Steun jij DeWereldMorgen.be al?

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen.
Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers.
Wij hebben jouw steun hard nodig!

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Terugbetaling psychotherapie dreigt een Trojaans paard te worden

De roep naar terugbetaling van psychotherapie is groot. (DM 27/12) De regering maakt zich sterk dat ze er alles aan doet om het zo snel mogelijk te realiseren. Als ik zie hoe men dit concreet wil organiseren, maak ik me grote zorgen, zowel voor de zorgverstrekkers als voor de zorggebruikers. Wat gepresenteerd wordt als een geschenk, dreigt een Trojaans paard te zijn.
maandag 2 januari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De eerste stap in de richting van een terugbetaling was het stemmen van de wet De Block ter regeling van de geestelijke gezondheidsberoepen. Deze wet, die sinds 1 september van kracht was, is nu opgeschort door een uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Deze oordeelde dat de wet op een aantal punten in strijd is met de grondwet. Het rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheid (KCE) inzake de organisatie en financiering van de sector, die we in het verlengde van de wet De Block moeten lezen, toont hoe men de terugbetaling in de toekomst wil mogelijk maken.

Psychisch ‘zieke’ mensen kosten de overheid handenvol geld, zo valt er op de eerste pagina’s te lezen. Mensen die niet kunnen werken vanwege hun depressie of burn-out moeten zo snel mogelijk weer aan het werk, want zij dwarsbomen onze economie. Men wil mensen motiveren en helpen om terug aan de slag te gaan. Uiteraard. Maar psychotherapie ten volle inzetten om dit doel te bereiken, haalt de psychische zorg die men tracht te verbeteren onderuit door haar de zuurstof te ontnemen die ze nodig heeft.

Het KCE stelt voor om het terugbetalingssysteem uit de geneeskunde simpelweg naar het ‘psy-veld’ te kopiëren, om zo controle te verwerven over de behandelingen. Hiervoor schakelt men ‘adviserend psychologen’ in die verbonden zijn aan de medische directies van de verzekeringsinstellingen. Zij beslissen over de lengte en de aard van de behandeling. De nadruk ligt in het rapport op kortdurende behandelingen, die niet anders kunnen zijn dan oppervlakkig. Het moet immers snel gaan.

Het voornaamste pijnpunt hier is dat klinische beslissingen zullen genomen worden vanuit een budgettaire logica. Wat gepresenteerd wordt als een gift – terugbetaling – is in werkelijkheid een besparingsoperatie. Want nu is de terugbetaling absoluut nog niet realistisch. Er is dus geld nodig. Uiteraard is er niets mis met het budgettair denken van zorg, maar wat men hier doet is niet een budgettair kader scheppen voor de zorg. De zorg zelf wordt inhoudelijk budgettair gedacht.

Wie de voorgeschreven behandeling niet trouw volgt, of wie niet snel genoeg van zijn depressie of burn-out ’geneest’, zal onvermijdelijk uit de boot vallen. Dergelijk gedrag is immers onbetaalbaar. We zien dit in de praktijk nu al steeds meer gebeuren op het vlak van ziekte-uitkeringen ten gevolge psychische problemen. De vraag of men niet zou kunnen investeren in een geestelijke gezondheidszorg die de broodnodige tijd wél neemt en rekening houdt met elk geval apart, staat al lang niet meer op de agenda. Psychologen en psychotherapeuten worden gereduceerd tot uitvoerders van een repressief beleid, waarin psychische symptomen niet meer zijn dan een zo snel mogelijk uit te roeien parasiet aan de hand van kant-en-klare methodes. De parasiet valt nochtans niet te scheiden van de mens die eraan vasthangt. Waar men dit miskent, maakt men brokken.

Hoe aantrekkelijk slogans als “eindelijk duidelijkheid”, “weg met de charlatans” of “eindelijk terugbetaalde psychotherapie” ook mogen klinken, de huidige voorstellen lijken ons de kwaal te verergeren die de wetgever pretendeert te genezen.



Glenn Strubbe is klinisch psycholoog en doctoraatsonderzoeker, verbonden aan de UGent.

reageer

Eén reactie

  • door D Verhaegen op woensdag 4 januari 2017

    Alvorens alle doemdenkende therapeuten opnieuw ten strijde trekken tegen de nieuwst poging om ons land op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg de 20ste (geen typefout!) eeuw binnen te trekken, is het zinvol om kennis te nemen van het volledige pallet aan wetenschappelijk onderzoek over de effectiviteit van psychotherapie. Er is geen schande aan het adviseren van kortlopende, directieve therapiën waar deze een grotere effectiviteit kunnen voorleggen. Dit is vooral een voordeel voor de patiënt, me dunkt. Dat er een financieel voordeel is voor de samenleving, kan, mag en zal ik, als therapeut, nooit in rekening brengen. De mediagenieke voorsprong van zulke therapeutische aanpak vloeit voort uit een ruim aanbod van publicaties die de effectiviteit 'wetenschappelijk' kunnen aantonen. Dit model laat zich immers graag plooien naar de standaard die gesteld wordt door de normatief gemedicaliseerde gezondheidszorgindustrie. Het uitsluiten van langdurige therapie is dan weer een brug te ver. In een bondig overzichtsartikel bespreken P. Luyten en B. Lowyck onderzoek naar de bewezen meerwaarde van langdurige therapie bij specifieke ziektebeelden en op het vlak van recidive. Het is niet enkel een therapeutische meerwaarde, maar ook een kosteneffectieve meerwaarde. Daarnaast wordt ook de meerwaarde van de patiëntkeuze gedocumenteerd aan de hand van IAPT programma uit het Verenigd Koninkrijk. Als men de spelregels over terugbetaling gaat vastleggen, zullen onze zorgverzekeraars ook kennis nemen van de wetenschappelijke actualiteit en de halve eeuw ervaring in de ons omringende landen. Dat mogen we toch hopen!

    Ter info: Luyten P en Lowyck B, De effectiviteit van psychoanalytische therapie, Tijdschrift Klinische Psychologie, jg 46, nr 4, 2016

Lees alle reacties