ABVV, Klimaat, IPCC, Lobbygroepen, Durban 2011, Pledge and review -

Klimaatopwarming: volstaat een vrijwillige aanpak?

woensdag 7 december 2011 11:17

De ontwikkeling van het internationale klimaatbeleid steunt op enkele pijlers. Twee pijlers blijven mijn gedachten inpalmen vandaag.

De eerste is het wetenschappelijk onderzoek. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) levert wetenschappelijke informatie over de oorzaken van klimaatverandering, de effecten ervan en de beleidsopties. Alles samen zijn er enkele duizenden wetenschappers actief bij het IPCC. Zij produceren de wetenschappelijk consensus waarop het internationale klimaatbeleid kan bouwen.

De tweede pijler is opgebouwd door juridisch bindende afspraken. De belangrijkste staan in het Kyotoprotocol. Ze gelden voor alle geïndustrialiseerde landen (OESO-landen + ex-Oostbloklanden) voor zover die het Kyotoprotocol hebben ondertekend en bekrachtigd.  Het Kyotoprotocol  is een uitwerking van het Klimaatverdrag. Kyoto dateert reeds uit 1997, trad in werking in 2004 en loopt op zijn einde in 2012.

De kernbepaling van het protocol is dat (de geïndustrialiseerde landen die mee doen) in 2008-2012 hun emissies van broeikasgassen moeten verminderen met gemiddeld 5,2% ten opzichte van het niveau in 1990.
De landen voor wie het Kyotoprotocol echt verplichtingen inhoudt, staan samen in voor ongeveer 1/3 van de totale CO2-emissies van de wereld. Het gaat onder meer om alle EU-landen, Japan, Canada, Australië en Rusland. De Verenigde Staten doen niet mee.

Onderuit halen van een bindend klimaatbeleid.

In de aanloop naar Durban, en hier ter plaatse wordt pijnlijk duidelijk dat er pogingen zijn om het klimaatbeleid onderuit te halen door de twee pijlers (wetenschappelijke basis en bindende afspraken) te ondergraven.

Klimaatwetenschap is zo veelomvattend en ingewikkeld dat het absoluut noodzakelijk is voor beleidsmakers om te kunnen bouwen op een duidelijke wetenschappelijke consensus. Ook de tegenstanders van een goed klimaatbeleid beseffen dat. Vandaar de pogingen  – zoals climategate en climategate 2.0 –  om de geloofwaardigheid van IPCC-wetenschappers in diskrediet te brengen.

Er werd ingebroken in computernetwerken van universiteiten om zoveel mogelijk e-mails te pakken te krijgen van IPCC-wetenschappers. Uit die mails worden uit hun context gerukte citaten gehaald en ‘gelekt’. Dit om de indruk te wekken dat het IPCC eigenlijk een soort samenzwering is om de wereld leugens wijs te maken. De timing van climategate 2.0 is opvallend. Duizenden mails werden ‘gelekt’ op 22 november 2011, een week voor de aanvang van COP 17 in Durban.

Verschuiving naar een vrijwillige aanpak van de klimaatverandering.

Wat me brengt tot de tweede pijler. Een reeks landen wil niet weten van een verlenging van het Kyotoprotocol na 2012. Ze promoten een “pledge en review”-systeem. In dat systeem maakt elk land op vrijwillige basis de belofte om zijn CO2-emissies te  beperken of te verminderen (pledges). Na verloop van tijd wordt nagegaan in welke mate de landen hun “beloften” nagekomen zijn (review).

Ook partijen bij het Kyotoprotocol, nl. Canada, Japan en Rusland willen de bindende afspraken van het protocol inruilen voor die “vrijwillige” aanpak. In de wandelgangen van het congrescentrum in Durban maken veel waarnemers zich grote zorgen over die ontwikkeling. Sommigen bestempelen dit als het einde van een geloofwaardig internationaal klimaatbeleid.

Vrijwillig engagement een kolfje naar de hand van de lobbyisten.

Dat pleidooi tegen bindende afspraken en voor een vrijwillige aanpak is heel herkenbaar. Het is een absolute rode draad door het lobbywerk dat een aantal bedrijven verricht. Ik zie het keer op keer opduiken in Europese, Belgische en Vlaamse discussies over beleid.

Als we in België of Vlaanderen (of in andere EU landen) nieuwe regelgeving willen invoeren, zegt een aantal bedrijven dat dit marktverstorend zal werken, hen zal beroven van de flexibiliteit nodig om efficiënt te werken en de regelgeving moet gemaakt worden op Europees niveau.

Als Europa het initiatief neemt worden dezelfde argumenten aangevoerd om te zeggen dat het beleid moet worden uitgewerkt op internationaal niveau. En die lobbystrategie wordt niet alleen gebruikt tegen nieuwe regelgeving, maar ook tegen bestaande regelgeving.

Het is de agenda van sommigen als ze het hebben over administratieve lastenverlaging en wetsmatiging. Het gaat hen dan niet om betere regelgeving, maar om deregulering, om het afschaffen van bestaande regels. Het is de agenda achter de slogan ‘no gold plating’.

Als Europa na een lang en vermoeiend besluitvormingsproces regels heeft vastgesteld die ook gehaald moeten worden in de armere EU-landen zoals Estland of Roemenië wordt gezegd dat we in België zeker niet verder mogen gaan dan dat. Ook al is de milieukwaliteit in ons dicht bevolkt, sterk geïndustrialiseerd land zodanig dat we eigenlijk verder zouden moeten gaan.

De vrijwillige aanpak levert weinig resultaten op.

In de praktijk stellen we vaak vast dat de “vrijwillige aanpak” geen of te weinig resultaat oplevert of leidt tot grote problemen en gemiste kansen.

Denk maar aan het schrappen van veel regels voor de financiële sector die ertoe geleid heeft dat een aantal banken steeds grotere risico’s nam. Met als gevolg een desastreuse financiële crisis waarvan de rekening wordt afgewenteld op de gewone burger. Het wordt steeds duidelijker dat een “vrijwillige aanpak” maar heel traag of niet zal leiden naar de groene economie en de ‘just transition’ waar wij als vakbonden voor pleiten. Daarom willen wij een sterk industrieel beleid van de overheid.

Dit soort van vrijwilligheid integreren in het klimaatbeleid zal niets opleveren. Een nagelnieuw rapport van UNEP (het milieuprogramma van de Verenigde Naties) toont aan dat er een grote kloof gaapt tussen de verminderingen van CO2-emissies die (ook niet door Kyoto gebonden) landen tot nu toe beloofd hebben en de emissiereducties die nodig zijn om het klimaat te stabiliseren. Het dreigt dus nog erg warm te worden hier in Durban.

Green Washing.

Het lobbywerk achter de schermen kan er soms heel anders uit zien dan het publieke imago dat sommige bedrijven nastreven. Als we tegen valavond van het conferentiecentrum terugwandelen naar ons hotel komen we een drankenventer tegen met een merkwaardig karretje. Een rijdende koelkast die zijn energie krijgt van de zonnecellen die op een dakje gemonteerd zijn.

Ik vraag de venter hoe lang hij al met dat karretje rond rijdt. “Een week” antwoordt hij.  Enkele dagen dus voor de aanvang van de klimaatconferentie. Opnieuw een perfecte timing.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!