerikaanse luchtaanvallen in intensiteit toenamen, namen mijn grootouders mij samen met mijn twee oudere zussen mee naar het platteland. waar we onze toevlucht zochten. Ik was toen net 4 jaar oud. Mijn ouders en mijn zusje Ritsuko (toen 16 maanden oud) bleven in Nagasaki. Zij zouden rechtstreeks te maken krijgen met de atoombom.”

“Toen de bom viel bevond mijn vader zich in een schoolgebouw dat toen tijdelijk dienst deed als wapenfabriek op 1,2 kilometer van ‘ground zero’, het centrale punt van inslag van de bom. Als gevolg van de enorme ontploffing, werd hij over het schoolplein weggeblazen tot aan de voet van een heuvel.”

“Mijn moeder en zusje waren thuis, op 4 kilometer van het centrum van de explosie. Ze stond op het punt om Ritsuko aan te kleden, die naakt aan het spelen was in de tuin. Toen was er een verblindende flits, waarop mijn moeder zich instinctief over de baby boog om haar te beschermen. Na een tijdje bevond ze zich in een duisternis en zag ze iets uit de lucht vallen dat leek op goudkleurig zand.”

“Vader kwam die avond niet thuis. Ook de volgende dag niet. Mijn moeder was niet in staat om naar de stad te gaan met haar baby, terwijl de luchtaanvallen voortduurden. Pas op de derde dag ging ze met een buurman naar de stad om haar man te zoeken. Alles stond echter nog in brand en het was te gevaarlijk om zich naar de buurt begeven waar mijn vader zich zou moeten bevinden.”

“Op de avond van de vierde dag bereikte haar het nieuws dat mijn vader ernstig gewond was en zich in de schuilkelder van een bedrijf bevond. Toen mijn moeder hem eindelijk vond, was zijn gezicht volledig bebloed. Zijn beide ogen waren gezwollen en paars. Hij had ernstige brandwonden en was gezwollen, met zijn kleren gedrenkt in bloed. Hij zag er niet uit als een menselijk wezen.”

“Tot 15 augustus, toen het nieuws kwam dat de oorlog ten einde was, bleven mijn moeder en baby zusje bij hem. De schuilkelder was smerig. Vanop het lekkende plafond vielen regendruppels op mijn vader. Hij lag op een dunne rieten mat. Onder de mat bevond zich een vies mengsel van vuil, braaksel en maden afkomstig van andere slachtoffers. Gelukkig overleefde mijn vader, maar hij geraakte verblind aan zijn rechteroog.”

“Een maand later kreeg mijn zusje Ritsuko problemen in haar lymfeklieren en moest ze geopereerd worden. De maanden daarop moest ze voortdurend naar lucht happen en maakte ze piepende geluiden wat mijn ouders het slapen belette. Toen ze 5 jaar oud was moest ze aan haar keel worden geopereerd. In hetzelfde ziekenhuis stierven toen heel wat kinderen aan leukemie.”

“Sindsdien klonk de stem van Ritsuko schor. Vanwege herhaalde opnames in het ziekenhuis, liep ze jaren achterstand op in school. Door haar gezondheidstoestand kon ze maar een paar maanden de lessen bijwonen. Het grootste deel van haar leven zou zich afspelen in het ziekenhuis tot aan haar dood op 44-jarige leeftijd. Tegen die tijd was ze haar gezichtsvermogen verloren. Ik wist niet wat ik moest antwoorden toen ze me eens vroeg: ‘Waarom moet ik zoveel lijden? Voor wie moet ik boeten?’”

“Ik herinner me dat mijn moeder vaak zei: “Afgelopen nacht droomde ik dat Ritsuko met een heldere stem sprak.” Elke keer als ik aan mijn zus denk, voel ik me verdrietig en ellendig en kan ik alleen maar wrok voelen over de oorlog en de atoombom.”

“Enkele dagen na het bombardement bracht mijn oma me terug naar Nagasaki. Ik was doodsbang. Ik zag geschokt de verwoesting rondom me. Het was alsof ik een dode stad binnenkwam. Zelf lijd ik sindsdien aan hevige bloedarmoede.”

“Mijn jongste zus is 3 jaar na het bombardement geboren. Toen ze naar de lagere school ging, verschenen er paarse vlekken op haar lichaam. In de onmiddellijke nasleep van de atoomaanval, zag je dergelijke vlekken op de lichamen van veel overlevenden. Velen van hen zouden snel overlijden. We waren dan ook bang dat mijn zusje hetzelfde lot was beschoren. Gelukkig overleefde ze.”

“Er was wel altijd iemand in de familie die we moesten missen wegens opname in het ziekenhuis. Mijn moeder overleed aan maagkanker in 1972. Ze was 64 jaar. Drie jaar later overleed mijn vader aan longkanker, na jarenlang te hebben geleden aan een schildklieraandoening. Mijn oudste zus lijdt op dit ogenblik al twee jaar aan leukemie. Mijn tweede oudste zus overleed vorig jaar aan de gevolgen van kanker aan de galblaas en de huid.

“Zonder de atoomaanval zouden mijn familieleden hebben kunnen genieten van een gezond leven. De atoombom blijft tot vandaag overlevenden kwellen. Kernwapens zijn absoluut onmenselijke wapens.”




“De huidige kernmachten, waaronder de VS en Rusland, bezitten samen nog meer dan 16.000 kernwapens. Elke kernbom heeft een vernietigende kracht die tien tot zelfs honderden keren groter is dan de atoombom die Hiroshima en Nagasaki vernietigde. Zij vormen een bedreiging voor de planeet.”

 

“Beste vrienden in België, laat ons samenwerken aan een vreedzame wereld, bevrijd van oorlog en kernwapens.” 

Meer informatie over haar programma en het project Peace-full vindt u hier.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!