Bron: Pixabay
Boekrecensie -

‘Alle dagen Hopen’

Een bekende Antwerpse kroeg afficheert zichzelf met ‘Alle dagen Hopen’ en dat zou ook de titel kunnen zijn van dit boekje dat verschijnt in de boeiende filosofische pamfletreeks ‘Tegenlicht’, die tegenwicht wil bieden aan wat de initiatiefnemers ‘de vertwittering van het maatschappelijk debat’ noemen. Zij proberen de eeuwenoude denktraditie te combineren met het nieuwe denken van onze tijd.

zaterdag 5 oktober 2019 00:42

Aan auteur en filosofe Joke Hermsen vroegen zij om, in het spoor van ‘Das Prinzip Hoffnung’ van Ernst Bloch, op zoek te gaan naar een sprankeltje hoop voor deze tijd en zo kwam zij terecht bij de revolutionaire denker Rosa Luxemburg en bij de politieke filosoof Hannah Arendt. ‘Het gaat erom opnieuw te leren hopen,’ schreef Bloch, ‘want de hartstocht van de hoop maakt de mensen breder in plaats van smaller.’

Ook in mijn leven is de filosofie van Ernst Bloch richtinggevend. Daarom voeg ik ten persoonlijke titel nog een citaat uit zijn werk hier aan toe: ‘De werking van de hoop vereist mensen die zich actief storten op het wordende, waartoe ze zelf behoren. Hopen is jezelf aan de toekomst geven, en dat engagement met de toekomst maakt het heden leefbaar.’

In zijn monumentaal ‘Das Prinzip Hoffnung’ doet de Duitse marxistische filosoof een grondig historisch en filosofisch onderzoek naar wat hij de ‘concrete utopieën’ noemt en waarin hoop een belangrijke plaats inneemt. Het ‘beginsel hoop’ noemt Bloch de ‘warme golfstroom’ op een mogelijke menselijke bevrijding. Het is die onderstroom van het streven naar ‘het nog niet zijnde’ die Bloch probeert boven te halen. Het ‘nog niet’ houdt de hoop levend en maakt de kern uit van een utopisch bewustzijn.

Ook Hannah Arendt vertrekt vanuit het blijven koesteren van de hoop. In Men in Dark Times schrijft ze dat ‘zelfs in de donkerste tijden’ we de hoop blijven koesteren en deze vooral moeten richten op datgene wat ons ‘opheldering kan verschaffen’ over de tijd waarin we leven.

Heden en verleden

Joke Hermsen werkt aan dit zeer toegankelijke essay tijdens haar verblijf in een dorp in Bourgogne op een ogenblik dat de gilets jaunes, gewone mannen en vrouwen van overal in Frankrijk, hun ongenoegen laten blijken over de politiek van de regering-Macron. Zullen zij het ongunstige maatschappelijke tij kunnen keren? Heeft het in deze tijd nog zin om te hopen op een betere wereld?

De gele hesjes nemen in elk geval hun lot in eigen handen en dat is op zich al een belangrijke daad van verzet. ‘Je révolte, donc nous sommes,’ schreef Albert Camus of zoals Hanna Arendt het uitdrukte: ‘Spontaan verzet plegen is uitdrukking geven aan het menselijk vermogen nee te zeggen tegen onrecht en ongelijkheid.’

Tegen deze rebelse achtergrond – Hermsen vermeldt ook de acties van de klimaatbetogers – en met die vraagstelling in het achterhoofd begint zij aan een studie over Rosa Luxemburg (1871-1919) die zij via het werk van Hannah Arendt leert kennen. Op die manier laat zij heden en verleden naadloos in elkaar overvloeien. Verzet is immers van alle tijden. Deze twee dames passen perfect in het plaatje van ‘Het tij keren’.

Kritische dwarsdenkers

Luxemburg en Ahrendt waren beiden kritische dwarsdenkers die niet schroomden om de controverse op te zoeken en tegen de lijn van hun intellectuele achterban in hun eigen mening naar voren te brengen. In haar veel te korte leven – Rosa Luxemburg werd in 1919, in het revolutionaire Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog, samen met Karl Liebknecht woordvoerder van de Spartacusbond, vermoord door rechts-extremistische vrijkorpsen – schreef de Pools-Joodse politieke, pacifistische activiste een aantal belangrijke werken waarin zij zich ontpopte als een pleitbezorger ‘voor een wereld van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid’. In ‘Massastaking’, verschenen in 1905, schrijft zij uitvoerig over de radendemocratie.

Radendemocratie

Luxemburg was geen voorstander van het revolutionair marxisme en de voorhoedebeweging, zoals het door Lenin en Trotski werd geformuleerd en ingevuld, maar was een onvoorwaardelijke voorstander van een socialistische radendemocratie, waarbij de bevolking via ‘volksraden’ daadwerkelijk inspraak en politieke beslissingsbevoegdheid zou krijgen, ook op het economische vlak. Vandaar haar pleidooi voor coöperatieve productiemethoden, waarbij de werknemers het productieproces in eigen hand hielden en mede-eigenaar werden. De radendemocratie die Luxemburg voor ogen had was geïnspireerd op anarchistische uitgangspunten die in de kortstondige Parijse commune van 1871 daadwerkelijk werden uitgevoerd: meer directe en horizontale besluitvorming via volksraden die op wijkniveau georganiseerd werden.

Die zoektocht is ook nu weer volop aan de gang. Manu Claeys in zijn Red de democratie gaat daar uitvoerig op in en Joke Hermsen verwijst ook uitdrukkelijk naar de voorstellen van iemand als David Van Reybroeck om met gelote ‘burgerraden’ tot een betere burgerparticipatie te komen. Het verbaast mij dat Hermsen in haar link met het heden wel verwijst naar de gele hesjes, naar de ‘klimaatspijbelaars’ en naar het begrip ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ zoals Hannah Arendt het omschrijft, maar niet naar municipalistische voorbeelden – neem nu de Spaanse rebelse steden – en ook niet naar de Zapatisten en Rojava of naar de sterker wordende beweging van onderuit die commons-gerichte activiteiten begint te ontwikkelen. ‘De gele hesjes behoren aan niemand toe en dus aan iedereen’ is de leuze van de gilets jaunes en dat sluit aan bij dat symbool van een gemaskerde subcomandante die staat voor elke inheemse in verzet.

Solnit en Havel

Inderdaad, ‘aan het tij keren’ wordt op dit ogenblik op verschillende plaatsen van de wereld gewerkt en dat is zeer hoopvol. Om dat pleidooi sterker te maken focuste Joke Hermsen op twee boeiende historische figuren die ook vandaag nog steeds actueel zijn. En ja, ‘het tij keren’ is geen makkelijke en geen ongevaarlijke bezigheid, maar gebeurt met vallen en weer opstaan.

Toen ik Joke Hermsen las moest ik aan het werk van de Amerikaanse Rebecca Solnit denken. Deze politiek activiste, kunstcritica en cultuurhistorica schreef in 2006 ‘Hope in the dark’ dat in het Nederlands vertaald werd als ‘Optimisme, protesten die de wereld veranderen’.

Solnit en Hermsen vertrekken vanuit eenzelfde inspiratiebron waarin ‘hoop’ een zeer belangrijke rol speelt. In dat boek citeert Solnit Václav Havel: ‘Hoop is geen profetie. Het is een oriëntatie van de geest, een oriëntatie van het hart, die uitstijgt boven de wereld van de onmiddellijke ervaring en die ergens voorbij de horizon verankerd is. Hoop, in deze diepe, krachtige zin, is niet hetzelfde als vreugde dat de zaken goed gaan, of bereidheid in ondernemingen te investeren die duidelijk op weg zijn naar onmiddellijk succes, maar eerder het vermogen om ergens aan te werken omdat het goed is en niet alleen omdat het kans van slagen heeft.’[i]

Dit had ook een citaat uit Het tij keren kunnen zijn.

 

Bron:

[i] Rebecca Solnit, Optimisme, protesten die de wereld veranderen. Cossee, Amsterdam, 2005, p. 21

 

Joke J. Hermsen, Het tij keren, met Rosa Luxemburg en Hanna Arendt, Prometheus, Amsterdam, 2019, 104 blz. ISBN 9789044640700

Joke Hermsen is, naast vele andere sprekers, op 10 november te gast in het Brusselse Kaaitheater bij Ecopolis19 #GenerationHope

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!