Nieuws, Wereld, Europa, Samenleving, Afghanistan, Islamisme, Islam, Extreemrechts, Palestina, Israël, Frankrijk, Nicolas Sarkozy, Presidentsverkiezingen, Extremisme, Tariq Ramadan, Antisemitisme, Rechts, Salafisme, Toulouse, Jihad, Montauban, Mohamed Merah, Front National, Moordaanslagen, Schietpartijen -

De lessen van Toulouse

Reactie van auteur en onder andere professor aan de universiteit van Oxford, Tariq Ramadan, naar aanleiding van de moordpartijen aangericht door Mohamed Merah in Toulouse en Montauban. De incidenten houden Frankrijk een spiegel voor waaruit lessen getrokken dienen te worden, zo stelt hij.

zaterdag 24 maart 2012 18:57

Te midden van de aanhoudende en intense mediaverslaggeving en het politieke crisismanagement is het goed om stil te staan en de dingen in het juiste perspectief te plaatsen. Bij de gebeurtenissen in Toulouse en Montauban, zoals in elke situatie van oorlog en geweld, is onze eerste plicht deze van medeleven met de slachtoffers. In Toulouse en Montauban werden volwassenen en kinderen, onschuldigen vermoord.

Verdriet en wanhoop hebben Franse families geraakt, of ze Joods, Katholiek, Moslim of zonder geloof zijn: het is naar hen dat onze gedachten uit moeten gaan, ver van het spotlicht en de opgewonden commentaren, ver van de hypotheses en van mogelijke politieke spelletjes. Onze harten en onze geesten in verbondenheid om uiting te geven aan ons medeleven en ons menselijk broederschap. Het verlies van een kind, een broer, een vader, een partner, een zuster, een vriend in dergelijke omstandigheden is een tragedie.

In Toulouse en Montauban, zoals aan elk graf van alle onschuldige slachtoffers in het Westen, in Afrika of het Midden-Oosten, worden we herinnerd aan het lot van de mensheid, aan de gruweldaden tot welke de mens in staat is, aan zowel de waardigheid van onze broosheid als de legitimiteit van onze weerbaarheid. Naar de slachtoffers, alle slachtoffers, gaan onze gedachten uit. Die stilte is onze eerste commentaar.

Mohamed Merah was 23. Hij was door iedereen gekend in zijn buurt, en daarbuiten. Vriendelijk, zei men, gedienstig en niets, volgens hen, kwam overeen met dit beeld van een “salafistische, jihadistische extremist” klaar om iedereen te doden vanuit een religieuze of politieke overtuiging. Zijn advocaat, die hem eerder verdedigde bij feiten die varieerden van kruimeldiefstallen tot gewapende overvallen, had nooit een zweem van enige religieuze neiging bij hem ontwaard, laat staan een salafistische. Hij was net veroordeeld voor diefstal en het rijden zonder rijbewijs. Twee weken voor de schietpartij zagen getuigen hem nog in een nachtclub in een uiterst feestelijke stemming. In 2010 en 2011 was hij naar Afghanistan en Pakistan gereisd en eerder had hij, zonder succes vanwege zijn gerechtelijk verleden, geprobeerd om in het Franse leger te gaan. Na lezing van de feiten en zijn korte geschiedenis staat Mohamed Merah voor ons als een overjarige puber, doelloos, verloren, met, naar ieders oordeel, een zachtmoedig hart maar terzelfder tijd verstoorde en bijzonder onsamenhangende gedachten, zoals blijkt uit de urenlange conversatie die hij voerde met de politie die zijn appartement belegerde. Een labiele, provocerende, niet-suïcidale moordenaar, werd ons verteld, die, zoals hij zei, “Frankrijk een lesje zou leren”.

Noch religie, noch politiek waren Mohamed Merahs probleem. Als Frans burger gefrustreerd omdat hij niet in staat was zijn plaats te vinden, zijn leven waardigheid en zin te geven in zijn eigen land, vond hij twee politieke zaken om zijn ontgoocheling te uiten: de Afghaanse en Palestijnse volkeren. Hij valt symbolen aan, het leger, doodt Joden, Christenen en Moslims, zonder onderscheid. Hij vertoont een politieke gedachtegang van een ontspoorde jonge volwassene die niet doordrongen is met de waarden van de Islam, noch gedreven wordt door racisme of antisemitisme. Jong, gedesoriënteerd, schoot hij op doelwitten die hun belang ontleenden aan hun zichtbaarheid. Niet meer en niet minder. Een pathetische jongen, schuldig en zonder twijfel te veroordelen, zelfs al was hij zelf het slachtoffer van een sociale orde die hem al had veroordeeld, hem en miljoenen anderen, tot de marginaliteit, tot de miskenning van zijn status als burger met gelijke rechten en kansen. Mohamed – hoe typerend is de naam – was een Frans staatsburger van allochtone afkomst voor hij een terrorist van allochtone afkomst werd. Al vroeg werd zijn lot verankerd aan de perceptie die men heeft van die afkomst. Met zijn laatste daad van provocatie maakte hij de cirkel rond: hij verloor zich in dit zowel vervormende als vernederende beeld om definitief “de andere” te worden. Voor de Fransen uit Frankrijk is er niets Frans meer aan de Arabisch-Islamitische Mohamed.

Uiteraard kan dit zijn daden niet verschonen. Maar laat ons niettemin hopen dat Frankrijk de les geleerd heeft waar Mohamed Merah noch de intentie, noch de middelen toe had om ze te lezen: hij was Frans, zoals al zijn slachtoffers (in naam van welke vreemde logica maakt men onderscheid tussen hen en categoriseert men hen op basis van hun geloof?), maar voelde zich constant gereduceerd tot zijn afkomst door zijn huidskleur en tot zijn geloof vanwege zijn naam. De overweldigende meerderheid van Mohameds, Fatima’s of Ahmeds uit de voorsteden en buitenwijken zijn Frans. Wat ze willen is gelijkheid, waardigheid, veiligheid, een baan en huisvesting. Ze zijn religieus en cultureel geïntegreerd en hun probleem is vooral sociaal en economisch. De geschiedenis met Mohamed Merah houdt Frankrijk een spiegel voor: hij werd jihadist zonder echte overtuiging nadat hij een burger was zonder echte waardigheid. Nogmaals, dit verschoont niets, maar het is hierin dat een cruciale les schuilt.

Er werd aangekondigd dat men de verkiezingscampagne voor twee dagen zou opschorten. Dit was een illusie. Zelfs de opschorting werd politiek. Een maand verwijderd van de verkiezingen speculeerden analisten en journalisten over wie de affaire kon ombuigen tot maximale politieke winst. Nicolas Sarkozy, in zijn rol als president van nationale eenheid, heeft aanzienlijke troeven in zijn handen. De moorden in Toulouse zullen de focus van de presidentsverkiezingen verschuiven naar de favoriete thema’s van rechts en vooral van extreemrechts, met debatten over onveiligheid, immigratie, gewelddadige Islam en uiteraard naar de internationale scène met betrekking tot Afghanistan, Israël en Palestina. Het is op deze terreinen dat president Sarkozy zich het beste in zijn vel voelt: als crisismanager kan hij terzelfder tijd jagen op het terrein van het Front National en tot het buitenproportionele toe zijn internationale gestalte tentoonspreiden, waar zijn resultaat minder slecht is. Het spel is nog niet gespeeld en de volgende weken kunnen nog hun deel aan verrassingen brengen. In Frankrijk en in het buitenland. Alle andere kandidaten wachten af, op hun hoede om een misstap te maken: Sarkozy bevindt zich momenteel in een positie van symbolische kracht.

Bij het zien van deze manoeuvres en grote gebaren voelt men zich overweldigd door ongemak. De slachtoffers, de doden, de families, de echte sociale en politieke vragen lijken van secundair belang te zijn. We bevinden ons in de tijd van berekening en strategieën: politici gebruiken de kracht van symbolen net zozeer als Mohamed Merah in zijn onmacht deze symbolen viseerde. Nu hebben deze thema’s zich aan de verkiezingscampagne opgedrongen, gedragen door een vloedgolf van emoties en spektakel. Men praat over integratie, islamisme, Islam, antisemitisme, veiligheid, immigratie, de verloren voorsteden en internationale betrekkingen, niet zoals democraten die luisteren naar het volk maar steeds meer als populisten die gebruik maken van de gebeurtenissen en spelen met de emotie van het volk. De president speelt president en zijn tegenstanders willen aantonen dat ze waardige kanshebbers zijn. We zouden echte politieke debatten gewild hebben maar we moeten ons tevreden stellen met nummertjes van evenwichtskunstenaars, trapezeartiesten en jongleurs, met illusionisten en ensceneringen, met even slimme als cynische pogingen om een tragedie te exploiteren.

In Toulouse en Montauban aanschouwt Frankrijk zijn eigen spiegelbeeld. Deze crisis heeft aangetoond, indien dit nog nodig zou zijn, dat de kandidaten gestopt zijn met het bedrijven van politiek. Niet slechts voor twee dagen om de slachtoffers te eren, maar sinds jaren. Het is al een lange tijd dat de echte sociale en economische problemen niet worden aangepakt en een deel van de Franse burgers behandeld wordt als tweederangs burgers. Mohamed Merah was een Fransman (waarvan het gedrag even veraf stond van de boodschap uit de Koran als van de teksten van Voltaire): Is het zo moeilijk dit in te zien en toe te geven? Doet dit zoveel pijn? Dat is het Franse probleem.

Tariq Ramadan
22 maart 2012

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!