Politiek - Peter De Roover

//DE MOTIVATIE// Peter De Roover (N-VA)

In de laatste rechte lijn naar de verkiezingen laat DeWereldMorgen.be van iedere partij een nieuweling aan het woord omtrent haar of zijn motivatie om voor het eerst op een lijst te staan. Waarom de stap naar de politiek? Vanuit welk engagement? Lees hier de beweegredenen van het vierde 'politieke jonkie' in deze reeks: Peter De Roover (N-VA).

zondag 18 mei 2014 11:33

Na zowat drie decennia bezig zijn in wat we ‘de belendende percelen van de politiek’ kunnen noemen, zette ik in januari de stap naar de partijpolitiek. In de jaren ’80 was ik weliswaar enkele jaren actief in de Volksunie maar na mijn ontslag in die partij in 1987 schafte ik me nooit meer een partijkaart aan.

In die lange tussenperiode ontplooide ik nogal wat activiteiten in de Vlaamse Beweging, in de media als publicist en in het verzet tegen de al te drieste hervormingsplannen van minister van Onderwijs Pascal Smet. Als leraar in een Antwerpse concentratieschool ben ik heel erg gekant tegen de omwoelingsplannen van een bepaalde kleine maar zeer actieve hervormingslobby binnen het onderwijs.

Ik genoot van de vrije rol die ik speelde vanuit wat nogal eens ’de zijlijn’ wordt genoemd. Het blijft mijn overtuiging trouwens dat die ‘zijlijn’ een zeer belangrijke en zelfs onvervangbare rol speelt in het maatschappelijke debat. Maar de ruimte waar ik me bewoog bood natuurlijk een hoog comfortzone-gehalte.

Waarom ik dan toch uit die comfortzone ben gestapt, is een vraag die politiek minder relevant is. De vraag behandelen waarom de keuze op N-VA viel, lijkt me hier zinvoller. Of ik ooit voor de actieve politiek zou kiezen, bleef al die jaren een open vraag. Dat het bij N-VA zou zijn als ik die stap daadwerkelijk zette, was voor mij nooit een punt van twijfel. 

Het kernwoord van het project N-VA blijft voor mij ‘zelfbestuur’. Zowel voor de gemeenschap als voor elke persoon blijft zelfbestuur een grote waarde en een na te streven ideaal. In het woord zelfbestuur vinden de begrippen ‘vrijheid’ en ‘kleinschaligheid’ elkaar en laat die mij nu altijd zeer hebben aangesproken.

Mochten Vlaanderen en Wallonië beschikken over volwaardig zelfbestuur dan waren wij bevrijd van de democratievervuiling die België kenmerkt en waarvan wij allemaal slachtoffer zijn. Vandaag bepaalt de gemiddelde Waalse kiezer (die duidelijk links staat) mee de uitkomst van de verkiezingen in Vlaanderen en vice versa wordt de stembusuitslag in Wallonië herschikt door de gemiddelde Vlaamse kiezer (die rechts van het centrum staat). 

Als Wallonië na 25 mei geen socialistisch geïnspireerd bestuur krijgt, dan wordt de vrije stem van de Waalse kiezer miskend en daarmee ook de essentie van verkiezingen uitgehold. Als Vlaanderen na 25 mei wél met een socialistisch getint bestuur wordt opgezadeld, dan is dat voor die Vlaamse kiezer een aanfluiting van zijn stemgedrag. In België kan die paradox niet opgelost worden en moet dus de kiezer van noord of zuid te kort gedaan worden. In de praktijk worden ze trouwens beiden, de gemiddelde kiezer in het noorden én die in het zuiden, niet op hun democratische wenken bediend.

Het totale gebrek aan imperialisme dat het Vlaams-nationalisme kenmerkt, maakt die politieke stroming voor mij ook heel erg aantrekkelijk. N-VA wil zich bij voorkeur niet bemoeien met het Waalse beleid, in volle respect voor de Waalse democratische ruimte en dus de Waalse kiezer. Wij claimen geen rechten voor ‘Vlamingen’ in Wallonië en dat consequent verdedigen van het territorialiteitsbeginsel heeft een bijzonder hoog pacificerend gehalte. 

Daarnaast situeert het Vlaams-nationalisme zoals N-VA dat vorm geeft zich tussen het socialistische etatisme en het liberale individualisme. De vrije gemeenschapsvorming tussen Vlamingen van alle kleur, gezindheid, overtuiging, afkomst … staat voor ons centraal. Dergelijk niet-imperialistisch en inclusief nationalisme biedt een buitengewoon rijk maatschappelijk perspectief.

Diezelfde zelfbestuurgedachte trekken wij ook door naar de burgers in Vlaanderen. Als een overheid te veel gaat betuttelen, wat volgens ons vandaag het geval is, worden mensen bedolven onder de regeldrift en gefnuikt in hun ondernemingszin. Die ondernemende Vlaming – een begrip niet alleen slaat op ‘de ondernemer’ – moet ruimte krijgen om creatief bij te dragen tot de gemeenschap. 

Uiteraard moeten rechten daarbij gekoppeld blijven aan de bijhorende plichten. Alleen wie bijdraagt aan de gemeenschap geeft blijk van solidariteit, van sociaal handelen en kan desgevallend aanspraak maken op de solidariteit van die gemeenschap. Vrijheid veronderstelt zin voor verantwoordelijkheid en bereidheid tot maatschappelijke inzet, zo niet verglijdt die naar egoïsme.

Een laatste element dat ik wil noemen als bepalend voor mijn keuze is de houding die N-VA heeft aangenomen na de verkiezingen van 2010. Dat die partij de sirenenzang van de oppervlakkige macht heeft kunnen weerstaan, kon ik zeer op prijs stellen. Ik kan me perfect vinden in de houding: ‘we zijn beschikbaar voor regeringsdeelname en dus voor het afsluiten van een compromis maar inhoudelijk moet het de moeite lonen’. Op die manier respecteert een partij haar verkiezingsprogramma en daarmee ook de eigen kiezers. De strook tussen inhoudsarme postjespakkerij en halsstarrige gelijkhebberij is soms smal maar de ruimte die N-VA daar voor zichzelf heeft geclaimd, kon mij erg charmeren. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!