Armoede als erfgoed?
Essay, Nieuws, Samenleving, België, Armoede, Millenniumdoelstellingen, Riccardo Petrella, Erfgoed, Universiteit voor het algemeen belang - Noortje Wiesbauer, Riccardo Petrella

Armoede als erfgoed?

Straks, op 1 mei, is er Erfgoeddag, met als thema 'Armoe Troef'. Aanleiding voor Noortje Wiesbauer en Riccardo Petrella om zich aan het schrijven te zetten over het 'achtste wereldwonder'. Zo betitelde onlangs een satirisch nieuwsmedium de kloof tussen arm en rijk.

vrijdag 29 april 2011 15:40
Spread the love

Op 24 januari 2011 berichtte het Amerikaans satirisch nieuwsmedium ‘The Onion’ het volgende:

Parijs – Op een persconferentie heeft het WereldErfgoed Comité  ‘De Kloof tussen rijk en arm’ officieel uitgeroepen tot achtste wereldwonder omdat het hier om de allergrootste en duurzaamste menselijke creatie zou gaan, een verbazingwekkende prestatie die de andere wonderdaden van de mensheid doet verbleken. Niettegenstaande ontelbare individuen de kloof hebben proberen te overbruggen, zijn slechts weinigen daar totnogtoe in geslaagd. In zijn persmededeling vestigt het Comité ook de aandacht op de indrukwekkende ommekeer die recent heeft plaatsgevonden ten opzichte van 50 jaar geleden wanneer heel wat volksbewegingen opriepen tot het dichten van de kloof. Dank zij een kleine groep toegewijde politici en industriële leiders, werden vanaf de jaren 1980 forse inspanningen geleverd om die eeuwenoude structuur niet alleen in stand te houden maar zelfs uit te breiden. 

Ongelijkheid = onrechtvaardigheid

De cijfers uit de jaarlijkse rapporten zijn bekend voor wie wil weten: elk uur sterven 500 mensen van honger, de helft van de wereldbevolking leeft op minder dan 2,5 dollar per dag, 80 procent van minder dan 10 dollar per dag. Daar tegenover staan de cijfers van extreme rijkdom. Volgens het World Wealth Report van Meryll Lynch (zakenbank en vermogensbeheerder) zijn er 10 miljoen mensen op aarde met meer dan een miljoen dollar aan beschikbare (investeerbare) rijkdom. Samen bezitten zij 39 triljoen (miljoen tot de 3e macht) dollar. En in 2011 zal hun bezit gestegen zijn tot 50 triljoen dollars. Er zijn 974 miljardairs die samen 3,5 triljoen dollars bezitten…

In hun boek ‘The Spirit Level’ (= waterpas) ontwikkelen de auteurs Richard Wilkinson en Kate Pickett een uitdagend pleidooi om sociale gelijkheid als doelstelling terug stevig en dringend bovenaan op de persoonlijke en op de lokale en mondiale politieke agenda te plaatsen. Zij argumenteren dat sociale ongelijkheid veel van de hedendaagse maatschappelijke problemen bepaalt en dat oplossingen en vooruitgang bijgevolg niet bereikt zullen worden door nog rijker te worden (always the happy few?). Het tegendeel is waar.

Deze visie sluit voor een deel aan bij de opvatting dat armoedebestrijding moet aangepakt worden door rijkdombestrijding of degrowth. Concreet kan dit gerealiseerd worden door het samenspel van herverdeling van kapitaal, duurzame ontwikkeling en het bevechten van sociale onrechtvaardigheid.

In kleurrijke termen kan het gaan om de verGroening van het Noorden, en/of ‘The Blue Economy’ en/of een ontwikkeling naar Bhutaans voorbeeld: in overeenstemming met het Bruto Nationaal Geluk.

Maar, zo kunnen we ons met velen afvragen, bestaat er in de wereld van politieke en economische leiders, zowel als bij de grote spelers van het middenveld en de burgermaatschappij voldoende inzicht en voldoende wil om het roer drastisch om te gooien? ‘Shifting paradigm’s?’

In zijn jongste boek ‘Een nieuw verhaal van de wereld’ getuigt Riccardo Petrella van zijn geloof dat een andere en betere wereld mogelijk is en moét. De vraag die zich daarbij stelt is: “Aan welke kant staan wij? Staan wij aan de kant van degenen die geloven in de ‘onvermijdelijke natuurwetten’ van de armoede en de verpaupering van de ‘verliezers’ en van de ‘eeuwigdurende strijd om te overleven’, tussen volkeren en tussen individuele mensen onderling? Of staan wij aan de kant van degenen die geloven dat armoede een onwettige sociale constructie is en dat het mogelijk is om, op basis van een wereldwijd geldende wetgeving, gehandhaafd door instellingen die de geweldloosheid en het algemeen belang vooropstellen, de planeet te bevrijden van de huidige logica van de agressieve verovering van economisch voordeel?

De onwettigverklaring van de armoede

De voornaamste uitdaging waarvoor de mensheid zich nu geplaatst ziet, betreft het leven: het recht op leven van alle aardbewoners en het overleven van al wat leeft op de planeet Aarde. Vertrekkend van het recht op leven van de acht miljard mensen die in 2020-2025 de aarde zullen bewonen, betekent dat we de armoede onwettig moeten verklaren.

Zoals de negentiende eeuw de geschiedenis is ingegaan als onder meer de eeuw waarin de slavernij onwettig werd verklaard, zo zou de eenentwintigste eeuw de geschiedenis van de mensheid moeten ingaan als de eeuw waarin de armoede onwettig werd veklaard: “Het ontzeggen van het recht op een waardig en decent leven op menselijk en sociaal vlak is illegaal.” Zoals de slavernij een uitdrukking was van de afwijzing van de ander, door een scheiding/tegenstelling in te voeren tussen burgers en slaven, zo zouden wij vandaag de negatie van de ander moeten verwerpen die gebaseerd is op de scheiding/tegenstelling tussen rijken en armen, tussen diegenen die tot het leven toegelaten worden en diegenen die uitgesloten worden van het leven.

We hoeven niet te wachten op een wereldwijde intergouvernementele conferentie om de armoede onwettig te verklaren. Het initiatief kan komen van lokale besturen op diverse plaatsen ter wereld. De lokale gemeenschappen kunnen gemobiliseerd worden en kunnen een standpunt innemen, als leiders van een wereldwijde volksbeweging voor het uitbannen van de factoren, wetgevingen en instellingen die het voortbestaan van de armoede sturen, verzekeren en bevorderen.

Het onwettig verklaren van de armoede betekent concreet vooral: véél dingen in onze samenlevingen veranderen. Het betekent niet alleen goede, van medeleven getuigende daden stellen. Tot nog toe hebben die veranderingen niet plaatsgevonden en het zal niet gemakkelijk zijn om ervoor te zorgen dat dit tussen vandaag en enkele jaren wel gerealiseerd zal zijn.

De armoede onwettig verklaren betekent alles buiten de wet stellen wat een inbreuk is op de mensenrechten en sociale rechten, alles wat uitsluiting van toegang tot levensnoodzakelijke goederen en diensten met zich meebrengt. Dit is niet ten strijde trekken tegen de rijken, maar wel tegen de denkbeelden van die rijken die het bestaan van armoede legitimeren als een ‘natuurlijk feit’ en die beweren dat armoede onvermijdelijk is. Het is de armoede bestrijden tot in de wortels, door de factoren uit te roeien die armoede genereren en in stand houden. Een belastingssysteem dat streeft naar sociale rechtvaardigheid, viseert niet de rijken, maar het sociale onrecht.

Wat nu?

De wegen die naar deze ‘bevrijding’ kunnen leiden, zijn lang en steil en er bestaan geen sluipwegen. Noch is er sprake van één ware weg – in tegenstelling tot de op dit ogenblik heersende opvatting dat er geen enkel alternatief zou bestaan.

Het falen van de politici in de strijd tegen de armoede, zoals die de laatste 30 jaar gevoerd is in het teken van productionele efficiëntie, financieel rendement en commerciële competitiviteit, is veelzeggend: vandaag leven 2,8 miljard mensen in absolute armoede (van een inkomen van minder dan 2$ per dag). Afgezien van de kwantitatieve monetaire aspecten ervan, heeft armoede bovenal een onaanvaardbaar kwalitatief kenmerk: armoede is de negatie van de mensenrechten, en doet de menselijke waardigheid geweld aan.

Laten wij dus niet langer de gevangenen blijven van dit falen, van de logica volgens dewelke de staatshoofden van de wereld – in het bijzonder onder druk van de Westerse landen – de mogelijkheden uitsluiten van ontwikkeling ten dienste van de mensenrechten en sociale rechten van alle bewoners van de planeet.

De wereldleiders zullen bevestigen dat het niet langer mogelijk is om de absolute armoede uit te roeien en dat ze hoogstens kunnen proberen om tegen 2015 het aantal “extreem arme” personen (met een inkomen van minder dan 1 dollar per dag) met de helft te verminderen.  Daarna zullen ze wel weer verder zien. Wat betekent dat we als onvermijdelijk aanvaarden dat er binnen tien jaar 3 miljard arme mensen zullen zijn.

Wij moeten deze logica van het falen niet alleen weerleggen, maar de valse theorie van de natuurlijkheid en de onvermijdelijkheid van de armoede – in de betekenis van ellende – met kracht verwerpen.
Armoede is geen ‘natuurlijk’ fenomeen. Laten wij een einde stellen aan de huidige mystificaties omtrent armoede.

Mystificaties onthuld

Het is niet waar dat armoede een gevolg is van een gebrek aan middelen. De arme landen waren in de regel altijd  – en nu nog – bijzonder rijk aan de natuurlijke grondstoffen waarvan de rijkdom van de rijke landen afhankelijk is – omdat ze zelf meestal arm zijn aan deze grondstoffen.  Het probleem ligt in het verschil in toegang tot en controle over de toewijzing van beschikbare middelen. Deze berusten immers al eeuwen in de handen van de machtige groepen in de Westerse landen.

Armoede is geen lotsbestemming, en ellende is dat nog minder. Daarom moeten wij allemaal een gewaarborgd recht hebben op leven, los van inkomensniveau.

Het is evenmin waar dat armen ‘van nature’ minder capabel zijn, dat het parasieten zijn, die meer neigen naar een bestaan in de illegaliteit en meer aanleg hebben voor criminaliteit. De jongste jaren wint in onze landen de overtuiging veld dat zich onder de armen, zoals onder de immigranten en de werklozen, “natuurlijk” meer potentiële criminelen bevinden dan onder andere bevolkingsgroepen of sociale categorieën. Vooral rijke maatschappijen zijn meer geneigd om een toenemend aantal sociale categorieën en individuen als ‘illegaal’ en ‘clandestien’ te beschouwen.

Geen enkel levend wezen is clandestien op deze planeet.
Het zijn niet de armen – degenen die uitgesloten zijn – die illegaal zijn en dus “problemen maken”. Het is het bestaan van armoede dat illegaal moet verklaard worden.

Zoals slavernij is ook armoede het resultaat van het gedrag en de daden van menselijke wezens. Armoede is een maatschappelijk product, geen natuurfenomeen. Armoede is de negatie van de rechten van de mens, die de basis vormen van een gezonde democratie. Armoede vormt een bedreiging voor het vreedzame samenleven van de volkeren.

Het is niet omdat de leidende klassen zich ‘structureel’ incapabel hebben getoond om de armoede wereldwijd uit te roeien, dat de armoede ipso facto onvermijdelijk en dus aanvaardbaar, toelaatbaar, en dus ook ‘legaal’ zou zijn.

De redenen van het falen van de strijd tegen de armoede, zoals die gevoerd wordt sinds 1974, zijn velerlei. De internationale gemeenschap (UNO) stelde zich met de Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO) nochtans tot doel doel de armoede uit te roeien tegen het jaar 2000.

Wij vermelden hier onder meer:

1) De transformatie van de economieën van de Westerse landen tot een markteconomisch stelsel dat berust op oorlog en geweld. Het model van het nationale en mondiale financiële kapitalisme, dat vandaag overheerst, berust op een logica van onbeperkt en intensief nastreven van het vermogen om de grondstoffen van deze wereld te controleren, inclusief de zogenaamd immateriële middelen (denk maar aan het “intellectueel eigendomsrecht” dat de meest geavanceerde vorm aanneemt van het aanwenden voor privé-doeleinden van de gemeenschappelijke middelen van de wereld, in casu kennis, en van de commercialisering daarvan);

2) De onwil om individuele en collectieve gedragingen op het gebied van levensstijl en culturele modellen te veranderen, systematisch gebruik van geweld ten opzichte van het milieu en van openbare gemeenschappelijke goederen als water, lucht, bossen,… die worden gereduceerd tot koopwaar die mag uitgebuit worden, met grote natuurrampen en ecologische en technologische rampen tot gevolg.

3) Het feit dat de politiek verantwoordelijkheid afstaat ten voordele van particuliere instellingen, met name financiële en commerciële. Denken we maar aan de politieke onafhankelijkheid die aan de Centrale Europese Bank is verleend en aan de vergaande autonomie die in de hele wereld aan de andere staatsbanken is toegestaan, aan de beslissingsmacht waarover de operatoren van de internationale financiële markten beschikken en de mechanismen die in voege zijn gebracht door de Wereldhandelsorganisatie. Dit vertaalt zich in de onteigening van de politiek ten voordele van de multinationals die, met goedkeuring en steun van de politieke klasse die momenteel de leiding heeft, de voornaamste verantwoordelijken zijn voor de verzwakking van het sociale beleid en de implementatie van productie- en ontwikkelingsmodellen die gebaseerd zijn op concurrentie en op uitsluiting van de minder competitieven, de zwakken, de “niet-productieven”;

4) Het opgeven door de internationale gemeenschap (op het niveau van de Verenigde Naties) van de principes van gelijkheid en van de universaliteit van het recht op leven en gelijke kansen. Dit heeft zich weerspiegeld in de aanvaarding in september 2000 van de Milleniumobjectieven voor Ontwikkeling, die sterk zijn afgezwakt ten opzichte van de objectieven die waren vooropgesteld in 1974 en door het geven van een volmacht aan de vrije markteconomie en aan privé-investeringen voor de toegang tot deze rechten, die omgezet zijn in ‘noden’;

5) De poverheid van de middelen, niet alleen financiële, die worden ingezet in de strijd tegen de armoede. Dit blijkt uit het progressieve afzien van het toekennen van de financiële middelen die nodig en onmisbaar worden geacht en van het in werking stellen van de correctiemechanismen om de dynamiek van sociale en duurzame ontwikkeling van de arme landen te bevorderen – ondanks de plechtige verbintenissen die zijn aangegaan en in de loop van de jaren zijn herhaald.

6) Het in gang zetten door de regeringen van de Westerse landen van een economische politiek die een verwoestend effect heeft op de economieën van de arme landen. Dat is overduidelijk het geval met de Westerse landbouwpolitiek die steunt op enorme subsidies (ongeveer 340 miljard $ per jaar) aan de producenten om hun export te bevorderen op de wereldmarkt, ten nadele van de producenten uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Deze 340 miljard per jaar zijn maar een beetje minder dan de 400 miljard bijkomende investeringen die, volgens Unesco en de Wereldgezondheidorganisatie, nodig zouden zijn en zouden volstaan om over een periode van tien jaar alle bewoners van de planeet van drinkbaar water te voorzien (40 tot 50 liter per dag per persoon). Landbouwsubsidies van de rijke landen versus het recht op water voor allen: helaas is het in deze simpele termen dat de uitgelezen politici van de dominante overheden de wereld verplichten om het probleem van de armoede en de alternatieven te stellen.

7) De arrogante vasthoudendheid waarmee de dominante machten de liberalisering van de plaatselijke openbare diensten aan de wereld trachten op te dringen, inclusief watermaatschappijen, gezondheidszorg, milieu en energie en openbaar vervoer. Een liberalisering die wordt doorgevoerd om het privé-kapitaal toe te laten  zich de controle over de basismiddelen en -diensten toe te eigenen en te exploiteren om in de eerste plaats te voldoen aan de behoeften aan welvaart en rijkdom van de enkelen, liever dan zorg te dragen voor het recht op leven van alle menselijke wezens en voor de bescherming van al wat leeft op de planeet. Vandaar ons uitgesproken verzet tegen de GATS (Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten) en de TRIPs (Overeenkomst over Intellectueel Eigendomsrecht).

Een andere politiek

Ons voorstel bestaat in de stelling dat wij moeten optreden met oplossingen die ingrijpen in de wortels van de oorzaken van de armoede. het is fout om de nadruk te leggen op “meer vrije markt” en te denken dat het volstaat om “meer geld te geven” aan de arme landen.

Armoede wordt niet uitgeroeid door de aalmoezen van de rijke landen, die dikwijls als voorwaarde meedragen dat ze de belangen van de gevers moeten dienen.

De ervaring van de jongste dertig jaar heeft aangetoond dat het niet volstaat om 0,39 procent, of zelfs 0,7 procent van het BNP van de rijke landen te transfereren in de vorm van financiële hulp aan de arme landen om de honger in de wereld efficiënt te bestrijden. Zelfs als er 2% zou getransfereerd worden, zonder de huidige verhoudingen van diepe ongelijkheid tussen rijken en armen te wijzigen op het gebied van controle en gebruik van de beschikbare materiële en immateriële middelen, dan zou de armoede misschien gedeeltelijk gereduceerd worden, maar zeker niet uitgeroeid, zoals nochtans mogelijk is gebleken in vele Noord-Europese landen. 

Daarom stellen wij eerst en vooral voor om te verklaren dat armoede onwettelijk is: een nieuwe wet die moet goedgekeurd worden op het niveau van de gemeentelijke, provinciale en regionale overheden en die bestaat uit één enkel artikel: “Armoede is de ontkenning van de mensenrechten en van de waardigheid van de mens. Armoede is illegaal”.

De maakbaarheid van een wereld zonder armen is mogelijk in de mate waarin ieder van ons aanvaardt om zich deze doelstelling eigen te maken en een centrale rol toe te kennen aan de verkozen politieke instellingen, maar zich evenwel niet te verschuilen achter de “volmacht” die aan instellingen en aan de politici wordt verleend.
Om de armoede bij de wortels aan te pakken is het nodig om te strijden voor de volgende veranderingen:

1) De broederlijkheid, de gelijkheid van burgerschap en de solidariteit als basis van de verhoudingen tussen individuen, lokale gemeenschappen en volkeren, die vandaag berusten op uitsluiting, op gebrek aan respect, op wantrouwen. Van de principes van broederlijkheid, gelijkheid van burgerschap en solidariteit de grondslagen maken van de individuele en collectieve sociale en economische creativiteit, en van het respect voor culturele diversiteit.
Nieuwe vormen van actieve participatie en actief burgerschap bevorderen, door middel van confrontatie en overleg tussen lokale overheden, instellingen en burgers of verenigingen, evenals respect voor de beleidsplannen voor gemeenschappelijke middelen en openbare diensten en de regels voor het samenleven.

2) Het bestaan erkennen van openbare gemeenschappelijke middelen en diensten, te waarborgen en te bewaren door middel van openbare financiën die worden verkregen via lokale en wereldwijde fiscaliteit.

3) De juridische en politieke erkenning van de mensheid steunen waar het gaat om “mensenrechten” is een referentiepunt voor een nieuwe politieke architectuur voor de wereld, die niet langer berust op het principe van de absolute soevereiniteit maar op de relatieve en gemeenschappelijke soevereiniteit voor wat eigendom en beheer betreft van de openbare gemeenschappelijke middelen en diensten van de wereld.

Aan deze prejudiciële punten van politieke, juridische en institutionele aard moet een formele verbintenis toegevoegd worden vanwege de politieke instellingen, de economische organisaties en de civiele maatschappijen, evenals de verschillende religieuze organisaties, aangaande:

– het financieringssysteem, namelijk het heruitvinden van een wereldwijde financiële instantie die ten dienste staat van het recht, de rechtvaardigheid en de solidariteit. Er moet dringend een definitie komen en een implementatie volgen van een generatie directe en indirecte wereldwijde belastingen. Het is ook onontbeerlijk dat het financiële systeem wordt gereorganiseerd om het meer stabiliteit, zekerheid en doorzichtigheid te geven en elke vorm van speculatie en ontduiking van fiscale lasten te voorkomen;

– het objectief om aan de bevolkingen de wil en de mogelijkheid te geven om aan een andere toekomst voor de wereld te bouwen, vertrekkende vanuit de stad, dankzij een effectieve participatie van de stadsbewoners aan het bestuur van de “res publica”. Hoe minder de stadsbewoners participeren, hoe gewelddadiger het door de dominerende groepen toegepaste beleid zal zijn.

Welke specifieke concrete voorstellen voor de stad?

De stad en de gemeenten zijn de plaatsen bij uitstek van waaruit de voorgestelde maatregelen om de armoede illegaal te verklaren concreet kunnen en moeten gemaakt worden. Vooral door het gemeenschappelijke gebruik van die goederen en diensten die essentieel zijn voor het leven en het samenleven.

De stad is de zetel van het beleid van de gemeenschap omdat dat de ruimte is van organisatie en van het vlechtwerk van de stromen van nabijheid waaruit zich de sociale banden en de identificatieprocessen van een groep of een gemeenschap ontwikkelen op het niveau van een bepaalde locatie. De stad is eveneens een plaats van utopieën, profetieën, en van de realisatie van de dromen over een andere wereld, een ander lot omdat het als beter wordt beschouwd, van een reëel stadsburgerschap voor iedereen, zowel autochtonen als halfbloeden, als “vreemden”.

De concrete sectoren waarin participatie prioritair moet aangemoedigd worden zijn watervoorziening, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs en kennisoverdracht. Dit zijn enkele van de “gemeenschappelijke goederen” die moeten bewaard blijven en die de basis vormen van de verbintenis van de steden om de armoede illegaal te verklaren.

Bij wijze van voorbeeld,

a) In de sector van de watervoorziening  wordt – behalve de verplichting van de overheid om het debiet te waarborgen dat nodig is voor de levensnoodzakelijke minimale hoeveelheid water (40 à 50 liter per persoon per dag), onafgezien van het inkomen en ook in geval van administratieve betwisting – voorgesteld dat de steden de oprichting steunen van lokale en regionale burgerraden. Dit met het doel  een openbare en duurzame waterbeheercultuur te promoten, waarin gemeenschappelijke goederen en, van daar uit, ‘best practices’ van onderhoud en modernisering van de installaties en de leidingen en van meer bewuste en verantwoordelijke waterbesparing en -verbruik centraal staan.

Om de vooropgestelde objectieven te toetsen, kunnen sensibiliseringscampagnes en evaluatie- en controlemaatregelen worden ingezet. Er wordt ook voorgesteld dat de steden de distributie evenals het gebruik en de zichtbaarheid van drinkbaar water op openbare plaatsen en bij openbare diensten (wegen, pleinen, scholen, luchthavens, ziekenhuizen, parken, theaters…) bevorderen.

Een andere modaliteit, die algemeen kan toegepast worden, is de ontwikkeling van financiële instrumenten (zoals de heffing van 1 eurocent per fles mineraal- of bronwater, 1 eurocent op de tarieven voor leidingwater, nieuwe coöperatieve spaarinstellingen en nieuwe regionale en interregionale interventiefondsen…) als concrete uitdrukking van de rechtstreekse solidariteit tussen de steden en hun burgers ter ondersteuning van het recht op water voor iedereen.

b) In de sector van de huisvesting, waar met de terugkeer van de grote armoede in onze steden het recht op een fatsoenlijke woonst in toenemende, zelfs dramatische mate miskend wordt, moeten de verschijnselen van uitzetting en van speculatief bevorderen van verval/afbraak van onroerende goederen een halt toegeroepen worden. Het openbare patrimonium van sociale woningen moet gerenoveerd worden met gelden als het daartoe vereiste gedeelte van de gemeentebegroting en de spaargelden van de gezinnen, via nieuwe vormen van burgerparticipatie in de financiering van openbare diensten.

c) In de sector van de welzijnszorg, in functie van het groeiende niveau van de armoede binnen de hele maatschappij: een minimuminkomen introduceren om de armere bevolkingsgroepen te steunen. Dit kan gefinancierd worden door nationale fiscale  instrumenten, zoals bijvoorbeeld het honderdste voor het leven, met andere woorden de bestemming van 1% van het nationale budget voor het leger (met andere woorden 1% van elke euro die in bewapening wordt geïnvesteerd)

d) In de sector van onderwijs en sociaal beleid:  het promoten van een politiek van opvang en aanvaarding van de ander, van wederzijds respect, uitgaande van de wil om een reële verandering te bevorderen op het vlak van acculturatie, onderwijs en opleiding van de nieuwe generaties zodat zij zich op een verantwoordelijke en solidaire manier gaan gedragen.

De steden moeten met andere woorden het stuwende element worden voor innoverende oplossingen op het vlak van het beheer van openbare goederen en diensten (heruitvinden van de plaatselijke res publica).

Een prioritaire taak is die van het ont-privatiseren en opnieuw openbaar maken van deze sectoren. In plaats van, zoals de meerderheid van de plaatselijke beleidsdragers schijnt te willen, de gemeentelijke openbare instellingen te veranderen in multi-utilities handelsondernemingen, is het wenselijk de economie van de gemeenschappelijke goederen en diensten van de overheid te her-denken zodat ze een reële garantie biedt voor de bescherming van alle burgers tegen de armoede.

Bovendien moeten de steden werk maken van het bevorderen van de heruitvinding van het Openbare (= in de ware zin van het begrip), van een nieuwe overheidsfinanciering ten dienste van de financiering (infrastructuren, onderhoud en modernisering) van de gemeenschappelijke openbare goederen en diensten. 

Daartoe is het wenselijk om de coöperatieve spaar-en kredietinstellingen, op regionaal, nationaal en continentaal niveau opnieuw in te voeren, op het niveau van de respectievelijke overheden een nationale fiscaliteit te bevorderen die ten dienste staat van het recht, de rechtvaardigheid en de solidariteit en die de overheidsuitgaven voor de zogenaamde “sociale” sector ondersteunt. Deze wordt voortaan beschouwd als een productieve investering in human resources en niet langer als een  verplichte uitgave in de ban van de beleidslijnen van stabiliteit of structurele aanpassing.

Een evaluatie-instrument: de INNA: (Internationale Nul Norm voor Armoede)

Laten wij op het niveau van de gemeenteraden de definitie en het aannemen voorstellen van een Internationale NulNorm voor Armoede (de INNA). Deze moet dienen als parameter voor de mate waarin het principe van het illegaal verklaren van armoede en van de effecten van dit beleid zoals het door de gemeente is gerealiseerd.

De INNA is een maat voor de status van een stad “zonder armen”.
Voor de ontwikkelde landen stellen wij voor dat dit resulteert in een combinatie van drie elementen:
– het inkomen: percentage stadsbewoners met een inkomen dat lager is dan het reële gemiddelde beschikbare inkomen
– de werkloosheid: percentage personen op actieve leeftijd die langdurig werkloos zijn
– de gezondheid: mortaliteitscijfer van personen onder de leeftijd van 60 jaar

Hoe lager de percentages zijn voor lage inkomens, werkloosheid en hoe lager het mortaliteitscijfer ligt, hoe dichter de stad de nulnorm voor armoede benadert.

Voor de arme landen stellen wij voor dat de INNA resulteert in de combinatie van vier elementen:
– toegang tot water: percentage van personen die geen toegang hebben tot zuiver drinkbaar water en geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen
– toegang tot gezondheidszorg: mortaliteitscijfer voor kinderen jonger dan vijf jaar en mortaliteitscijfer bij vrouwen in het kraambed
– toegang tot een woning: percentage van personen die wonen in een ruimte die een menselijk wezen onwaardig is
– toegang tot onderwijs: percentage jeugdige en volwassenen analfabeten

Hoe lager de cijfers en percentages, hoe dichter de steden de nulnorm benaderen.

Wij stellen voor om vanaf nu een eerste internationale classificatie van de steden vast te leggen, te beginnen met steden in de ontwikkelde wereld.

*  *  *  *
Alle steden die zich, door middel van uitdrukkelijk geformuleerde gemeentelijke besluiten, aansluiten bij de hier uiteengezette principes en bij de voorstellen die in deze Verklaring vermeld worden, zullen samen het eerste netwerk vormen van de steden voor de illegaliteit van de armoede (“Netwerk van Armoedevrije Steden”). Dit netwerk implementeert de INNA door het oprichten van een Wereldwijd Observatorium dat bevoegd is om de toepassing van de INNA te monitoren. Een efficiënte samenwerking met andere bestaande netwerken van steden, is daarbij noodzakelijk en onontbeerlijk.

Armoede de wereld uit ? Het kan en moet lukken!

De faculteiten  ‘Anderheid en Mondialiteit’ van de ‘Universiteit voor het Algemeen Belang’ voeren samen met  het World Political Forum (met o.a. Mikaël Gorbatsjov en Riccardo Petrella) een campagne rond armoedebestrijding. Naast de strijd tegen armoede zelf, gaat het in de eerste plaats om het verzet tegen het feit dat de internationale gemeenschap armoede aanvaardt als onvermijdelijk, waardoor dit niet alleen bevestigd en gelegaliseerd wordt, maar zelfs een status krijgt.

Armoede is echter de ontkenning van de rechten en waardigheid van de mens! Vandaar het illegaal verklaren van de armoede als motto en reactie op de uitholling van de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen (MOD’s).

OPROEP

Wereldwijd worden “steden” aangespoord mee te werken aan de NULtolerantie voor armoede en het document dat armoede illegaal verklaart te ondertekenen. Om het probleem bij de wortels aan te pakken willen wij als stad(bewoners) samen  streven naar een gewaarborgd recht op o.a. gezondheids- en welzijnszorg, minimale water- en energievoorziening, een fatsoenlijke woonst en onderwijs.
Een nieuwe wetgeving op stedelijk niveau kan een wereld van verschil maken.

Een preventief lokaal beleid moet processen van verarming tegengaan en er ook mee rekening houden dat (kans)armen, door hun situatie en een ingewikkelde administratie,  moeilijk de weg vinden naar de bestaande faciliteiten.

Deskundigen zullen er op toezien hoe de steden concreet deze doelstellingen willen en zullen bereiken. Zij zullen meten, vergelijken, controleren en evalueren op basis van  de Internationale NulNorm voor Armoede.

Armoede de wereld uit van Antwerpen tot  Z …

Met deze slogan roepen wij elke Vlaamse stad, en natuurlijk ook personen en organisaties, op om de onwettigverklaring van de armoede”  te onderschrijven en de internationale standaard voor armoedevrije steden toe te passen. Firenze is de eerste stad die in september 2005 die verklaring heeft ondertekend.

De oproep tot onderschrijving wil een steun zijn voor alle reeds bestaande initiatieven die strijden tegen armoede en meteen een aanzet voor steden over heel de wereld vormen om met elkaar versterkend samen te werken in een Netwerk voor armoede~vrije steden! .

… door jouw handtekening

U bent, jij bent, wij zijn de stad, en samen kunnen we wegen om het beleid lokaal en globaal te doen kiezen voor een armoedevrije wereld.
Klik op www.universiteitalgemeenbelang.be voor onderschrijving.

Noortje Wiesbauer en Riccardo Petrella

Noortje Wiesbauer en Riccardo Petrella zijn actief bij de Universiteit voor het Algemeen Belang vzw

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!