(foto www.michaelparenti.org)
Boekrecensie -

Michael Parenti: straatboefje wordt links voorvechter

De Amerikaanse progressieve analist, Michael Parenti, auteur van vele boeken over het politieke systeem van de VS, schreef zijn autobiografie. 'Waiting for Yesterday' neemt je mee op stap van zijn jeugd in New York tot zijn roots in het Italiaanse Puglia. Politiek engagement met warmte geschreven.

maandag 4 augustus 2014 17:25

Michael Parenti is voor progressieve
Amerikanen geen onbekende. Tussen 1969 en 2013 publiceerde hij 25
boeken, schreef talloze artikels en essays en gaf duizenden lezingen
over heel de VS. Net als andere progressieve Amerikaanse stemmen was
hij een nooit gevraagde gast in de grote media. Dat belette niet dat hij voortdurend werd gevraagd om te komen spreken. De
laatste jaren leidt hij om gezondheidsredenen een meer teruggetrokken
leven.

Buiten progressieve kringen in de VS is
hij minder bekend. Parenti heeft nooit de faam bereikt van iemand als Noam Chomsky. Dat is onterecht. Hij
is immers een charismatisch spreker die diepe verontwaardiging weet
te combineren met humor en zelfrelativering. Parenti’s politieke analyses
behoren tot het beste dat de Amerikaanse progressieve wereld in de
voorbije veertig jaar heeft voortgebracht.

Hij heeft voor dat jarenlange
engagement een zware prijs betaald. Zijn academische carrière is
nooit geworden wat ze voor iemand met Parenti’s capaciteiten had
kunnen zijn. Dat had alles te maken met zijn kritiek op het
Amerikaanse politieke systeem en op de rol van
collega-intellectuelen in dat systeem.

Kennismaking met een warm mens

Voor hen die de man al kennen, is deze
autobiografie een aangename kennismaking met de mens achter de
boeken. Wie Parenti nog niet kende, ontdekt door Waiting for Yesterday een zeer warme mens,
voor wie politiek engagement en levensvreugde hand in hand gaan.

Michael Parenti werd geboren in 1933
tijdens de Grote Depressie in het Italiaans-Amerikaanse deel van de
New Yorkse wijk Harlem, nu overwegend Afrikaans-Amerikaans. In die
buurt ging hij naar een jeugdhuis dat Haarlem House heette, met
twee a’s, verwijzend naar de Nederlandse oorsprong van de stad.

Die etnisch diverse geschiedenis van
zijn buurt, zijn stad, zijn land is de rode draad doorheen dit boek.
Minderheden vochten voor een eerbaar bestaan en deden dat met de povere middelen die ze hadden. Het waren allen mensen uit de lagere
klassen, arbeiders, loonwerkers, kleine ‘echte’
zelfstandigen. Allen moesten zij opboksen tegen vooroordelen, terwijl
ze er zelf ook hadden tegen anderen.

Michael Parenti zet met talrijke anekdotes uit
zijn eigen leven, soms heel komisch, een aantal clichés over
Italiaans-Amerikanen (en over andere minderheden) op een rijtje en confronteert er de lezer mee.
Italianen zouden familiemensen zijn en van lekker eten houden, toch? Zeker waar, maar
welk volk doet dat niet?

Vooroordelen

Op school, op straat, op de radio (tv
kwam pas later) hoort Michael Parenti voortdurend denigrerende opmerkingen over die enorme Italiaanse gezinnen, terwijl zijn eigen thuis (hij was enig
kind) en zowat ieder ander Italiaanse gezin in zijn wijk
nooit meer dan twee of drie kinderen hadden.

De jonge Parenti dacht daarover na. Hij zag zo al vrij jong in dat grote introverte families in feite een kenmerk waren van arme
landbouwersgezinnen, mensen van eender waar op het platteland, Ieren,
Polen, Duitsers, Finnen (het waren toen nog bijna uitsluitend
Europese immigranten), mensen die in de vreemde stad een houvast
vonden in uitgestrekte families. Typisch Italiaans?

Zijn buurtbewoners waren allemaal harde
werkers, eenvoudige mensen die het woord ‘maffia’ niet kenden.
Zelf hoorde hij het voor het eerst in de cinema. De
leefomstandigheden waren allesbehalve schitterend. En niet iedereen
bleef. Van de miljoenen Italianen (en andere volkeren) die naar de VS
emigreerden keerden er ook honderdduizenden terug, een fenomeen waar
nauwelijks iets over wordt geschreven in Amerikaanse
geschiedenisboeken.

Italiaans? Ik?

Zijn grootvader langs vaderskant had
weinig verheven redenen om te emigreren: Italiaanse legerdienst. Daar zat geen enkele ideologische
overtuiging achter. “Opa had gewoon geen zin om zomaar zonder goede
reden doodgeschoten te worden door vreemdelingen in een vreemd land.”

De meeste Italiaanse emigranten in zijn
buurt voelden zich niet eens Italiaans. Ze voelden alleen
verbondenheid met de regio waar ze vandaan kwamen. Zo herinnert Parenti zich hoe zijn vader nooit over andere ‘Italianen’ in de buurt sprak. Hij had het
over Napolitanen, Romeinen, Genovesen, Sicilianen. Alleen wie
‘Barese’ was, was volgens zijn vader een goede (uit de streek van
Bari in Puglia, de hiel van Italië) .

Parenti was een straatrakker,
up to no good‘, maar dat was in vergelijking met de gangs van
vandaag kattenkwaad. Het bestond er onder meer
in een doodbrave Joodse winkelier in de wijk te bedotten. De naïeve
man kon zijn geld niet goed beheren en liet zich door zowat iedereen in de
wijk in de luren leggen. Zo moest Parenti later tot zijn verbazing
horen dat het geijkte vooroordeel over Joden is dat ze gewiekste
geldsjacheraars zouden zijn.

Racisme in al zijn vormen

Parenti zag meer
tegenstrijdigheden. “Mensen die tegen elk vooroordeel zijn in
theorie bleken in hun reële omgang met anderen zeer racistisch te
zijn. Anderen (zoals mijn eigen vader) hadden geen goed woord over voor andere minderheden in het algemeen, vooral dan de zwarte, maar
met alle zwarten in hun buurt gingen ze
vriendschappelijk en respectvol om.”

Michael Parenti’s confrontatie met de realiteit
van het leven, het harde werk van zijn vader (zijn moeder stierf vrij jong) en elke volwassene in
zijn wijk, voor een mager loon en zonder perspectief op beterschap,
de hardheid ook van het leven met vooroordelen, maakten hem politiek bewust. Dit hoorde niet. 

Terugblikken met de bril van vandaag

Een autobiografie is een terugblik in
het eigen verleden, met de bril van het heden, met de bagage van alle
sindsdien opgedane levenservaring. Zonder twijfel zijn heel scherpe politieke analyses die Parenti maakt bij zijn herinneringen
uit zijn jeugd daardoor bijgekleurd.

Toch is Waiting for Yesterday nooit
belerend en zeker niet betweterig. Integendeel, Parenti weet leuke
anekdotes te combineren met minder aangename. Ook eigen kleine
kantjes komen immers aan bod. De jonge Michael bleek bijvoorbeeld geen hoge
dunk te hebben gehad van het andere geslacht.

Parenti herinnert zich ook dat hij als twaalfjarige rotsvast overtuigd was dat de VS de wereld gingen redden
door in de Tweede Wereldoorlog te stappen en dat ‘zwarten’ toch maar
gevaarlijke gasten waren, die over die slavernij zwaar overdreven. Ze
hadden toen toch alle dagen eten? En Japanners, dat waren toch
barbaren die mensen gruwelijk folterden. Zoiets deden ‘wij’ zeker
niet.

Vito Marcantonio

Parenti had in zijn jonge jaren een
politiek voorbeeld van formaat. De buurt waar hij woonde, het
oostelijk deel van Harlem, maakte deel uit van het achttiende
kiesdistrict van de staat New York (niet de stad) in het federale
Huis van Volksvertegenwoordigers. Daar maakte iemand indruk:

DeWereldMorgen.be

“Vito Marcantonio 1 (zie foto) was één van de meest uitgesproken parlementsleden ooit over de
rechten van werkende mensen, over etnische minderheden, wereldvrede,
de rol van de overheid en over sociaal-democratie. Je kon hem het
best beoordelen aan de hand van de vijanden die hij maakte: de
financiële bonzen, de landeigenaars, grote bedrijven, fascisten,
militaristen, imperialisten en reactionaire heksenjagers … hij
bestaat in de officiële Amerikaanse geschiedschrijving niet. Hij
was echter geliefd bij honderdduizenden landgenoten.”

The times, they are a-changin’

In zijn jeugd vond Parenti het heel gewoon dat
Italianen slecht werden behandeld door Ierse politieagenten, die
zich met nauwelijks één à twee generaties meer op de teller – en soms zelfs zonder voorsprong – als
volbloed Amerikanen beschouwden. “In 1967 was ik al zeer actief in
de anti-oorlogsbeweging (tegen de oorlog in Vietnam). Ditmaal was de
politie die ons brutaal arresteerde en sloeg echter Italiaans …”

Het boek eindigt waar Parenti zijn leven als
auteur begint, ergens in 1967-1968. Hij zag zijn vader, die heel zijn
leven alleen maar hard had gewerkt om zoons studies te betalen, na
zijn pensioen wegzakken in verveling en ontgoocheling. “Alles wat
hij had was televisie. Hij keek vooral naar misdaadprogramma’s , waar
er toen al een overvloed van was. Hoe meer hij keek, hoe banger hij
werd en hoe meer hij ging stemmen voor politici die ‘tough on crime
waren en voor de uitbreiding van de doodstraf.”

DeWereldMorgen.be

Parenti schreef een aangenaam boekje, waarin de politieke visie nooit ver weg is maar dat ook ruimte laat voor gewone verhalen uit het leven. Tussendoor
leer je dat het Italiaans veel meer woordenschat aan de wereld heeft
gegeven dan culinaire terminologie: getto, umbrella, malaria,
incognito, crescendo, studio,
… Dit boek heeft Parenti alvast met brio geschreven. En wat de titel Wachten op
gisteren
betekent, dat kan de lezer zelf ontdekken.

Waiting for Yesterday. Pages from a
Street Kid’s Life

(2013) werd gepubliceerd door Bordighera Press, een uitgeverij die zich specialiseert in Italiaanse cultuur in de
VS.

Een aantal van Parenti ‘s boeken werd
vertaald: 

1 Vito
Marcantonio was federaal parlementslid van 1935 tot 1937 en 1939
tot 1951 voor de American Labor Party. Lang voordat de burgerrechtenbeweging zijn eerste successen boekte in de vroege jaren zestig kwam hij op voor gelijke
burgerrechten. Hij was ook één van de
weinige politici die zich openlijk verzette tegen de oorlog in
Korea. Al zijn kiescampagnes financierde hij uit de eigen middelen van
zijn advocatenkantoor. In 1951 werd hij verslagen door een
combinatie van virulent anticommunisme van de
Koude Oorlog (met lastercampagnes in de media) en het hertekenen van
de grenzen van zijn kiesdistrict door Democraten en Republikeinen. Marcantonio wordt beschouwd als het
meest linkse parlementslid uit de Amerikaanse geschiedenis. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!