'De Franse zelfmoord. De veertig jaar die Frankrijk hebben vernietigd' (boekcover Albin Michel)
Boekrecensie -

Le Suicide français van Eric Zemmour: banaal en gevaarlijk

Onbekend in Vlaanderen, maar des te meer in Frankrijk en Franstalig België. Eric Zemmour schreef een boek over de ondergang van de Franse natie. Zijn lijst van schuldigen is lang. DeWereldmorgen.be worstelde zich door een weeklacht van 527 bladzijden.

maandag 16 februari 2015 20:16

Je kan Eric Zemmour van veel dingen beschuldigen, maar niet dit: deze man kan goed en literair Frans schrijven én heeft geen enkel gevoel voor zelftwijfel. Alleen hij is de ultieme ridder die het Franse heil nog hoog draagt. Auteurs die zichzelf het middelpunt van het heelal vinden zijn er wel meer, zeker bij bepaalde Franse filosofen, maar Zemmour spant de kroon. Ik heb zelden een zo openlijk zelfingenomen boek gelezen.

Een bloemlezing

Een tijd terug bereikte een boek van een ander Fransman de top van de koopcijfers. Thomas Piketty’s boek is een kanjer, die onterecht riskeert te weinig gelezen te worden. Ik raad hem nog altijd aan.

Eric Zemmours boek is ook een kanjer, die verdient om niet gelezen te worden. Daarom deze lange bloemlezing van de hoogtepunten in Le Suicide français. Dan is de eventuele lezer alvast verwittigd.

Door de rechtse Franse media werd hij de hemel in geprezen. Le Suicide français is met behulp van een enorme promotiecampagne een bestseller. Betere Brusselse rechtse kringen nodigden Zemmour uit voor lezingen. Eén daarvan moest worden afgelast wegens te veel protesten.

La nation avant tout

Voor die protesten is niet zozeer het boek zelf, als wel een uitlating van de auteur over het ‘migrantenprobleem’ verantwoordelijk. Hij zou in een interview voor een Italiaanse krant – naar aanleiding van het verschijnen van dit boek – hebben gepleit voor massale deportatie van ‘niet-Fransen’. De betrokken journalist gaf later toe dat Zemmour dat niet letterlijk zo gezegd heeft en het woord ‘deportatie’ ook nooit in de mond had genomen. Wat Zemmour in dit boek zegt, komt er wel op neer. Meer daarover hieronder.

De these van Zemmours boek valt eenvoudig samen te vatten: zowat alle maatschappelijke actoren, tendensen, bewegingen, persoonlijkheden die zich sinds de dood van president Charles de Gaulle in 1970 hebben opgedrongen aan de gewone ‘normale’ Fransman, zijn verantwoordelijk voor de ondergang van de Franse natie.

Wat die Franse natie precies is, komen we nooit te weten, maar in ieder geval is Zemmour ervan overtuigd dat hij dat weet en dat hij de ‘stilzwijgende meerderheid’ der Fransen vertegenwoordigt. Als je alle volgens Zemmour schuldigen voor deze zelfmoord van Frankrijk bij elkaar optelt, blijven er echter niet veel Fransen over.

Dat is in feite ook niet zo belangrijk. Frankrijk bestaat volgens Zemmour immers toch alleen bij gratie van grote persoonlijkheden, van wie hij er uiteraard één is. Voor de echte ‘gewone’ Fransman –  op wie hij zich dus beroept voor zijn grote gelijk – toont hij verder niets dan nauwelijks verholen minachting.

Alles eindigt bij CDG

Charles De Gaulle was volgens Zemmour de laatste staatsleider die de Franse natie hoog hield. Daarna ging het van kwaad naar erger. Deze man was de Louis XIV en de Napoleon van zijn tijd. Waren dat inderdaad echte Franse staatsmannen?

Zemmours boek heeft 79 hoofdstukken, elk met een chronologische datum. Die hoofdstukken worden opgedeeld in drie grote periodes. De titels van die periodes zeggen al genoeg.

  • Periode I (1970-1983) ‘De geschiedenis is onze leidraad niet’
  • Periode II (1984-1992) ‘Laat ons ten dienste staan van de goede zaak: onszelf!
  • Periode III (1993-2008) ‘Onze vaders hebben te groene druiven gegeten. De tanden van hun kinderen zijn aangetast.”

De zelfmoord van Frankrijk begint volgens Zemmour dus op 9 november 1970, wanneer ‘le père de la nation‘ én ‘le père de la famille (française)‘ Charles de Gaulle sterft. Op zijn begrafenis drie dagen later komt de hele wereldtop samen. Dan is Parijs ‘pour la dernière fois‘ wat ze altijd had horen te zijn: “la capitale du monde“. De mis was nog in het Latijn. Niets kon daarna de verdere ondergang voorkomen.

Alles moet eraan geloven

Zemmour slaat vanaf de eerste pagina wild om zich heen. Niets of niemand wordt ontzien. Daarbij springt hij voortdurend zonder enig logisch verband van het ene onderwerp op het andere, van een banale Franse film naar Watergate, van een liedje van charmezanger Michel Delpech over de Amerikaanse serie Dallas naar de nieuwe CEO’s van Franse bedrijven.

Deze man twijfelt niet aan zijn eigen genialiteit. Geen enkele andere mening dan de zijne is het overwegen waard. Zijn ideologie maakt hij al duidelijk in zijn inleiding: “Le président de la République (altijd met hoofdletter!) préside, mais il n’est plus un roi.” 1

De kanker in het bot van de natie begint volgens Zemmour bij mei ’68. “Le triptyque des soixante-huitards: Dérision, Déconstruction, Destruction, sapa les fondements de toutes les structures traditionelles: famille, nation, Etat (met hoofdletter), école.” 2 Alleen De Gaulle heeft het zien aankomen, maar kon het niet meer stoppen.

De dwang van ‘sociale veranderingen’

De Franse natie is volgens Zemmour ten onder gegaan aan sociale verandering. “Onaanvaardbaar” voor een natie die naam waardig. Een natie die toegeeft aan zijn waarden sterft immers, of beter, pleegt zelfmoord. Heel het boek is een lange bewijsvoering van die stelling.

Alles wordt gelardeerd met citaten, met flashbacks naar illustere tijden, toen persoonlijkheden – alleen mannen, évidemment – nog wisten waar ze voor stonden. Citeren, citeren en citeren, dat doet Zemmour voortdurend, maar zonder degelijke bronvermelding, met als enige uitzondering de citaten uit Franse chansons en uit dialogen in Franse films. Er staat af en toe wel een boek in voetnoot, maar nooit met een paginanummer erbij.

Het  nieuwe matriarchaat   

De ondergang van de natie begint volgens Zemmour bij de ‘vrouwen’. Het nieuwe matriarchaat zou zich volledig hebben overgegeven aan dwangmatige, hersenloze, individualistische consumptie. Jongens worden niet meer opgevoed (door hun moeders) tot echte mannen maar tot slappelingen, die doen wat hun vrouw – of nog erger, hun ongehuwde partner – hun oplegt.

Vroeger zei ‘maman’ volgens Zemmour: “Tu seras un homme, mon fils!, nu is dat “Tu seras une femme, mon fils! Tja, dat komt ervan als je in 1965 de vrouwen het recht geeft om cheques uit te schrijven zonder de toestemming van je echtgenoot. Nooit legt Zemmour uit wat hij met dat verachtelijke individualisme precies bedoelt. Voor uitleg of definities van zijn ideeën hoef je zijn boek trouwens niet te lezen.

Zemmour heeft blijkbaar ook iets met seks. “Het seksuele genot werd een topprioriteit, die zelden werd verzadigd, maar zonder ophouden opgeëist”. En dan die voor Zemmour verfoeilijke feministen die zelfs de onbekende soldaat onteerden, door erop te wijzen dat er achter elke onbekende soldaat een onbekende weduwe stond.!

“Daarbij negeerden ze wel het feit dat het de soldaat was die stierf, terwijl zijn wederhelft ver achter het front verder leefde.” Plots was er volgens Zemmour ook geen noodzaak meer voor de man om te domineren “pour se rassurer sexuellement”. En de vrouwen, ja, die verloren hun drang om op te kijken naar hun man “pour se donner sans honte”. In de plaats kwam: “Mijn lichaam hoort alleen mij toe”, maar mannen mogen dat recht niet opeisen.

Vrouwen legden wel degelijk hun wil op in het traditionele huwelijk want, weet Zemmour: “Het is altijd de vrouw die haar man kiest, dat is altijd een man van een hoger sociocultureel niveau dan het hare. Die sociale dominantie heeft bij haar een sterke erotische kracht”.

En om in schoonheid te eindigen: op 17 januari 1975 keurt het parlement een wet op abortus goed: “Het parlementair debat was een keerpunt waar de rede het moest afleggen tegen de emotie, het nationale belang tegen individuele verlangens, het collectieve tegen het persoonlijke, het idee tegen de intimiteit, het mannelijke tegen het vrouwelijke.”

De niet-Fransen

Dan zijn er de niet-Franse migranten, zij die weigeren zich te ‘assimileren’. Zemmour spreekt zichzelf hierover voortdurend tegen. Italianen en Joden, daarentegen, die hebben het wel gekund, onder meer door hun voornamen en familienamen te verfransen, iets wat de huidige generatie met hun onuitspreekbare on-Franse namen weigeren te doen.

Nee, die migranten van tegenwoordig hebben volgens Zemmour ‘de hereniging van gezinnen’ opgedrongen om ons land binnen te vallen, terwijl ondertussen het eigen traditionele Franse gezin ten onder ging. Trouwens, de huidige overbevolking in Afrika, die nu “en masse” naar Europa komt, is alleen maar ontstaan dankzij “la médecine de l’homme blanc”.

Niet zo met Joden en Italianen. Dat was nog eens een succesvolle assimilatie van bevolkingsgroepen die dat volgaarne en vrijwillig deden. Niet gestoord door een noodzaak aan consistentie klaagt Zemmour wat verder in zijn boek het hedendaagse en zeer reële racisme tegen Joden aan.

Zemmour kent een mooi voorbeeld van perfecte assimilatie van een ‘allochtoon’. Marthe Keller, een Franstalige Zwitserse die vlak bij de Franse grens opgroeide en in Frankrijk een beroemde filmster werd (en voor wie Zemmour blijkbaar een boontje heeft).

De ideologie van de mensenrechten

Het houdt niet op. De volgens Zemmour verfoeilijke president François Mitterrand had nauwelijks de afschaffing van de doodstraf ondertekend op 2 oktober 1982 of hij erkende de bevoegdheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. “Elke Fransman kon voortaan zijn eigen Staat aanvallen voor een buitenlands gerechtshof!”

Dat Gerechtshof staat wel in de Franse stad Strasbourg, maar wie vit nu over dergelijke details? Daarna volgde voor Zemmour de horror van de Europese integratie, het verdrag van Maastricht en het gruwelijke neoliberalisme.

Zemmour is fanatiek anti-neoliberaal. Zoek deze man echter niet op de barricades van de andersglobalisten. Hij wil gewoon terug naar de pre-liberale maatschappij.

Groots Frans beschavingswerk, een koloniaal imperium

Verder geen kwaad woord van Zemmour over het koloniale verleden van Frankrijk. Sinds de grote natie zijn imperiale verleden heeft verloochend “slagen wij er niet meer in een plaats te vinden, ons verleden waardig.” Wie die ‘wij’ zijn, mag je zelf raden.

“Frankrijk zou vandaag samen met Algerije meer dan 100 miljoen Fransen (!) verenigen en zich kunnen opstellen als een van de grote demografische machten van de 21ste eeuw.” “Wij hebben Indochina verloren3”. Vandaag heeft dat ooit zo grote imperium nog slechts 100.000 actieve soldaten. “Vroeger in de oude tijd was dat niet eens genoeg om de binnenlandse openbare orde te handhaven.” Het leger op straat in eigen land, dat waren nog eens tijden.

Zoals elke historicus met een ideologische bril selecteert Zemmour uit het verleden. Niets uitzonderlijk, maar Zemmour verstaat die kunst als geen ander. Vroeger was gewoon alles beter. De hiërarchische structuur van familie en maatschappij – de ruggengraat van de Franse maatschappij – stond borg voor een gelukkig leven.

Nu hebben we volgens Zemmour zoiets spuuglelijk als de rechtstaat, waar niet grote leiders maar ‘rechters’ bepalen wat mag en niet mag, onder druk van de massa die zijn ideeën opdringt aan de weldenkende Fransman. “De priester en de wetgever werden vervangen door dokters, sociologen, psychologen en reclamemensen, die hun nieuwe normen aan het gezin oplegden.”

Vichy, niet goed maar toch niet zo slecht

En Vichy 4, dat was volgens Zemmour nog zo slecht niet. Het had natuurlijk niet gemogen, die Franse collaboratie met – godbetert – de Duitsers, maar die Franse collaboratie was een noodzakelijk kwaad. Het behoud van de natie stond immers op spel. Bovendien hebben de Franse ambtenaren van Vichy toch ook wel wat Joden gered.

Dat Zemmours held Charles de Gaulle een bittere tegenstander was en bij verstek werd ter dood veroordeeld door de regering in Vichy (de Gaulle zat in ballingschap in Londen), stoort hem niet. Integendeel, voor Zemmour bewijzen zelfs contradicties het grote gelijk. Pétain, eerste minister van Vichy en aartsvijand van de Gaulle, was immers ook een Franse held (van de Eerste Wereldoorlog), die alleen maar misleid was en een jammerlijke beoordelingsfout heeft gemaakt, met de beste bedoeling, de natie redden. Il faut le faire.

De ideologie van het antiracisme

Die migranten zijn voor Zemmour al erg, maar de arrogante, zelfingenomen, fanatieke ‘antiracisten’ maken het alleen maar erger. Zij zijn volgens hem verantwoordelijk voor het hedendaags racisme. Dat ze bovendien antisemitisme niet als een volledig apart fenomeen beschouwen maar als een onderdeel van ‘racisme’ in al zijn vormen, is voor Zemmour bijna godslasterlijk.

Zemmour snapt niet hoe deze parvenu’s het durven hun “pensée unique” op te dringen en te dicteren wat politiek correct is en wat niet. Verder doen ze niets dan subsidies opzuigen met ‘ons’ belastingsgeld. SOS Racisme plooit zich immers terug op zijn kerntaak: “La collecte inlassable de subventions” 5. Hun trotskistische meesters kunnen er volgens Zemmour fier op zijn. Dan nog die belachelijke ‘Resto du coeur’ van komiek Coluche.

Dankzij hen is Frankrijk het land geworden waar ‘sans-papiers’ het recht hebben om te betogen voor hun rechten en elke betoging beëindigen met vernielingen, terwijl “de politie verboden wordt de wapens te gebruiken”. Zij zijn het ook die volgens Zemmour de ‘religie van de mensenrechten’ hebben opgelegd aan de Franse natie. Dankzij hun gestook moet Frankrijk nu de ‘islam’ integreren en zo “verzaken aan duizend jaar Geschiedenis” (met hoofdletter). En ondertussen blijven die niet-Fransen maar doorzagen over de koloniale erfenis.

La Francophonie en de nieuwe ‘cultuur’

Er zijn volgens Zemmour nog wel Franse idealen om voor te strijden, zoals ‘la Francophonie’, de gemeenschap van Franstalige landen en volkeren over de wereld. Voor het overgrote deel zijn dat ex-kolonies waar de autochtone bevolking niet eens naar school kan om Frans te leren. “Het zou eerlijk zijn om ook Israël in de Francophonie te verwelkomen, omdat nog altijd 20 procent van de bevolking onze taal nog gebruikt.” Wie onder de ‘bevolking’ in Israël wordt verstaan, zegt Zemmour er wijselijk niet bij.

De hoge Franse cultuur, in het land dat als eerste ter wereld een ministerie van Cultuur had, verlaagt zich volgens Zemmour nu tot het eren van rappers en grafitti-artiesten, van eender welke ‘lelijkheid of provocatie’, ‘alles is waardevol’, ‘tags horen naast Leonardo da Vinci te hangen’, ‘elke rapper is een nieuwe Mozart’, wansmaak is ‘smaak’ geworden. Povere taal en miserabele zinsbouw worden de norm, alsof die rappers ten stelligste willen bewijzen dat ze inderdaad ‘barbaren’ zijn.

Neen, Zemmour ontwaart geen grote Franse leiders meer. Bij zijn herverkiezing in 2002 koos president Jacques Chirac als zijn topprioriteiten de strijd tegen kanker, de strijd tegen de verkeersonveiligheid en de maatschappelijke integratie van andersvaliden, “doelstellingen, een voorzitter van een raad van bestuur waardig”.

La République ou la décadence

Eric Zemmour is een rotsvast dogmaticus. Frankrijk is een natie of is niets. Er is geen tussenweg. Het is ‘la République‘ of de totale decadentie, met niets er tussen in. Dit boek is geschreven door een intellectuele charlatan met een zeer vlotte, literaire pen.

Het is geen toeval dat Zemmour veel weerklank vindt bij betere sociale kringen in het Brusselse. Ook zij verafschuwen de brutale, vulgaire openlijke vormen van racisme op straat. Zij geven de voorkeur aan dit ‘racisme met stijl, met klasse’. Zemmour is voor hen ideaal leesvoer.

Dit boek mag je echter niet weglachen. Het is gevaarlijk. Het geeft onder het mom van een onthecht discours voer aan de meest primaire gevoelens van raciale superioriteit. Dit boek lijkt een vorm van ‘soft racisme’ te promoten, onschuldig bijna. Niets is minder waar.

1 “De president van de Republiek is voorzitter, maar is geen koning meer.” (Het Franse woord ‘président‘ betekent zowel ‘president’ (het staatshoofd) als ‘voorzitter’).

2 “De triptiek van de ’68-ers: Spot, Afbraak, Vernietiging, zoog de fundamenten leeg van alles traditionele structuren: familie, natie, Staat, school.”

3 De Franse kolonies Vietnam, Laos en Cambodja.

4 Vichy is een klein stadje in de Auvergne, in centraal Frankrijk, met ongeveer 24.000 inwoners, bijna evenveel als in 1940. Na de Franse nederlaag en wapenstilstand van 22 juni 1940 werd in nog niet bezet Frankrijk een Franse collaboratiestaat opgericht, onder leiding van maarschalk Pétain. Vier jaar lang werkte deze regering vanuit Vichy met de Duitsers mee, onder meer om Franse Joden af te voeren naar de concentratiekampen. De term ‘Vichyregime’ wordt dikwijls gebruikt als metafoor voor collaborerende regeringen die meewerken met een bezetter, zoals tot voor kort de Iraakse regering.

5 “De onverzadigbare vergaring van subsidies.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!