Vrij/Tijd

Vrij/Tijd

woensdag 14 januari 2015 01:00
Spread the love

Omdat
tijd altijd tijdrovend is. En energievretend. Kom ik niet altijd tot schrijven.
Noch tot de essentie van mijn bestaan.

In
mijn hoofd is het vaak chaos. In mijn hart een gevecht voor wat het meeste aandacht
verdient. En onder mijn huid nestelen zich meer gifbekkens dan ik voor mogelijk
hield.

Ik
wens niets te claimen. Geen recht. Geen tijd. Geen aandacht.

Geen
mens hoeft tijd te maken. Of een oor aan te bieden. Of zich verplicht te voelen
mijn zielenroerselen die ik toevertrouw aan mijn geliefde papier te lezen.

Laat
je bij deze dus vooral niet onder druk zetten. Dat hoort niet deze tijd.

De
tijd van de vrije meningsuiting. En van recht op een eigen mening, zolang we
die maar betalen.

De
tijd van de vrije markt, die ons in staat stelt te doen en te laten wat we
willen. Onder voorwaarde dat we hard genoeg werken, in eender welke job. Want gelukkig
zijn, of zich goed voelen, dat hoort niet in vraag gesteld. Daar is tijd, noch
ruimte voor.
De
tijd van vrije bewegingsruimte. Als ik die van jou niet belemmer, is het ok. Maar
die vreemde snuiter, die komt niet binnen. Tenzij hij bereid is mee te draaien
in de mallemolen van de vrije markt. En als hij met zijn rare uitspraken zijn
snuiter maar houdt.
De
tijd van vrij onderwijs. Onderwijs als in ‘vrij om te beslissen wat we de
schoolgaande jeugd voorkauwen, zonder dat externen die niet behoren tot ons
clubje zich hiermee komen moeien. Als we maar subsidies krijgen.
De
tijd van vrije keuze op televisie. Hoe meer kanalen, hoe beter. Want dat
betekent meer keuze. Zolang we onze vertrouwde televisiegezichten maar dicht
bij ons op het scherm hebben.
De
tijd van vrije keuze om ons al dan niet voor te planten. Maar de kinderloze
vrouw, die moet beseffen dat ze niet normaal is. Dat ze niet ‘één van ons’ is. Dat
ze niet compleet is zonder voortgezette genen.
De
tijd van ‘tijd om daar iets aan te doen’. En beseffen dat we het jaar nadien
nog steeds geen actie hebben ondernomen. En dat het dus bijgevolg niet is
opgelost. Want ik hoef dat toch niet op te lossen?
De
tijd van geen tijd voor elkaar. Want ‘ik’ moet. En ‘ik’ wil. En dus moeten ‘wij’
wijken.

Grenzeloos.
Tijdloos. Nodeloos. Helaas.

Vertel
me. Wanneer is het genoeg geweest?

Een
tweetal jaren geleden, overleed Rik. Op 87 jarige leeftijd. Het was allicht
zijn tijd.

Na
een leven van strijd. Een strijd van onmacht tegen de grootmacht. Onmacht tegen
de opkomende consequenties van de vrije markt. En waarschijnlijk nog het meest
na een leven van strijd tegen zichzelf en hoe hij nooit meer zichzelf had
teruggevonden.

Rik
was een jonge snaak toen ‘de kampen’ hun opmars maakten in de woelige wereld
die geen warmte bood aan andersdenkenden. Een wereld die verdeeldheid en haat
zaaide. Die mensen systematisch uitsloot en het zwijgen oplegde. En ondanks
zijn jeugdige leeftijd en vage beweegredenen; Rik besloot om zichzelf nooit te
beperken in zijn bewegingsvrijheid. En met de zijne, ook die van de ander.

Hij
werd gedwongen om zijn jeugd van zich af te schudden, terwijl er zich ook bij
hem menig gifbekkens onder zijn huid hadden genesteld.

Plaatsen
waar mensen geen mens meer zijn. Waar tijd enkel ellende betekent.

Bakens
van afschuw. Geen opvang waardig. Gestuwd door angstloosheid en overmoedig
zijn, want wat had hij te verliezen als de wereld geen alternatief kon bieden?

..en
Rik overleefde.

Je
zou dan denken dat, als je mensen als Rik uit de ellende haalt, de ellende ook
wegebt uit hen. En korte tijd leek dat bij Rik ook te lukken.

Maar
wat doe je dan als de aanblik van een simpele baksteen voldoende is om je van
je sokken te blazen? Een lege broodplank bij de bakker je triggert? Een subtiele
geur de wansmaak van je verloren jeugd op de voorgrond zet?

Wat
doe je als iemand een heel leven lang op de vlucht blijft voor zichzelf?

Ik
had het voorrecht om Rik te leren kennen. Niet de Rik die achter zijn
uitgestreken serieuze gezicht zijn leegte wegstopte. Of de Rik die er
spelletjes van maakte anderen te treiteren, soms in de brede zin van het woord.
Maar de Rik die mee de grondlegger was van mijn roots. Van mijn appelboomgenen.
Mijn erfenis. Mijn beweegredenen. Mijn bestaansrecht.

En
met die langzame opening die ontstond, om ongegeneerd in zijn oorlog te mogen
vertoeven in mijn bijzijn, vond ik de raakvlakken tussen hem en mij. Langzaamaan.
Omdat wat ik zag, vaak behoorlijk confronterend was.

Maar
het begrip groeide. Wederzijds begrip. En daarmee gepaard een eigen manier van
omgaan met elkaar. Van delen. Van vragen stellen. Van strijd, ook die met
mezelf.

Ik
begreep dat dit mijn sleutel was om in het leven te staan zoals ik er nu sta.

En
ook al gaat het vaak moeizaam, en is die zoektocht absoluut nog niet afgelopen;
die onmiskenbare appelboomgenen en die kleine (irritante) trekjes, die maken
daar verdorie deel van uit.

Een
tweetal jaren geleden, na Rik ’s overlijden, moest zijn huis worden
leeggemaakt.

Het
enige wat ik meenam, was Rik zijn strijd. Neergeschreven op duizenden
bladzijden. Gebundeld in zware classeurs. Gedateerd. Handgeschreven met vulpen.
Getypt op een ouderwetse typmachine. Herhaling na herhaling. Zorgvuldig. Niets mag
vergeten worden.

Rik
’s jeugdjaren, toevertrouwd aan zijn geliefde papier. En in ruil maakte ik de
belofte om zijn jeugd, zijn strijd kenbaar te maken aan zij die het willen
weten. En zij die het zouden moeten weten.

Een
tweetal jaren geleden begon ik te lezen in Rik ’s jeugd en ontdekte ik
puzzelstukjes van mezelf. Schreeuwende anekdotes. Verscheurende taferelen die
je niemand toewenst.

Om
te verwerken tot degelijke boodschap voor de ander, is het nog te vroeg. Zijn strijd
en de mijne zijn nog te symbiotisch.

Een
tweetal jaren geleden, overleed Rik. Op 87 jarige leeftijd. Op eigen vraag. In alle
vrijheid.

Het
was zijn tijd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!