Priesters Alberto Franco en Javier Geraldo eiden een misviering in openlucht op 14 februari bij de start van de bedevaart naar de plaats aar Camilo Torres 50 jaar geleden omgebracht werd door het leger (Constanza Vieira/IPS)

Herdenking 50 jaar Camilo Torres in Colombia

Een karavaan van tientallen bussen en terreinwagens die op 15 februari 2016 exact vijftig jaar na de dood van Camilo Torres Restrepo hulde wou brengen aan deze beroemde Colombiaanse priester-guerillastrijder botste op politieblokkades. De verering van Camilo Torres is nog steeds onaanvaardbaar voor de Colombiaanse regering

dinsdag 23 februari 2016 14:42

Zo’n zevenhonderd boeren, vakbondsleden, studenten, academici en geestelijken uit verschillende delen van Colombia wilden op 15 februari 2016 een pelgrimstocht maken ter nagedachtenis van hun held, die 50 jaar geleden om het leven kwam in een gevecht van de guerrillabeweging van het Ejército de Liberación Nacional (Nationaal Bevrijdingsleger – ELN) met het leger.

Van priester tot strijder

Camilo Torres is een icoon van de Colombiaanse burgeroorlog. Hij werd in 1929 geboren in een welgesteld gezin in de hoofdstad Bogotá, koos voor het priesterschap en studeerde sociologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. (In de Brusselsestraat 165 te Leuven draagt een complex studentenverblijven nog steeds zijn naam, nvdr).

Camilo was een charismatische, politieke activist die met zijn beweging Frente Unido del Pueblo (Verenigd Volksfront) steeds meer aanhang kreeg. Omdat hij in de brutaal gewelddadige feodale maatschappij van Colombia niet langer in verkiezingen geloofde om sociale rechtaardigheid te bekomen, trok hij in oktober 1965 de bergen in. Daar sloot hij zich aan bij de rebellen van het ELN. Amper enkele maanden later werd hij op 15 februari 1966 werd hij bij een wapendiefstal gedood door het leger.



Camilo Torres (Cristianismo y Revolución/CC)

De Latijns-Amerikaanse Episcopale Raad waarschuwde twee jaar later dat er nog veel mensen als Camilo zouden volgen, als de kerk zich niet zou gaan inspannen voor de armen. De opvattingen van deze priester die guerrillastrijder werd, zouden niet veel later aan de basis liggen van de bevrijdingstheologie.

 

Geen risico’s

De herdenkingskaravaan die op bedevaart wou naar de precieze plek waar Camilo om het leven kwam, is echter nooit zover gekomen. De bedevaartgangers moesten zich tevreden stellen met een plechtigheid in de open lucht, op ongeveer 40 kilometer van het dorpje Patio Cemento.

“We hadden vernomen dat de militairen en paramilitairen daar zeer actief zijn en besloten geen risico’s te nemen want uiteindelijk verdedigen wij het leven: we willen bijdragen aan vrede en niet de lokale burgerbevolking in gevaar brengen”, legde politica Ángela María Robledo van de Groene Partij uit. Door het grootschalig optreden van oproerpolitie en antiterreursoldaten, werd de karavaan de pas afgesneden, maar er volgden geen verdere incidenten.

Broze vrede

De problemen waren echter reeds twee weken voor de herdenking begonnen. De familie die vandaag de grond bezit waarop Camilo Torres vijftig jaar geleden werd doodgeschoten, wilde de karavaan aanvankelijk met open armen ontvangen. “Ze werden daarover lastiggevallen”, aldus Robledo.

“We kwamen als vredeszendelingen, dat is het belangrijkste voor ons. We willen dat de regering zich laat inspireren door de figuur van Camilo Torres en dat ze met het ELN aan de onderhandelingstafel gaat zitten”, voegde de politica eraan toe. De vredesgesprekken in Cuba tussen de Colombiaanse regering en de belangrijkste guerrillagroep van het land, de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia – FARC) die in 1964 de wapens opnamen tegen de feodale onderdrukking, zouden in de komende maanden moeten uitmonden in een overeenkomst. Formele onderhandelingen met de andere guerrillagroep ELN staan daarentegen nog steeds niet op de agenda.

Volgens Marta Cárdenas, die daar ook in de buurt woont en de bedevaarders tegemoet kwam in Yarima, is de bevolking niet tegen de herdenking op zich. “We zijn gewoon bang dat de relatief recente vrede verdwijnt en dat het conflict opnieuw de kop opsteekt. In de jaren 1980 heeft dit gebied een van de ergste slachtpartijen van het land meegemaakt. We willen in vrede blijven leven. Wij, de kleine boeren die hier gebleven zijn, hebben onze zonen, onze echtgenoten, onze families verloren. We hopen op vrede en herstel, want in een oorlog zijn het de armen die lijden”, verklaart Cárdenas.

Nog veel pijn

In het betrokken gebied hebben rechtse paramilitairen1 alle burgers gedwongen om zich achter hen te scharen van de jaren 1980 tot halfweg de jaren 1990. Ze dwongen de lokale bevolking om betalingen aan hen te doen en jonge mannen moesten bij hen een militaire training volgen.

Tegelijk was deze regio tussen de steden Barrancabermeja en Santander het belangrijkste bolwerk van het ELN tussen 1980 en 1992. Rond 1990 waren er zowel rebellen van de FARC als van het ELN actief. Na aanhoudende offensieven van het leger in de eerste helft van de jaren 1990 kwamen de paramilitairen er aan de macht in 1998. De invloed van de guerrillastrijders in het omringende platteland nam daarna af, verklaart expert Ariel Ávila.

Het conflict over het eerbetoon aan Camilo Torres blijft vragen oproepen. “Dit toont aan dat vrede geen kwestie is van een akkoord tussen de leiders: het moet neerdalen in de regio’s, tot op het lokale niveau”, denkt psycholoog Hernando Gómez Serrano, één van de organisatoren van de pelgrimstocht. “Mensen van buitenaf kunnen niet zomaar naar Patio Cemento afzakken en zeggen: we gaan hier een ceremonie van verzoening houden en jullie ontmoeten. Er is nog veel pijn. Verschillende mensen werden vermoord in een nog niet zo ver verleden en de wonden zijn nog open.”

Bron: Pilgrimage for Peace on 50th Anniversary of Camilo Torres’ Death

1  ‘Paramilitairen’ is de letterlijke vertaling van de Spaanse term ‘paramilitares’. De Nederlandstalige term is echter misleidend. Het gaat hier niet om een afdeling van het leger. In werkelijk gaat het om illegale gewapende bendes, die door grootgrondbezitters, het leger en de politie worden gefinancierd. Dikwijls worden ze op geleid door politieofficieren en militairen. Tijdens hun repressie-acties zijn het leger en de politie systematisch ‘afwezig’, tot de slachtingen voorbij zijn. De moorden van de paramilitairen zijn steeds gericht op eender welke persoon of organisatie die de bevolking informatie en of middelen tot zelforganisatie biedt: leraars, progressieve priesters, vakbondsleiders, journalisten, mensenrechtenorganisaties, boerensyndicaten…

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!