Film Fest Gent ’13: La Vénus à la Fourrure
Polanski, Film Fest Gent, 40E FILMFESTIVAL GENT, Roman Polanski, Venus in Fur, La Vénus à la Fourrure, Sacher-Masoch, Leopold von Sacher-Masoch -

Film Fest Gent ’13: La Vénus à la Fourrure

maandag 18 november 2013 17:50

Misschien wel één van de sterkste films van het Film Fest Gent ’13, was de nieuwe van Roman Polanski. Na zijn comeback in 2002 met The Pianist, bleven de echte kleppers uit. Oliver Twist werd erg lauw onthaald. The Ghost Writer was wel een favoriet bij vele critici, maar ik denk dat Polanski’s arrest in 2009 meer bijdroeg tot het succes dan de film zelf (die vooral aantoonde dat genrefilms over het algemeen vreselijk saai zijn). Carnage was dan weer een kleine, intieme film – wat mij betreft zijn beste sinds The Pianist. Opvallend is dat Carnage een voorbode was op Polanski’s La Vénus à la Fourrure (ofte: Venus in Fur).

Polanski heeft een oeuvre dat vol staat met adaptaties van romans (Rosemary’s Baby, Le Locataire, Tess, Bitter Moon, The Ninth Gate, The Pianist, Oliver Twist en The Ghost Writer) en theaterstukken (The Tragedy of Macbeth, Death and the Maiden en Carnage), maar met La Vénus à la Fourrure is hij toe aan zijn eerste adaptatie van zowel roman (Leopold von Sacher-Masoch) als theaterstuk (David Ives). Ives vertaalde Masochs controversiële boek naar het theater in 2010 en hielp Polanski om datzelfde stuk om te zetten naar een filmscenario. Omdat ik noch met het boek, noch met het theaterstuk bekend ben, kan ik weinig kwijt over de kwaliteit van de adaptatie.

Markies de Sade en Leopold von Sacher-Masoch zorgden met hun literatuur (en namen) voor het ontstaan van de woorden ‘sadisme’ en ‘masochisme’. De Sade inspireerde onder meer provocatieve meesterwerken als Buñuels L’Âge d’Or en Pasolini’s Salò o le 120 Giornate di Sodoma. Nu is het de beurt aan Masoch, die Ives en Polanski voorziet van uitstekend materiaal om het complexe sadomasochistische spel tussen twee individuen te dissecteren. Dit levert niet alleen erg uitdagende, maar ook intrigerende en opzwepende cinema op.

Thomas (Mathieu Amalric) is een regisseur van middelbare leeftijd die met La Vénus à la Fourrure een nieuw theaterstuk brengt. Alleen wil de casting niet zo vlotten. Tot als Vanda (Emmanuelle Seigner) komt binnengelopen, een actrice die vooral heel erg naïef en nogal theatraal overkomt. Thomas wil zijn dag beëindigen, maar Vanda staat erop dat ze eerst nog even wil solliciteren. Met een verleidelijk uiterlijk en een – niet toevallig – gelijkaardige naam (ze komt namelijk solliciteren voor Vanda, één van de twee hoofdpersonages uit Masochs boek), weet ze Thomas te overtuigen even langer te blijven om haar een kans te geven. Met tegenzin stemt hij in en nog voor je het weet, begint de spanning te stijgen, keren de rollen zich om (en weer om, en weer om,…) en heb je als kijker alleen maar het raden naar de afloop. Met een hoge portie humor, zelfrelfectie en meta-kritiek, loodst Polanski je mee door de vage vaarwateren waarin de rollen van meester(es) en slaaf nooit duidelijk afgelijnd zijn.

De lichtheid en de gevatte dialogen waarmee de film voortschrijdt, doen niet zelden denken aan Carnage. In deze prent gaat Polanski echter nog wat verder: het decor en de locatie zijn nog beperkter en het aantal acteurs is gehalveerd. Minimalistische cinema moet dus niet altijd vertaald worden in fotografische of non-narratieve cinema, ze kan ook zeer nadrukkelijk op dialogen (cf. de Before-trilogie of Tape) of spanningsopbouw (cf. Buried of All Is Lost) gefocust zijn. De dialogen in deze film wisselen voortdurend tussen fictief (letterlijke dialogen uit La Vénus à la Fourrure) en realiteit (de dialogen tussen Thomas en Vanda, geschreven door Ives / Polanski), waardoor je als kijker gedwongen wordt te beseffen naar welk soort medium je aan het kijken bent. Deze meta-narratief wordt gepaard met episodes van zelfreflectie. Zo stelt Vanda de relatie in vraag tussen de schepper (Thomas, als regisseur) en zijn schepping (de adaptatie van Masochs boek tot een toneelstuk): zit er niet altijd een uiting van jezelf in je creatie, die de eigenheid ervan garandeert, maar tevens je aspiraties verraden? Geldt dit dan ook niet voor Polanski zélf? Castte hij immers niet zijn eigen vrouw (Seigner) in de rol van Vanda? En wat met de fysieke gelijkenis tussen Polanski en Amalric? Wil Polanski ons hier iets vertellen? Of speelt hij net met de idee (i.e. “aanwezigheid van de schepper in de schepping”) die hij in vraag stelt via Vanda?

Met La Vénus à la Fourrure maakte Polanski niet alleen een fantastische film voor cinefielen, maar ook voor literaire en kunstfilosofische critici. Het is een zeer zelfbewust werk dat een postmoderne narratief gebruikt en sterk kan appelleren aan al zij die houden van intelligente dialoogcinema of van de microscopische nuances die de menselijke verhoudingen van meester naar slaaf doen veranderen en weer terug. Deze film is een ode aan bevrijde seksualiteit, aan vrouwelijkheid, aan machtsanalyse en aan zelfbewustzijn. Hulde!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!