Hervorming studentenarbeid – meer voor je geld?

Hervorming studentenarbeid – meer voor je geld?

vrijdag 12 augustus 2011 13:54

De studentenarbeid word binnenkort hervormd. Studenten kunnen vanaf 1 januari 2012 langlopende contracten afsluiten (1 jaar) en per jaar 50 dagen werken zonder aan de sociale zekerheid te worden onderworpen. Men betaalt geen RSZ-bijdragen, maar andere, door de band genomen lagere, ‘solidariteitsbijdragen’. Arbeidsmarktexpert Jan Denys stelde op TV enthousiast vast dat dit een concurrentieel voordeel voor de Belgische economie zou zijn. Jan Denys is natuurlijk geen neutrale spreker. Hij verdedigt hier de eigen winkel, Randstad uitzendkantoor, dat een behoorlijk fors marktaandeel van de studentenovereenkomsten in zijn portefeuille heeft. Wel, wij van het ACV zijn in elk geval minder enthousiast, omwille van andere, betere redenen.

We gaan ervan uit dat de student in het middelpunt van de hervorming moet staan. Student is iemand die kan zeggen: ik ben student, en ik wil iets bijverdienen. Bijverdienen, want studeren is de hoofdtaak. Deze studenten zullen volgens de nieuwe wet, meer kunnen gaan werken, en minder aan de RSZ moeten bijdragen.

Iedereen wint. Of toch niet?

Laat ons duidelijk zijn: de student krijgt geen nieuwe rechten in de sociale zekerheid. Hij werkt langer, maar de dagen tellen niet mee om bijvoorbeeld jeugdvakantierechten op te bouwen. De dagen gewerkt tijdens de zomer tellen evenmin mee om een verkorting van de wachttijd voor de toegang tot wachtuitkeringen te krijgen. Dat kan beter, veel beter.

Men heeft de mogelijke duur van een studentenovereenkomst tot één jaar verlengd. Studenten hebben een contract van bepaalde duur. Dat betekent dat ze al een jaar op voorhand kunnen worden vastgelegd. Maar ze hebben bijvoorbeeld geen vakantie, geen langere opzegtermijnen… Meer flexibiliteit ten laste van de student is er, maar de rechten van de student zijn niet mee gevolgd.

Tot slot mist men hier een kans om de reglementering aan te passen aan de flexibilisering van het onderwijs. Men hoeft niet noodzakelijk in juni af te studeren, dat kan nu op ieder moment van het jaar. Men had nu de kans om duidelijk te stellen wanneer iemand een studentenovereenkomst moet krijgen, en wanneer niet meer. De bevoegde instellingen blijven elkaar tegenspreken, hetgeen de nieuwe regeling voor schoolverlaters moeilijk blijft maken.

Het wordt gemakkelijker om studentencontracten aan te gaan.  Voor  de werkgever wordt het een stuk goedkoper. We vrezen dat dit een bijziende vorm van arbeidsmarktbeleid is. Deze studenten hebben er weinig aan, maar er zullen meer contracten komen, en vaak voor langere duur.

Wie zal dat betalen, wie heeft zoveel geld?

Studentenarbeid is niet enkel gelijk aan het ‘witten’ van zwartwerk. De dagen die studenten zullen werken zijn vaak dagen die nu volledig worden onderworpen aan RSZ-bijdragen. Binnenkort zijn ze enkel aan de solidariteitsbijdragen ‘studenten’ onderworpen.

De budgettaire ramingen zijn gebaseerd op een vrij strikte visie: het moet budgetneutraal. Maar ja, vroeger werkte men 46 dagen, nu 50. Dus verdeel je de last voor de werkgever opnieuw over meer werkdagen, en bijgevolg is er een lagere dagbijdrage nodig. Daarnaast heft men allerlei beletsels op, dus zullen meer dagen die vroeger als gewone werknemer werden gewerkt, nu als student worden gewerkt. Met opnieuw minderontvangsten voor de sociale zekerheid. Allemaal elementen die ons doen geloven dat de budgettaire ramingen niet gegrond zijn.

Een strikte budgettaire monitoring is broodnodig. De waarheid is dat de sociale zekerheid zich geen financiële risico’s kan permitteren. Indien nodig moeten de bijdragen dan maar omhoog. Bovendien had  de regering in 2008 nog gesteld dat  de studentenarbeid 10 miljoen méér moest opbrengen in de toekomst, om zo alvast meer op te leveren voor de financiering van de sociale zekerheid. Wij zijn die belofte niet vergeten.

Geef de student wat de student toekomt

Iedereen wist dat de huidige reglementering moest wijzigen. Ze was te ingewikkeld. Deze wijziging is echter eenzijdig. Studenten kunnen meer en flexibeler werken, maar buiten hun loon voor die dagen krijgen ze weinig in ruil. Ze betalen bijdragen, maar krijgen geen rechten. Ze blijven goedkoper dan collega-werknemers, en ze houden netto meer over dan die collega’s. Dat wakkert dan nog eens de concurrentie aan op de werkvloer.

De hervorming is dus niet af. We roepen de politici dan ook op om het werk af te maken. Want op de keper beschouwd krijgt de student-werknemer zelf weinig meer voor zijn geld. En dat zou toch moeten.

Ann Van Laer, nationaal secretaris

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!