Buster Keaton lacht nooit
Nieuws, Cultuur, België, Recensie, Boekrecensie, Buster keaton lacht nooit, Arnon grunberg -

‘Buster Keaton lacht nooit’: Arnon Grunberg fileert film

Voor schrijver en filmliefhebber Arnon Grunberg, donderdagavond te gast op 'Mind the book', is lezen een job en naar de bioscoop gaan een plezier. Toch kijkt hij daarbij “met het oog van de schrijver, in de hoop iets te leren van de film, op dramaturgisch, psychologisch en sociologisch gebied”. Wat hij ziet, lezen we in de essaybundel 'Buster Keaton lacht nooit'.

donderdag 28 februari 2013 13:20

Hier is ze dan, de autobiografie van de gevierde auteur van o.a. ‘Blauwe Maandagen‘, ‘Figuranten‘, ‘De asielzoeker‘, ‘Tirza‘ en ‘Huid en Haar‘. Ook al is het in de essaybundel ‘Buster Keaton lacht nooit‘ vruchteloos zoeken naar data, feiten en verhalen over pakweg de jeugd, het liefdesleven en de schrijversloopbaan van Arnon Grunberg (Amsterdam, °1971).

Cinema zegt echter niet alleen iets over de wereld en over de filmmakers, maar ook over de toeschouwers die zich de films toe-eigenen. “(Regisseur) Martin Scorsese”, schrijft Grunberg, “laat in zijn documentaire over de Italiaanse cinema zien dat je de films waarvan je houdt, de films die je leven mede hebben bepaald, ook kunt begrijpen als een soort autobiografie”.

En door films te plaatsen geef je ook duiding aan je leven. “Deze bundel zie ik als een autobiografie”, stelt Grunberg, “aan meer autobiografie heb ik voorlopig geen behoefte”.

Op een stuk over Straw Dogs na is geen enkel essay speciaal voor ‘Buster Keaton lacht nooit’ geschreven – het gaat om (soms lichtjes herschreven) stukken die Grunberg tussen 1995 en 2010 publiceerde in NRC Handelsblad en Vrij Nederland – maar dit tweede werk over film (na ‘De troost van de slapstick‘) zegt soms meer over de mens Grunberg dan zijn literair werk.

Schoolvoorbeeld is het openingsessay ‘Dirty Harry’s van dertien’ waarin Grunberg peilt naar het waarom van zijn heel andere reactie wanneer hij 15 jaar na zijn oorspronkelijke bespreking Kids van Larry Clark opnieuw gaat bekijken.

Wat leidt tot verrassingen. “De film is sentimenteler en ook moralistischer dan ik ruim vijftien jaar geleden heb willen zien”, erkent Grunberg die in zijn eerste stuk de film als gevoelloos en immoreel bestempelde. Maar hij voegt er meteen aan toe dat de filmmakers het gebeuren en de personages afstandelijk benaderen, “wat het gluurderseffect veroorzaakt”. En “de blik van de gluurder is de apatische blik, de gluurder blijft onaangedaan”.

Grunberg vermoedt dat hij dit laatste punt in zijn eerste reactie zo onverkwikkelijk vond. Kids is shockerend “en dat wilde ik toen niet toegeven, omdat je naar kinderen kijkt, omdat je wordt verleid tegen jezelf te zeggen: jezus, dit zijn nog kinderen”.

De schrijver liep toen ook een interview met de regisseur mis (dat verhaal is een ware ‘comedy of errors’) en oppert nu dat zijn “al te harde en ietwat onrechtvaardige kritiek” misschien wel voortkwam uit het feit “dat Larry Clark niet kwam opdagen op de afspraak”.

Ofwel, hypothese twee, was hij stiekem jaloers op de seksueel hyperactieve tieners van de jongerenkroniek omdat “ik zelf als puber zo weinig seks had, en bij mijn weten nog nooit iemand ontmaagd heb”. In ieder geval beseft hij nu dat “in het gluren naar deze kinderen iets burgerlijks” zit.

Niet alleen omdat liefdeloze seks in Kids wordt gelijkgesteld aan diefstal, doodslag en onverantwoorde roekeloosheid, maar ook omdat het de kijker toelaat om in een veilige, moreel superieure positie (“zo ben ik niet, zo ben ik ook nooit geweest”) plaats te nemen.

Films, en zijn onbewust emotionele reacties, zeggen niet enkel iets over de gemoedsgesteldheid en de visie van Grunberg op een bepaald moment van zijn leven, ze doen de auteur ook nadenken over zijn vak. “Een schrijver heeft van nature iets van een verlicht heerser”, bekent Grunberg, “een filmregisseur moet een heel apparaat in beweging brengen en onder de duim houden om een klein beetje te lijken op de verlichte heerser die de schrijver van nature is”.

In ‘Zelfs wraak komt te laat’, over Sergio Leones Once Upon a Time in America, gaat Grunberg dieper in op het verschil tussen film en literatuur. Zo geeft hij aan dat beelden en gelaatsuitdrukkingen soms meer kunnen zeggen dan dialogen en beschrijvingen van gezichten (“hoe meer woorden er aan een gezicht worden gewijd, hoe minder je dat gezicht voor je ziet”).

Daarvoor analyseert hij de dialoog tussen Fat Moe (“Ik had al mijn geld op jou ingezet”) en Noodles (“Dan had je alles verloren”): “Ik weet niet of ik deze dialoog had onthouden als die in een roman of kort verhaal had gestaan. Maar het gezicht van Noodles als hij zegt, ‘dan had je alles verloren’, zal ik niet snel vergeten. Evenmin de manier waarop Fat Moe naar Noodles kijkt als hij zegt: ‘Ik had al mijn geld op je ingezet’”.

Verder fileert Grunberg de sleutelscène van Leones gangsterepos, wanneer Noodles beseft wat er met zijn vriend Max gebeurd is. Waardoor hij zijn herinneringen in duigen ziet vallen en perplex blijft bij de vraag van Max om hem van kant te maken.

Noodles schudt voorzichting het hoofd. “Ik weet niet hoe je dit gezicht van Noodles in een roman zou kunnen beschrijven”, lezen we bij Grunberg, “het gezicht van een man voor wie wraak te laat komt, voor wie alles te laat komt”.
De scènes die volgen belichten de gemoedsgesteldheid van Noodles.

Grunberg beschrijft en duidt wat er zich afspeelt in de geest van deze tragische figuur, maar koppelt er vooral een bedenking over de beperkingen van literatuur aan: “Natuurlijk kun je dat allemaal opschrijven, alleen moeten sommige woorden niet gelezen worden, maar gehoord en gezien. Once Upon a Time in America doet je vermoeden dat papier niet genoeg is, want papier is altijd het verleden”.

Je ziet Grunberg ook in andere stukken wikken, wegen en relativeren. Waarbij bedenkingen over films steevast een commentaar bevatten op literatuur en het leven. Op de spanning tussen verbeelding en werkelijkheid, tussen literaire fictie en het reële leven van een kunstenaar.

“Wat zijn ervaringen waard als niemand weet dat je ze hebt ervaren?”, lanceert Grunberg n.a.v. Wag the dog. En “fictie houdt zich bezig met onmacht,” klinkt het n.a.v. The Talented Mr. Ripley, “iemand wil iets en kan het niet krijgen. De schrijver plaatst obstakels tussen zijn held en het doel van die held”.

Het bekijken van Scorseses documentaire Il mio viaggio in Italia versterkt Grunberg in zijn overtuiging dat de films en boeken waarvan we houden “de grondstof moeten zijn van onze memoires”. Ze zijn immers veel meer dan entertainment: “Je zou alleen over film als afleiding mogen praten als je je eigen leven als afleiding ziet”.

De filmbeelden uit zijn jeugd die Scorsese toont, zijn meer dan persoonlijke herinneringen. Ze zijn een excuus om te spreken “over zijn ‘echte’ liefdesleven, zijn liefde voor een aantal Italiaanse films. Hij is zo’n liefhebber voor wie zijn leven lijkt samen te vallen met de films die hij heeft gezien (en gemaakt uiteraard) en die hem niet hebben losgelaten”.

De documentaire is Scorseses liefdesverklaring aan de film maar ook “een poging nieuwe minnaars te vinden voor de films die hem hebben gevormd, de films waarvan hij heeft gehouden, waarvan hij nog steeds houdt”.

Grunberg schrijft met verve over de films waar hij van houdt. Billy Wilders minst milde film Sunset Boulevard, Scorseses naar de vlucht uit de werkelijkheid peilende The Aviator, de ontluisterende liefdeskroniek Closer van Mike Nichols, Ben Afflecks zoektocht naar de definitie van ‘thuis’ Gone baby gone en de Paul Haggis film In the valley of Elah waarin de Amerikaanse samenleving verslaafd aan en veranderd door oorlog blijkt te zijn.

De twee beste stukken bewaarde Grunberg echter tot het einde. Een eerste essay behandelt het interviewproject van David Lynch (Blue Velvet, Mulholland Dr., Inland Empire) in het licht van de werkelijkheidshonger van de regisseur en het verlangen naar authenticiteit bij het publiek.

Het slotstuk is een puike analyse van het controversiële Straw Dogs (zowel het origineel van Sam Peckinpah als de remake van Rod Lurie) met zijn even complexe als verontrustende cocktail van geweld, beschaving en moraliteit. Stof voor reflectie en discussie.

“Net als romans zijn films voor mij, soms zelfs in de eerste plaats, een vorm van kennisoverdracht, een manier om in de wereld door te dringen”, schrijft Grunberg. Dat geldt zeker ook voor zijn ‘Buster Keaton lacht nooit‘. Een ‘nuttig’ kritisch-artistiek werk met liefde voor film dat inzichten formuleert die aanzetten om op een andere manier naar film en naar de wereld te kijken.

Dit boek kan je bestellen in onze shop.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!