Mark Waer, Barbara Van Dyck en de ‘academische houding’
Barbara Van Dyck, Mark Waer, Patattenoorlog -

Mark Waer, Barbara Van Dyck en de ‘academische houding’

woensdag 27 februari 2013 18:59

In een korte brief die verscheen in De Standaard verdedigde Mark Waer, rector van de KU Leuven, de beslissing van de universiteit inzake het ontslag van Barbara Van Dyck tegenover Anne Teresa De Keersmaeker. Het heeft even geduurd alvorens we van hem hoorden na het vonnis tegen de activisten, maar nadat De Keersmaeker een duidelijke boodschap aan het adres van de UGent en KU Leuven legde (“Van onze universiteiten verwacht ik in de eerste plaats wetenschappelijk onderzoek in het belang van de samenleving. Bezorgd als de universiteiten moeten zijn om de volksgezondheid, verwacht ik van hen een voortrekkersrol in het onderzoek naar de gevaren van ggo’s.”), kon een weerwoord niet uitblijven.

Jammer genoeg toont Waer aan dat hij niets geleerd heeft uit het voorbije anderhalve jaar. Zijn imago als rector primeert op zijn bezorgdheden als burger, de ‘plichten’ die gepaard gaan met zijn beroep (diplomatie, academische integriteit, het lappendeken der onafhankelijkheid ophouden,…) primeren op een genuanceerde en deugdelijke houding als mens. Omdat ik me verschrikkelijk stoor aan dergelijke eenzijdige academische mentaliteit, wil ik in wat volgt kort even toelichten waarom Waers punt hier kant noch wal raakt en, erger nog, hij in deze hele zaak noch als rector, noch als mens lovens- of bewonderenswaardig is.

Schizofrene visie
Vooreerst adopteert Waer tot drie maal toe een schizofrene visie: 1) de titel van zijn brief (burgerrechten vs. wetenschap), 2) m.b.t. zichzelf (burger vs. rector) en 3) m.b.t. Barbara Van Dyck (activiste vs. onderzoekster). Het is voor Waer duidelijk: wat in de ene levenssfeer kan, kan in de andere niet. Zo kan volgens hem Van Dyck niet zowel activiste als wetenschapster zijn. Zo kan hij De Keersmaeker haar betoog begrijpen vanuit zijn standpunt als burger, maar vanuit zijn standpunt als rector vindt hij dat ze in haar ongelijk staat. Dit alles wordt onder het credo “burgerrechten vs. wetenschap” geformuleerd. Het gaat hier dus om een of-of stelling. Maak een keuze. Van Dyck heeft de hare gemaakt: ze wilde niet afzien van de manier waarop actie gevoerd werd en hoorde daarom niet thuis aan een universiteit. Bijgevolg werd ze ontslagen.

Waers houding is duidelijk: in de universiteit is hij rector, daarbuiten is hij burger. Dat zijn twee verschillende zaken met elk hun eigen plichten en verantwoordelijkheden. Het gegeven dat die plichten en verantwoordelijkheden met elkaar in conflict kunnen komen, doet blijkbaar niet terzake. Wat hij Van Dyck verwijt (i.e. dat voor haar de algemene burgerrechten op de extra zorgvuldigheid die van onderzoekers verwacht wordt, primeren), is bij hem omgekeerd: in deze zaak primeert voor hem de academische houding op zijn houding als burger. Deze schizofrene houding is zelden houdbaar, net omdat verschillende levenssferen voortdurend met elkaar in conflict komen, en dus is het op zo’n momenten een kwestie van te doen wat goed is – en dat is nooit makkelijk. Voor Waer is het dat schijnbaar wel. Hij koos resoluut voor zichzelf (i.e. voor het imago van de universiteit). Hij koos m.a.w. voor de academische houding en vergat hiermee zijn menselijkheid. Hij handelde als een soldaat in oorlogsgebied die ervoor kiest iemand neer te schieten, omdat het hoort bij de job, ook al is hij het er als mens niet mee eens. Het is in theorie het ene vinden, maar in de praktijk zonder enige wroeging het andere doen. Dat is makkelijk. Dat is laf. En het is bovendien één van de meest verdorven manieren om verkeerd handelen te legitimeren. Het is jezelf goedpraten door je te verschuilen achter de ‘professionele houding’ van je beroepssfeer, ook al staat die nog steeds in relatie tot andere sferen en kan je die niet van elkaar loskoppelen. De ‘professionele houding’ van een academicus (of elk ander beroep) is een ontheemde houding wanneer ze niet ingebed is in de gehele levenssfeer.

Een rector die exclusief handelt als rector, is geen goede rector. Hij is een onmens en een slaaf van zijn functie. Dat klinkt hard, maar Waer gaf zijn menselijkheid op wanneer hij ervoor koos zijn academische houding te laten primeren op zijn houding als burger, als mens, op een moment dat beide levenssferen met mekaar in conflict traden. Wanneer hij bovendien Van Dyck intimideerde met de patstelling “activiste of onderzoekster”, koos hij ervoor haar leven op te delen in de door hem voorgestane schizofrene houding. Een houding waarvan we geen idee hebben of Van Dyck het er wel mee eens is, maar die desondanks toch geprojecteerd werd op haar door Waer en al zij die zijn beslissing verdedigen. Ze projecteren als het ware hun voorkeur (i.e. gespleten handelen) op iemand die poogde meer ‘holistisch’ te handelen. Ze werd gedwongen in hetzelfde keurslijf waarin Waer en aanhangers zich comfortabel voelen, maar waarmee zij hun menselijkheid opgeven ten voordele van een professionele carrière. Ze werd dus gedwongen van een keuze te maken in een gespleten kader waarvan we niet weten of het het hare was. Een keuze die vanuit een holistisch kader een non-keuze is.

Over dergelijke contextuele moeilijkheden hoor je Waer niet. Hij lijkt te leven met de overtuiging dat zijn schizofrene houding de enige correcte is en zal hier ongetwijfeld heel wat redenen voor hebben, maar die redenen zullen steeds gelden voor één bepaalde levenssfeer (de professionele in deze), terwijl hij de andere levenssfeer er poogt van los te koppelen. Onsuccesvol, maar niettemin toch volhardend in deze irrationaliteit. Hiermee betoog ik niet dat een holistisch kader het enige juiste is, alleen maar dat er mensen zijn die niet op dergelijke schizofrene wijze handelen (en pogen van meer holistisch te zijn) – en dat er blijkbaar voor deze mensen geen plaats is aan de universiteiten. Ontheemding van het alledaagse leven is uiteraard geen probleem exclusief aan werknemers van universiteiten, maar Waers positie is er wel symptomatisch voor.

Ironie
Het is ironisch dat Waer spreekt over de vernieling en intimidatie die door de activisten veroorzaakt werd, maar de universiteiten (en zichzelf) niet kritisch doorlicht op dat vlak. Is het misschien omdat de universiteiten hier veel subtieler te werk gaan dan een zo zichtbare actie als die in Wetteren? Omdat de universiteiten liever werken in opake omstandigheden, wars van enige transparantie, democratische controle en dus (morele) legitimatie? Zo’n subtiele praktijken staan natuurlijk in schril contrast met de actie (die bovendien door de media sterk uitvergroot werd) van de activisten. Waer lijkt in zijn recht te zijn wanneer hij de vernieling en intimidatie van de activisten aanklaagt, maar wat hij vergeet is de vernieling en intimidatie die hij zelf aanrichtte. Door Van Dyck voor een patstelling te plaatsen (i.e. “wat zal het zijn: activiste of onderzoekster?”), intimideerde hij haar ontegensprekelijk. Door haar daaropvolgend te ontslaan, vernielde hij (minstens gedeeltelijk) haar kansen op een toekomstige carrière als wetenschapster. Men kan hier nog pogen te argumenteren dat het Van Dyck zelf was die de verantwoordelijkheid droeg in haar eigen ontslag (i.e. “ze had het maar niet moeten doen”), maar dat retorisch trucje werkt langs beide kanten. De wetenschappers dragen in die zin namelijk de verantwoordelijkheid van de vernieling en intimidatie die ze over zichzelf brachten, net omwille van hun opake en moreel ambigue praktijken (i.e. men kan niet verwachten dat iedereen opgezet is met ondemocratische en premature onderzoeken).

Hoe het ook zij, Waer staat in een machtigere positie als Van Dyck en kon haar van daaruit bestraffen. Van Dyck kon dit omgekeerd niet met haar collega’s aan de UGent, ook al verdienen zij het zeker ook om bestraft te worden wegens nalatig wetenschappelijk onderzoek met mogelijk gevaarlijke consequenties, omdat ze er de macht niet toe had. Dus voerde ze samen met vele anderen een hevige actie – directe democratie heet zoiets. Via en door deze actie is het de activisten gelukt om de universitaire instellingen haar verantwoordelijkheden in vraag te stellen, maar blijkbaar wil dat nog niet goed doordringen in de instituten zelf – al was het maar omdat men zich, voor de eigen gemoedsrust, liever blind staart op de gewelddadige methodes van de activisten (iets waar ik hier zeer bewust niet verder op in ga). Dat universiteiten steeds meer (of is het “nog steeds evenveel”?) aan structurele uitsluiting, homogenisering en afvlakking doen, zijn blijkbaar geen vernielende praktijken. Of vergeten we dat liever, rector Waer?

Dubbele moraal
Waer heeft niet alleen twee gezichten (wat, toegegeven, soms onvermijdelijk is en dus ‘te begrijpen’), maar hanteert ook een dubbele moraal als rector – en dat is al een stuk minder makkelijk door de vingers te zien. Het gaat hier dan ook om meer dan “Mark Waer, de burger en Mark Waer, de rector”. Het gaat hier over de bevooroordeelde houding die hij hanteert als rector. Vanuit dit opzicht is Waer in deze hele zaak niet alleen een onmenselijke rector (want “Mark Waer, de burger”, dat is voor thuis), maar ook gewoon géén goede rector. Wat voor Van Dyck geldt (i.e. “activiste of onderzoekster”), geldt blijkbaar niet voor de onderzoekers van de UGent die in Wetteren hun veldproeven gefinancieerd weten door BASF (of hun Leuvense collega’s die ongetwijfeld ook privé-gefinancieerde onderzoeken doen). Van Dyck heeft een duidelijke ‘conflict of interest’ (ook al zag zij dit zelf vermoedelijk niet zo), maar de onderzoekers hebben dat blijkbaar niet. Waarom niet?

Op het eerste zicht kunnen we er geen uitspraken over doen, want alles wat tussen de UGent en BASF (en VIB, en FlandersBio, en …) is afgesproken en op papier is gezet, is niet toegankelijk voor publieke inzage – en indien dit al zou vrijgegeven worden, kunnen we nooit achterhalen of er geen cruciale gegevens achtergehouden zijn. Alsof dat opake sfeertje niet erg genoeg is, wordt er – bij wijze van preventie – niet zelden geargumenteerd dat onderzoekers geen invloed ondervinden van hun geldschieters. Dit soort van sprookjes lijkt voor Waer afdoende te zijn om geen onderzoekers te veroordelen die met geld uit de privé-industrie aan onderzoeksprojecten werken – er is hier blijkbaar geen ‘conflict of interest’. Over de voor- en nadelen van gericht onderzoek (of het nu met privé- of overheidsgeld gebeurt) kan gediscussieerd worden, maar dat een rector kost wat kost de schijn van onafhankelijkheid wil hooghouden, is ronduit hypocriet. Er is hier zonder enige twijfel een ‘conflict of interest’, alleen manifesteert ze zich op geheel andere wijze dan bij Van Dyck.

Van Dyck kreeg haar ontslag omdat ze de actie bleef steunen – ze is dus gekleurd en keurt het werk van sommige van haar collega’s op behoorlijk ingrijpende wijze af. De onderzoekers van de patattenvelden zijn echter ook gekleurd. Enerzijds door een eenzijdig wetenschappelijk en academisch paradigma, anderzijds door de gerichtheid van hun onderzoek (wat talloze vooringenomenheden onzichtbaar maakt, zoals de reële gevaren van ggo’s in dit geval). Zij worden hiervoor echter niet bestraft. Wanneer je conform bent aan hetzelfde gekleurde paradigma van de universiteiten en handelt volgens de markt van vraag en aanbod in het wetenschapsdomein, heb je dan ook niets te vrezen. Dat dergelijk conformisme toch garant zou staan voor ‘grensverleggend wetenschappelijk onderzoek’, is op zijn minst vreemd, niet? Daarnaast hoeven deze wetenschappers de onderzoeken van hun collega’s niet zo actief te bestrijden als Van Dyck deed, net omdat de universiteiten zelf dit reeds doen door o.a. projecten tegen te houden, hoofdzakelijk geld vrij te maken voor onderzoeken die rendabel zijn, akkoorden te maken met privé-bedrijven die handelen volgens marktlogica (en dus geen ‘public interest’), hoge publicatiedruk aan haar onderzoekers op te leggen waardoor ‘slow science’ onmogelijk wordt, een managerialistische houding te adopteren op vlak van onderzoek, etc. Het is goed mogelijk dat Waer het met dergelijke evoluties oneens is, maar zijn handelingen spreken dit tegen. Hij handelt conform aan wat van zijn functie als gekleurde rector verwacht wordt en bestendigt hierdoor het heersende academische klimaat zonder enige kritiek. Zijn dubbele moraal is dus een regelrechte aanval op de overtuigingen van Van Dyck en bijgevolg wel degelijk een aanval op haar vrijheid van meningsuiting, die zich in deze geuit heeft in haar ontslag.

De burgerlijke vrijheid van meningsuiting van Van Dyck staat hier bovendien niet in conflict met de academische vrijheid van onderzoek van de UGent. De voorgehouden vrijheid van onderzoek berust hier op een illusie. Pogen universiteiten niet net illusies te doorprikken overigens? Onderzoek zoals het vandaag bedreven wordt, is niet vrij – het is gebonden aan kwantiteit (vaak ten koste van kwaliteit), rendabiliteit, deadlines, output, korte-termijn instrumentaliteit, rechtstreekse utiliteit,… Waarom is er wel onderzoek naar ggo’s en niet naar de gevaren van ggo’s? Waarom is er geen onderzoek naar alternatieven op ggo’s? De ggo-industrie is in de academische wereld gepenetreerd en heeft het onderzoek (minstens gedeeltelijk) in haar greep, wat het dus niet vrij maakt. Ketenen moeten afgeworpen worden, indien men werkelijk vrij wil zijn althans, maar wanneer de universiteiten dit zelf niet meer beseffen (en zelf een onderdeel zijn geworden van die ketenen), moet het van buitenaf komen. Wanneer Waer steeds opnieuw de vrijheid en onafhankelijkheid van het onderzoek blijft benadrukken, mist hij het hele punt – hij is een ideaal aan het verdedigen, maar één dat geen reële emanatie kent: vrij onderzoek bestaat vandaag nagenoeg niet en is dat zéker niet in het geval van de patattenvelden.

Het heeft allemaal wat weg van het bijna onvoorwaardelijke geloof van de universiteiten in de zogenaamd ‘harde wetenschappen’ craniologie en frenologie in de 19de en het eerste deel van de 20ste eeuw. Vandaag staan dezelfde academische instellingen zich opnieuw blind te staren op één bepaalde tak: alles wat genetica en neurologie aangaat, ook in de context van het oplossen van voedselproblemen. Iemand die het tot rector kan schoppen, daarvan mag men toch verwachten dat die op de hoogte is van de gevaren van de wetenschappen waarop (zeer eenzijdig) ingezet wordt? Zeker indien er met die wetenschappen tonnen geld te verdienen valt in de privé-industrie (die zich zelden iets aantrekken van wetenschappelijke integriteit), hoort men toch op haar hoede te zijn? Om grote geldschieters dan zelfs zonder enige kritiek mee te laten spelen op het academische veld, is toch vragen om problemen? Dringt dit dan echt niet door? Zijn academici écht zo goedgelovig en onvoorzichtig?

Retorische praatjes, weinig inhoud
Omdat Waer niet in staat is een degelijke analyse te schrijven van de situatie (of we zullen maar aannemen dat hij er de tijd niet voor heeft), goochelt hij met retorische buzzwords. Holle claims als “wetenschappelijk onderzoek is erg belangrijk”, “vrije en onafhankelijke omgeving”, “verrijking” en “vooruitstrevend” lijken te suggereren dat alles waar hij voor staat reeds gelegitimeerd is door progressiviteit, correctheid en algehele ‘goedheid’ – en hierdoor de activisten hun wetenschappelijke overtuigingen reduceert tot primitief, onjuist en zelfs ‘slecht’. Nochtans valt dit allemaal zéér sterk te nuanceren – het verhaal is niet zo zwart-wit en eenduidig als hij het poogt voor te stellen. Waer zal ongetwijfeld zijn werk als rector uitstekend doen voor de huidige constellatie van de universiteiten, maar wat hij gemakkelijkheidshalve vergeet, is dat de wereld niet stopt bij zijn ambt. Hij mag gerust tegen de gebruikte methodes van de activisten zijn. Hij mag gerust de voorstellen en houding van de activisten afkeuren. Maar wat hij niet mag doen, is zichzelf als een woordvoerder van vrijheid en onafhankelijkheid van onderzoek profileren. En wel omdat het ronduit een leugen is die een heuse impact heeft op de publieke opinie (niet in de minste plaats via de studenten). Voor mij komt dit neer op (onbewuste) propaganda van liberale geloofsovertuigingen – en die wordt gewoon doorgegeven via het academische luik: onderwijs als instrument voor massabegoocheling.

Dat hij als rector een dubbele moraal hanteert en als mens zijn ambt laat primeren op zijn andere levenssferen, wat hij wil legitimeren met een gekleurd discours, is allemaal zeer discutabel. Wanneer we hem echter niet onderschatten, noch een malafide, rancuneuze houding op het lijf willen spelden, blijft een andere voor-de-hand-liggendere optie over: Mark Waer is een laffe rector. Hij had op zijn minst kunnen zeggen dat hij het vonnis van Van Dyck veel te ver gaan vond (zonder zichzelf te verschuilen achter schizofrene excuses) en, hoewel hij de methodes van de activisten afkeurde, hen toch een warm hart toe droeg in het aanvechten van de uitspraken van de rechter. Vermoedelijk is het net zijn schizofrene houding die dergelijke uitspraken onmogelijk maakt, want hij is tenslotte geen rechter en dus moet hij zich niet bemoeien met het vonnis van de rechterlijke macht. En toch… Hier géén uitspraak over doen wanneer je zo betrokken bent, is niet nobel, maar ronduit laf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!