tyronegrandison.org/blog
Boekrecensie - Guy Vanthemsche

De ‘vrije markt’: realiteit of geloof?

Het begrip “vrije markt” is alomtegenwoordig: het heeft zich diep genesteld in de geesten van miljoenen mensen en beheerst de mediaberichtgeving en de politiek. Maar hoe is het ontstaan, en wat houdt het precies in? En vooral: strookt het met de realiteit? Guy Vanthemsche las 'Free Market – The History of an Idea' van VS-filosoof Jacob Soll.

maandag 7 november 2022 15:50
Spread the love

 

Het begrip “vrije markt” is alomtegenwoordig: het heeft zich diep genesteld in de geesten van miljoenen mensen en beheerst de mediaberichtgeving en de politiek. Maar hoe is het ontstaan, en wat houdt het precies in? En vooral: strookt het met de realiteit?Wie ingaat op deze vragen wordt onmiddellijk geconfronteerd met de problematische aspecten van dat concept.

De meeste voorstanders van de vrije marktidee zullen hoogstwaarschijnlijk volgende definitie geven: dit economisch systeem levert voor iedereen de beste resultaten op, omdat de ondernemers in alle “vrijheid” initiatieven kunnen nemen, met zo weinig mogelijk – liefst geen – “staatstussenkomst”, reglementen en belastingen.

Laissez faire!

Wie blijk wil geven van enige historische kennis zal wellicht ook de fameuze “onzichtbare hand” aanhalen. Volgens de Schotse economist Adam Smith (1723-1790), auteur van de klassieker The Wealth of Nations (1776) en “vader van het economisch liberalisme”, zorgt dit “natuurlijke mechanisme” voor de beste resultaten: omdat ze zijn ingegeven door het persoonlijke winstbejag, leiden de individuele economische handelingen automatisch tot een algemene verhoging van de welvaart – op voorwaarde dat de overheid zich afzijdig houdt. Kortom: laat de mensen doen (“laissez faire!”), en beperk de Staat tot een minimum.

Toch zijn de zaken niet zo eenvoudig. Het denken over “de markt” – preciezer gezegd over de economische productie en transacties – begon uiteraard niet met Smith. En het begrip “vrije markt” is ook veel ingewikkelder dan bovenvermelde samenvatting laat uitschijnen.

Public Domain

In zijn pas verschenen boek behandelt  Jacob Soll, professor aan de University of South California, de complexe geschiedenis van het begrip “vrije markt”.

Soll gaat terug tot de Romeinse oudheid, analyseert vervolgens het economisch denken tijdens de middeleeuwen en de Renaissance, en focust dan vooral op de 17de en 18de eeuw.

Europese natievorming

Toen kregen de huidige Europese naties stilaan vorm: vooral Groot-Brittannië, Nederland en Frankrijk werden de dominante economische machten. Ze dreven handel over de hele wereld en probeerden elkaar de loef af te steken om de eigen rijkdom te vergroten. Jean-Baptiste Colbert, minister van de Franse Zonnekoning Louis XIV, wilde de relatieve achterstand van zijn land wegwerken en voerde daarom een voluntaristische economische politiek.

Met een autoritair politiek systeem bouwde hij infrastructuur uit, stimuleerde hij de nationale industrie en zorgde hij voor veilige en stabiele markten. Vervolgens ontspon zich, vooral in Frankrijk maar ook daarbuiten, een debat over de welke sector de leidende kracht van de samenleving was of moest zijn.

De zogenaamde fysiocraten beweerden dat industrie en handel slechts nevenactiviteiten waren en dat de landbouw de enige en echte bron van rijkdom was. Die sector moest opbloeien dank zij maximale vrijheid en minimale belastingen.

Van de Eerste Industriële Revolutie …

Rond de tweede helft van de 18de eeuw kwam in Groot-Brittannië de zogenaamde Eerste Industriële Revolutie op dreef: kapitalistische nijveraars omwentelden de goederenproductie (vooral in de textiel en de metallurgie) dank zij nieuwe technologieën en de inzet (en uitbuiting) van steeds meer loonarbeiders.

Dat was net ook de periode waarin Smith zijn magnum opus schreef. Maar vreemd genoeg, zo onderstreept Soll, komen die ontwikkelingen amper aan bod in zijn werk (p. 213). Hij was vooral begaan met de landbouw en “koesterde een grondige achterdocht ten aanzien van industriëlen” (p. 208).

Public Domain

Zijn visie op de economie was tevens gebaseerd op morele overwegingen; als professor moraalfilosofie had hij ook een boek geschreven getiteld Theory of Moral Sentiments (1759). Hij voorzag ook een rol voor het overheidsoptreden om de economie in goede banen te leiden (ondanks zijn eigen kritiek op regeringen en instellingen).

Zelfs de “onzichtbare hand” blijkt slechts een bijkomstige rol te spelen in zijn analyse: “Smith did not particularly esteem the invisible hand and thought of it as an ironic but useful joke” (Smith had niet bepaald een hoge dunk van de onzichtbare hand en dacht er over al een ironische maar nuttige grap)1.

De “echte” Smith verschilt dus sterk van de Smith die velen vandaag menen te kennen. Soll legt vervolgens uit hoe neoklassieke en neoliberale economisten van de 19de en 20ste eeuw Smith omturnden tot een verdediger van een marktsysteem dat zogezegd op automatische piloot functioneert en totaal los staat van iedere morele en politieke context.

The British masters of the world would, incredibly, transform Smith into a supporter of manufacturing and companies” (De Britse heersers van de wereld zouden, ongelooflijk, Smith transformeren in een supporter van productie en bedrijven) (p. 216).

… naar het neoliberalisme

Vooral in de tweede helft van de 20ste eeuw hebben de aartsvaders van het huidige neoliberalisme, Friedrich Hayek en Milton Friedman, een radicale visie van de “vrije markt” voorgesteld die helemaal losstaat van het echte functioneren van de mensen, van de economie en van de maatschappij.

Gone was Adam Smith’s vision of progress through benevolent moral discipline, education, radical science, and a worship of agriculture” (Weg was Adam Smith’s visie op vooruitgang door goedwillige morele discipline, opvoeding, radicale wetenschap en een verering van landbouw) (p. 238).

Zonder overheid kan de kapitalistische economie niet functioneren. De laatste acht decennia heeft het neoliberalisme die factor als irrelevant en gevaarlijk weggezet, waardoor die visie dramatisch losstaat van de werkelijkheid.

Een cruciaal gegeven in het enorme publieke, politieke en academische succes van de neoliberale visie op de vrije markt lag in de steun die in de VS aan die stroming verleend werd door de libertarische beweging, door de Amerikaanse grootbedrijven en hun think-tanks, alsook door de conservatieve evangelisten (p. 255-259).

Solls interessante overzicht van de vrije markt-idee doorheen de eeuwen is uiteraard veel rijker dan wat we hierboven vermeldden. Ze toont alleszins aan dat de overheid altijd een grote rol heeft gespeeld in de theorieën die daarover werden geproduceerd – net zoals de staat ook altijd een kapitale rol heeft gespeeld in de concrete ontwikkeling van de markten en van het kapitalisme.

Discussion on Free Market: The History of an Idea with Joseph Soll (1:20:54 – Engels):

Zonder overheid kan de kapitalistische economie immers niet functioneren. Enkel de laatste zeven à acht decennia heeft het neoliberalisme die factor als irrelevant en zelfs gevaarlijk weggezet, waardoor die visie ook dramatisch losstaat van de werkelijkheid.

We citeren Soll nog een laatste keer: “(…) to assert that the state is always an economic negative is as lazy as it is misleading. Many who roundly condemn the government’s role in business are perfectly aware of how great a role the state plays in economies, which is, of course, why they covet political power and pay dearly to access it” (… beweren dat de staat altijd een economisch negatief is, is even lui als het misleidend is. Velen die de rol van de regering in zakendoen veroordelen zijn perfect bewust van de grote rol die de staat speelt in de economieën, wat uiteraard de reden is waarom zijn politieke macht begeren en duur betalen om ze te verkrijgen) (p. 267).

In de neoliberale koorzangen weerklinken steeds de valse noten van de hypocrisie en van het kortzichtige materiële eigenbelang.

 

Jacob SOLL, Free Market. The History of an Idea, New York, Basic Books, 2022, 327 pp. ISBN 978 0465 0497 07 (hardcover), 978 1541 6202 30 (ebook)

 

Note:

1   Emma Rothschild. Adam Smith and the Invisible Hand. American Economic Review, 84, 1994, 2, p. 319.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!