Open brief van een langdurig zieke

zaterdag 6 april 2019 20:37


Dag, lezer

Ik val meteen met de deur in huis, oké?

We zijn niet goed bezig met het integreren van ziekte en pijn in ons dagelijks bestaan, laat staan met het re-integreren van mensen die er langdurig door getroffen worden.

Onze maatschappij is vies geworden van alles wat nog maar lijkt op een mankement, en dat maakt samenleven en -werken er niet makkelijker op. Wie lichamelijk en/of mentaal (onzichtbaar) ziek is, schaamt zich en zwijgt, uit angst voor onbegrip of oppervlakkig, ongewenst advies. Wie gezond (genoeg) is om wél mee te draaien, kan zich meestal maar moeilijk inleven. Veroordelen vraagt veel minder moeite dan empathie.

De grote boosdoeners? Onwetendheid, een gebrek aan ruimte voor kwetsbaarheid en een focus op quick fixes. Snel oplappen en weer doorgaan. Lukt dat niet? Dan word je afgeschreven.

Ziek versus zinvol

Ik werd arbeidsongeschikt verklaard op mijn 26e, na een pijnlijke diagnose (spondylartropathie voor de nieuwsgierigen), een onrechtvaardig ontslag en – ondanks mijn werkwilligheid – een te grote dosis onwil op de arbeidsmarkt. Gedemotiveerd en teleurgesteld begon ik aan het thuiszitten. Ik? Zielig in een hoek niks doen? No way. Dus ging ik op zoek naar wat ik wel nog kon met mijn grillige gezondheid, binnen het kleine kader van wat ’mag’.

De kansen worden je als invalide namelijk niet in de schoot geworpen. Mochten de mogelijkheden even talrijk zijn als de begrenzingen, zou de teller niet op meer dan 400.000 langdurig zieken staan. Wie gaat nu écht investeren in werkbaar werk in een wereld waar ziek en zinvol precies niet mogen samengaan. Zeker wanneer zinvolheid voornamelijk beoordeeld wordt op hoeveel of hoe hard je presteert.

Duik je mee in mijn realiteit?

Drie jaar geleden kreeg ik na veel opzoekwerk en een gedurfd gesprek met de adviserend geneesheer groen licht om een eigen onderneming in bijberoep op te starten. De grens: maximaal 23 uur per week. Elke maand vulde ik een verklaring op erewoord in voor het ziekenfonds, met daarin het bijverdiende bedrag. Op basis daarvan werd mijn invaliditeitsuitkering maandelijks herberekend.

Goed gewerkt = daling, vooral ziek geweest = volledige uitkering. Fair systeem, want zo kon mijn draagkracht gerust én rustig groeien. Tot plotsklaps de wet gewijzigd werd in 2018.

Ik kreeg een droge brief van mijn ziekenfonds om te melden dat invaliden die deeltijds werken (als zelfstandige of in loondienst) vanaf nu na zeven maanden altijd 10 procent van hun uitkering zouden moeten afgeven. Een volle winkelkar minder voor een gezin met 4, om het meetbaar te maken. Meer nog: na 4 jaar zou het Riziv zich baseren op de personenbelasting van drie jaar eerder, om te bepalen of je nog steun krijgt en hoeveel die zou bedragen. Geen details, geen woordje uitleg over het hoe of het waarom.

Rotte appels

Waarom gooit het beleid een eerlijk, gebalanceerd systeem overboord om nóg meer onzekerheid en nóg grotere drempels te creëren om als langdurig of chronisch zieke (opnieuw) te proberen meedraaien?

Zijn het falen van de bestaande re-integratieprogramma’s en de hoge ontslagcijfers geen bewijs genoeg dat je om echt aangepast en werkbaar werk te realiseren misschien beter eens zou luisteren naar de mensen die er middenin zitten?

Zij die dag in, dag uit moeten (over)leven met pijn en ziek zijn. Zij die met angstzweet naar de controlegesprekken gaan, omdat ze weten dat de adviserende geneesheren hun quota ‘smijt ze uit de invaliditeit’ moeten behalen. Zij die zich maar wat graag nuttig en zinvol zouden willen voelen, maar zelfs voor een paar uur vrijwilligerswerk toestemming moeten vragen (lees: belachelijk trage, omslachtige papieren procedures moeten doorstaan.)

De focus ligt al lang niet meer op zorg dragen voor, maar keihard op bezuinigen en tevergeefs proberen afstraffen van de kleine groep rotte appels die van alle walletjes willen eten. En dat ten koste van een veel grotere groep brave ‘dutsen’. Gaat de staatsschuld daarmee gered worden? Staan politici eigenlijk nog stil bij waarom zo ontzettend veel mensen uitvallen? Of hebben ze enkel nog oog voor hoe je mensen zo snel mogelijk weer in de ratrace duwt?

Ontmoedigend

Vandaag raapte ik de moed bij elkaar om te bellen naar de juridische tak van de dienst uitkeringen van het Riziv. Ik wou wel eens weten hoe het er nu echt aan toe zal gaan in 2022, het jaar waarin ik beoordeeld moet worden op basis van mijn personenbelasting van 2019. Drie jaar terug in de tijd. Daarop gaan ze zich baseren, om te beslissen of ik in 2022 nog recht heb op een financieel vangnet.

DRIE jaar? Weet je hoe dramatisch een chronische ziekte kan veranderen in die tijdspanne? Ik weet meestal niet eens hoe ik me morgen ga voelen.

Stel nu dat ik dit jaar het geluk heb van veel opdrachten te kunnen aannemen, daar eerlijk voor betaald te worden, proper mijn sociale bijdragen af te geven en zo net iets meer ademruimte voor mezelf en mijn gezin te hebben. Want iedereen weet: ziek zijn is duur en langdurig ziek al helemaal. Wat als ik dan binnen drie jaar in een zodanig zware opstoot zit dat ik mijn schrijfbedrijf op pauze moet zetten?

1.500 euro per maand (18.000 euro per jaar), dat is de nettowinst die ik als invalide ondernemer maximaal mag halen om niet afgestraft te worden, met een marge van 15 procent. Ga ik daar dit jaar boven, dan wordt mijn uitkering (nu ongeveer 1.146 euro per maand, min 11,11 procent bedrijfsvoorheffing) in 2022 per direct geschrapt. Alles onder de 15 procent overschrijding vraagt om een herberekening. Weet je nog? Zoals die herberekeningen die ze tot voor april 2018 elke maand deden met mijn uitkering.

Toen ik vroeg wat er dan zou gebeuren als mijn uitkering in 2022 nóg meer zou zakken of geschrapt zou worden, terwijl ik tegelijkertijd niet in staat zou zijn om genoeg te werken, kreeg ik als antwoord: “Dan zal je de onderneming moeten stopzetten om opnieuw recht te hebben op de invaliditeitsuitkering.”

Motiverend.

Echt.

#sharingiscaring

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!