‘Jaap Kruithof: Teksten voor de toekomst’
Essay, Nieuws, Cultuur, België, Lezing, Mind the book, EPO, Hugo Franssen, Jaap Kruithof, Teksten voor de toekomst - Hugo Franssen

‘Jaap Kruithof: Teksten voor de toekomst’

Een selectie uit het werk van Jaap Kruithof werd gebundeld door Rik Pinxten, Ronald Commers en Luc Desmedt en uitgegeven door EPO onder de titel 'Jaap Kruithof. Teksten voor de Toekomst'. EPO-redacteur en Kruithof-kenner par excellence Hugo Franssen verzorgde een inleiding op diens werk en radicale linkse denken op de Jaap Kruithof lezing.

donderdag 15 maart 2012 18:25

Hier in Gent, op Mind the book, is het boek boven de doopvont gehouden dat toont hoe eigentijds en bruikbaar Jaap Kruithof is gebleven, bijvoorbeeld met zijn ideeën over neoliberalisme. Jaap Kruithof. Teksten voor de toekomst is een bundeling van artikels en stukken uit zijn boeken.

Professor Rik Pinxten, een van de samenstellers van het boek, ging op Mind the Book in gesprek met Peter Mertens. Die scoort met Hoe durven ze, waarvan we vandaag al de zevende druk op de drukpers hebben gelegd. Peter trekt ermee door het land. Onderdeel van zijn boodschap is: er zijn twee belangrijke bronnen van welvaart: arbeid en natuur. Het kapitalisme is die twee bronnen aan het uitputten. Het ligt voor de hand: Rik Pinxten en Peter Mertens konden elkaar vinden in dit gesprek.

In deze inleiding wil ik deze drie kernthema’s van Jaap Kruithof bekijken: arbeid, natuur en antikapitalisme.

Arbeid eerst

Jaap Kruithof zit aan de werktafel met zijn jonge kleindochter. “Papaap”, zo noemt ze hem. Ze heeft ‘papa’ en ‘Jaap’ aan elkaar gelinkt. En iedereen zegt nu papaap. “Je moet nou eens goed zien”, zegt hij tegen haar. “Papaap is aan het werk. Papaap schrijft een boek. Dat doe je zo: tekst schrijven, knippen en combineren.”

“Oh, ik ga ook werken”, zegt kleindochter lief. En dat vindt hij nu leuk en hij zegt: “Jij moet een mooie tekening maken en niet komen pingelen aan mijn tijd. Niet vragen: ‘Wat moet ik tekenen?’ Dat moet je zelf weten. En als het af is, krijg ik je tekening cadeau. En dan doen we samen iets gezelligs.”

Eerst werken, dan spelen. Arbeid en lust. Lust zonder arbeid is een parasiet.

Jaap Kruithof was een noeste, gedisciplineerde arbeider. Hij had, als hij aan een boek werkte, niet alleen elke dag een strikt, vast dagschema dat helemaal in het teken stond van lezen, schrijven, knippen en combineren. Nee, hij had ook een weekschema dat hem dwong binnen een vooraf bepaalde tijdslimiet elk aspect van zijn teksten uit te werken. En er waren ook maandschema’s: voor elk hoofdstuk van het boek een vooraf vastgelegd aantal weken en dagen. Een koppige planner aan het werk.

In 1984 kwam hij voor het eerst naar onze uitgeverij – Jos Hennes en ik waren er toen nog niet – met zo’n kanjer van een boek: het eerste boekdeel van Arbeid en Lust, een groot werk over zijn sociale filosofie, over de band tussen arbeid en emancipatie.

“De arbeid is de rijkste en meest complexe vorm van menselijk bezigzijn. Door de arbeid worden het denken, het streven, het voelen, het waarderen, het willen en het uitvoeren tot ontwikkeling gebracht. In tegenstelling tot wat lang door velen werd gedacht, is kennisuitbreiding niet zozeer het resultaat van een louter cognitief beschouwen, een passieve contemplatie, maar wel het gevolg van een actief ingrijpen in de werkelijkheid. Door de arbeid ontwikkelt de mens zijn zin voor vernieuwing, zijn creativiteit.”

En dan volgt een passage over uitvinders, wetenschappelijk onderzoek en het maken van kunstwerken als voorbeelden van die creatieve arbeid. Direct gevolgd door de waarschuwing dat er ook louter repetitieve arbeid bestaat, dat valt niet te loochenen. Maar die kan in principe worden toevertrouwd aan machines.

De basisidee van de twee boekdelen van Arbeid en Lust is dat de kapitalistische productiewijze het emancipatorische gevolg van de arbeid kapotmaakt. Het stelsel maakt arbeid afstompend en vervreemdend omdat het niet de mens eerst zet, maar winst en hebzucht. De arbeid bevrijden van het kapitalisme is de opdracht.

Kruithof en arbeid. Werken was Jaaps lieve leven. Zoals bij zijn vader, een ingenieur uit Delft die een baan vond bij Bell Telephone. Een hoge functie, met 250 ingenieurs onder zich.

“Mijn vader vond telefooncentrales uit. Ik herinner me dat ik hem goedenacht ging wensen in zijn werkkamer op de tussenverdieping. Ik zie nog het beeld van een vader die in een wolk van sigarenrook zat te schrijven. Ik keek ontzettend naar hem op. Wie wil er nu zo graag werken? Ik heb hem een beetje nageaapt. Mijn vader zei altijd tegen mijn moeder: ‘Eerst het werk, dan het meisje!’ Bij mij is het precies hetzelfde. Alles is werken. Werken is liefhebben en liefhebben is werken. Luie minnaars, daar kun je van op aan, dat wordt niks met die verhouding.”

En dan het tweede thema: de natuur

Jaap vat aan het einde van dat andere basiswerk van hem, De Mens aan de Grens uit 1985, zijn basisideeën zelf samen. Drie huizen heeft hij bewoond, schrijft hij. Het eerste, het protestantse, was het milieu waarin hij als kind opgroeide. Hij verliet dat huis als jongeman omdat een wetenschappelijke opleiding hem van alle ingeprente geloofswaarheden verwijderde.

Zijn tweede woonst was die van de humanisten, de bewust niet-gelovigen die de autonomie van de mens verdedigen. Maar onaanvaardbaar vond hij het bekrompen humanisme dat de mens verheft tot de enige maat van alle dingen. Daaruit ontstond namelijk een onverantwoorde natuurmanipulatie, een ecologische destructiezucht waarvan de rampzalige gevolgen sinds decennia merkbaar zijn. Daarom: niet de mens, maar de totaliteit is de maat van alle dingen.

In het derde huis, dat van het socialisme – niet te verwarren met de sociaaldemocratie, zegt hij uitdrukkelijk – is hij blijven wonen. Op voorwaarde dat in de socialistische visie ook de planetaire totaliteit, met alles wat daarin leeft, de waarde krijgt die haar toebehoort.

Jaap wou een andere verhouding met planten en dieren waarmee hij zich almaar dieper verbonden voelde. Daarom omarmde hij de oude beuk in zijn tuin als een goede vriend. Daarom wilde hij na een boekvoorstelling of een lezing geen boeket snijbloemen. Nee, dankjewel, want wat zijn snijbloemen anders dan gedood leven dat nog even, voor het vergaat, in een vaas mag pronken? En dan volgde de beruchte oneliner: “Ook de bloemenwinkel is een slachterij”.

Er valt volgens Jaap tegenwoordig niet meer gezond te winkelen omdat “het antropocentrisme alles heeft verpest en ervoor heeft gezorgd dat weinigen dat merken”. En dan, ietwat bezorgd, de vraag: ‘Ben ik daarom sentimenteel geworden?’ Het antwoord formuleert hij zelf: het is alleen maar een kwestie van redelijkheid.

“Redelijk zijn, dat is mijn beroep. Een filosoof is met de rede bezig. Maar op zich is de rede niks. Het moet met het hart verbonden zijn. Het hart, wat een romantisch woord. Het hart is niets anders dan de behoefte zichzelf in stand te houden. Uiteindelijk is de rede maar een ontwikkeld instrument om de behoeften van je hart te dienen.”

Wie bij Jaap en zijn vrouw Els thuis was uitgenodigd, kreeg om te beginnen, in de prachtige bibliotheek van zijn huis, een soort artistiek aperitief aangeboden. Dan luisterden we samen naar een lied op een cd of naar een tekst die Jaap vooraf had uitgekozen. Als poëtische en muzikale ziel was ik daarop gebrand. Jaap heeft me ooit een lied laten horen over De rozelaar van Paul Dessau, op tekst van Bertolt Brecht. Gezongen door de Internationale Nieuwe Scène. Een rozelaarsgedicht dat tegelijk een liefdesliedje is en een lied over de dialectiek. Het is heel kort. De tekst gaat zo:

Sieben Rosen hat der Strauch
Sechs gehören dem Wind
Aber eine bleibt, dass auch
Ich noch eine find.

Sieben Male ruf ich dich
Sechsmal bleibe fort
Doch beim siebten Mal, versprich
Komme auf ein Wort.

In het Nederlands:

Zeven rozen heeft de struik
Zes zijn er voor de wind
Maar ééntje blijft, dat ook
Ik er nog een vind.

Zeven keren roep ik je
Blijf zes keren voort
Maar dan, beloof het me,
Kom dan op één woord.

De rozelaar is hier niet alleen een rozelaar, maar ook een metafoor. De metafoor voor de belofte: ‘versprich’, ‘beloof’, schrijft de dichter. En rond die belofte schommelt het evenwicht tussen het ich en het dich, acht korte versregeltjes lang. Tot in het rijm: wind – find, fort – wort, dich – versprich.

De rozelaar en de dialectiek als aperitief bij Jaap. De rozelaar en het spel van tegenstellingen: bleibe fort – komme. Van veelvuldige ontkenning: sechsmal.

De dialectiek, de eenheid der tegendelen en van de elkaar wederzijds uitsluitende, tegengestelde tendensen in alle natuurverschijnselen en in alle natuurlijke processen. Positieve en negatieve getallen in de wiskunde, actie en reactie in de mechanica, verbinding en dissociatie in de scheikunde, klassen en klassenstrijd in de sociale wetenschap.

We zijn beland bij ons derde en laatste thema: het antikapitalisme van Jaap. Een van de eerste zinnen van Arbeid en Lust luidde al: “Aan Marx heb ik veel te danken. Door hem ben ik tot in het merg antikapitalistisch geworden.” Dat is Jaap Kruithof tot het einde van zijn leven gebleven.

Onze tijd, de tijd van het neoliberalisme, gelooft dat ze de grote verhalen achter zich heeft gelaten, dat er geen geloofwaardige omvattende ideologieën of wereldbeelden meer bestaan. Ze zegt: Kijk maar naar de versmelting van sociaalliberalisme en sociaaldemocratie, of naar de ontkerkelijking. Ze wijst naar de val van het Oostblok om er het failliet van het socialisme van te maken… en het te vervangen door cynisme.

Jaap Kruithof ging niet liggen voor die neoliberale dictatuur. Hij maakte een nieuw magnum opus om uit de doeken te doen hoe die deconstructie alleen maar dient om dat andere grote verhaal buiten beschouwing te houden: het kapitalistische wereldsysteem. In 2000 verscheen zijn boek Het Neoliberalisme. 528 bladzijden van afgrijzen voor de kolonisering van het leven, voor het denken onder het neoliberale regime.

“Nooit, nooit was er in de wereldgeschiedenis zo’n schrijnende ellende, zoveel ontoelaatbare onrechtvaardigheid, zo’n gebrek aan zorg, zoveel geweld en onderdrukking. De wereld is een stinkende puinhoop geworden. (…) De hele rotzooi woekert maar voort. Alles wat mooi is en waarde heeft, wordt kapot gemaakt. Het neoliberalisme vernietigt onze toekomst. Het vernietigt de schoonheid. Het vernietigt het milieu. Het vernietigt de mens. Het vernietigt alles. De hele pers is in handen van het neoliberalisme. Alles en iedereen wordt McDonald’s en Coca Cola.”

Toch was dat voor Jaap Kruithof geen reden om de handen in de schoot te leggen. Integendeel. Hij werkte voort met voor zich het perspectief van de lange adem van de geschiedenis. Heeft de geschiedenis niet een punt bereikt waarop we stilaan over de kennis, de technologie en het organisatievermogen beschikken om ons doelen te stellen die vroeger onbereikbaar waren?

‘De toekomst is minder donker dan veel mensen met hersenen, maar sociaal passieven zichzelf wijsmaken’, placht Jaap te zeggen. Zijn logica was: het kapitalisme is in zijn diepste wezen zo onmenselijk dat het uiteindelijk door de mens zelf zal opgeruimd worden.

In 1990, na de val van de muur schreef hij:

“Voor de wanhopigen, de ontmoedigden, de gedemoraliseerden die het niet meer zien zitten, blijft er een boodschap: na de modellen die nu bezwijken, zullen er nieuwe komen. Als socialisten hier verslagen worden, duiken ze noodzakelijkerwijze elders op. Omdat het kapitalisme niet in staat is wat dan ook fundamenteel op te lossen.”

De wereld van morgen! Hoe het land de toekomst aanzeggen? Hoe onze verbeelding en intelligentie gebruiken om de wereld van morgen al te bespeuren boven en in de mist van de huidige crisis? Hoe de samenleving en de natuur bevrijden uit de wurggreep van een financieel-industriële oligarchie? We hebben verbeeldingskracht nodig. En debat. Veel debat.

Om de samenleving van morgen te dromen moeten we wel buiten de lijntjes van het alledaagse pragmatisme durven kleuren. Samenleven kan je niet alleen. Alleen over de samenleving van morgen denken, ook niet. Het debat is open!

Tot slot

Drie jaar geleden is Jaap overleden. Naast diepe rouw maakte zich toen ook opluchting voelbaar. De ‘prediker in de verkeerde woestijn’ was weg. Jarenlang had het establishment de criticus met de verkeerde tijdsgeest mediatiek verbannen. Die im Dunkeln sieht man nicht. Ik meen hem bij het heengaan even te hebben zien omkijken. Een laatste blik op het hier dat hij zo gegeseld had, dat hem jaren had doodgezwegen als ‘dwarsligger’ en ‘buitenbeentje’ en dat hij niet langer ongemakkelijke dingen in het gezicht kon smijten.

Jaap Kruithof sprong regelmatig binnen op de uitgeverij. Twee hoog, elke keer moeizaam en amechtig de trappen op, om te overleggen over werk en wereld. We keken altijd uit naar die breekmomenten. Hij vertelde dan ook over zijn kinderen en kleinkinderen. En over zijn vrouw Els. Over hoe goed het was haar ’s nachts vertrouwd naast zich te voelen, terwijl hij zijn overpeinzingen ontrafelde alsof het in de war geraakte netten waren.

Er hangt boven de kopieermachine van de uitgeverij al sinds jaar en dag een foto met daarop enkele dames in een grote kantoorruimte, ze zitten elk aan een ouderwetse typemachine en blazen daarbij driftig dikke kauwgombellen. Er is een onderschrift bij die foto, een citaat van Maxim Gorki. Dat gaat zo: “Wenn die Arbeit ein Vergnügen ist, wird das Leben zur Freude.”

(Met dank aan Anna Luyten en Peter Mertens voor sommige passages.)

Hugo Franssen

Hugo Franssen is redacteur van EPO

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!