Voor wie zou de Belg hebben gekozen in één nationaal kiesdistrict?

Voor wie zou de Belg hebben gekozen in één nationaal kiesdistrict?

Wat als België voor de federale verkiezingen uit slechts één kiesdistrict had bestaan? Een vergelijkende analyse van de resultaten.

maandag 9 juni 2014 10:35

De
verkiezingsresultaten zijn bekend. De partijen weten hoeveel zetels ze hebben,
de kandidaten weten wie mag zetelen voor de komende vijf jaar. Dat gebeurde
volgens de geldende verkiezingswetgeving in de elf kiesdistricten van het land. 

Een kiessysteem is geen politiek neutraal
gegeven

Wat
als de stemmen van alle partijen over de elf kiesdistricten zouden worden
samengeteld? Welke conclusies kan men daar uit trekken?

Kris
Deschouwer en Philippe Van Parijs, woordvoerders van de Paviagroep, schreven op
15 mei een artikel over een federaal
kiesdistrict
waarbij een deel van de zetels voor de Kamer zou
worden toegekend via verkiezingen met één lijst per partij in één kiesdistrict
voor het hele land.

Wat als echter alle zetels van de Kamer van
Volksvertegenwoordigers zouden worden toegekend via één federaal kiesdistrict?
Welke verschuivingen zou dat geven in het aantal zetels per partij? Welke
partijen halen daar meer voordeel uit, grote of kleine?

Deze
denkoefening is uiteraard hypothetisch. Het bestaan van een ééngemaakt federaal
kiesdistrict veronderstelt immers een andere politieke dynamiek. Deze analyse
vergelijkt slechts de recente resultaten in de elf nationale kiesdistricten met
het concept van één federaal kiesdistrict.

Het
huidige kiessysteem met elf nationale kiesdistricten roept bij heel wat mensen immers
vragen op. Waarom geraken kandidaten met minder voorkeurstemmen verkozen boven
anderen met meer voorkeurstemmen? Waarom haalt een partij met een slechter
resultaat evenveel zetels als bij de vorige verkiezingen (of omgekeerd, waarom
haalt een partij met een beter resultaat toch maar evenveel zetels als
voorheen)? Waarom verkrijgt een partij die proportioneel voldoende stemmen
haalt voor één zetel toch geen zitje in het parlement?

Het
huidige kiessysteem heeft verschillende ingebouwde drempels en obstakels die
overwonnen moeten worden eer men een zetel kan behalen in het parlement. Hoe
dat in zijn werk gaat wordt reeds uitgelegd in het artikelVerkiezingssysteem met bijwerkingen. Daarin wordt onder meer
uitgelegd hoe het kon dat de PVDA+ geen zetel behaalde in de provincie
Antwerpen, hoewel de partij daar proportioneel voldoende stemmen voor had. De
kiesdrempel van 5 procent is echter niet de enige hinderpaal die grote partijen
bevoordeelt. Heel het systeem bevoordeelt grote partijen.

Wat met een volledig federaal kiesdistrict?

Een
vergelijking met één hypothetisch volledig federaal kiesdistrict illustreert
dat voordeel. Deze analyse houdt alleen rekening met het totaal stemmenaantal
van de partijen, niet met de individuele voorkeurstemmen. Die zijn uiteraard  ook een belangrijk aspect van het geheel,
maar ze kunnen niet geëxtrapoleerd worden naar een federale kieskring. Dit
artikel vergelijkt dus alleen het totaal aantal zetels per partij.

In de
berekening worden alle stemmen die een bepaalde partij kreeg opgeteld. Er wordt
ook geen rekening gehouden met de kiesdrempel van 5 procent. Deze totaalcijfers
zijn terug te vinden op de verkiezingssite van de FOD Binnenlandse Zaken.

Er wordt voor deze
vergelijking ook verondersteld dat als de mensen zouden stemmen in een federaal
kiesdistrict, ze identiek zouden blijven stemmen voor de partij die ze op 25
mei verkozen. Er wordt dus geen rekening gehouden met de mogelijke politieke
effecten van een dergelijk kiesdistrict. Moest bijvoorbeeld Maggie De Block ook
op de Open VLD lijst in andere provincies hebben gestaan, had ze misschien
overal stemmen kunnen afnemen van de N-VA, zoals ze dat nu in Vlaams Brabant
blijkt te hebben gedaan, wie weet.

De
150 zetels van de Kamer worden in deze denkoefening proportioneel verdeeld over
de totaalcijfers van de uitgebrachte stemmen per partijen. Elke partij houdt
dan een aantal reststemmen over die op zichzelf niet voldoende is voor één
zetel. Die worden verdeeld over de partijen met het grootste aantal resterende
stemmen. Voor een praktisch voorbeeld, zie paragraaf ‘Een concreet voorbeeld’
in het reeds aangehaalde artikel over het kiessysteem.

De eerste
denkoefening gaat uit van de partijlijsten van 25 mei, dus met de traditionele
families opgedeeld in twee partijen CD&V en cdH, Open-VLD en MR, sp.a en PS,
Groen en Ecolo. Vervolgens wordt er ook een berekening gemaakt van de
zetelverdeling als die partijen met één gemeenschappelijke lijst van kandidaten
zou hebben deelgenomen. Ook hier wordt er geen rekening gehouden met de
mogelijke politieke effecten van dergelijke lijsten.

De
politieke conclusies die men uit deze omrekening kan trekken liggen niet voor
de hand. In ieder geval kan men zo vergelijken welke partijen al dan niet voordelen
hebben bij het behoud van het huidige kiessysteem met elf federale
kiesdistricten. De denkoefening wordt ten slotte een derde maal uitgevoerd voor
het Vlaams, Waals en Brussels Parlement. Hier wordt ook telkens één
kiesdistrict beschouwd zonder een kiesdrempel.

Federaal Parlement

De
resultaten van 25 mei geven volgende zetelverdeling in de Federaal Kamer van
Volksvertegenwoordigers: 

DeWereldMorgen.be

Omgerekend
naar één federaal kiesdistrict zonder kiesdrempel bekomt men dan volgende
zetelverdeling: 

DeWereldMorgen.be

Het
eerste dat opvalt is dat de drie traditionele Waalse partijen en Ecolo zetels
verliezen. De Vlaamse partijen blijven schommelen rond hetzelfde aantal zetels.
Het zijn echter vooral de kleinere partijen die ofwel een extra zetel krijgen, ofwel van geen enkele naar één of meer zetels
stappen, in het geval van Vlaams Belang en PVDA+ betekent dit zelfs drie zetels
meer.

Een
zetelverdeling met gemeenschappelijke lijsten van de traditionele partijen, de
groenen, PTB-PVDA en de Piratenpartij geeft volgend resultaat: 

DeWereldMorgen.be

De gemeenschappelijke
fractie van PS/sp.a is nu niet langer de grootste partij maar wel nog even
groot als de N-VA. De socialistische groep blijft uiteraard de grootste qua
aantal stemmen, met een kleine voorsprong van 16.237 op de N-VA. Er verspringt één
zetel van MR/Open VLD naar de N-VA.

Vlaams Parlement

De
resultaten van 25 mei geven volgende zetelverdeling in het Vlaams parlement: 

DeWereldMorgen.be

De
zetelverdeling in één gemeenschappelijk Vlaams kiesdistrict (met inbegrip van
de Vlaamse stemmen in Brussel) geeft volgende zetelverdeling: 

DeWereldMorgen.be

Ook
hier kan men vaststellen dat de grote traditionele partijen telkens één of
meerdere zetels verliezen aan de kleinere partijen. De N-VA haalt als grootste
partij zelfs drie zetels minder. De PVDA+ haalt drie zetels uit het niets en de
Piratenpartij behaalt één eerste zetel.

Waals Parlement

De
resultaten van 25 mei geven volgende zetelverdeling in het Waals parlement: 6

DeWereldMorgen.be

De
zetelverdeling in één Waals kiesdistrict (met inbegrip van de Franstalige
stemmen in Brussel) geeft volgende zetelverdeling: 

DeWereldMorgen.be

Hier
verliezen de grote partijen zelfs een redelijk groot aantal zetels. Het merendeel
van die verloren zetels gaan naar Ecolo, PTB-GO! en de Parti Populaire.
Daarnaast zijn er nog vier kleinere partijen die een vertegenwoordiger naar het
Waals Parlement mogen sturen.

Brussels Parlement

De
verdeling van de zetels in het Brussels Parlement verloopt nu reeds in één gemeenschappelijk
kiesdistrict, maar wel volgens een specifieke verdeelsleutel, waarbij een
gegarandeerd aantal zetels voor de Vlaamse lijsten wordt gereserveerd. De
zetelverdeling is na 25 mei als volgt: 

DeWereldMorgen.be

Indien
de zetels volledig proportioneel zou worden verdeeld en zonder kiesdrempel van
vijf procent, geeft dat volgend resultaat: 

DeWereldMorgen.be

Hier
zijn het niet de grote (Franstalige) partijen die de negatieve gevolgen zouden
voelen maar de Vlaamse partijen. Deze zetels zouden naar kleinere Franstalige partijen
gaan die momenteel door de kiesdrempel geen verkozenen hebben in het Brussels
Parlement.

Een
zetelverdeling met gemeenschappelijke lijsten van de traditionele partijen, de
groenen, PTB-PVDA en ProBuxsel blijkt geen verschuiving van zetels te
veroorzaken. Alles blijft bij hetzelfde.

Conclusie

Deze
analyse heeft zijn beperkingen. Grote kiesdistricten op nationaal/regionaal
niveau veronderstellen immers een andere politieke dynamiek. Het voorbeeld van
Maggie De Block werd reeds aangehaald. Dat geldt evenzeer voor figuren als Bart
De Wever (N-VA) en zelfs Peter Mertens (PVDA+).

Eén
ding valt echter op. Het huidige kiessysteem bevoordeelt systematisch grote
partijen. Kleine partijen moeten veel harder strijden voor één of meer zetels
in de parlementen dan de grote. Hun afwezigheid in het parlement betekent op
die manier een beperking van het politieke debat.

Progressieve
stemmen zullen stellen dat een systeem met één federaal kiesdistrict meerdere
kleine partijen met extreem-rechtse standpunten toegang zou geven tot het
parlement. Dat moet afgewogen worden tegen de vaststelling dat ook aan de
linkerzijde een uitbreiding van het politiek spectrum mogelijk wordt.

Eén
ding is duidelijk, het huidige kiessysteem laat een divers aanbod aan stemmen
niet aan bod komen die het huidige beleid aan de kaak zouden kunnen stellen.
Welke voor- en nadelen een dergelijk systeem ook heeft (en nadelen zijn er
zeker ook), in ieder geval bevoordeelt het huidige systeem de grote partijen.
Of dat goed of slecht is, is open voor debat.

Voetnoten

1. Op
de site van de verkiezingsresultaten van het ministerie van binnenlandse zaken zijn ook de resultaten weergegeven van
de verkiezingen van 2010 voor het federale niveau, in 2009 voor Waals, Vlaams
en Brussels.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!