about
Toon menu

Tachtig jaar geleden sneuvelde de laatste Belgische vrijwilliger op Spaans slagveld

Het is tachtig jaar geleden dat de laatste Belgische vrijwilliger op een Spaans slagveld sneuvelde. Van 1936 tot 1938 vertrokken vanuit ons land 2.400 [1] mannen en vrouwen om in Spanje in de rangen van de internationale brigades tegen het fascistische leger van Francisco Franco te vechten. 287 vrijwilligers uit België [2] (12 procent) kwam nooit meer terug. Ze kwamen uit de hele wereld: fabrieksarbeiders, trambestuurders, schrijvers, studenten, werklozen…: in totaal meer dan 35.000 vrijwilligers.
dinsdag 16 oktober 2018

Piet de Moor - de laatste Belg die tijdens de Spaanse Burgeroorlog sneuvelde.

(Watermaal-Bosvoorde, 5 september 1912 – Corbera d’Ebre, 23 september 1938)

Piet De Moor, een jonge journalist uit Watermaal-Bosvoorde was in 1938 één van de laatsten die vertrok en wellicht de laatste Belg die als Spanjevrijwilliger tijdens de Burgeroorlog sneuvelde. Hij was pas 26 geworden en liet een jonge weduwe achter. Zoals de meeste gevallen vrijwilligers liggen de stoffelijke resten van Piet nog steeds in een anoniem massagraf.

 

Rechtse vader, linkse moeder 

Volgens Piet koesterde zijn vader fascistische sympathieën, terwijl zijn moeder voor de communistische zaak gewonnen was. Piet had niet alleen een zeer “koele relatie” met zijn vader, hij vond hem ronduit “antipathiek”.

Op 8-jarige leeftijd schreef zijn vader hem in bij de Vlaams-Nationalistische jeugdbeweging. Volgens Piet was zijn vader een “activist” die voor zijn politieke activiteiten een tijdje in de gevangenis zat. Vader Frans had een diep gewortelde afkeer tegen de Belgische Franstalige bourgeoisie.

Student en activist

Piet studeerde aan de Universiteit van Gent. Hij sloot zich aan bij de Roode Studenten Bond (RSB)[3]en werd er tot voorzitter verkozen[4]. Veel Gentse studenten die in Spanje het fascisme gingen bestrijden waren lid van de RSB. Hij schreef artikels voor Het Vlaamsche Volk, een flamingant-communistisch weekblad en L’Étudiant Socialiste.

Piet doctoreerde in de Sociale Wetenschappen en behaalde een licentie in Politieke en Economische wetenschappen.In 1927 werd hij lid van de Socialistische Jonge Wacht (SJW), de jongerenbeweging die gelieerd was aan de Socialistische Arbeiderspartij. Historisch was de SJW een jongerenbeweging van de Belgische Werklieden Partij, de huidige Sp.a. Ook daar was hij heel actief en werdadjunct-secretaris.

Piet keerde na zijn studies terug naar zijn geboortestad en ging aan de slag als redacteur bij het Nationaal Radio Instituut (NRI).

Max Brinkman

In 1932 nam de 21-jarige Piet actief deel aan de mijnwerkersstaking in de Borinage. Hij kwam er in contact met arbeiders en was getuige van het harde leven van mannen waarvoor het twee keer per dag nacht is. Zijn ervaring in de Borinage liet een diepe indruk na en in 1933 werd hij in Gent lid van de communistische partij (KP).

Redactie van La Voix du Peuple, Brussel, 1937. Zittend van links naar rechts: Arthur TONDEUR, Alphonse BONENFANT, Jean LAGNEAU & Jean BLUME. Staand van links naar rechts: Pierre JOYE & Piet DE MOOR (met pijp). (Dacob, Brussel)

Vanaf dan gebruikte hij “Max Brinkman” als pseudoniemen en begon te schrijven voor La Voix du Peuple, de Franstalige communistische krant.

Na zijn ervaringen in de Borinage nam hij regelmatig deel aan betogingen. Zijn geestdrift tijdens een woelige betoging in 1933 brak hem zuur op. Hij werd aangehouden en veroordeeld door de correctionele rechtbank van Gent tot 14 dagen cel en een geldboete voor “rebellie, slagen en smaad aan de politie”. Maar naar aanleiding van de troonsbestijging van Leopold III in februari 1934 kreeg hij gratie en moest zijn straf niet uitzitten.

Ter gelegenheid van de aanvang van het nieuwe academische jaar gaf Piet in oktober 1935 een toespraak voor de Roode Studenten Bond. Met zijn rede “Intellectuelen in nood!” stelde hij zijn engagement zeer helder:

De geestesarbeider moet grijpen naar de pen, maar het geweer, naar wapen en werktuig waarmede gesloopt en opgebouwd, aangevallen en verdedigd wordt op het breede front van de klassestrijd [5].

In 1936 nam hij in Vlaanderen opnieuw deel aan verschillende stakingen. Wanneer in de zomer opstandige generaals in Spanje een staatsgreep plegen, vroeg hij zich wellicht af of het moment was aangebroken om de pen voor het geweer te ruilen.

Officier in Spanje

Kaartje van de operaties van de 45ste Republikeinse Divisie van 18 september 1938. (De posities van het 3de bataljon (Henri Barbusse) van de 14de Internationale Brigade zijn de heuvels 350, 371 en 378) (Rgaspi archief)

Toch duurde het lang voor hij naar Spanje reisde. De eerste vrijwilligers uit Vlaanderen vertrokken in oktober 1936. De Moor zou pas in augustus 1937 voor de eerste keer getracht hebben om naar Spanje te vertrekken[6].

Pas in maart 1938 was het zover en kon hij met een konvooi dat hulpgoederen naar Spanje. Hij kreeg daarvoor de steun van Julien Lahaut, de toenmalige secretaris van de KP. Tegen dan waren was de instroom van nieuwe vrijwilligers bij de internationale brigades opgedroogd.

Piet arriveerde op 1 april 1938 en werd ingelijfd bij het 4ePierre Brachet bataljon van de 14deInternationale Brigade, voornamelijk bestaande uit Belgische en Franse vrijwilligers. Het bataljon werd genoemd naar een student van de Université Libre de Bruxelles die in de herfst van 1936 tijdens de verdediging van Madrid sneuvelde. 

Het bataljon werd opgericht in oktober 1937 om zoveel mogelijk Belgische vrijwilligers samen te brengen. Maar de meeste Belgen die reeds hun vuurdoop in andere bataljons van de internationale brigades overleefden, hadden geen zin om hun strijdmakkers te verlaten. Daarom telde het bataljon uiteindelijk nooit meer dan twee compagnieën [7].

In juli 1938 maakt Piet als luitenant deel van de bataljonsstaf [8]. Die functie had hij te danken aan zijn legerdienst. In 1934-35 vervulde hij in België gedurende 15 maanden zijn dienstplicht als reserveofficier in het 2deInfanterie Regiment in Gent en Beverloo. Hij zwaaide af met de graad van Onderluitenant. Dat soort profiel was in trek bij de internationale brigades wegens het nijpend tekort aan officieren.

Na de staatsgreep in juli 1936 besliste de republikeinse regering om het leger te ontbinden. 75% van de Spaanse officieren hadden voor het kamp van de opstandelingen gekozen. Diegenen die trouw aan de republiek bleven werden niet helemaal vertrouwd. Pas op 1 januari 1937 werd een volksleger gevormd. 

Zoals de meeste vrijwilligers vertrok Piet op illegale manier naar Spanje. België had een internationaal akkoord over non-interventie in Spanje ondertekend.

De niet-interventiepolitiek was een politiek schimmenspel, ingegeven door geopolitieke eigenbelangen en anticommunisme: veel West-Europese leiders verkozen Hitler boven Stalin[9].

Wie de tocht naar Spanje maakte, werd door de Belgische overheid in het oog gehouden. Maar eigenlijk bestond er geen legale basis om de Spanjevrijwilligers tegen te houden. Om hen in de lurven te kunnen leggen hadden de politiek en de parketten er iets op gevonden.

 Vrijwilligers werden opgeroepen om hun legerdienst te vervullen of opnieuw opgeroepen. Aangezien ze in Spanje waren en zich niet meldden, werden ze deserteurs. Vier maanden na zijn vertrek kreeg Piet ook een oproep om zijn eenheid te vervoegen.

Op 27 augustus 1938 vroeg de Belgische communistische partij aan de Spaanse KP om bij de staf van de internationale brigades te onderhandelen om De Moor terug naar huis te sturen [10].

Zich niet aanmelden zou hem desertie en degradatie kosten. De staf van internationale brigades had belangrijkere kopzorgen en gaf geen gehoor aan de oproep. Het offensief aan de Ebro rivier was begonnen en de eenheid van Piet had een marsorder gekregen. De hele 14deInternationale Brigade stond een bijzonder harde maand september te wachten.

Belgische vrijwilligers

Piet DE MOOR (Rgaspi archief, Moskou)

Als intellectueel en piepjonge, onervaren reserveofficier had hij het niet gemakkelijk om soldaten te leiden. Hij kreeg te maken met mannen die al langer in Spanje waren en heel wat gevechtservaring opdeden. Veel vrijwilligers hadden het moeilijk hadden met militaire discipline.

 

Voor de eerste keer in zijn leven had Piet dagelijks te maken met arbeiders en echte militaire operaties. Het was daarom een hele opdracht om de motivatie erin te houden. Politieke overtuiging verdween bij velen zodra ze geconfronteerd werden met de bloedige oorlogsrealiteit.

Wie er de brui aan gaf, mocht niet zomaar terug naar huis vertrekken. Naarmate de oorlog vorderde werden de rantsoenen steeds kariger, er waren onvoldoende degelijke wapens en zware verliezen begonnen het moreel zwaar aan te tasten.

Het overmatig gebruik van alcohol onder de manschappen werd een groot probleem en bij de 14deinternationale brigade leidde dat soms tot vechtpartijen tussen Belgen onderling waarbij hun officieren fysiek tussenbeide moesten komen. 

Strijd aan de Ebro rivier

Corbera d’Ebre (Xavi Calzada)

Op 7 september 1938 bevond de brigade zich in de provincie Tarragona in het noordoosten van Spanje waar ze posities innam tegenover het dorp Corbera d’Ebre. Luitenant Piet en zijn mannen groeven zich in ten noorden van de weg naar Gandesa. Piet had als commandant de leiding van een compagnie mitrailleurs van het 3deHenri Barbusse bataljon[11].

Links van hen nam de 13deInternationale Brigade stellingen in, rechts de 12de (zie kaartje). Twee weken lang kreeg Piet’s eenheid het hard te verduren en moest beetje bij beetje terrein opgeven. Hevige bombardementen van de vijandige artillerie zorgden voor zware verliezen.

Raoul Baligand, een communist uit Roux en strijdmakker van Piet beschreef de terugtocht over de Ebro rivier:

Na de terugtocht over de Ebro naam het bataljon positie in op de linkeroever, over een aantal km. Verspreid, stroomopwaarts van de stad Amposta dat op de rechteroever lag en in de handen van de fascisten was. In de sector die door mijn compagnie werd bezet, bevond zich een klein eiland, dicht tegen de rechteroever. Ik had er een ploeg van 5 mannen met machinepistolen geïnstalleerd. Deze post was ons bijzonder dienstig om de verkenningstochten van Spaanse vrijwilligers op de rechteroever te ondersteunen.

Na enkele volmaakt kalme weken werden we afgelost. Met het oog op de geplande overtocht van de Ebro werden we weer ‘s gereorganiseerd. In dit beroemde offensief speelde ons bataljon een belangrijke rol, zowel in de afleidingsmanoeuvres, die de hoofddoorbraak moesten mogelijk maken als, later, in de verdediging van het veroverde grondgebied aan de rechterkant van de stroom.

De 8e september (1938), om 2 u. in de middag, werd ik, bij het uitvoeren van een tegenaanval voor Corbera, een tweede keer gewond. We vochten daar al twee dagen aan een stuk, bijna lijf aan lijf, op dezelfde berghelling. We stonden slechts 20 m. Uit elkaar. De fascisten bestormden onze stellingen en werden alsmaar weer afgeslagen en in de diepte gedreven. (…) Bij dezelfde tegenaanval sneuvelden ook André Houllez en Piet De Moor.[12]

Houllez was de Brusselse leider van de Kommunistische Jeugd. Hij stierf in een hospitaal op 9 september 1938. De Gentenaar Jan Dorps werd door de Franquisten gevangen genomen en in de buurt van Corbera d’Ebre gefusilleerd[13]. Piet sneuvelde op 23 september 1938 toen hij geraakt werd door een obus.

Terugtrekking internationale brigades

Terwijl Piet aan de Ebro rivier vocht wist hij niet dat in München een pact tussen Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland werd gesloten. Spanje stelde bij de Volkenbond in Genève voor om de internationale brigades op te doeken en alle niet-Spaanse strijders die aan de zijde van de regering vochten, terug naar huis te sturen.

De voorzitter van de ministerraad Juan Negrín vroeg de Volkenbond om op die operatie toe te zien en hoopte zo de westerse mogendheden, die een politiek van non-interventie voorstonden, tegemoet te komen. Toch was het duidelijk dat Duitsland en Italië de non-interventieovereenkomst op flagrante wijze schonden.

Stalin had na het Pact van München alle hoop verloren om tot overeenstemming te komen met Groot-Brittannië en Frankrijk, en stemde al in met de terugtrekking van de internationale brigades nog voordat de Non-Interventie Commissie daartoe een officieel besluit had genomen[14].

Piet sneuvelde in de buurt van Corbera d’Ebre. Het dorp werd in 1938 vernield en nooit heropgebouwd. (eldiario.es)

Op 23 september 1938, de dag toen Piet sneuvelde, vochten de internationale brigades voor de allerlaatste keer. Daarna werden zij van het front teruggetrokken. Maar het duurde tot 27 oktober tot de ongeveer 1.500 brigadisten van het Centrale en Oostelijke Leger[15]in Valencia gegroepeerd werden. De volgende dag gebeurde hetzelfde met de buitenlandse strijders die zich in Catalonië bevonden. Zij werden in Barcelona samen gebracht.

Het in 1938 totaal vernielde dorp Corbera d’Ebre werd nooit heropgebouwd. De stoffelijke resten van Piet liggen nog steeds in de buurt van de plek waar hij stierf. In het allerlaatste document opgesteld door zijn militaire overstenwerd hij genoemd als een “sterke politieke kracht”, die echter “aarzelend aan het front stond”[16].

Piet De Moor maakte deel uit van die Spanjestrijders die een uitgesproken ideologische overtuiging hadden, die gingen vechten tégen het fascisme en vóór de vrijheid. Zijn strijd voor een egalitaire samenleving bekocht hij met zijn leven.

Terwijl in België oud-strijders van beide Wereldoorlogen ieder jaar herdacht worden, blijven deze landgenoten de vergeten Spanjestrijders die een democratisch verkozen regering gingen verdedigen. Hun nederlaag betekende 40 jaar dictatuur, politiek geweld en repressie.

Voetnoten: 

[1] Sven Tuytens en Rudi Van Doorslaer, Israël Piet Akkerman, van Antwerpse vakbondsleider tot Spanjestrijder, De Algemene Centrale, Antwerpen, p. 103.

[2] Ellen van Cauwelaert, Gesneuveld voor de vrijheid?, Belgische vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog, masterproef Faculteit Letteren en Wijsbegeerte Universiteit Gent, 2016, p. 102.

[3] later de Geünificeerde Socialistische Studenten

[4] Het Vlaamsche Volk, zaterdag 4 februari 1939.

[5] Piet De Moor, Intellectueelen in Nood!, Gent 1936.

[6] Het Vlaamsche Volk, 4 februari 1939.


[7] compagnie = legeronderdeel van 100 tot 150 manschappen.

[8] RGASPI. F.545. Op.6. D.46, Samenstelling 14deInternationale Brigade.

[9] Rudi Van Doorslaer in Humo, 7 april 2015.

[10] RGASPI. F.545. Op.6. D.284, Briefwisseling PCB – PCE.

[11] RGASPI. F.545. Op.3. D.373,Verslag staf 14deInternationale Brigade.

[12] Ward Adriaens, Vrijwilligers voor de vrijheid, Belgische anti-fascisten in de Spaanse Burgeroorlog, Kritak, Leuven, 1978, p. 134.

[13] Ellen Van Cauwelaert, lijst gesneuvelde Belgen in Spaanse Burgeroorlog.

[14] Sven Tuytens, Las Mamás belgas, de onbekende strijd van jonge vrouwen uit België en Nederland tegen Franco en Hitler, Lannoo, Tielt, p. 157.

[15] Ejército del Centro y de Levante

[16] RGASPI. F.545. Op.6. D.284,Persoonlijk dossier Piet De Moor.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.