Nieuws -

Palestijnse kinderen erven politieke scheiding

JERUZALEM — De Israëlische Palestijn Taiseer Khatib trouwde tien jaar geleden met de Palestijnse Lana, die afkomstig is van de Westelijke Jordaanoever. De Israëlische gezinsscheidingspolitiek maakt hen het leven moeilijk." Onze kinderen lijden er psychologisch onder. We proberen ze te beschermen, maar ze voelen heel goed dat er iets niet klopt", zegt Khatib.

maandag 12 maart 2012 01:07

Khatib en Lana hebben twee kinderen, Adnan en Yosra, die allebei jonger dan vijf jaar zijn. “Als we hun oma bezoeken in Jenin, moet Lana lopend langs het checkpoint, terwijl wij in de auto mogen blijven zitten. Dan vragen ze: “Waarom moet mama lopen”, zegt Khatib.

Khatib is Palestijn, maar groeide op in Akka, in het noorden van Israël. Zijn vrouw Lana komt oorspronkelijk uit Jenin en heeft alleen een identiteitskaart van de Westelijke Jordaanoever.

De twee ontmoetten elkaar in 2002 in Jenin, waar Khatib onderzoek deed naar de Israëlische inval in het vluchtelingenkamp van Jenin tijdens de tweede intifada. Kort na hun ontmoeting trouwden ze.

De Israëlische wet staat echter niet toe dat Palestijnse burgers in Israël hun partners laten overkomen naar Israël voor gezinshereniging. Voor Palestijnen in Israël die getrouwd zijn met iemand uit de bezette gebieden of de zogenoemde ‘vijandelijke staten’ Syrië, Libanon, Iran en Irak, betekent dat de mogelijkheden om samen te leven ernstig belemmerd worden.

“Dat wisten we voordat we gingen trouwen, maar we wilden de politiek geen rol laten spelen in ons privé-leven”, zegt Khatib, die studeert aan de Universiteit van Haifa. 

Lana kreeg voor haar huwelijk in Akka toestemming van de Israëlische autoriteiten om naar Israël te komen. “Maar de dag na de bruiloft moest ze noodgedwongen weer terug naar Jenin, omdat ze geen toestemming had langer te blijven.”

Onzekerheid

Daarna vroeg Lana toestemming om tijdelijk in Israël te mogen verblijven. Die kreeg ze, maar elk jaar moet ze een nieuwe aanvraag indienen. Daardoor blijft er onzekerheid bestaan. De verblijfsvergunning geeft Lana namelijk nauwelijks rechten in Israël en kan elk moment ingetrokken worden.

“Ze kan bij mij zijn, maar ze heeft geen recht op een zorgverzekering, ze mag hier niet autorijden ook al heeft ze een rijbewijs en ze mag niet werken, terwijl ze afgestudeerd is aan de Universiteit van Al-Najah in Nabloes”, zegt Khatib. “Deze vergunning is een soort gevangenis voor haar geworden.”

Op 11 januari van dit jaar verwierp het Israëlische Hooggerechtshof een petitie tegen de Burgerschap en Toegangswet. Zelfs al gaat de wet in tegen de grondrechten van Israëlische burgers, was de uitspraak van de rechtbank, dan is deze schending van de mensenrechten proportioneel en niet in strijd met de zogenoemde Basiswetten.

Videogetuigenissen

“Het lijdt geen twijfel dat deze wet grote humanitaire impact heeft omdat hij duizenden gezinnen dwingt om gescheiden te leven”, zegt Sawsan Zaher, advocaat bij Adalah, het Juridisch Centrum voor Arabische Minderheidsrechten in Israël.

“Het is problematisch, omdat deze wet gebaseerd is op het idee dat elke Palestijn een veiligheidsdreiging voor Israël vormt. De kinderen en de echtgenoot of echtgenote krijgen zelfs geen kans om te laten zien dat ze dat niet zijn.”

Duizenden Palestijnen hebben te maken met de Israëlische scheidingwet. Op de onlangs gelanceerde website Love under Apartheid doen sommigen hun verhaal in een videogetuigenis.

Op een van de video’s is Nehad (niet haar echte naam) te zien. Ze komt uit Jeruzalem, maar zag zich gedwongen met haar kinderen te verhuizen naar Kufr Aqab op de Westelijke Jordaanoever, aan de andere kant van de Israëlische scheidingsmuur. Haar man heeft alleen een identiteitskaart van de Westelijke Jordaanoever.

“In de vijftien jaar dat we getrouwd zijn, heeft hij geen vergunning kunnen krijgen”, zegt ze in de video. “Dus werden we gedwongen om een plek te zoeken waar we samen kunnen leven.”

Veiligheid

Israël rechtvaardigt de politiek met veiligheidsargumenten. Uit gegevens van de Israëlische regering blijkt echter dat van de meer dan 130.000 Palestijnen die tussen 1994 en 2008 om redenen van gezinshereniging Israël binnenkwamen, slechts 54 betrokken waren bij enigerlei  vorm van terreur tegen de staat Israël. Zeven van hen werden aangeklaagd.

“Als je spreekt over gelijkheid, wat zelfs onder de internationale wetgeving een onvervreemdbaar recht is, dan bestaat er niet zoiets als proportionele discriminatie”, zegt Zaher. “Of je discrimineert, of je discrimineert niet. Ik zie deze wet als een onderdeel van een demografisch beleid waarbij Israël de joodse meerderheid in Israël wil behouden, in een poging de staat zo joods mogelijk te houden.”

Ondanks de uitdagingen waar ze mee geconfronteerd worden, zijn Khatib en zijn gezin van plan om in Akka te blijven en strijd te blijven voeren voor het basisrecht om samen te kunnen leven. “Als mens is het mijn natuurlijke recht om een gezin te stichten en samen te leven met de persoon van wie ik hou”, zegt hij. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!