Boetiek K.

Boetiek K.

vrijdag 25 januari 2019 16:34

‘Mooi hé? Het hangt waarschijnlijk nog maar net in de winkel want vanmorgen heb ik het niet gezien.’
De jonge vrouw werpt nog snel een blik op het roze kleedje dat ze voor zich houdt en reikt het me dan aan zodat ik de prijs kan scannen.

Soms is ze een tijdlang in geen velden te bespeuren, en dan komt ze plots meerdere keren per dag. Maar het is altijd plezierig om haar te zien; een bevallige, opgewekte verschijning — niet toevallig zit dat vrolijk trekje om haar mond.
Ik vind het als verkoper een beetje dubbel als iemand me in zijn aankopen betrekt, maar om de één of andere reden zit ik er bij haar niet mee.
‘Het gaat mooi samen met je huidskleur’, zeg ik. Ze knikt.

Ze is niet blank maar ook niet zwart. Een mulattin dus, de vrouwelijke variant van mulat. Alhoewel gebruikelijk, hou ik niet van dat woord omdat het afkomstig is van de Latijnse benaming voor muilezel, ‘Mulus’, waarmee er eigenlijk bastaard wordt bedoeld. 
Koffie met melk klinkt dan weer arrogant, en Indo of halfbloed lijken wel verwijten, net als creool of kleurling. Het is allemaal zo futiel, en het lijkt bedoeld om de persoon in kwestie te degraderen als mens. Terwijl deze als de vrucht van rassenvermenging de brug legt en twee werelden samen brengt. 
Maar zo goed als we zijn om termen te bedenken waarmee we alles wat anders is, of wat afwijkt van het gebruikelijke, tot mikpunt van spot te maken, zo zijn we er nog altijd niet in geslaagd om een formulering te bedenken dat deze mensen recht doet.

‘Je hoeft geen bonnetje te maken om het te kunnen ruilen, ik heb het gepast en het zit me als gegoten.’
Ik voel dat ze naar me staart terwijl ik de getallen intoets en het pinapparaat in gereedheid breng zodat ze met haar bankkaart af kan rekenen.
‘Ik ben zonet aan het bedenken dat alles wat ik momenteel draag, van hier komt. Mijn schoenen, mijn broek, mijn jas, mijn sjaal… Zelfs mijn oorringen!’ Ze giechelt.
‘Als ik bij mijn moeder kom, gebeurt het dat ze zegt ‘O, wat mooi, waar heb je dat nu weer vandaan?’ En dan zeg ik: ‘Van Boetiek K.’ Dat klinkt sjieker en in gezelschap weten dan alleen mijn moeder en ik hoe het precies zit.’

Het is alsof ze mijn gedachten raadt.
‘Niet dat het mij kan schelen wat iemand anders ervan vindt, maar voor mijn moeder ligt het iets gevoeliger. ‘Wat niet weet, wat niet deert’, zegt ze maar ik weet dat ze zich tegenover haar vriendinnen schaamt ook al weet iedereen dat ze het niet breed heeft. Daarom komt ze zelden mee naar hier, en neem ik af en toe op goed geluk iets voor haar mee. Ze is bang om iemand tegen te komen dat ze kent.’
‘Maar die persoon is hier dan toch ook?’
‘Precies wat ik haar zei! Maar dat leek het nog erger te maken. Alsof ze het niet wou weten van iemand anders ook! Het is echt heel ingewikkeld… Maar we hebben het dus opgelost.’
Ze plooit het kleedje en bergt het bij de rest van haar aankopen op, duidelijk in haar nopjes; de glimlach wijkt geen moment van haar gezicht. En dan, alsof het een slogan is, declameert ze een ingeving waar een beetje copywriter al gelukkig van zou worden:

‘Alles wat ik draag, komt van Boetiek K!’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!