Film Fest Gent ’13: Gravity
Filmfestival, Frank De Winne, Film Fest Gent, 40E FILMFESTIVAL GENT, Gravity, Cuarón, Alfonso Cuarón, Buzz Aldrin, Ruimte -

Film Fest Gent ’13: Gravity

donderdag 21 november 2013 21:54

De meest geliefde blockbuster van het jaar? Guilty pleasure van zowat elke cinefiel? Een instant-klassieker uit 2013? Of… de meest overgewaardeerde prent die we in lange tijd gezien hebben? Het nieuwe hoogtepunt van lege en zinloze Hollywood bombast? Een evidente love to hate film? … Wie zal het zeggen? Feit is dat Gravity niet onbesproken is. Met een regisseur als Alfonso Cuarón kan dat ook moeilijk anders.

Het budget van $100 miljoen maakt dit ongetwijfeld tot één van de duurste producties van het jaar. Hoewel Gravity niet eens de top 5 haalt – die bestaat momenteel uit The Lone Ranger, Man of Steel, Oz the Great and Powerful, Iron Man 3 en World War Z (alle over de $200 miljoen) -, is het overduidelijk dat dit stukje cinema geld gekost heeft. Veel geld. Het is moeilijk om uit te maken of de film dat waard was. Vermoedelijk is geen enkele film dat. En toch… Toch laat dit in het geval van Gravity geen wrang gevoel na. In die zin slaagt de film wonderbaarlijk in zijn opzet: entertainment voor de massa, met of zonder geweten.

Wanneer je Cuaróns Children of Men en de bijhorende documentaire The Possibility of Hope (met o.a. Slavoj Žižek en Naomi Klein) ziet, vraag je je echter af op welke manier hij dergelijke immense kost verantwoordt… Misschien moet ik Cuaróns “artistieke vrijheid” maar gewoon aanvaarden – welke decadente uitgaven hier ook mee gepaard gaan. Het wekt een cynische ingesteldheid op die alleen maar kan vergeten worden door de film los te koppelen van zijn materialiteit. Met andere woorden: door irrationeel de materiële relatie te ontkennen, door gemakzucht te laten zegevieren en door dergelijk entertainment te aanvaarden als iets dat geen potentieel subversief karakter in zich heeft. Enkel als we dat doen en kunnen, is Gravity een absoluut hoogtepunt van technologisch gestuurde filmesthetiek en escapistisch popcornvertier. Ondanks de tweestrijd moet ik dus toch bekennen dat de cinefiel in mij de bovenhand haalt op de moraalwetenschapper.

Cuarón is een regelrechte klasseregisseur die nog niet één slechte film maakte (het wat mindere Great Expectations te na gelaten). Met de Mexicaanse indies Sólo con Tu Pareja en Y Tu Mamá También en de schitterende kinderfilms A Little Princess en Harry Potter and the Prisoner of Azkaban bewees hij al veel van zijn kunnen. Het was evenwel pas met het post-apocalyptische meesterwerk Children of Men dat hij de harten van menig filmliefhebber veroverde. Ondertussen is hij een gevestigde naam in het filmcircuit.

Eén van Cuaróns handelsmerken zijn long takes, wat hij reeds in de kortfilm Parc Monceau, als onderdeel van Paris, Je t’Aime, uitvoerig bewees. Dat dit maar een voorbode was van wat we de eerste twintig minuten van Gravity te zien zouden krijgen, had niemand durven dromen. De long take waarmee Cuaróns nieuwste aanvangt, is namelijk visueel verbluffend en nagenoeg ongezien. Het bewijst vakmanschap, affiniteit met het medium en de wil om zijn stempel te drukken op de filmgeschiedenis. Dat James Cameron, nog zo’n filmtechneut, vol lof en enthousiasme sprak over Gravity, zal Cuarón ongetwijfeld ook geen windeieren leggen. De film bracht inderdaad al bijna het zesdubbele op van wat hij kostte. Dan toch een goede investering?

Gravity heeft inhoudelijk weinig om het lijf: twee astronauten (gespeeld door George Clooney en Sandra Bullock) zijn na een botsing met brokstukken van satellieten op dool in de ruimte, wat volgt is een strijd tegen de natuurwetten om terug veilig op de Aarde te geraken. Je raadt het al, omwille van het verhaal hoef je alvast niet te gaan kijken. Maar dat was ook zo met Avatar, die vorige natte droom van talrijke filmtechneuten. Gravity is dus in de eerste plaats een film die je moet beleven en dat vereist dat je niet alleen de materiële decadentie aanvaardt, maar ook meegaat in de simplistische verhaallijn. De beste plaats waar dit tot zijn recht komt, is de bioscoop. De donkerte en grootte van de cinemazalen in combinatie met het diepte-effect van de 3D (ik ben vooralsnog niet bereid om toe te geven dat die in Gravity wel eens een meerwaarde zou kunnen zijn), zorgt voor een intense, extreem spannende filmervaring die de immensiteit en leegheid van de ruimte akelig voelbaar maakt. Het valt te betwijfelen of de film ooit datzelfde effect zal bereiken op de televisie in je living, laat staan op het computerschermpje van je laptop terwijl je languit op bed ligt. Ook hier slaagt de film dus in zijn opzet: de bioscopen terug een uniek karakter meegeven – iets wat sinds de digitalisering in de verdrukking geraakt was. Cuarón zorgt ervoor dat je Gravity ervaart als een ritje op een achtbaan, zodat je met plezier een tweede maal wil gaan aanschuiven (en betalen).

Ik heb niet dezelfde ervaringen als Buzz Aldrin en Frank De Winne en zal dus geen uitspraak doen over het realistische karakter van de film (dat door astronaut Mark Kelly en NASA-expert Zeb Scoville dan weer in twijfel getrokken werd). Hooguit kan ik zeggen dat het voor iemand die niet in de ruimte is geweest, heel echt aanvoelt. Wie zich openstelt voor dit stukje cinema, krijgt een vrij ongeëvenaarde filmervaring in de plaats. Gravity zal niet iedereen plezieren; aan te raden is hij dan ook alleen voor zij die de film willen ondergaan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!