PISA op de korrel
Nieuws, België, Onderwijs, OESO, PISA-onderzoek, PISA -

PISA op de korrel

Zoals gebruikelijk was er de afgelopen dagen weer heel wat te doen rond de driejaarlijkse PISA-resultaten. PISA staat voor ‘Programme for International Student Assessment’. Het gaat om een grootschalige, driejaarlijkse, internationale studie die de kennis en vaardigheden van vijftienjarige leerlingen test voor lezen, wiskunde en wetenschappen. Maar zijn die PISA-testen echt zo betrouwbaar als men zou vermoeden?

vrijdag 6 december 2013 07:34

Naast de inhoudelijke testen krijgen de leerlingen ook een aantal vragen over hun achtergrond, hun leergewoonten en hun school.

De coördinatie van de wereldwijd uitgevoerde testen gebeurt door de diverse onderwijsministeries, onder het toeziend oog van de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). Een ernstig en prestigieus gebeuren dus, of zo lijkt het toch.

Vlaamse leerlingen scoren naar goede gewoonte hoog in vergelijking met andere landen, maar er zijn een aantal belangrijke trends. De ‘topstudenten’ doen het nog altijd uitstekend, alleen zijn ze met minder. De groep leerlingen die het basisniveau niet haalt wordt groter. Voor wiskunde, leesvaardigheid en wetenschappen gaan de Vlaamse leerlingen achteruit, zowel in het TSO, BSO als ASO. En het verband tussen de sociaal-economische achtergrond van leerlingen en hun leerprestaties blijft een pijnpunt.

Kennis is macht

In een geglobaliseerde wereld en een kenniseconomie wordt kennis steeds meer gezien als munitie in de strijd om welvaart, met onderwijs als voornaamste wapen. Een significant deel van de economische groei in de samenleving komt voort uit (technische) kennis. Die kennis neemt een steeds grotere plaats in ten opzichte van de traditionele productiefactoren: arbeid, natuur en kapitaal, een tendens die past binnen de context van een algemene verschuiving van arbeid in de landbouw over de industrie naar de dienstensector. 

Kennis is macht, als het ware. Zonder kennis, geen toekomst. Het mag dus niet verwonderen dat er op onderwijskabinetten steevast popelend, maar ook met een bang hart wordt uitgekeken naar de resultaten van de PISA-testen. De resultaten wisten in het verleden al menig onderwijsminister tot drastische hervormingen te inspireren.

Kritiek uit academische hoek

Wat we echter zelden te horen of te lezen krijgen is dat die beruchte PISA-testen vrij omstreden en zelfs ronduit zinloos worden bevonden door een aantal vooraanstaande academici.

Zo stelt Professor Svend Kreiner, statisticus aan de universiteit van Kopenhagen, bijvoorbeeld dat er een onaangepast en ongeschikt model wordt gehanteerd voor de driejaarlijke PISA-onderzoeken. De vragen die gesteld worden verschillen namelijk van land tot land en niet aan alle leerlingen worden dezelfde vragen gesteld. Zo werd in de PISA-testen van 2006 aan de helft van de bevraagde leerlingen geen enkele leesvaardigheidsvraag voorgeschoteld. Toch kregen die leerlingen een gemiddelde score toegekend voor lezen.

Het is ook maar de vraag of het zinvol is om de leesvaardigheid van een Chinese en Deense leerling te vergelijken, rekening houdend met de enorme verschillen tussen beide talen.

Dr. Hugh Morrison, wiskundige aan de universiteit van Belfast, is ook een van de PISA-sceptici. Hij stelt niet enkel de doeltreffendheid van de testen in vraag, maar is er bovendien van overtuigd dat het onderzoeksmodel zelf ronduit fout is en dus onbruikbaar. Morrison argumenteert dat het Rasch-model, het statistisch model dat aan de basis ligt van het PISA-onderzoek, een onoplosbare mathematische fout vertoont, wat de resultaten van het onderzoek onbruikbaar en waardeloos maakt.

Dr. Harvey Goldstein van de universiteit van Bristol staat dan weer kritisch t.o.v. de manier waarop de testen bepaalde landen cultureel of linguïstisch bevoordelen. De vragen kunnen volgens hem makkelijk neigen naar de laagste gemene deler.

Waardeloze statistiek

Maar er schort nog wat meer aan de PISA-testen. Zo kreeg de Britse onderwijsminister vorig jaar een officiele reprimande van de UK Statistics Authority voor het citeren van de cijfers van 2000. Die waren door de OESO zelf namelijk als statistisch waardeloos bestempeld omdat er niet genoeg scholen aan deelnamen.

De cijfers worden ook op andere manieren vertekend: In Shanghai worden leerlingen tegenwoordig massaal klaargestoomd om tegen hun vijftiende levensjaar perfect te kunnen scoren op de Pisa-testen. Die inspanningen leveren hen een plekje bovenaan de rangschikking op. Hardnekkige geruchten in academische middens melden bovendien dat de Chinezen het Pisa-onderzoek in hun land massaal manipuleren om de beste resultaten te kunnen voorleggen. Zo laten ze onder meer de armste gebieden van het land buiten beschouwing.

Op zich mag het geen verrassing heten dat er kritische bedenkingen en vragen rijzen bij de PISA-onderzoeken. Een correcte en eerlijke vergelijking tussen meer dan 50 uiteenlopende onderwijssystemen die elk op hun beurt zijn ingebed in een enorme variëteit aan culturen, dat mag een uitdaging heten.

De impact van economie op het onderwijs

Een bijkomend bezwaar is van een andere orde: Internationale organisaties met economische grondslag (Wereldbank, UNESCO, OESO, EU, lobby-organisaties uit het bedrijfsleven) hangen een welbepaalde economische filosofie aan, die van de snel veranderende wereld waarin nieuwe beroepen en vaardigheden aan belang winnen, mede onder invloed van de mondialisering. PISA lijkt vooral te testen in welke mate scholen de internationale standaard van OESO volgen. De nadruk ligt inmiddels meer op vaardigheden dan op kennis zelf. Het is ook bekend dat OESO het onderwijssysteem van bepaalde landen minder geschikt acht dan dat van andere landen, wat de resultaten direct beïnvloedt. Veel onderwijskabinetten laten zich leiden door OESO-lijstjes. De vraag is of het wel wenselijk is dat de onderwijsfilosofie van OESO – een organisatie met economische grondslag – ons nationaal onderwijs indirect kan en mag sturen.

Moeten we ons geen vragen stellen bij de invloed van het internationale bedrijfsleven en economische organisaties op het onderwijs? Moeten we een eenzijdige onderwijsfilosofie, die zich onvoldoende heeft bewezen en steeds duidelijker pijnpunten vertoont, als ijkpunt nemen en tast deze enge kijk op onderwijs de vrijheid van onderwijs (ingeschreven in de grondwet) niet aan? Wat met keuzevrijheid, diversiteit en flexibiliteit?

Meten is weten?

Verder is het interessant om eens nader te bekijken wat de PISA-onderzoeken niet testen.

Zijn we echt van mening dat ons onderwijs enkel tot doel heeft onze kinderen te leren rekenen, schrijven en lezen en hen een algemeen inzicht in de wetenschap mee te geven? Wat met zelfredzaamheid, probleemoplossend denken, kritische zin en democratische burgerzin, vaardigheden die nochtans in de eindtermen staan omschreven, maar waar Vlaamse leerlingen ondermaats op scoren, zo blijkt.

Tenslotte: Durven onderzoekers met de hand op het hart beweren dat de geteste kennis ook werkelijk parate kennis blijft in het verdere leven van leerlingen, kennis die ze als volwassenen instant kunnen toepassen? Meer en meer kritische stemmen stellen de doeltreffendheid van toetsen in vraag wanneer het gaat om het meten van kennis. Toetsen zijn een momentopname. Leerlingen studeren kennis veelal in met het oog op de toets in kwestie, niet met het oog op het toepassen van de kennis in hun verdere leven. 

Ons onderwijs moet meer ambitie hebben dan enkel het klaarstomen van leerlingen voor de arbeidsmarkt of de academische wereld. 

Voor de aardigheid: test uw persoonlijke PISA-score hier:

http://www.aei.org/article/education/k-12/are-you-smarter-than-a-10th-grader-take-the-test/

Bronnen:

https://www.bris.ac.uk/iris/publications/details/person_key$R2fkndXTHzsiLA3ookKafpeTW0kooR/personPublications?start_year=1999&end_year=2012

http://www.rasch.org.uk/blog/2012/02/04/svend-kreiner/

http://www.tes.co.uk/article.aspx?storycode=6349156

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!