Tussen relaxatie en revolutie. Lumumba in de hedendaagse popmuziek
Essay, Nieuws, Afrika, Congo, Congo 50, Tmd -

Tussen relaxatie en revolutie. Lumumba in de hedendaagse popmuziek

Patrice Lumumba, de icoon van de Congolese onafhankelijkheid, was geen lang (politiek) leven beschoren. Vergeten is de brutaal vermoorde Congolese premier echter geenszins. Alleszins niet in de hedendaagse, internationale muziekscene, die onophoudelijk naar hem verwijst. Alleen, waar staan al die songs voor? Voor Lumumba an sich of voor de projectie van onze eigen verlangens op zijn naam?

dinsdag 29 juni 2010 23:58

SEX UND SPEED UND CHICKS!

Al hoor je Lumumba’s naam geciteerd worden door zowel singer-songwriters, rockers, rappers als electro-muzikanten, er bestaan duidelijk twee categorieën Lumumba-songs. De eerste is de hedonistische groep, met nummers die animeren tot swingen, chillen of trancen. Voorbeelden vind je vooral in de elektronische muziek. Daar springt een zorgeloze soundsyntaxis in het oor, zowel bij het Jean-Michel Jarre-achtige ‘Lumumba’ van de Duitse trance-dj Sunlounger als bij de gelijknamige, hitsige housesong van de Amerikaanse club-producer David Alvarado.

VANHOVElumbumbainpopmuziek

Dat hedonistische genre roept constant het geluid op van trommels, rumba, vrolijkheid of gezang met een Afrikaanse flair. Dat gebeurt vaak wel subtiel. De Londense elektropopper A.J. Holmes bijvoorbeeld ontwikkelt de uitbundige, Afrikaanse intensiteit van ‘Lumumba; Berlin Sex City’ door zijn drums-, gitaar- en synthesizer-riffs een voor een te introduceren. De afgeronde, harmonieuze melodie die uiteindelijk ontstaat door het samenspel suggereert echter zonder meer een West-Afrikaanse Highlife-stijl. De voortdurende evocatie van ritmes die heel wat westerlingen zouden betitelen als Afrikaans geeft de indruk dat Lumumba – een naam die sowieso al lekker Afrikaans bekt – voor Holmes en vele anderen in de e-scene een synecdoche is voor het hele continent. Jean-Paul Sartres bekende observatie dat ‘Lumumba heel Afrika representeert’ wordt misschien wel op de meest apolitieke manier bewaarheid in de elektronische muziek.

Sartres bekende observatie dat ‘Lumumba heel Afrika representeert’ wordt misschien wel op de meest apolitieke manier bewaarheid in de elektronische muziek

Veelal zijn de hedonistische Lumumba-songs zuiver instrumentaal. Wordt dat patroon doorbroken, dan versterkt de tekst in de regel het muzikale hedonisme. A.J. Holmes krijgt dat in ‘Lumumba; Berlin Sex City’ voor elkaar door talrijke dubbele bodems en schunnigheden te debiteren over seks en drugs. De muzikant vertelt de luisteraar – nu eens op lijzige, dan weer op pseudosensuele toon – dat hij de zorgeloze existentialistische ‘man escorter’ in het ‘very sexy’ Berlijn is, en dat hij in die rol onder meer een ‘riiide’ organiseert naar Prenzlauberg, waar de geboortecijfers ongekende hoogten bereiken: ‘they are getting it on’. Holmes’ zorgvuldige muzikale en tekstuele verhaal doet Berlijn, seks en drugs volledig versmelten. ‘Lumumba’ heet zoiets in de e-scene. Die versmelting komt immers vaak voor bij de muzikanten uit de scene die tekst hanteren. De Hamburgse internetband NUT clubt, e-rockt en hiphopt expliciet naar dat punt toe in hun muzikaal hybride snowboardhymne ‘Lumumba’. Veelzeggend klinkt het refrein: ‘Und Sex und Speed und Chicks und Freaks und Clubs und Drugs und Rap und noch mehr Lumumbaaa!’

Het gebruik van ‘Lumumba’ als songtitel bij Holmes, NUT en andere e-kompanen is door en door zelfverwijzend: de naam refereert enkel aan de eigen wens naar een fijne tijd, niet aan de historische Congolese premier. Dat is problematisch: ‘Lumumba’ krijgt een nieuwe betekenis vol stereotiepe fantasievoorstellingen over Afrika. Die zijn zonder meer voortvloeisels uit de koloniale discoursen over vrolijke, immer dansende, lakse en hyperseksuele Afrikanen. Van ironie gesproken: de notoire antikolonialist Lumumba krijgt een imperialistische bijklank.

VIVE LA RÉVOLUTION!

Naast de hedonistische stroming valt in de hedendaagse muziek een uitgebreide groep politieke Lumumba-songs op, met een veel bredere woordenvloed en een grotere heterogeniteit qua genres. De Colombiaan Yuri Buenaventura verwijst in zijn salsahit ‘Patrice Lumumba’ net zo duidelijk naar de Congolese premier als de Afro-Amerikaanse rapper Nas in diens ‘My Country’. Een gedeeld kenmerk van al die muzikanten is wel dat ze Afrikaanse componenten achterwege laten: zo is tromgeroffel een rariteit. Ook komen ze bijna allemaal uit de periferie. Het zijn vooral Zuid-Amerikanen, Afrikanen of immigranten uit de westerse metropolen die zichzelf en hun songs vernoemen naar Lumumba of citaten uit zijn onafhankelijkheidsrede in hun muziek mixen. Een ander gezamenlijk aspect zijn de breed uitgesmeerde jeremiades over politieke onderdrukking of kapitalistische uitbuiting, waartegen verzet moet worden gepleegd in navolging van ‘Malcolm, Luther King et Massoud, Sankara, Lumumba, Arafat Yasser’, zoals de Frans-Algerijnse rapper Médine het uitdrukt in het ziedende ‘Arabospiritual’.

‘Lumumba’ krijgt een nieuwe betekenis vol stereotiepe fantasievoorstellingen over Afrika

Ook de voormelde aanklachten vinden bijna altijd plaats in een autoreferentieel, ideologisch kader. De naam Lumumba wordt gelinkt aan communistische, Black Power– en andere utopische idealen, die eerder de politieke standpunten zijn van de muzikanten dan die van de historische figuur Patrice Lumumba. Een voorbeeld: in het onverholen socialistische ‘De Buenos Aires à Kinshasa’ van de Congolees-Franse hiphopper Monsieur R. krijgt Lumumba zinsneden als ‘Je m’inspire de la Révolution sud-américaine’ in de mond gerapt in een fictieve dialoog met Che Guevara. Ze zeggen vooral veel over de revolutionaire dorst van de zanger zelf. Net zo zelfverwijzend is de grote aandacht van veel muzikanten voor Lumumba’s verbale onverschrokkenheid. Zo wordt hij in het ingetogen ‘Lumumba’ van de Congolese singer-songwriter Prince Zeka geïdealiseerd als ‘hero’ omdat hij ‘frankly’ zijn mening uitte. Dat is uiteraard niet volledig uit de lucht gegrepen: de eerste premier van het onafhankelijke Congo kon er wel wat van, net als menig ander politicus in die woelige tijd. Maar is de verheerlijking van zijn confronterende retoriek door de naar het buitenland gevluchte Prince Zeka niet veeleer een hunkering naar vrije meningsuiting in het huidige Congo?

LUMUMBA LEEFT?!

De extreem divergente voorstellingen van Lumumba in de muziekwereld zijn typisch voor de alomtegenwoordige, eeuwenoude Africanist discourse (Christopher L. Miller), waarin Afrika alleen dienstdoet als projectiescherm voor de eigen, hedendaagse verlangens. Een hedonistische levensstijl is er daar een van, en geenszins een onschuldige: de oorsprong ervan moet volgens David Spurr worden gezocht in de koloniale denkbeelden van de westerse metropolen. De luilekkerlandprojecties op Afrikanen vallen sinds het koloniale tijdperk te verklaren door de toenemende drang naar rationalisering en de protestantse werkethiek van de blanke, westerse middenklassen, aldus Spurr. Dat de hedonistische e-scene bijna zonder uitzondering deel uitmaakt van net die klasse is dan ook geen toeval. Ook de systematisch uitgesproken verzetswens in de politieke Lumumba-songs heeft zijn oorsprong in de eigen, onvolmaakte maatschappij. Geconfronteerd met een hegemoniaal, neoliberaal systeem waarin linkse discoursen veelal worden geweerd door de mainstreammedia en linkse leiders in het beste geval een secundaire rol spelen, projecteren muzikanten uit de periferie hun wens naar een antikapitalistische, onverschrokken parler vrai op de vermoorde icoon van het antikolonialisme. Lumumba is een slagveld van discoursen. In het ene staat hij symbool voor de luie cliché-Afrikaan, in het andere voor de communistische revolutionair. Vijftig jaar na Congo’s onafhankelijkheid heeft zijn naam dus bijna niets meer te maken met de Congolese premier, maar vrijwel alles met de onafgebroken monoloog met onszelf en onze eigen begeerten.

Bibliografie

-Christopher L. Miller, Blank darkness: Africanist discourse in French, Chicago: University of Chicago Press, 1985.

-David Spurr, The rhetoric of empire: colonial discourse in journalism, travel writing, and imperial administration, Durham: Duke UP, 1993.

Verscheen ook in:
Rekto Verso

take down
the paywall
steun ons nu!