Bron: Pixabay
Boekrecensie - Walter Lotens

Is er geen ‘loodgieter’ in de zaal?

dinsdag 21 mei 2019 03:47

‘Als je douche lekt, bel je niet naar de milieuminister. Dan bel je een loodgieter. Of noem het in deze een intendant. Een klimaatintendant. Iemand die met kennis van zaken gedoodverfde opponenten uit de loopgraven haalt.’

Met die stellingname ondersteunde Gazet van Antwerpen op 9 maart 2019 het pleidooi van Luc Huyse en Manu Claeys om een klimaatintendant aan te stellen. De emeritus-hoogleraar en de stRaten-Generaal’er kwamen in het begin van dit jaar met een goed onderbouwd voorstel voor de dag om van overheidswege een klimaatintendant aan te stellen die samen met alle relevante stakeholders in werkbanken sleutelt aan duurzame, ambitieuze, gedragen en becijferde transitievoorstellen.

De inspiratie daarvoor vonden zij in het zogenaamde Toekomstverbond waarmee het ingewikkelde en kapot gediscussieerde en gecontesteerde Antwerpse Oosterweeldossier een nieuwe dynamiek heeft gevonden. De aanstelling van intendant Alexander D-Hooghe is volgens hen een belangrijke factor gebleken in het naar elkaar toegroeien van de diverse partijen die eerder met getrokken messen tegenover elkaar stonden.

Manu Claeys nam het pennetje op om dat pleidooi voor een klimaatintendant meer body te geven. Daarvoor kon hij niet alleen teruggrijpen op zijn jarenlange ervaring als stRaten-Generaal-woordvoerder, maar ook als theoreticus – zie zijn recente boek ‘Red de democratie!’ – waarin hij bouwstenen aanreikt voor een democratie 2.0 en daarvoor ook verwijst naar het Oosterweeldebat en het Toekomstverbond waarin ‘boven’ en ‘onder’ elkaar vinden in nieuwe werkvormen en daardoor een andersoortig beleid mogelijk maken.

Volgens hem is er in het klimaatdebat ook nood aan co-creatieve governance via werkbanken waarin onderzoekers, ambtenaren en burgers in structurele samenwerkingsverbanden concrete maatregelen, plannen en projecten uitwerken. Daarvoor is een klimaatintendant nodig of, oneerbiedig gezegd, een loodgieter die, zoals Gazet van Antwerpen schrijft ‘met kennis van zaken gedoodverfde opponenten uit de loopgraven haalt’.

Ikea-effect

Claeys versterkt zijn pleidooi door met het oog op de verkiezingen van 26 mei en de nieuwe regeringsformatie een strak politiek stappenplan voor te stellen dat na het zomerreces in werking zou kunnen treden. Stap 1 wordt dan de aanstelling van een neutrale bemiddelaar-met-expertise door de nieuwe Vlaamse regering en stap 2, in zijn tijdschema al vanaf september 2019, het opstarten van klimaatwerkbanken met ambtenaren, experts en burgers.

De aanwezigheid van deze laatste groep past helemaal in zijn visie op de democratie 2.0 waarin het zogeheten Ikea-effect past – mensen waarderen wat ze deels zelf hebben ‘geproduceerd’ – en waardoor het geloof in de geboekte resultaten toeneemt. In zijn visie op de democratie 2.0 betekent het dat de politici zich daarbij eerder moeten opstellen als regisseurs die niet langer alle wijsheid in pacht hebben, maar hun experts, ambtenaren en burger (organisaties) bevragen en betrekken om samen een beter en meer gedragen beleid uit te tekenen.

En wat gebeurt er dan met ‘het primaat van de politiek’? Wanneer dat zou betekenen dat de politici het eerste en het laatste woord moeten hebben (je weet wel: ‘ik ben toch verkozen dus …, we leven tenslotte in een representatieve democratie’) dan verzet Claeys zich daartegen, maar hij betwist niet dat ook in een meer participatieve democratie uiteindelijk politieke keuzes moeten worden gemaakt.

Kritiek

Manu Claeys verwijst ook met instemming naar de studie De waarde van weerstand over de besluitvorming rond Oosterweel waarin de onderzoekers Eva Wolf en Wouter Van Dooren pleiten voor het ruimte geven aan het maatschappelijk conflict maar tegelijk ook pleiten voor de deelname aan de beleidsvoorbereiding door burgerbewegingen die het maatschappelijk debat organiseren. Dat samenspel van ‘onder’ en ‘boven’ blijft een moeilijke oefening, want als het primaat van de politiek het dictaat van de (partij)politiek wordt dan wordt het politieke in de brede zin van het woord terug naar af verwezen en dat zou zeer jammer zijn.

Daarvan is ook Manu Claeys zich bewust, want hij schrijft: ‘Perfect is deze praktijkinnovatie (nog) niet, maar wel interessant genoeg om te perfectioneren’ en dat zal zeker ook Wouter Van Dooren beamen die uitgerekend op het ogenblik dat dit pleidooi van Manu Claeys verschijnt voor de dag komt met kritische beschouwingen in Gazet van Antwerpen over – jawel – de evolutie van het Toekomstverbond.

Is dat echter een reden om het voorstel van een klimaatintendant en het installeren van werkbanken te installeren te wantrouwen? Ik meen dat dergelijke initiatieven – tevens oefeningen in een meer participatieve democratie – hun kans moeten krijgen. In de voorbije maanden is gebleken dat er in dit land grote groepen actief zijn die bereid zijn om mee te denken over het treffen van drastische maatregelen tegen de klimaatverandering.

Terwijl ik dit schrijf, lees ik trouwens dat onder de hashtag ‘WeChangeforLife’ en op de gelijknamige website 256 Belgische universitaire deskundigen, waaronder Jean-Pascal Van Ypersele, aan het publiek hun kennis over het klimaat en het verlies aan biodiversiteit willen meedelen. Mochten die klimaatwerkbanken er komen, zullen ze snel en goed gevuld kunnen worden. Nu de politici nog. En die ‘loodgieter’ natuurlijk.

 

Manu Claeys, Pleidooi voor een klimaatindendant, Straatego, 2019, 87 blz. ISBN 9789463882446, prijs: 5 euro

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!