Genderorganisaties Oost-Europa geraken moeilijker aan geld
Nieuws, Europa -

Genderorganisaties Oost-Europa geraken moeilijker aan geld

WARSCHAU — De VN en de EU proberen gendergelijkheid te stimuleren in Centraal- en Oost-Europa. Maar voor veel initiatieven hangt de financiering nog steeds grotendeels af van de bereidheid van de nationale regering.

maandag 5 maart 2012 15:43

Meteen na de val van de Muur in 1989 kregen de meeste niet-gouvernementele organisaties in Centraal- en Oost-Europa die rond gendergelijkheid werken, hun financiering van Amerikaanse of West-Europese privéstichtingen of overheidsagentschappen. Toen hun landen in de Europese Unie kwamen, trokken de niet-EU-donoren zich terug omdat ze ervan uitgingen dat de regio voldoende gefinancierd zou worden met EU-geld.

Minder geld

Net het omgekeerde is gebeurd, zeggen ngo’s. Tegenover EU-geld moeten meestal nationale middelen staan en bovendien wordt Europees geld verdeeld volgens de prioriteiten die nationaal worden vastgelegd. Wanneer gendergelijkheid niet tot die prioriteiten behoort, komen de ngo’s in de problemen.

“Voor de toetreding tot de EU was het paradoxaal genoeg makkelijker om aan geld te geraken voor radicalere acties en publicaties”, zegt Alina Synakiewicz van de Poolse ngo Feminoteka. “Nu wordt het verspreid via de regering, wat betekent dat de regering het geld kanaliseert zoals ze wil.”

In het beste geval slagen creatieve ngo’s erin hun prioriteiten in te passen in de regeringsplannen. In het slechtste geval pakken ze naast financiering.

Reproductieve rechten in Polen

Een van sterkste voorbeelden is Polen, waar het thema van reproductieve rechten op een conservatieve nationale agenda botst. In 1993 werd abortus er illegaal verklaard en tot vandaag is de toegang tot voorbehoedsmiddelen en seksuele voorlichting beperkt. Artsen mogen zelfs gewetensbezwaren inroepen als ze geen voorschrift voor anticonceptiva willen afleveren.

Activisten voor gendergelijkheid zeggen dat dit het gevolg is van de sterke greep die de katholieke kerk heeft op de Poolse samenleving en staat. Vorig jaar probeerden ze een wetsvoorstel op reproductieve rechten in het parlement te krijgen, met een legalisering van abortus, een grotere toegankelijkheid tot anticonceptiva en staatssteun voor in-vitrofertilisatie als belangrijkste punten.

Ze moesten honderdduizend handtekeningen ophalen om het voorstel in het parlement te krijgen. Maar het project mislukte doordat de media erover zwegen en de betrokken organisaties niet over de nodige steun en middelen beschikten.

“Wat de laatste twintig jaar spijtig genoeg veranderd is in Polen, is dat het hele openbare debat gedomineerd wordt door terminologie die door de Kerk wordt gepropageerd”, zegt El?bieta Korolczuk, een van de initiatiefnemers. “Niet alleen het grote publiek maar ook een aanzienlijk deel van de activisten zelf gelooft niet dat het in Polen mogelijk is op korte termijn de wet te veranderen als het over reproductieve rechten gaat.”

Huiselijk geweld

Ondanks de beperkte middelen boeken sommige organisaties succes. Het Roemeense parlement heeft vorige week bijvoorbeeld een amendement op de wet tegen huiselijk geweld in behandeling genomen. Die aanpassing regelt het contactverbod voor de dader.

Twee jaar geleden nog stelde Cristina Horia van de Sensiblu-stichting, een van de belangrijkste ngo’s die rond dit thema werkt, dat de Roemeense overheid weinig steun bood bij campagnes tegen huiselijk geweld. Maar de laatste twee jaar is de houding van nationale en plaatselijke overheden verbeterd, zegt ze. Al blijven er structurele lacunes, bijvoorbeeld het tekort op opvangplaatsen voor slachtoffers van huiselijk geweld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!