Reizen zonder John
Nieuws, Samenleving, Cultuur, Recensie, Verenigde Staten, Amerika, Boekrecensie, Reizen zonder John, Geert Mak -

‘Reizen zonder John’: Geert Mak op zoek naar Amerika

Voor Geert Mak is Amerika “te extreem divers om te vatten, te paradoxaal om te begrijpen”, maar dat belette de Nederlandse historicus niet om in navolging van John Steinbeck door de VS te trekken en in zijn reisverslag 'Reizen zonder John' met stellige zekerheid aan te geven wat van Amerikanen Amerikanen maakt.

donderdag 20 september 2012 17:15

“Amerika is het meest tegenstrijdige land ter wereld, waar elke generalisatie onmiddellijk wordt gecounterd door haar omgekeerde” zegt Geert Mak over zijn “geheime liefde” de VS. En ook: “ik had er al flink wat rondgereisd, genoeg om te weten dat wie zegt dat hij Amerika goed kent, onzin uitkraamt”.

Toch stortte hij, een Nederlandse buitenstaander, zich met Reizen zonder John enthousiast op een ‘mission impossible’: het in kaart brengen van dat complexe en mysterieuze land waarnaar ook nobelprijswinnaar John Steinbeck (1902-1968) op zoek was gegaan. In zijn romans In Dubious Battle, Cannery Row, ‘Of Mice and Men , The Winter of Our Discontent, The Grapes of Wrath en East of Eden én in zijn reisverslag Travels with Charley. 

Steinbeck vs. Mak

Steinbecks romans draaiden rond heel menselijke verhalen, meestal verteld vanuit het perspectief van arbeiders en boeren, waarin de doorsnee-Amerikaan zichzelf en zijn wereld herkende. Steinbeck was volgens kritische bewonderaar Geert Mak een volksschrijver die in sociaal-realistische stijl schreef “over het ‘rusteloze Amerika’, maar hij was er zelf een toonbeeld van, altijd zoekend, altijd worstelend met zichzelf”.

Die rusteloosheid zette Steinbeck ertoe aan om in september 1960 vanuit zijn aan de oostkust gelegen woonplaats Sag Harbor te vertrekken voor een tocht door Amerika. In zijn tot camper omgebouwde groene GMC-truck Rocinante begon Steinbeck samen met zijn Franse poedel Charley aan een ontdekkingsreis dwars door het toenmalige Amerika. Van oost naar west en terug langs grote steden en kleine dorpen. Afwisselend geconfronteerd met de immense ruimte (lees: leegte) van Amerika’s open spaces en de restanten Americana die hij aantrof in diners en in de Main Street van dorpjes.

Geert Mak, die eerder al door Europa toerde (een inspectietocht waarover hij verslag uitbracht in het succesboek In Europa), begon exact 50 jaar later, in september 2010, aan zijn achtervolging op John Steinbeck. De Nederlandse historicus maakte dezelfde tocht door Amerika als Steinbeck om te onderzoeken wat er van de observaties van de Amerikaanse schrijver nog overeind is gebleven en welke transformaties de in Californië geboren auteur niet zag aankomen. Kortom, in welke mate het land in die halve eeuw veranderd is en hoe relevant Steinbecks reisverslag nog is.

Het marketingverhaal – nuchtere Nederlander in het spoor van legendarische Amerikaan – wordt door de über-enthousiaste Mak puik verkocht, maar dat belet niet dat de twee werken die in de spotlight staan bijzonder boeiend zijn. Reizen met Charley en Reizen zonder John: Op zoek naar Amerika zijn erg leesbare boeken met respectievelijk uitgesproken literaire en analytische kwaliteiten. Persoonlijke werken die het reisverslag overstijgen en dichtbij respectievelijk de roadnovel en de historische studie eindigen.

Noch Steinbeck, noch Mak casten zichzelf in de rol van neutrale observator of anonieme reiziger. Ze beseffen dat de roadtrip hen niet automatisch een blik biedt op de essentie van de Amerikaanse identiteit. En dat ze zelf antwoorden moeten verzinnen op de grote vragen waarmee ze worstelen. Tot daar de gelijkenissen. Want Steinbeck is natuurlijk een begenadigd romanschrijver die zichzelf in zijn verhaal plaatst terwijl Mak een intellectueel auteur is die zich verschuilt achter zijn kennis. De schrijver creëert terwijl de historicus citeert.

Met enige overdrijving zou men kunnen zeggen dat de reis (met zijn ontdekkingen en ontmoetingen) de verbeelding van Steinbeck op hol doet slaan, terwijl ze de geschiedenisleraar in Mak wakker schudt. Steinbeck is iemand die zich onder de mensen begeeft en zowel inspiratie als inzichten puurt uit die ontmoetingen, terwijl Mak wel sporadisch met de gewone-man-in-de-diner praat maar in goede Europese traditie uiteindelijk professoren en journalisten citeert om een situatie, mentaliteit of trend te duiden.

Mak schrijft dat het imiteren van Steinbecks reis bij momenten duidelijk maakt hoe snel de schrijver door het land racete, maar door zijn eigen aanpak lijkt het wel of hij zelf al ratelend (als een tourgids in overdrive) het parcours er doorjaste. In de stijl “leuke man/plaats, doet me denken aan…”. De trip als alibi voor een exposé.

Niet dat het onaangenaam leest, want er is geen vergeten oorlog of Little Big Horn slachtpartij waarover Mak niet met aanstekelijk enthousiasme kan vertellen. Hij geraakt snel op dreef wanneer de evolutie van Chicago, de droom van Kerouac, de clash tussen JFK en Nixon, het “bombardement der factoïden” van televisiezender Fox, Quakers en tv-dominees, het verval van Detroit en internet als nieuwe Main Street ter sprake komen.

De gedroomde geschiedenisleraar

Zoveel is duidelijk; Geert Mak is de gedroomde geschiedenisleraar, een sympathieke praatvaar die elke historische gebeurtenis kan omtoveren in een beklijvend verhaal. Een betekenisvol verhaal bovendien. Maar hij puurt geen verhalen uit observaties, uit kleine gebeurtenissen die symptomatisch zijn voor een groter geheel. Enkel met het verleden, het bestudeerde verleden, kan hij iets aan.

Dat is een beperking. Net zoals zijn outsiderstatuut dat soms ook wel blijkt te zijn, zoals wanneer hij met nadrukkelijk Europese ogen verbaasd, en een tikkeltje moraliserend, zit te kijken naar typisch Amerikaanse fenomenen. Verwondering maakt dan plaats voor het (terecht)wijzende vingertje van de dominee. Het Calvinisme steekt hier de kop op.

Het feit dat Mak niet alleen, of zoals Steinbeck met zijn hond Charley, maar met zijn vrouw Mietsie de trip maakte, speelde daarbij ongetwijfeld een rol. Mak haalt de voordelen aan (“dankzij mijn vrouw legden we heel makkelijk contact met echtparen en vrouwen”) maar schuift de invloed van de “thuis op verplaatsing”-cocon wat makkelijk onder de mat.

Wie ooit zelf moederziel alleen in bijvoorbeeld een kleine nederzetting in Louisiana belandde, weet dat je de lokale bevolking zo heel anders leert kennen. Positief en negatief, in zijn volledige complexiteit. Wat bijvoorbeeld racisme en kansarmoede complexer doen ogen.

Maar zoals gezegd, Mak is een geschikt analyticus die zijn eigen boek begint met het schetsen van de context waarin Steinbeck zijn werk schreef. Over de motivatie voor de grote rondreis door Amerika schrijft Mak: “Steinbeck wilde ‘dit monsterland’ opnieuw leren kennen”. Hij citeert de schrijver: “Ik moet zien hoe het land eruitziet en ruikt en klinkt”.

Maar er zat ook een minder romantisch motief achter het ‘project Amerika’ weet Mak: “John wilde, al was het voor een laatste keer, ontsnappen aan de betutteling van zijn vrouw. Het hele project was een ultieme poging om zijn verval, zijn ouderdom en het toenemen van zijn afhankelijkheid te overschreeuwen.”

Anderzijds geeft Mak toe dat 1960 een scharnierjaar was, een interessant moment voor Steinbecks onderzoek. “Zijn oude Amerika was inderdaad in een onvoorstelbaar tempo veranderd, het was onder zijn ogen weggelopen, razendsnel”, stelt Mak. In de jaren vijftig was er heel wat gebeurd. Het gevoel van nederigheid dat vlak na de oorlog heerste verdween, samen met de soberheid. Mak citeert historicus William Leach die een “cultuur van verlangen, die het goede leven verwart met goederen” zag ontstaan. Een cultuur waarin luxe en schulden normaal werden.

De transformatie van een samenleving 

De overgang van een overlevingssamenleving (gelinkt aan de harde Depressiejaren) naar een consumptiesamenleving ging volgens Mak gepaard met een verandering van waarden en normen. Hij wijst op “het verdampen van klassieke Amerikaanse waarden zoals spaarzaamheid, soberheid en saamhorigheid”, waardoor de Amerikanen onzeker werden. Logisch, “de basiswaarden van de heersende cultuur werden, in nog geen tien jaar tijd, totaal op hun kop gezet. De Amerikanen stapten van een cultuur waarin men het gebrek de baas moest blijven – met alle strengheid en starheid die daarbij hoort – over op een cultuur waarin het genieten – en almaar meer genieten – van de overvloed centraal stond.”

Mak somt de veranderingen op die deze omslag zichtbaar maakten. Gezinnen trokken massaal naar explosief groeiende suburbs, vrouwen vlogen uit de fabrieken en belandden opnieuw in de keuken en televisie vernietigde de porch culture (vanop de veranda werd er gepraat met voorbijgangers): de narcistische reflex verplaatste de bewoners naar een tuin achter hun huis. En in het The 64.000 dollar Question-schandaal (de quiz bleek opgezet spel) ziet hij ook het einde van de vertrouwenssamenleving.

Ondanks de transformatie veranderen sommige waarden nooit (ook JFK sprak over een ‘New Frontier‘, over onbegrensde mogelijkheden en uitdagingen) en blijft Amerika een fantasie. “Het is moeilijk een droom los te laten, zeker zo’n overtuigende en inspirerende als de Amerikaanse,” schrijft Mak. Ook al gaapt er “altijd een kloof tussen de collectieve fantasieën waarmee een land leeft en de dagelijkse realiteit, en hier gaat dat heel ver”.

Onderzoekers en schrijvers, van Alfred Kinsey over James Baldwin tot Betty Friedan, zouden heilige huisjes doen wankelen door het problematische karakter van huwelijk, discriminatie, stadsontwikkeling, armoede, industriële landbouw en consumptiegoederen te benadrukken. Maar toch bleef de Amerikaanse droom overeind. Net als ‘The American’s Creed‘, volgens Mak “de Amerikaanse geloofsbelijdenis: vrijheid, ondernemerschap, individualisme, democratie, een respect voor wet en constitutie, religieus zonder dwang, saamhorig als gelijkgezinde burgers”.

Een en ander verbindt Mak met het feit dat Amerikanen vasthouden aan het idee van Amerikaans exceptionalisme, “de diepe overtuiging dat Amerika een speciaal door God uitverkoren en gezegend land is, dat de Amerikaanse normen en waarden universeel zijn, en dat ieder mens volgens die waarden hoort te denken.” Wat verklaart waarom Amerikanen vanuit hun “unieke morele status in de wereld” economische, politieke en militaire acties ondernemen die voor de rest van de wereld als hoogst discutabel gelden maar die ze zelf als normaal en gewettigd beschouwen.

Het maakt volgens Mak ook duidelijk waarom Amerikanen, in tegenstelling tot Europeanen, bij verkiezingen vaak een stem uitbrengen die ingaat tegen hun eigen socio-economische belangen, terwijl hij vaststelt dat de kloof tussen have en have nots juist bijzonder groot is geworden in het hedendaagse Amerika.

Het verdeelde land

Ooit verbond de fantasie Amerikanen, maar nu verdeelt ze hen. Mak schrijft over het banenverlies, het voormalige Motorcity USA Detroit dat nu vooral opvalt door leegstand en verval (urban prairies), boeren die het niet meer kunnen rooien, een middenklasse die veroordeeld werd tot verschillende baantjes om rond te komen, de Main Street die als stadskern uitgespeeld blijkt,… Zijn conclusie: doordat inkomens verschrompelen en sociale mobiliteit, het fundament onder de Amerikaanse droom, verdween, is er een malaise ontstaan.

In die malaise en de ontluistering van de grote Amerikaanse mythe dat het altijd maar beter zal gaan groeien de bitterheid, het cynisme, het fatalisme en de afkeer van politiek. Heel ongewoon in een samenleving die altijd draaide rond optimisme, hoop, idealisme en toekomstgerichtheid. Maar de toekomst oogt somber voor miljoenen Amerikanen. Voor het eerst dreigen kinderen het veel slechter te zullen hebben dan hun ouders. De overlevingssamenleving maakt zijn comeback.

Dit alles inspireert Mak om verder te gaan dan een geschiedenisles over de evolutie van Democraten en Republikeinen en de werkende middenklasse op te delen in Blue Americans en Red Americans, de burgers die overeind blijven met nieuwe waarden en zij die vasthouden aan oude waarden en een krampachtige fantasie. Het gevolg zijn extreme politieke tegenstellingen en een ‘us-versus-them‘ denken. Maar alle Amerikanen zijn wel boos want “ze zijn hun land kwijt, ze zijn hun verhaal kwijt”.

Het reisverhaal Reizen met Charley stond schuin op de tijdsgeest (Steinbeck botste met de Amerikaanse droom én realiteit) maar in zijn Reizen zonder John verwijt Mak Steinbeck dat hij een aantal ontwikkelingen niet zag. Zonder een intentieproces te maken, haalt hij toch enkele oorzaken aan. Steinbeck was een doemdenker. Steinbeck sloot aan op een klassiek en onoplosbaar conflict in de Amerikaanse denktraditie: het verlangen naar een pastorale Nieuwe Wereld botst met de overtuiging dat geweld en verderf onvermijdelijk zijn. Steinbeck leed aan een typisch Amerikaanse kwaal: declinism, de neiging om overal symptomen van neergang te zien.

Maar in dat schijnbaar genetisch bepaald Apocalyptisch denken (“Een lijk vol gassen”, zo omschreef Steinbeck zichzelf en zijn land) zit de kritische geest van deze progressieve schrijver. Voor Steinbeck was verandering even onvermijdelijk als noodzakelijk. Zijn ontdekkingsreis door het land van ‘The Brave and the Free‘ leidde evenwel niet tot de waarheid en de analyse waar Mak van droomt. “Ik weet een ding,” concludeerde Steinbeck, “het grote en mysterieuze Amerika is groter dan ik dacht en mysterieuzer”.

Hiermee komen we natuurlijk uit bij de verwondering en de magie die een romanschrijver koestert. Historicus Mak bekijkt het wetenschappelijker. Door de tocht van Steinbeck over te doen merkte hij dat er een en ander niet klopte. Routes, ontmoetingen en dialogen lijken op zijn zachtst gezegd onwaarschijnlijk. Dit is niet het journalistieke verslag waarvoor het werd aanzien, benadrukt Mak. Feiten maakten plaats voor fictie, heel wat lijkt verzonnen. “Hij kon mooie zeepbellen blazen” zegt een kennis tegen Mak.

“So what?” Reizen met Charley is inderdaad meer een roadnovel dan een journalistiek dagboek, maar de verstrengeling van fictie en (documentaire) realiteit doet niets af van het waarheidsgehalte van een werk. Geert Mak profileert zich als een man van de wereld maar gedraagt zich toch vaak als een vanuit een ivoren toren opererende academicus. Daardoor ontgaat hem ook het feit dat in een Amerika waar meer geld gespendeerd wordt aan gevangenissen dan aan onderwijs het historisch bewustzijn op een laag pitje staat.

Dat weinig Amerikanen vertrouwd zijn met de geschiedenisverhalen die Mak vertelt, en er dan ook geen lessen voor het heden uit trekken, ontgaat de historicus. Net als het feit dat – en hier raken we essentie van de populariteit van de roadmovie en -novel – Amerikanen niet graag in de achteruitkijkspiegel kijken maar hoopvol door de voorruit turen.

Wil dat zeggen dat Maks geschiedenislessen fout zijn? Nee, enkel dat ze maar een beperkte rol spelen in de Amerikaanse cultuur. Betekent het dat zijn boek ontgoochelt? Nee, enkel dat het vanuit zijn persoonlijkheid geschreven is en dat die insteek een blinde hoek heeft. Maar Reizen zonder John blijft een aangenaam, vlot leesbaar en razend interessant boek dat het clichématige zwart-wit denken over Amerika doorbreekt. Met “food for thought”.

Vond je deze bespreking interessant? Steun DeWereldMorgen.be door dit boek in onze shop aan te kopen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!