Papaverveld in Afghanistan. Bron: Wikimedia Commons / Public Domain
Jonathan Goodhand, IPS

Wat betekent de opmars van de taliban voor de wereldwijde heroïnehandel?

De snelle opmars van de taliban in Afghanistan laat de wereld verbijsterd achter, maar het machtsevenwicht was al langer aan het verschuiven. Hoogleraar conflictstudies Jonathan Goodhand legt uit wat de impact van economische factoren – in het bijzonder de handel in opium en heroïne - is op de recente ontwikkelingen.

woensdag 18 augustus 2021 17:59
Spread the love

 

De lange oorlog in Afghanistan bereikte op 6 augustus een keerpunt. Dat was de dag waarop taliban-strijders Zaranj innamen, een stoffige grensstad aan de Afghaans-Iraanse grens met zo’n 63.000 inwoners. Het plekje lijkt geografisch en politiek onbelangrijk, maar Zaranj was wel het eerste provinciale centrum dat viel in een maand waarin de taliban razendsnel oprukte.

In de weken hieraan voorafgaand was de opmars van de taliban grotendeels beperkt gebleven tot het platteland. De groep had iets meer dan de helft van de 421 districten van het land onder controle. Aangemoedigd door deze successen en het sterk dalende moreel van de Afghaanse strijdkrachten, wendden talibanstrijders zich tot andere provinciehoofdsteden en uiteindelijk ook Kaboel.

Machtsevenwicht al langer wankel

De snelheid en het succes van dit offensief heeft velen verrast. Het machtsevenwicht was echter al verschoven sinds de overeenkomst van 2020 tussen de VS en de taliban, die de VS ertoe verplichtte hun troepen uit het land terug te trekken.

Wat hieraan zeker heeft bijgedragen, is de Pakistaanse steun aan de taliban, evenals de vrijlating van vijfduizend gevangengenomen taliban-strijders door de Afghaanse regering. Dat laatste was ook een van de voorwaarden van de overeenkomst tussen de VS en de Taliban.

Daaropvolgende vredesbesprekingenondersteund door internationale en regionale machten, konden het recente geweld niet tegenhouden en hebben niet tot geloofwaardige vredesplannen geleid. Maar terwijl de meeste analyses van de gebeurtenissen zich richten op dit noodlijdende vredesproces en de militaire dimensie, is er veel minder gezegd over de manier waarop economische factoren de ontwikkelingen mee in gang gezet hebben. Eén daarvan is de handel in opium en heroïne.

De geschiedenis herhaalt zich

Dit brengt ons terug naar Zaranj. Het is niet toevallig dat de taliban zich op grensovergangen hebben gericht: deze zijn economisch van groot belang, wat zich vertaalt in militair en politiek voordeel.

Het belang van deze handelssteden blijkt uit de recente geschiedenis. Toen de strijdende partijen in Afghanistan na de terugtrekking van de Russen eind jaren tachtig geen militaire en financiële hulp meer kregen van vooral de Russen en Amerikanen, werd controle op de handel heel belangrijk. Dit hangt ook samen met de drugseconomie, die vanaf het begin van de jaren negentig enorm groeide.

Vandaag zien we een soortgelijk scenario. Zaranj was in de jaren negentig precies een stadje uit het ‘wilde westen’. Het is groot geworden als centrum van illegale handel. Het bouwde voort op langdurige grensoverschrijdende verbindingen tussen Baluch-volkeren, die waren gespecialiseerd in de smokkel van brandstof, drugs en mensen. Soortgelijke activiteiten vinden daar vandaag de dag nog plaats: opium en heroïne, gewonnen uit de papavervelden van de provincies Farah en Helmand, worden over de grens gesmokkeld. De praktijken gaan hand in hand met een actieve mensenhandel.

Toch is Zaranj ook een toegangspoort geworden voor legitieme handel, onder meer in brandstof, bouwmaterialen, consumptiegoederen en voedingsmiddelen. Vanwege de ligging, aan een belangrijke corridor die Kaboel verbindt met de Iraanse haven van Chabahar, heeft de Afghaanse regering geïnvesteerd in wegen en grensinfrastructuur. Dit valt onder bredere inspanningen om de betrekkingen met Iran te versterken en Afghanistan minder afhankelijk te maken van de handel met Pakistan. Deze mix van legale en illegale handel heeft geleid tot buitenlandse investeringen en een groeiende bevolking die wordt aangetrokken uit de omliggende gebieden. Zo is het tevens een belangrijke bron van belasting geworden.

Taliban int belastingen

In het hele land zijn invoerrechten goed voor ongeveer de helft van de binnenlandse inkomsten van de Afghaanse regering. Islam Qala alleen al genereert meer dan 20 miljoen dollar (17 miljoen euro) per maand. Controle over deze belangrijke grensovergangen vullen dus de schatkist van de taliban, terwijl de regering een belangrijke bron van inkomsten wordt ontzegd. En dat in een tijd waarin de externe financiering door internationale donoren afneemt.

De taliban beheersen steeds meer van de belangrijkste onderdelen van deze economie. Ze controleren de belangrijkste papaverteeltregio’s, alsook de markten en handelsroutes naar Pakistan, Iran en Tadzjikistan. Hierdoor hebben ze de mogelijkheid om belastingen te heffen op verschillende schakels in de goederenketens.

Door grensbewaking kunnen de taliban bovendien economische beperkingen opleggen aan geïmporteerde goederen zoals benzine en gas, waardoor hun invloed op Kaboel al eerder toegenomen was. Verstoringen van de import en export heeft al gevolgen voor de prijzen van brandstof en levensmiddelen. De huurprijzen van woningen in Kaboel zijn al voor de verovering van de taliban gestegen, doordat vele door de recente gevechten ontheemd geraakte Afghanen in de hoofdstad op zoek zijn naar huisvesting. Tegelijkertijd zijn de vastgoedprijzen sterk gedaald doordat wanhopige inwoners van de hoofdstad hun bezit probeerden te verkopen en het land te verlaten.

Opium als levensader

Volgens het laatste onderzoek van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs en criminaliteit (UNODC) zagen we in 2020 een toename van 37 procent in de hoeveelheid land toegewezen aan de papaverteelt. Deze toename zou verband houden met een hele reeks factoren, waaronder politieke instabiliteit en conflict, verwoestende droogte, hevige overstromingen, afnemende internationale financiering en dalende werkgelegenheid. En dit zal waarschijnlijk verder toenemen, aangezien de structurele aanjagers van de opiumeconomie – gewapende conflicten, slecht bestuur en wijdverbreide armoede – allemaal de verkeerde kant op gaan.

Zowel op het platteland als in de grenssteden vormt de opiumeconomie een belangrijke levensader voor Afghanen, van wie velen al eerder een humanitaire crisis doormaakten. Ernstige droogte heeft de voedselprijzen opgedreven. De deltavariant van het coronavirus rukt op. Sinds het begin van het jaar zijn zo’n 360.000 mensen ontheemd geraakt als gevolg van alle problemen in het land.

Het is onwaarschijnlijk dat de Afghaanse illegale drugseconomie op korte termijn zal veranderen. De drugshandel zit te diep in de overlevingsstrategieën van de taliban, de staat, de milities en de bredere bevolking. Dit zal helaas de wereldwijde heroïnehandel aanjagen en het groeiende drugsprobleem in Afghanistan en haar buurlanden verder voeden.

 

Jonathan Goodhand is hoogleraar conflictstudies aan de University of London.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op IPS-partner The Conversation.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!