De spoorwegen hebben nooit respect voor de wijk getoond. De uitgang van de tunnel voor de hogesnelheidslijn werd prompt voor het plaatselijke station geplaatst!
Nieuws, Lokaal, Antwerpen -

Park Spoor Noord kan melaatsenwijk voorlopig niet redden

ANTWERPEN - Met het paradepaardje Park Spoor Noord wil het gemeentebestuur de verwaarloosde wijk Antwerpen-Dam en de Seefhoek nieuw leven inblazen. Het Park, dat in het weekend van 13 en 14 juni 2009 officieel werd geopend, heeft inderdaad een grote aantrekkingskracht als picknickgebied opgebouwd bij de Antwerpenaren, maar bereikt zijn einddoel niet.

dinsdag 13 maart 2012 15:16

Dat zeggen tenminste enkele Antwerpse immobiliënmakelaars en bewoners van de betrokken wijken, die tijdens een informele persontmoeting een en ander aan de kaak stelden. Er is ook grote bezorgdheid over de toekomst van het park zelf onstaan, vooral nu is uitgelekt dat de provincie Antwerpen er een museum zou willen bouwen. Dit zal sowieso een grote aantrekkingskracht uitoefenen op toeristen en cultuurliefhebbers, maar trekt daarom nog geen jonge gezinnen aan die in woningen willen investeren.

Bovendien kan het toch niet de bedoeling zijn om het park, nu het er is, uiteindelijk te gaan volbouwen, werd gezegd. Feit is in ieder geval dat vooral Den Dam, ook wel de parochie van Sint-Job genoemd, een verwaarloosd oord is gebleven, waar – enkele hardnekkige uitzonderingen niet te na gesproken – niemand wil wonen. En zo ontsnapt deze wijk niet aan haar droevig historisch ontstaan.

Een wreed trieste zaak

Voor de parochie van Sint-Job zelf is het misschien beter geen oude koeien uit de gracht te halen, want er valt niet veel goeds te vertellen over de geschiedenis deze wijk van melaatsen, bedelaars, cowboys, schippers, slachters, paardendieven, bedevaarders en moordenaars. De verloren hoek Dam is nooit florissant geweest. Het was een oord van bittere ellende waar enkel het gepeupel zich kon handhaven.

Lelijke wijven, pokken en melaatsen

De in 1552 opgerichte Lazarus- of melaatsenhuisjes en de in 1614 toegevoegde kapel, gewijd aan Sint-Job, trokken bedevaarders aan, maar voor je plezier kwam je toentertijd niet naar hier. Dat zou enigszins veranderen tijdens de negentiende eeuw wanneer de Sint-Job-begangkenis ontaardde in een ‘kermesse heroïque’ die op 10 mei begon, zoals trouwens alle lugubere feesten. In een getuigenis uit die tijd herinnert een zekere Castel zich dat het pokdalig vrouwenvolk van de Luizen- en de Vismarkt enkel hier nog een man konden krijgen. Wie met zijn lief niet naar Sint-Job was geweest had ‘geenen’ aantrek, was van ‘geenen’ tel. Of: “We zijn eens naar Sint-Job gegaan, met wijven ondereen, het was niet om te drinken, maar om Sint-Job te zien”. Of nog: “Nen ezel zonder kop, al vrijend naar Sint-Job”.

Schijnbroek

De naam Dam verwijst naar het Schijnbroek. Het gebied lag tussen twee Schijnarmen geplet en om die over te steken behielp men zich tot in de 13e eeuw met een veer. Daarna werd er gesproken van Dambrugge wanneer een brug werd aangelegd. Men kon de eigenlijke Dam slechts bereiken door een lange ijzeren brug te beklimmen aan de huidige Trapstraat. Later bij de aanleg van de spoorlijn Antwerpen-Essen zou men ook via het Schijnpoort de wijk kunnen betreden. De stad kocht in 1871 het gebied voor 10.000 frank van de gemeente Merksem, want de havenlobby wou een kanaal aanleggen dat Antwerpen via Luik zou verbinden met de Rijn en had de grond dus nodig.

Het hek van de dam

Het Kempisch Kanaal, later het Albertkanaal, bracht een beperkte welstand. De aanleg van het Lobroekdok, Het Noordschippersdok en het Merksemdok zou industriële ondernemingen, zoals bloemmolens, zand- en grintgrossiers naar de wijk brengen. Kleine Naties streken neer in de Maas-, Samber-, Dijle-, Rupel- en Twee Netenstraat. En toen de uitgediende gronden van de Brialmontvesten in 1872 werden geslecht kwam er plaats voor een hoogstnodige instelling: ‘den abattoir’, ontworpen door Pieter Dens, schepper van de Harmonie en het Koninklijk Atheneum. Hierdoor was het hek van de dam en verloor de Bloedberg ter hoogte van het Vleeshuis zijn glibberigheid.

Paardenstallen

En zo komt het dat vanaf toen het Lobroekdok het toneel werd van veetreks, af en toe opgeluisterd door waarachtige corrida’s wanneer een uitgeblust paard vanuit de ‘Paardenstallen’ het vertikte om braaf ter slachtbank te werden geleid. Rond het slachthuis ontstond in de weilanden (vandaar de Weilandstraat, een heus kwartier van handelshuizen, toeleveringsbedrijven en cafés waar in onvervalste paardenkoperssfeer de zaken per handslag werden afgesloten), kortom, een stuk Far West.

De nieuwe armen

Toch bracht het slachthuis geen welvaart voor iedereen. De lage levensstandaard bleef tot in de jaren vijftig het dagelijks bestaan bepalen. De wijk telde relatief weinig dokwerkers. De inwoners bleven arme lieden die slecht betaalde baantjes hadden als knecht op een aak of als dagjesloner bij een scheepshersteller; anderen vonden werk als bouwvakker bij grote infrastructuurwerken. Het chocoladefabriek Meurice op het Damplein, de bloemmolens en kleine ondernemingen, gevestigd aan de Bredastraat en de IJzerlaan, hadden werk voor vrouwen en kinderen. De kentering kwam er, zoals elders in onze contreien, toen het Marshallplan soelaas bracht voor het economisch ontwrichte Europa. Multinationals zoals General Motors, Ford Compagnie, Petrofina en andere grote bedrijven bouwden fabrieken in de haven, het laaggeschoold volkje van Den Dam kon nu overal aan de slag. De jaren zestig brachten eindelijk welzijn in de wijk, al bleef het volkse karakter behouden. En wie zich financieel kon verbeteren zocht vrij snel een stekje in sympathiekere oorden. En zo verlieten de nieuwe armen dit verderfelijk oord.

Een katholieke enclave

Het socialisme kreeg in deze arbeiderswijk dan ook nooit voet aan wal. De Dam was een katholiek nest en werd door de notabelen van het stadshuis stiefmoederlijk behandeld. Al moet gezegd dat hier nog voor de oorlog sociale woningbouw werd neergepoot in de gedaante van een grijze mastodont, Den Blok genoemd, waar men via het politiek dienstbetoon een goedkoop, maar bescheiden, appartementje kon bekomen. In de jaren zeventig telde de wijk nog vijf pastoors en een hele resem katholieke jeugdbewegingen. De Katholieke Werklieden Bond en de Vrouwengilde bepaalden hier het sociaal leven..Die zorgden er – ere wie ere toekomt – voor dat op Den Dam het begrip ‘buurtwerk’ onstond, waarmee men de ontspoorde jeugd uit de arme schippersfamilies probeerde op te vangen om ze uiteindelijk in de kerk te krijgen.

Poppentheater

Hier heeft een zekere pater Bellens baanbrekend werk geleverd. De naoorlogse periode werd gekenmerkt door een intensief cultureel leven. Men hoefde niet naar de grote stad, den Dam had een eigen poppentheater en een heuse schouwburg, het was in feite een echt dorp, een enclave op 15 minuutjes stappen van de Grote Markt. Eens het Schijnpoort of de Sint-Jobstraat voorbij kwam de Dambewoner in een voor hem vreemde wereld terecht.

Noordschippersdok

De wijk zelf bestond uit verschillende – eilandjes. Die van de Ceulemansstraat, Marbaixstraat en Everaertstraat gedroegen zich anders dan de lieden van het Noordschippersdok of die van het Damplein en de Bredastraat. Die engheid had een zekere charme, maar het is precies dit historisch gegroeid isolement dat uiteindelijk aan de basis ligt van wat nu een verloederde grauwe buurt is geworden, waar de eens zo bloeiende ‘kleine’ middenstand volledig is verdwenen.

Pol Akkermans

Te lang hebben de Antwerpse politici gewacht in deze omgeving te investeren. Behalve wat stemmen voor toenmalig Senator Pol Akkermans, was de wijk electoraal onbelangrijk. De sociale woningen in de Twee Netenstraat, de Samberstraat en het Noordschippersdok, in de jaren tachtig gebouwd, trokken een nieuw publiek aan, maar het heeft de wijk geen deugd gedaan. Deskundig consulent voor Den Dam, Gust Vekemans, is er het hart van in: “Het komt hier nooit meer goed.”

Het spoor als metafoor

Tussen de Hardevoort, de Viaduct-Dam, het Schijnpoort en het Eilandje hadden de Belgische Spoorwegen gronden in gebruik, die voornamelijk gebruikt werden voor herstellingsplaatsen om het materieel van de NMBS te onderhouden, waar een 800-tal arbeiders werkten. Maar het is weer typisch voor deze moeilijke wijk dat de plaatselijke middenstand niet veel klanten uit die hoek over de winkelvloer zagen komen. Spoorwegarbeiders hadden een vaste job en wilden niet veel met Den Dam te maken hebben. Dat hebben de spoorwegen nu nog eens extra in de verf gezet door de ingang van de tunnel voor de hoge snelheidstrein voor de hoofdingang van het Dam-stationnetje te plaatsen. Het slachthuis is ook al weg en er is nog één restaurant aan de voormalige abattoir, maar dat is een visrestaurant. Het kerkje staat er verloederd bij. De wijk oogt verlaten, vooral de omgeving van het Damplein biedt een macaber panorama, alsof men vergeten is de schade van een bominslag weg te werken. Burgemeester Janssens had het op de opening van de start van de werken die moeten leiden naar een buurtpark over ‘schoonheidsfoutjes’, maar later gaf de man informeel toch toe dat hij er ook niet goed van was. “Er is niet eens een nachtwinkel op Den Dam!”

Pakistanen

Het stemt toch tot nadenken dat zelfs de Pakistanen en de Bengalen de wijk mijden als de pest. Gust Vekemans (71): “In feite ben ik de enige van mijn generatie die hier nog woont. Ik zie het met lede ogen aan, maar ik blijf hier wonen om mensen te kunnen rondleiden en ik ben ook wel benieuwd hoe het afloopt. Stadsontwikkeling is een zaak die wordt aangepakt op lange termijn. Maar ik voorspel u: – er zal nog heel veel vuil water door ’t Schijn moeten stromen om hier terug wat leven in te krijgen. Investeerders trekken naar ’t Eilandje, maar investeren in Den Dam, in een voormalige melaatsenwijk? Met zo’n verleden is het moeilijk een loft te verkopen hé.

Arm maar proper

Terwijl de Seefhoek nog steeds kampt met een ernstig sluikstortprobleem en drugshandel is Den Dam weliswaar iets properder, maar blijft het een wijk waar de armen onder ons zich uit noodzaak blijven vestigen. De mensen die er wonen willen er net zoals de generatie van de jaren vijftig zo snel mogelijk weg; er staat niet eens een fatsoenlijke boom in de Lange Lobroekstraat. “Onze wijk wordt, zoals het altijd al geweest is, door het lokale bestuur verwaarloosd.” De groep gaat nu via allerlei initiatieven en met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen dit jaar, lokale politici aanschrijven om zich voor de wijk in te zetten. Want het is zo erg met Den Dam gesteld dat deze wijk – waar toch ruim 6.000 mensen wonen – niet eens over een lokale politicus beschikt. Gust Vekemans: “Zijn wij dan voor ‘t Schoon Verdiep nog steeds melaatsen gebleven?”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!