Obama’s argumenten doorprikt
Opinie, Nieuws, Politiek, VS, President Barack Obama, President Bashar al-Assad, Burgeroorlog Syrië, Militaire interventie Syrië, Gifgasaanval, Eric Draitser -

Obama’s argumenten doorprikt

Het bewijs dat de Amerikaanse president Obama aanhaalt om de Syrische president al-Assad aan te duiden als de opdrachtgever van de chemische aanval van 21 augustus in buitenwijken van Damascus, is op z'n best 'mager' te noemen. "De meeste argumenten vallen gemakkelijk te ontkrachten", vindt Eric Draitser.

woensdag 4 september 2013 18:05
Spread the love

Het document waarin de Amerikaanse overheid oordeelt dat de Syrische overheid chemische wapens heeft gebruikt op 21 augustus (“U.S. Government Assessment of the Syrian Government’s Use of Chemical Weapons on August 21, 2013”) en dat gelijktijdig werd gepubliceerd met verklaringen van minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, is niets meer dan de samenvatting van een tekst die ontworpen werd om de VS mee te sleuren in de zoveelste criminele en rampzalige oorlog in het Midden-Oosten.

Het document, dat werd uitgegeven voor er ook maar voorlopige rapporten van de VN-inspecteurs in Syrië werden vrijgegeven, staat vol fictie.

Het rapport begint met de conclusie: “De overheid van de Verenigde Staten oordeelt met hoge zekerheid dat de Syrische regering chemische wapens heeft gebruikt in een aanval op buitenwijken van Damascus op 21 augustus 2013”.

Uiteraard vraagt men zich dan af hoe zo’n conclusie kan worden gevormd, met zoveel zekerheid dan nog, als zelfs de VN-inspecteurs ter plekke hun onderzoek nog niet hebben afgesloten.

Als deze experts met jaren ervaring en opleiding op het vlak van chemische wapens, toxicologie en andere daaraan verwante onderzoeksvelden nog geen schuldige aangeduid hebben, lijkt de conclusie van de VS wel zeer opportuun.  

“Deze vaststelling, die gebruik maakt van een groot aantal bronnen, is gebaseerd op menselijke, communicatieve en geomatische gegevens alsook op een significant aantal open bron verslagen … Behalve informatie die de VS inwon via haar inlichtingendiensten, zijn er ook verslagen van internationaal en Syrisch medisch personeel; video’s; verslagen van ooggetuigen; duizenden verslagen op sociale media van ten minste 12 verschillende locaties in de regio Damascus; journalistieke verslagen; en verslagen van zeer geloofwaardige NGO’s.”

Elke kritische lezing van dit document moet zich ten eerste buigen over de noties ‘menselijke inlichtingen’ en ‘verslagen van ooggetuigen’. Zulk een terminologie duidt aan dat de VS simpelweg eenzijdige conclusies baseert op bronnen van de rebellen en de befaamde ‘activisten’, die zo vaak worden aangehaald in de westerse media.

Ten tweede is het zeer duidelijk dat de VS haar ooggetuigenverslagen vrijelijk en subjectief heeft uitgekozen, aangezien er vele ooggetuigen zijn aan beide kanten van het conflict die dit zo genoemde hogezekerheidsoordeel tegenspreken.

Zoals Associated Press-reporter Dale Gavlak in Mint Press News schreef, vertellen de inwoners van de Ghouta-gordel – de buitenwijken waar de gifgasaanval plaatsvond – een volledig ander verhaal dan de VS-overheid.

Inwoners leggen zeer overtuigende verklaringen af waarin “rebellen chemische wapens ontvingen via de directeur-generaal van de Saoedische inlichtingendienst, prins Bandar bin Sultan, en verantwoordelijk waren voor de gifgasaanval.”

Wat zulke verklaringen geloofwaardig maakt, is dat ze afkomstig zijn van tegenstanders van al-Assad, onder wie velen wier kinderen stierven in gevechten tegen de troepen van al-Assad.

Een van de inwoners van de Ghouta herinnerde zich een conversatie met zijn zoon, een strijder, die werd opgedragen het transport van de chemische wapens voor de rebellen van het al-Nusra Front te begeleiden. Zijn zoon sprak over het opladen en transporteren van wapens die van Saoedische origine waren. Hij is daarna omgekomen in een tunnel die gebruikt werd om wapens op te slagen, samen met 12 andere rebellen.

Het is ook essentieel om de notie dat ‘verslagen op sociale media’ geloofwaardig zouden kunnen zijn, te ontkrachten. Het is immers lang niet gegarandeerd dat die geloofwaardige bewijzen leveren. Het is een feit dat de VS en andere inlichtingendiensten in staat zijn Twitter, Facebook en andere sociale media te manipuleren.

Zoals the Guardian in 2011 al schreef: “Het leger van de VS ontwikkelt software dat het in staat zou stellen in het geheim socialemediasites te manipuleren door middel van valse online persoonlijkheden die internetconversaties zouden manipuleren en pro-Amerikaanse propaganda zouden verspreiden …”

“Elke valse online persoonlijkheid moet een overtuigende achtergrond, geschiedenis en overtuigende beschrijvingen hebben. Vijftig controleurs in de VS moeten dan in staat zijn om deze valse identiteiten te gebruiken van aan hun werkplek zonder het gevaar te lopen dat ze ontdekt worden door geavanceerde tegenstanders.”

Het lijkt erop dat de Verenigde Staten nu sociale media, een systeem waarover ze controle heeft, gebruikt om gefabriceerde oorlogsverhalen te rechtvaardigen.

Komt nog bij dat het idee dat video’s ook maar een minimum aan bewijs zouden kunnen leveren totaal lachwekkend is. Elke onderzoeker kan je vertellen hoe gemakkelijk video’s bewerkt worden, en zelfs als ze volledig onaangeraakt blijken, kunnen ze niet gebruikt worden om de dader van een misdaad vast te stellen.

Video toont enkel wat zichtbaar is, en niet de onderliggende motieven en middelen – elementen die allemaal deel uit zouden moeten maken van een echt onderzoek.

Ten slotte moet men ook ernstig opletten met het idee dat journalistieke verslagen deel kunnen uitmaken van deze pastiche die men een ‘oordeel met hoge zekerheidswaarde’ noemt, wegens de simpele reden dat westerse berichten over het conflict in Syrië vooral afkomstig zijn van journalisten die of niet in Syrië verblijven, of positief staan tegenover de zaak van de rebellen.

Of ze nu betaalde propagandisten zijn of simpelweg gebruikt worden door de media: hun verslagen zijn op zijn minst verdacht, en mogen zeker geen rol spelen in het beleid dat leidt tot oorlog.

Het is kritiek om de inlichtingendata die in het document worden aangehaald te onderzoeken, want het lijkt erop dat deze casus vooral gebaseerd is op ‘human intelligence’.

Verscheidene nieuwsdiensten hebben reeds bericht dat heel de zaak tegen al-Assad gebaseerd is op een onderschept telefoontje dat de VS kreeg van … Israël. Israël, dat een stevige reputatie heeft wat betreft inlichtingenfabricatie met het oog op oorlog, kan niet bepaald een neutrale bron worden genoemd.

Als een van de grote spelers in de regio, die het luidste roept om het afzetten van de regering-Assad, heeft Tel Aviv zeker belang bij een interventie van de VS in Syrië.

Het wel zeer pro-Israëlische FOX News berichtte dat: “De aanvankelijke bevestiging dat het regime van president Bashar al-Assad verantwoordelijk is voor een aanval met chemische wapens op 21 augustus is afkomstig van een tip van de Israëlische inlichtingendienst.” 

“Een speciale inlichtingeneenheid van het Israëlische leger (IDF) – een team dat onder codenaam ‘8200’ bekend staat – heeft geholpen met het verkrijgen van de gegevens die het Witte Huis in staat stelde te besluiten dat het regime-Assad achter de gifgasaanval zit.”

Het komt nogal ongelegen dat een van de aanspoorders tot gewelddadige actie om Assad te verdrijven ook een van de belangrijkste bronnen is voor het enige bewijs dat Assad linkt aan de aanval. Men zou kunnen stellen het op zijn minst een magere reden tot oorlog is.

Het verslag legt ook uit hoe Washington tot deze conclusie kwam. Het document stelt: “We oordelen met grote zekerheid dat de Syrische regering een chemische aanval heeft uitgevoerd op oppositie-elementen in de voorsteden van Damascus op 21 augustus. We stellen vast dat een scenario waarin de oppositie deze aanval zou hebben uitgevoerd hoogst onwaarschijnlijk is.”

“Het geheel aan gegevens om tot deze vaststelling te komen, bevat inlichtingen die wijzen op de voorbereidingen die het regime nam om deze aanval uit te voeren en de transportmiddelen die daarvoor nodig waren”.

Iemand die het conflict in Syrië van dichtbij heeft gevolgd en het bovenstaande uittreksel analiseert, zou ogenblikkelijk tot de conclusie moeten komen dat het ‘bewijs’ gebaseerd is op foutieve stellingen en flagrante leugens.

Ten eerste is het idee dat het ‘hoogst onwaarschijnlijk’ zou zijn dat oppositie-elementen de aanval uitvoerden een onmogelijke bewering, aangezien er overdadig veel bewijzen zijn dat de ‘rebellen’ reeds eerder chemische aanvallen hebben uitgevoerd. 

De virale video die toont hoe de rebellen chemische wapens installeren op artillerie demonstreert ons hoe ze niet alleen de knowhow bezitten om zo’n aanval uit te voeren, ze hebben ook een goed gestockeerde voorraad aan chemicaliën.

Laat ons ook de afslachtingen waaraan het al-Nusra Front en andere groepen zich schuldig hebben gemaakt niet vergeten. De extremistische rebellenfacties tonen geen enkel berouw over de gedode onschuldige burgers die ze op hun geweten hebben.

En dan is er nog de bewering dat de VS haar conclusies voor een deel baseerde op de ‘voorbereiding’ die het regime zou hebben gemaakt op deze aanval, die ook heel dubieus is, simpelweg omdat er geen enkel bewijs voor is.

De Verenigde Staten zouden ogenschijnlijk graag hebben dat internationale waarnemers hen op hun woord geloven dat ze zulke bewijzen hebben, maar dat de publieke opinie de beelden niet aan kan. De leugens van Bush naar aanleiding van de Irak-oorlog worden hier opnieuw weerspiegeld.

De zogenaamde ‘observaties na de aanval’ zijn op hun beurt ook weer verdacht, aangezien, zoals ik eerder aanhaalde, de VS niet wacht op de resultaten van het VN-onderzoek. Deze observaties kunnen dus enkel komen van anti-Assad-bronnen ter plaatse of internationale waarnemers die niet ter plekke zijn, maar slechts de informatie herhalen die diezelfde anti-Assad-bronnen hen influisteren.

Alsof het een slechte grap betrof, wijst het document erop dat, ondanks de bewering dat dit een ontegensprekelijke conclusie is, gebaseerd op harde bewijzen, het in feite gebaseerd is op niets dan geruchten.

Onderaan de eerste pagina staat de belangrijkste zin: “Onze vaststelling is de sterkste positie die de inlichtingendiensten van de VS kunnen innemen zonder bevestiging“. (cursief toegevoegd)

De VS zou dus oorlog moeten voeren tegen een land dat geen aanval op de VS of haar bondgenoten voorbereidt, op basis van bewijs waarvan wordt toegegeven dat het niet te bevestigen is. Ware het niet crimineel en schandalig, het zou een goede grap zijn.

Het document is een pover geconstrueerde poging om een politiek, millitair en moreel onrechtvaardbare oorlog tegen Syrië te rechtvaarden. Het baseert zich op leugens, verdraaiingen en overduidelijke propaganda om de mythe dat Assad de duivel zelve zou zijn, te verdedigen.

De VS, met een duidelijke morele superioriteit, zou zichzelf nogmaals moeten opofferen om de zoveelste oorlog voor vrede te gaan voeren. Niets zou oneerlijker, walgelijker, en niets zou Amerikaanser kunnen zijn.

Laat ons hopen dat het Congres deze ‘bewijzen’ van de hand wijst.

Eric Draitser

Eric Draitser is een onafhankelijke geopolitieke analist uit New York. Hij is de oprichter van StopImperialism.com en schrijft regelmatig bijdrages voor CounterPunch.

(vertaling uit het Engels door Max Neetens)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!