Europa, Samenleving, Politiek, Cultuur - Marc Kregting

Ik is een presentatie

Een promotiefilmpje van Antwerpen werd gevolgd door eentje uit Mechelen. Ook bood een werkloze zich te huur aan. Van de poëzie van Hans Faverey naar die van Arthur Rimbaud, met en zonder verankering in de aarde.

vrijdag 11 april 2014 17:59

Onlangs
wist Antwerpen heel wat pennen, harten en maagzuur in beweging te
krijgen door in een (Engels getiteld) promotiefilmpje de stad een
roomblanke aanblik te geven. Indien het doel was geweest aandacht te
genereren, dan kon de opzet geslaagd heten.

Beduidend minder was het multiculturalistische
facet
ermee gediend. Het
tegenvoorbeeld, op klanken van Pharell Williams, was echter van een
deprimerend
optimisme
: de
tentoongestelde nationaliteiten waren vrolijk, dansten allemaal en
waren niet bejaard.

Ik
moest denken aan een imposant gedicht, dat op zijn manier ook aan
citymarketing doet. Het begint zo:

Telkens moet ik van je
houden,

omdat je het zo werkelijk
mij

vreemde bent; even vreemd
haast

als mij mijn kern (…)

De Surinaams-Nederlandse dichter Hans
Faverey
nam het op in een
reeks ‘Persephone, herrezen’. De mythische koningin van de
onderwereld is even op aarde, ten prooi aan blikken van stervelingen.
Over haar weigert de dichter in algemeenheden te
spreken. Het vreemde strekt zich misschien uit tot de wereld en
de taal waarin hij zich moet uitdrukken. Minder schematisch dan de
Antwerpse voorbeelden trekt al dat vreemde hem aan, omdat hij
zichzelf evenmin doorgrondt, wat uiteindelijk ook een
algemeenheid is.

Gemeentegrenzen

Nu heeft Antwerpens neefje Mechelen eveneens een
filmpje
over identiteit aan de ogen van burgers en toeristen prijsgegeven.
Onder het thema Vijftig jaar diversiteit
valt op hoe constructief deze provincieplaats de mensheid tegemoet
treedt: ‘Elke Mechelaar heeft een eigen verhaal. Elk van ons
is uniek. Samen creëren we iets moois … Mechelen, een bijzondere
stad met wortels in 128 landen.’

Kwaadwilligen kunnen hier doorgeschoten
tolerantie in ontwaren, van ‘de jaren zeventig’ toen er aan professioneel
potverteren zou zijn gedaan. Aan het eind van dat decennium kwamen de
filosofen Gilles Deleuze en Félix Guattari nota
bene aanzetten met een paar mobiele wortels, die ze rizomen
noemden.

Mechelen draait die beweging om, en plant de
wortels vriendelijk maar onvrijblijvend binnen de gemeentegrenzen.
Dat is, geloof ik, een impliciete kritiek, die door kunstsocioloog
Pascal Gielen verbonden is met een ‘neoliberaal’
arbeidsethos
. Daar hangt
boven een tijdelijk contract wierook van heiligheid, met
flexibiliteit als god. Er hoort een omgang bij die van mensen
contacten en concurrenten maakt, binnen of buiten LinkedIn:

‘“Netwerken”
als werkwoord houdt altijd een vorm van zelfverwijdering in. Het
verhindert wortel schieten. Rizomen zijn inderdaad geen wortels.
Bodemvastheid heet in de natte, vlakke wereld van het postfordisme
“nostalgie”, “rigiditeit”, “inflexibiliteit”, of soms
zelfs “fundamentalisme”.’

Hier toont zich een van de paradoxen rond het diversiteitsdebat.
Mensen die om wat voor reden ook iets willen vastleggen,
mogen rekenen op ruimhartige minachting en onverdraagzaamheid. De
andere paradox is dat ze het zelf zoeken in verboden
en quota, waarbij ze zich in laatste instantie beroepen op de
vrijheid van meningsuiting.

Daadkrachtig

Tegen die wat harteloze etiquettes toont Mechelen, pragmatisch,
vooral aangezichten, eerst van allochtonen en dan van autochtonen.
Hun beloofde eigen verhalen zijn down to earth, praktisch en,
zoals dat in Nederland heet, gezellig.

Voor tegenstanders zal de stemming bijna te blijmoedig zijn, terwijl
het taalgebruik eerder postideologisch
aandoet, met daadkrachtige werkwoorden als ‘creëren’ en
‘vormgeven aan’. In de ideologische fase werden de voordelen van
multiculturaliteit veeleer zalvend aan de man gebracht.
Paternalistisch klonk in Nederland de dubbelzinnigheid van de
aanbeveling ‘kleurrijk’.

Later werd Ahmed Aboutaleb een wel erg zwaar gemarket schoolvoorbeeld
van geslaagde integratie. Hij kan amper nog namens
zichzelf
spreken. Rotterdam, waarvan hij burgemeester
is, laat zich voorstaan op de kwantiteit van talen die er gesproken
worden. Overigens vertoont deze havenstad in haar metropolische
aandrift
en haar houding tegenover de hoofdstad
overeenkomsten met Antwerpen.

Profijtelijk

Een ander staaltje Vlaamse zelfpromotie haalde zelfs de Nederlandse
pers
. Een werkeloos 22-jarig meisje had bij wijze van
open sollicitatie zichzelf te huur gezet op de site 2dehands.be.
In een mum van tijd had ze vele reacties van werkgevers gekregen, en
van de pers dus.

Nochtans
vroeg ze minimaal 2250 euro per maand. Daar komt geen consultant,
koppelbaas of voetballer voor uit zijn bed, en een
diversiteitsambtenaar misschien evenmin, maar heel wat geschoolde
arbeiders zouden ervoor tekenen.

Wilde het meisje het nog altijd bestaande
inkomensverschil
tussen mannen en vrouwen aan de kaak stellen? Het
slinkt
en soms begint het
kostwinnerschap tussen de geslachten te wisselen.

Geestig was dat het meisje van de deskundigen
onder aan het artikel in Nederland terstond commentaar kreeg over
haar blijkbaar profijtelijke uiterlijk. De journalist meldde dan weer
dat ze weinig vakopleiding
genoten had, maar ‘creatief’ overkwam.

Ook
dat epitheton behandelt Pascal Gielen, en wederom niet gunstig. Hij
spreekt zelfs van ‘lucreatief’ en bedoelt daar onkritisch
‘probleemoplossend’ beroepsgedrag mee, dat elke politieke context
versmaadt.

Het contrast was bovendien groot met een andere
sollicitatiegetuigenis,
ironischerwijs van een jonge Nederlandse in Vlaanderen. Met haar
hadden zich meer dan honderd mensen kandidaat gesteld voor een
functie die in principe één maand zou duren. Ze redde het niet.

Excentriek gedrag

Onlangs
las ik E.F. Schumachers boek Small is
Beautiful
uit 1973. Het stemde
pessimistisch omdat voorspellingen over blinde economische groei in
combinatie met een uitputting van de aarde zijn uitgekomen.

Toch
bespeurde ik vooruitgang, blijkens deze stelling:

Als
een koper een koopje zou weigeren omdat hij zou vermoeden dat de lage
prijs van de goederen in kwestie berustte op uitbuiting of andere
verwerpelijke praktijken (behalve diefstal), zou hij zich
blootstellen aan de kritiek zich “oneconomisch” te gedragen en
dat komt erop neer dat hij in ongenade valt. Economen en anderen
plegen zulk excentriek gedrag met spot, zo niet met verontwaardiging,
te bejegenen.’

Veertig jaar later is onder hen die het zich
kunnen veroorloven, onder en boven de Moerdijk, shoppen
of statten
inderdaad een topsport. Toch bestaat er nu een Fair Wear
Foundation (FWF) en een Schone Kleren Kampagne (SKK).

Is het daarom tijd om een lijst aan te leggen met
woorden die verantwoord succes
garanderen? Ook is er de beroemdste regel uit de moderne poëzie, van
Arthur Rimbaud: ‘Je est un autre’. Alleen weet ik niet of er
buiten managementcongressen
nog vraag is naar zieners. Rimbaud zelf zwoer de poëzie af en ging
zwerven. Zou hij Persephone nog zijn tegengekomen?

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!