Nieuws, Wereld, Samenleving, Aidsbestrijding, Pepfar - IPS, Carey L. Biron

Lof voor Amerikaans anti-aidsprogramma Pepfar

Uit een audit van het Amerikaanse wereldwijde anti-aidsprogramma Pepfar blijkt dat "opmerkelijke vooruitgang" is geboekt in de afgelopen tien jaar. De auteurs waarschuwen echter ook dat de controle beter kan en dat gewerkt moet worden aan het overdragen van meer verantwoordelijkheden aan partnerlanden.

donderdag 21 februari 2013 17:13

Het Presidentiële Noodplan voor Aidshulp (Pepfar), het omvangrijkste initiatief in zijn soort ter wereld, heeft miljoenen levens gered, vooral in Afrika. Sinds de goedkeuring in 2003, op initiatief van de toenmalige president George W. Bush, heeft Pepfar meer dan 30 miljard dollar besteed aan bilaterale overeenkomsten in meer dan honderd landen.

Over de wetgeving die Pepfar mogelijk maakte, moet echter dit jaar opnieuw gestemd worden in het Congres. Daarom heeft het Congres het National Institute of Medicine (IOM) gevraagd een onderzoek te doen naar de effectiviteit van het programma in de eerste tien jaar. Uit dat onderzoek blijkt dat de impact van Pepfar in de afgelopen jaar in veel gevallen extreem positief is geweest. Voorzitter Robert Black van de IOM-commissie, een internationale gezondheidsexpert, zegt dat zijn team in partnerlanden herhaaldelijk gehoord heeft dat Pepfar “van levensbelang” is.

“Pepfar heeft zijn oorspronkelijke doelstellingen bereikt, en soms zelfs meer dan dat”, staat in het 700 pagina’s tellende IOM-rapport dat gisteren werd gepubliceerd. “Hierdoor zijn de levens van miljoenen mensen in de wereld gespaard of verbeterd.” Het rapport wijst er echter ook op dat er nog veel werk verzet moet worden, vooral om de “zwaarbevochten verworvenheden” te behouden.

Hiv-preventie

De auteurs van het rapport adviseren om in de komende jaren meer nadruk te leggen op preventie dan op behandeling. Ook zou Pepfar beter moeten controleren wat het uiteindelijke effect is van de uitgaven in het veld.

“Het is belangrijk dat het rapport wijst op de gaten in de informatievoorziening”, zegt Victoria Fan, gezondheidspecialist bij het Center for Global Development (CGD), een denktank in Washington. “Als Pepfar wil overstappen van het meten van activiteiten naar het meten van de daadwerkelijke uitkomsten daarvan, zijn er andere data-monitoringsystemen nodig.”

Een ander belangrijk punt in de IOM-evaluatie is de beweging naar het versterken van de rol van partnerlanden in het programma, zowel in financieel als programmatisch opzicht. “Momenteel is het antwoord op hiv in veel landen grotendeels of helemaal afhankelijk van buitenlandse hulp”, staat in het rapport. “Pepfar moet langzaam de controle afbouwen, zodat partnerlanden een meer centrale rol gaan spelen op het gebied van verantwoording en strategische prioriteiten.”

Dat proces heeft deels te maken met de bereidheid van de Amerikaanse regering om te blijven investeren op lange termijn. “De VS denken wellicht dat er al genoeg gedaan is in de afgelopen tien jaar en dat de epidemie is veranderd”, zegt Fan van het CGD. “Dus zouden andere landen meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor deze programma’s. Dat klinkt niet onredelijk.”

Tegelijkertijd leven mensen met hiv tegenwoordig veel langer, als gevolg van nieuwe behandelingen. En er groeit een generatie kinderen op die veel minder risico loopt besmet te raken met hiv. Dat brengt volgens haar een morele verplichting met zich mee. “Als je begint met medicijnen tegen hiv, moet je die de rest van je leven blijven gebruiken. Amerikaanse beleidsmakers hebben er waarschijnlijk niet bij stilgestaan dat dat vraagt om langetermijnbetrokkenheid. Het is veel gemakkelijker om steun te stoppen als mensen niet als direct gevolg daarvan sterven.”

Anderen benadrukken dat Pepfar de fase van “noodprogramma” voorbij is. Vooral nu de VS worstelen met schulden en bezuinigingsproblematiek, wordt kritischer gekeken naar besteding van het geld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!