Lesbos, met aan de overzijde de Turkse kustlijn. Foto: Peter Peene
Reportage - Peter Peene

De kampen van Lesbos zijn ‘Afghanistan in Europa’. Een reisverslag

De wantoestanden in de kampen voor vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos zijn geen recent fenomeen. Toch kwamen ze pas recent terug in de mediabelangstelling. Peter Peene uit Langemark ging een week ter plaatse om als vrijwilliger te helpen voor de ngo Because We Carry. Dit is een redactionele samenvatting van zijn relaas, een verhaal van solidariteit en medeleven.

donderdag 27 februari 2020 17:12
Spread the love

De laatste jaren associëren we Lesbos bijna vanzelfsprekend met vluchtelingen, met ellende, met ‘de Turkije-deal’… Het is nochtans ooit anders geweest. Lesbos is een heerlijk vakantie-eiland dat veel te bieden heeft: prachtige natuur (met o.m. flamingo-hotspots), een rijk verleden dat weerspiegeld wordt in oude centra, mooie kerkjes en kloosters, lekkere keuken met verse vis en groenten, stranden, zon en zee. Voor mij als geschoold classicus is Lesbos tevens het eiland van Sappho, misschien wel de grootste dichteres uit de Oudheid.

Lesbos

Dat hier sinds 2013 – vooral vanaf 2015 – meer dan een half miljoen vluchtelingen aangekomen (en meestal weer vertrokken) zijn, doet aan dat alles niets af. Alleen zijn de toeristen sindsdien weggebleven. Resultaat is dat de inwoners van Lesbos dubbel betalen: een ongeziene toevloed van mensen op de vlucht en een belangrijke bron van inkomsten die opdroogt. Dat de inwoners vandaag op straat komen tegen falende overheden hoeft dan ook niet te verwonderen.

Lesbos (googlemaps)

Ooit begon het helemaal anders. In 2016 werden de bewoners van Lesbos genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Naast de internationale ngo’s blijven veel lokale bewoners begaan met het lot van de vluchtelingen.

Nikos en Katerina runden een klein restaurant, toen hun eiland de plek werd waar duizenden vluchtelingen vanuit Turkije over zee Europa binnenkwamen. Ze begonnen maaltijden te bereiden wat ‘uit de hand is gelopen’ tot de kleine ngo ‘Home for all’. Met steun uit binnen- en buitenland én met inzet van vluchtelingen zelf, brengen ze dagelijks honderden maaltijden naar het kamp Moria. Binnenkort start ook de productie van olijfolie, met én voor vluchtelingen (zie www.homeforall.eu)

Lesbos is met 1630 km² één van de grootste Griekse eilanden, heeft 90.000 inwoners, een derde in de hoofdstad Mytilene. De ngo Lesvos Solidarity ondersteunt vluchtelingen en beheert het PIKPA vluchtelingenkamp met een atelier waar vluchtelingen onder meer gebruikte reddingsvesten recycleren tot artisanale producten, met onderaan de tekst: ‘No one puts their children in a boat unless the water is safer than the land (zie www.lesvossolidarity.org).

Kara Tepe

In het kamp Kara Tepe verblijven 1200 mensen. Ze passeerden eerst kamp Moria, waar elke vluchteling die op Lesbos aankomt, geregistreerd wordt. De meest kwetsbaren geraken sneller in Kara Tepe: kinderen met een beperking en hun gezin of Jezidi’s (die zwaar lijden onder genocidaire aanvallen door IS).

De eerste indruk van Kara Tepe is positief. Geen tentjes of barakken maar wooncontainers van de UNHCR, het VN-agentschap voor vluchtelingen, waar soms tot 10 mensen – volwassenen en kinderen – moeten samenleven. In het centrale gedeelte zijn er speelpleinen, een grote yurt, een muziekklas, een schooltje, een kapsalon, een beautysalon (eveneens in containers). Van ’s morgens tot ’s avonds hoor je het vrolijke geluid van spelende kinderen.

Kara Tepe wordt ‘bestuurd’ door de gemeentelijke overheid van Mytilene. Verschillende ngo’s maken hier elke dag het verschil. Ze bieden maaltijden aan, zetten activiteiten op, ze zorgen voor een kader waarbinnen de bewoners op een menswaardige manier leven – wachtend op een beslissing over hun asielaanvraag. Soms wachten ze maanden, soms jaren. Krijgen ze asiel en mogen ze verder doorreizen naar het Europese vasteland? Of worden ze teruggestuurd – naar Turkije of naar hun land van herkomstland?

De jonge Afghaan Mo Mo is een van hen, hij kwam anderhalf jaar geleden op Lesbos aan, samen met zijn zwangere vrouw. Ze zijn nu trotse ouders van een zoontje. Na 8 maanden in Moria, konden ze naar Kara Tepe verhuizen. Hij heeft net vernomen dat zijn asielaanvraag is goedgekeurd.

Het wordt Oostenrijk, waar zijn broer woont. Groot-Brittannië, waar een andere broer en een zus wonen, is door de Brexit niet langer een optie. Hij vertelt ons hoe veel vluchtelingen uit wanhoop en angst kiezen voor de ‘vlucht vooruit’ en in Athene een vals paspoort proberen te kopen bij smokkelaars. Voor hun ‘service’ vragen die tot 4000 euro. Mo bleef liever geduldig wachten en nu is zijn geduld beloond.

Moria – ‘de hel van Europa’

Moria is een klein dorp op 10 minuten rijden van Mytilene. Op een heuvel ligt het intussen beruchte kamp, oorspronkelijk een voormalige legerbasis voor 3000 mensen. Het kamp deint nog elke dag verder uit in de olijfgaarden eromheen. Dit is een sloppenwijk met 20.000 mensen in aftandse tentjes of ineen geknutselde hutjes van pallets, stukken plastic en dekens.

Overal branden vuurtjes waarop gekookt wordt of waaraan mensen zich verwarmen. Hygiëne laat te wensen over met veel te weinig douche- en toiletcontainers voor deze mensenmassa. En dan is er het grootste probleem: afval. Op sommige plaatsen stapelt het zich op en zwelt het in geen tijd aan tot een vuilnisbelt. Er is geen reguliere. Vrijwilligers van ngo’s houden regelmatig opruimacties en huren containers of vrachtwagens om de zakken weg te voeren. Een structurele aanpak ontbreekt vooralsnog.

De straat die het officiële kamp scheidt van de uitbreiding in de olijfgaarden is als een overvolle rudimentaire winkelstraat. De hele dag door lopen mensen over en weer, heel veel jonge mensen, en kinderen en toiletcabines, uitpuilend van de uitwerpselen. De mensen hier zijn deze situatie grondig beu: de dag na ons vertrek komen ze op straat om de leefomstandigheden en de traagheid van de procedures aan te klagen. Hun protest wordt in traangas gesmoord. Moria is een Europese schandvlek.

Tijdens onze week Lesbos gingen we drie keer in Moria gaan werken, twee keer als afvalopruimers, een keer om pakketten te bedelen met warmwaterkruiken en zonnelichtjes. Al na de eerste keer dacht ik: dit zijn mensen die niemand wil, hun geboorte- en thuisland niet, Griekenland niet – dat deze onleefbare omstandigheden veelal laat voor wat ze zijn (kwestie van geen ‘aanzuigeffect’ te creëren) , Europa niet, dat Turkije- en andere deals ten spijt, zijn beloftes om vluchtelingen gelijkmatig over de EU-lidstaten te spreiden, niet nakomt.

Hoe lang nog houdt de Europese Unie – winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede – deze schandvlek in stand? Dit is Afghanistan in Europa. Meer dan 70 procent van de vluchtelingen in Kara Tepe en Moria zijn Afghanen. Hier zijn de voorbije jaren vele tienduizenden Syriërs gepasseerd. Met wat nu in de Syrische provincie Idlib gebeurt, valt een nieuwe vloedgolf niet uit te sluiten. OP het ogenblik zijn er echter vooral Afghanen op Lesbos. Veertig jaar lang al woedt er oorlog in Afghanistan. Hoe zouden wij dan niet kunnen begrijpen dat mensen daar weg willen?

Team 224 van Because we Carry

Wij zijn ‘team 224’, vrijwilligers uit Manchester en Amsterdam, hoofdzakelijk vrouwen. Team 224 betekent dat 223 weekteams ons zijn voorafgegaan, een sterk model dat al zo lang elke week een nieuw team voor Because We Carry naar het eiland afreist. We maken er ook kennis met vrijwilligers van andere organisaties. contactgegevens uit. Een van hen blijkt Zweeds sociaal-democratisch parlementslid Magnus Manhammar te zijn.

BWC begon met drie Amsterdamse vrouwen in 2015. Ze trokken met 1000 babydragers naar het eiland. Daaraan dankt de organisatie, vandaag een volwaardige ngo is, haar naam: Because We Carry (een woordspeling op ‘because we care’). (www.becausewecarry.org). Vijf jaar later is BWC een verhaal van 224 teams die de vaste ploeg ter plaatse week na week komen versterken

Elke morgen trekt de weekploeg in Kara Tepe van deur tot deur met een voedzaam ontbijt van bananen, brood, groenten en fruit. Daarnaast zet BWC specifieke projecten op. Er is wekelijks yoga voor dames en sport voor heren. In de barbershop (voor mannen uit de Arabische en Oosterse wereld is haar- en baardverzorging een erezaak) is het elke dag aanschuiven voor haarsnit of baardverzorging. Dames hebben hun beauty-salon. Er is ook een fietspunt en een theehuis. In het weekend zijn er activiteiten voor kinderen en elke vrijdag een wekelijkse kids-party. Doel van al die activiteiten is de bewoners van het kamp in hun waardigheid te bevestigen. Zo krijgen het gevoel ook het recht te hebben om gewoon mens te zijn. Gevulde dagen gaan bovendien sneller voorbij…

BWC schakelt ook bewoners zelf in om vrijwillig taken op zich te nemen. Haar aankopen doet BWC bewust bij lokale verkopers – een duurzame aanpak, die bovendien het verlies door de terugval van het toerisme enigszins compenseert.

In Moria pakt BWC de dingen eerder ad hoc aan. Stapelt vuilnis zich op? Dan gaat BWC, vaak samen met andere ngo’s, opruimen. In overleg wordt ook regelmatig een bedeling georganiseerd van basisgoederen zoals kledij of slaapzakken. Vlakbij Moria staat ook de ‘roze container’ van BWC, waar zwangere vrouwen of pas bevallen moeders terecht kunnen voor verzorging, informatie, een moment van rust.

We mochten ervaren dat een glimlach, een dagelijkse ‘goeiemorgen!’, een schouderklopje, een simpele blijk van medemenselijkheid voor mensen op de vlucht van levensbelang zijn. Tijdens onze laatste ontbijtronde, werden Fleur en ik zeer geraakt door een meisje van elf dat ons – in vloeiend Engels! – aanklampte. Er zou een incident geweest zijn met een gasfles (wat verboden is in Kara Tepe) en nu moest haar gezin ’s anderendaags terug naar Moria.

“Ik wil niet terug, ik wil verder naar school kunnen gaan, ik wil verder Grieks studeren, en ook Frans en Duits. De politie heeft niet eens in onze container gekeken, wij hebben met die gasfles niks te maken…” We zien een meisje dat barst van talent, van vastberadenheid om haar leven in handen te nemen, een meisje dat droomt van een betere toekomst en daar ook hard wil voor gaan. Maar zal ze daartoe de kansen krijgen die ze verdient?

Because We Carry is lang niet de enige organisatie actief op Lesbos. De UNHCR levert wooncontainers. Naast de klassieke grote ngo’s als Artsen Zonder Grenzen, zijn er – opvallend – veel Nederlandse ngo’s aanwezig. Naast BWC zijn dat Movement on the ground en Stichting Bootvluchteling.

Ondanks hun vele goede werk blijft de vraag op onze lippen branden: waarop wachten ngo’s en overheden om aan tafel te gaan om alvast het afvalprobleem grondig aan te pakken? Het zou de leefomstandigheden drastisch verbeteren en ineens een stevige doorn tui het oog van de eilandbewoners halen.

Zwemvestenkerkhof

Op zondagmiddag 2 februari, de laatste dag van ons verblijf, bezoek ik nog de ‘life jacket graveyard’, een reusachtige stapel zwemvesten, achtergebleven waar de meeste vluchtelingen de voorbije jaren zijn aangekomen (in het ‘top-jaar’ 2015 meer dan een half miljoen). Daar is de afstand tussen Turkije en Lesbos het kortst.

Het ligt even voorbij het schilderachtige Molyvos (Mithymna), een middeleeuws stadje bekroond door een stoere burcht. Duizenden zwemvesten, evenveel verhalen waarvan sommige hier ook een einde kregen – in al die jaren overleefden honderden mensen de overtocht niet. Wat een plek. Ik hou het niet langer dan enkele minuten uit. Als ik naar de auto terug stap, zie ik beide kustlijnen – van Turkije, waar de bootjes op zee gingen, en van Lesbos, waar ze aankwamen.

En, hoe was het daar?

Een vraag die ik sinds mijn terugkeer al vaak gehoord heb. We vroegen ons af hoe we in één zin op die vraag zouden kunnen antwoorden. We wisten meteen: dit lukt nooit. Hier valt zoveel over te vertellen. Hier blijven zoveel vragen onbeantwoord. Niemand zet zijn kinderen in een bootje, tenzij het water veiliger is dan het land… Daarmee begint alles.

Vervolgens: heeft niet ieder mens recht op veiligheid voor zichzelf en zijn kinderen? Op een menswaardig bestaan? Hoe kunnen we dat het best voor iedereen garanderen? Allerminst eenvoudige vragen, die ook geen simpele antwoorden kennen. Maar altijd weer komen we tot deze kernvraag: durven we de vluchteling in de ogen kijken, in haar of hem een mens zien zoals wij en daar dan ook naar handelen?

Ik stel die vraag op de eerste plaats aan mezelf. Wat ik me voorneem: ik wil mij nóg beter informeren over wat in de wereld gebeurt; ik wil in mijn omgeving, met de mogelijkheden die ik heb, het draagvlak voor een menswaardige opvang van vluchtelingen verbreden door mijn ervaringen te delen…

Alle foto’s in deze reportage zijn van Peter Peene. Het volledige relaas van de reis van Peter Peene kan je lezen in deze bijlage: LESBOS 2020 – mijn verhaal

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!