Lust u zondag GGO-pap?
Gert Van der Auwera

Lust u zondag GGO-pap?

Uit een bevraging bij de zeven grote Vlaamse politieke partijen blijkt dat de standpunten over genetisch gewijzigde organismen (GGO’s) in de landbouw parallel lopen met de klassieke politieke tweedeling. Links is tegen, rechts is pro, of tenminste niet steeds anti.

vrijdag 23 mei 2014 14:18

DeWereldMorgen.be

Groen en Pvda trekken radicale conclusies op basis
van de huidige ervaringen met GGO-teelt, terwijl CD&V, Open VLD en
N-VA elk individueel dossier wetenschappelijk willen onderbouwen
alvorens een beslissing te nemen. En wat vindt u?

Doorgaans
bepaalt uw portemonnee waarover er zoal wordt gedebatteerd in
verkiezingstijd. Meer ideologisch getinte onderwerpen raken daarbij
ondergesneeuwd, zoals de vraag waar het naartoe moet met
het Europees landbouwbeleid. Eén van de hete hangijzers is
of we GGO’s al dan niet toelaten. Europa is over dit thema – nog
maar eens – verdeeld, wat er in de praktijk op neerkomt dat onze
marktt grotendeels GGO-vrij is. Dossiers worden van kastjes
naar muren gestuurd en bereiken nooit het veld: besluiteloosheid
troef. Het is een debat met veel gezichten, vaak verborgen
achter ideologische maskers.

Afgaand
op hun verkiezingsprogramma’s nemen de politieke partijen vage standpunten in, met uitzondering van Groen. In de programma’s
van Open VLD en Vlaams Belang is geen spoor van GGO’s, de anderen
houden het bij een summiere stelling van een of twee alinea’s. En
dit terwijl het zondag toch ook over Europa gaat. De zeven partijen
die in heel Vlaanderen kieslijsten vullen, beoordeelden vijf
stellingen. Ze konden eveneens vrij reageren om hun score te
nuanceren. Vlaams Belang en sp.a maakten geen gebruik van deze
mogelijkheid.

Stellingen

Stelling
1.
Vergunningen voor teelt of import van GGO’s moeten op
Europees niveau worden toegekend. De lidstaten moeten de beslissing
van de EU integraal overnemen en hebben niet het recht vergunde GGO’s
te weren.

Helemaal eens

Eerder eens

Eerder oneens

Helemaal niet akkoord

CD&V

Open VLD

sp.a

Vlaams Belang

N-VA

Pvda

Groen

Zowel
Open VLD als CD&V pleiten ervoor de beslissingsmacht in handen van
Europa te leggen, zodat er voor alle landen een gelijk speelveld
wordt gecreëerd. Beide partijen hebben er vertrouwen in dat Europese
agentschappen zoals EFSA (de
‘European Food Safety Authority’) een onpartijdige en
wetenschappelijk onderbouwde risicoanalyse kunnen doorvoeren, op
basis waarvan vergunningen worden toegekend of geweigerd. CD&V
legt er de nadruk op dat zowel de consument als de landbouwer steeds
een individuele doordachte keuze moeten kunnen maken. Daarvoor is een
duidelijke etikettering nodig en moeten GGO’s naast niet-GGO’s
kunnen bestaan. Open VLD wil de mogelijkheid openhouden om in
welbepaalde gevallen lokaal een vergunde teelt te weigeren als daar
wetenschappelijke argumenten voor zijn.

N-VA
wijst op de grote meningsverschillen bij de lidstaten omtrent GGO’s,
en is voorstander van een Europees kader met ruime vrijheid voor
de regio’s en lidstaten. Pvda gaat nog verder en stelt dat we alle
mogelijkheden moeten benutten om GGO’s te weren. Volgens Groen zijn
de Europese standaarden waaraan GGO’s dienen te voldoen ondermaats,
en moeten lidstaten de lat steeds hoger kunnen leggen.
Groen ziet een Europese regelgeving enkel in het kader van verbod op
GGO’s: Europa moet een stevige juridische context scheppen waarop
lidstaten zich kunnen beroepen om GGO’s te bannen. Ten slotte geeft
Groen aan onvoldoende vertrouwen te hebben in de onafhankelijkheid
van de Europese wetenschappelijke analyses.

Stelling
2.
GGO’s zijn per definitie niet duurzaam. In de zoektocht naar
de meest duurzame oplossing voor een bepaald probleem kunnen ze dan
ook niet als alternatief in aanmerking worden genomen.

Helemaal eens

Eerder eens

Eerder oneens

Helemaal niet akkoord

Pvda

Groen

sp.a

N-VA

CD&V

Vlaams Belang

Open VLD

Groen
ziet geen enkel voordeel in het gebruik van GGO’s, en wijst
uitsluitend op de risico’s. GGO’s zijn geen antwoord op het
mondiaal voedselprobleem of het pesticidengebruik, en ze worden door
de partij gezien als een bedreiging voor onze ecosystemen
en de wereldvoedselvoorziening. Pvda zit in hetzelfde kamp, en meent
dat GGO’s de “ecologische samenhang miskennen tussen plant,
bodem, micro-organismen, omgeving …”.

Zowel
CD&V als Open VLD verdedigen het potentieel van GGO’s om in
welbepaalde gevallen een duurzaam alternatief te bieden. Beide
partijen halen het voorbeeld aan van de Phytophthora-
resistente aardappel
, en in tegenstelling tot Groen geloven
zij dat GGO’s het pesticidenverbruik kunnen verminderen.
Open VLD koppelt het duurzaam karakter van een gewas los
van de technologie waarmee de veredeling werd bekomen. N-VA wijst op
de sociale, economische en ecologische component van duurzaamheid, en
op de noodzakelijkheid van een strenge milieuwetgeving, maar sluit de
teelt en import van GGO’s niet a priori uit.

Stelling
3.
Plantenveredeling wordt niet enkel via gentechnologie
gerealiseerd. Voor gezondheid en milieu
moeten alle nieuwe plantenvariëteiten aan dezelfde strenge regels
voor goedkeuring en gebruik worden onderworpen als GGO’s.

Helemaal eens

Eerder eens

Eerder oneens

Helemaal niet akkoord

Vlaams Belang

sp.a

Pvda

Open VLD

CD&V

N-VA

Groen

Hierover
lijken bijna alle partijen het roerend eens: GGO’s moeten strenger
worden beoordeeld dan plantenrassen die via andere methoden werden
veredeld. Nochtans moet het ‘eerder oneens’-antwoord van
CD&V en Open VLD genuanceerd worden, omdat het hun argumentatie tegenspreekt.

Open VLD wil plantenvariëteiten
evalueren op basis van de nieuwe kenmerken van de plant,
onafhankelijk van de manier waarop ze werden bekomen. Voor CD&V
hoeven niet alle plantenveredelingstechnieken op die strenge
manier worden beoordeeld “als bewezen is dat ze veilig zijn”. De
facto
zijn beide partijen het eigenlijk eens met de stelling,
en vinden ze dat alle veredelde gewassen via dezelfde principes
moeten gekeurd worden.

Ook
het antwoord van Pvda, Groen en N-VA roept vragen op. Zij refereren
aan de methode van kruisen die al duizenden jaren wordt
toegepast, en dus proefondervindelijk veilig kan genoemd worden. Ze
gaan echter voorbij aan de techniek van klassieke
mutagenese
, waarbij zaden of plantendelen worden behandeld met
chemicaliën of ioniserende straling om at random wijzigingen
in het DNA te krijgen.

Hierbij wordt met hagel geschoten voor een bepaalde wijziging, met een grotere
kans op onbedoelde neveneffecten
dan bij meer
gerichte gentechnologie. Vooralsnog vallen zulke gewassen onder het
kwekersrecht, en zo ontsnappen ze aan de strenge GGO-reglementering.
Opmerkelijk in dit verband is de bewering van Groen: “We passen
echter voor biotechnologie die nieuwe plantenvariëteiten ontwikkelt
op basis van patenteerbare processen die gerichte genetische
wijzigingen aan planten aanbrengen”. Zo laat de partij in het
midden of ze een probleem maakt van ongecontroleerde DNA-modificaties.

Stelling
4.
Het gebruik van GGO’s leidt soms tot sociale drama’s:
boeren worden voor hun zaad afhankelijk van de agro-industrie, of
worden verleid tot het verbouwen van monocultuur. Dit is een probleem
van verkeerd gebruik en eigendomsrechten van GGO’s. Als we om die
reden GGO’s verbieden, gooien we het kind met het badwater weg.

Helemaal eens

Eerder eens

Eerder oneens

Helemaal niet akkoord

CD&V

Open VLD

N-VA

Vlaams Belang

sp.a

Pvda

Groen

Groen
argumenteert dat het gebruik van GGO’s de impact op de individuele
landbouwer overstijgt, wat de sociale gevolgen veel grootschaliger
maakt. Indien ze niet veilig blijken, zullen GGO’s onze ecosystemen
ontwrichten en onze voedselvoorziening in het gedrang brengen.

Volgens Pvda zorgen eigendomsrechten ervoor dat “volwaardige
agro-ecologische alternatieven geen kans krijgen door de winsthonger
van multinationals”, De partij zegt er niet bij hoe dat in zijn
werk gaat, gesteld dat de alternatieven waarvan sprake inderdaad
evenwaardig zijn. Pvda wijst er verder op dat het gebruik van GGO’s
niet enkel leidt tot monocultuur, maar vaak gekoppeld is aan het
verplicht toepassen van bepaalde pesticiden en kunstmest, wat op zich
al “meer dan voldoende reden is om GGO’s te verbieden”.

Alle
andere partijen zijn het erover eens dat zaadmonopolies geen inherent
probleem zijn van GGO’s. Open VLD argumenteert dat Europese boeren
nu al hun zaai- en plantgoed kopen bij
zaadhandelaars vanwege de gecontroleerde kwaliteit. De partij haalt
de Indiase
katoenboeren
aan om te duiden dat voorbeelden van sociale drama’s
vaak ten onrechte door tegenstanders van GGO’s worden
aangevoerd. N-VA wil er wel op toezien dat patentmonopolies geen
landbouwsamenlevingen ontwrichten, maar erkent dat dit geen probleem
is van GGO’s alleen.

Stelling
5.
NIMBY: we willen in Europa geen GGO-teelt toelaten omwille van
de ecologische impact. Als andere landen dit risico willen lopen,
hebben we er geen probleem mee hun producten in te voeren, gesteld
dat ze de aan EU-normen voor voedselveiligheid voldoen.

Helemaal eens

Eerder eens

Eerder oneens

Helemaal niet akkoord

Open VLD

Vlaams Belang

sp.a

Pvda

N-VA

Groen

CD&V

Hoewel
geen enkele partij deze bewering aanhangt, is dit de huidige
praktijk in Europa. Open VLD stelt vast dat er momenteel 57 GGO’s
werden vergund voor import, maar slechts 1 voor teelt. De partij
vraagt zich af hoe de competitiviteit van onze landbouwers beïnvloed
wordt doordat ze gewassen met een verbeterde productiviteit en een
positief effect op het milieu niet zelf kunnen verbouwen.

Groen
draait de redenering om en pleit voor een stopzetting van de import
van GGO’s, net omdat de productie in landen als Brazilië,
Argentinië en de VS niet aan dezelfde milieuregels is onderworpen
als in Europa. Voor CD&V en N-VA moeten geïmporteerde GGO’s
aan dezelfde strenge milieunormen voldoen als die we zelf verbouwen,
en is dit een kwestie van consequent beleid. Pvda hekelt de GGO-teelt
als één van de hoofdverantwoordelijken voor het klimaatprobleem, en
pleit ervoor deze wereldwijd aan banden te leggen.

Links-rechts

Het
valt op dat de traditioneel linkse partijen bij elke stelling
aan dezelfde kant staan. Uit de argumentatie van Groen en Pvda komt
naar voor dat zij reeds hun conclusies hebben getrokken uit
de huidige praktijk: ze zijn radicaal tegen GGO’s, en staan niet
open voor argumenten pro. Ook sp.a pleit er in haar programma voor de
“traditionele terughoudendheid van Europa te handhaven”.

De
standpunten van CD&V en Open VLD zijn gelijklopend. Op
basis van hun reacties zijn ze niet per se voor het gebruik
van GGO’s, maar ook niet a priori tegen. Ze houden ruimte en baseren hun conclusies op wetenschappelijke argumenten. Ze
hebben vertrouwen in Europese instellingen, zoals EFSA, om GGO-dossiers
correct te onderbouwen. Die visie wordt grotendeels gevolgd door
N-VA, al legt die meer nadruk op de onafhankelijkheid van de
lidstaten en zet zo de deur op een kier om Europese beslissingen
alsnog te omzeilen. De beweegredenen van Vlaams Belang zijn minder
helder, omdat de partij haar antwoorden niet heeft gestaafd en in haar verkiezingsprogramma het onderwerp niet aansnijdt.

Technologische
leeuw vs. biologische haan

De
veelgehoorde notie dat Vlaanderen voor en Wallonië tegen GGO’s is,
verklaart niet volledig waarom België zich soms onthoudt
bij de Europese besluitvormig. Ook aan dezelfde kant van de taalgrens
zijn de tegenstellingen groot. De meeste verkiezingsprogramma’s aan
Franstalige kant hullen zich in stilzwijgen wanneer het aankomt op
GGO’s. Dit geeft aan dat het thema onbelangrijk wordt gevonden.
Ecolo en Groen zijn bloedbroeders, in tegenstelling tot CD&V en
cdH. Zowel Ecolo als cdH zijn prominente voorvechters van een
GGO-vrij Brussel en Wallonië, terwijl CD&V in haar
verkiezingsprogramma opneemt dat “Vlaanderen en Europa zich ervoor
moeten hoeden een blinde vlek in de wereld te worden voor nieuwe
technologieën die om louter principiële redenen geen enkele kans
zouden krijgen”.

Vlaamse
consensus

Op
één punt lijkt overeenstemming te bestaan over de ideologieën
heen, namelijk dat GGO’s herkenbaar moeten zijn: de keuzevrijheid
van consument en producent staan voorop. Daarvoor is onder meer een
correcte etikettering nodig, die op zich ook vatbaar is voor
discussie. Op 25 mei is er vooralsnog geen probleem: dan krijgt u
keurig opgestelde lijstjes voorgeschoteld met een duidelijk etiket
van alle kandidaten. Hopelijk is hun inhoud
nu ook wat transparanter.

take down
the paywall
steun ons nu!