Ontheemde Syriërs worden wanhopig
Nieuws, Economie, Hongersnood, Vluchtelingenkamp, Burgeroorlog Syrië - IPS, Saad Basir

Ontheemde Syriërs worden wanhopig

Ontheemde burgers in het Syrische vluchtelingenkamp Bab-al-Salam proberen te overleven onder constante tekorten en angst voor aanvallen.

vrijdag 22 februari 2013 17:53

Bij het vallen van de duisternis schuiven honderden inwoners van Bab-al-Salam, het Syrische vluchtelingenkamp bij de grens met Turkije, met plastic kommen aan voor de dagelijkse verdeling van de rantsoenen.

Maar het kamp, dichtbij de Syrische stad Azaz, wordt geplaagd door chronische tekorten, met name aan voedsel en brandstof, en de situatie wordt met de dag erger. In tegenstelling tot andere kampen in het buitenland, waar de situatie ook al vaak schrijnend is, is het Syrische kamp zo goed als afgesneden van internationale hulp.

Na bijna twee jaar burgeroorlog hebben vier miljoen Syriërs volgens de VN nood aan hulp, en twee miljoen onder hen zijn uit hun huis gevlucht. Sinds het begin van de opstand in maart 2011 zijn naar schatting 70.000 mensen om het leven gekomen.

“We zien een humanitaire tragedie zich voor onze ogen voltrekken”, zei Valerie Amos, hoofd Humanitaire Zaken eerder deze week in Genève. “We bereiken niet genoeg mensen die hulp nodig hebben. De moeilijke bereikbaarheid in het noorden is een probleem dat enkel opgelost kan worden door alternatieve methoden van levering.”

Afhankelijk van rebellen

Het kamp buiten Azaz wordt beheerd door Muhammad, die anoniem wil blijven uit angst voor represailles van de regering. Hij vertegenwoordigt A’asif al-Shamal, de rebellengroepering in het noorden. Door het koude weer is de prijs van brandstof verviervoudigd, zegt hij.

“We hebben nood aan middelen zoals bloem, melk, luiers en dekens”, zegt hij. “De mensen in het kamp moeten hout kopen of bomen omhakken om zich warm te houden.”

Hulporganisaties zoals het Turkse IHH en de regering van Qatar hebben voedsel en tenten geschonken, en bemiddelde Syriërs geven geld, maar daarmee kunnen de noden niet gedekt worden, zegt de kampleiding.

Het kamp ligt op amper honderd meter van de Turkse grens. De meeste inwoners zijn vluchtelingen die Turkije niet in mogen of niet voldoende geld hebben voor de reis. Ze leven in het kamp met de voortdurende dreiging van een aanval. Telkens een helikopter of gevechtsvliegtuig overvliegt, is het hele kamp in chaos.

Vrede

Vluchteling Abu, die anoniem wil blijven, vluchtte uit Aleppo. Hij zit op een plastic stoel voor de ingang van zijn tent en ratelt gebeden af. “Mijn broer en vader zijn door paramilitairen meegenomen, vijf maanden geleden, dus moesten we vluchten”, zegt hij. “Ze namen ook geld. Mijn vader is teruggekeerd, maar mijn broer niet.”

Volgens Abu kan enkel vrede het lijden beëindigen. “We hebben geen elektriciteit, geen voedsel, maar die dingen wil ik niet. Ik wil vrede. Met vrede verdwijnen onze problemen, en dan moeten we ons geen zorgen meer maken.”

Een andere inwoner, Saif, verzamelt brandhout. Zijn acht maanden oude zoontje stierf in oktober door de bijtende kou en een gebrek aan voedsel. “Wat heeft hij misdaan? Hij was mijn enige kind”, zegt Saif.

Zoals Abu en Saif zijn er duizenden Syriërs die proberen te overleven langs de noordelijke grens. Het Syrische regime weigert de VN toegang om hulpgoederen te brengen via de Turkse de grens, omdat het noorden vooral door rebellen wordt gecontroleerd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!