De Duitse politie, uw racistische vriend
Nieuws, Wereld, Europa, Samenleving, Duitsland -

De Duitse politie, uw racistische vriend

In Duitsland executeerden ondergedoken neonazi's in het voorbije decennium ongestoord minstens negen kleinhandelaars van buitenlandse origine. In hun onderzoek naar de daders klungelden de politiediensten zonder weerga. Wat zijn de diepere oorzaken achter dit falen? Zijn de veiligheidsdiensten zelf racistisch? Enkele recente voorvallen van politiegeweld doen het ergste vermoeden.

dinsdag 29 november 2011 11:09

In de voorbije weken kwam aan het licht dat de neonazi-bende Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) tussen 2000 en 2007 minstens negen kleinhandelaars met Turkse of Griekse roots executeerde. Ze vermoordde in die tijd ook een politieagente, pleegde aanslagen tegen Duits-Turkse doelwitten en overviel minstens veertien banken om haar terreur te financieren. Sinds 1998 leden meerdere leden van de NSU ongestoord een ondergronds bestaan.

De Duitse politiediensten wisten op het einde van de moord- en terreurserie blijkbaar net zo veel over de daders als in het begin: bijna niets. Pas toen per toeval een agitprop-dvd werd ontdekt waarin de moorden en aanslagen expliciet door de NSU werden opgeëist, ging de bal aan het rollen. De politie maakte dan ook meer dan tien jaar een boeltje van het onderzoek.

Schuldige slachtoffers

De politiediensten sloten bijvoorbeeld consequent de mogelijkheid uit van een racistisch motief achter de negen moorden. Ze werden vaak als alleenstaande afrekeningen binnen een crimineel milieu geïnterpreteerd. Niet zelden zijn slachtoffers en hun familieleden ervan verdacht deel uit te maken van de lokale gok- of drugmaffia en op die manier zelf de moord mee te hebben veroorzaakt.

Het falen van de politiediensten staat buiten kijf. Zo goed als het volledige politieke establishment bood er inmiddels meermaals haar excuses voor aan bij de nabestaanden van de slachtoffers. Bondskanselier Merkel, Bondspresident Wulff en de Bondsdagvoorzitter Lammert willen de zaak tot op het bot uitzoeken, zo kondigden ze aan.

Discriminerend gedachtegoed in opmars

Bij het spitten naar verklaringen moet er werk worden gemaakt van de diepere oorzaken van het falen. Naast persoonlijke blunders, communicatieproblemen en structurele knulligheid moeten racistische tendensen bij de politiediensten onder de loep worden genomen. Vooral omdat recente onderzoeken op de opmars van discriminerend gedachtegoed in Duitsland wijzen.

De studie Die Mitte in der Krise  (Het centrum in crisis) spreekt in elk geval boekdelen. Volgens dat in 2010 gepubliceerde onderzoek van de Friedrich Ebert Stiftung, een stichting die dicht bij de socialistische partij SPD staat, vindt meer dan 30 procent van alle Duitsers inmiddels dat ‘buitenlanders’ profiteurs zijn en dat ze terug naar hun eigen land moeten worden gestuurd als het economisch wat slechter zou gaan. Ongeveer hetzelfde percentage denkt dat Duitsland überfremdet is, ofwel onder een te sterke invloed van ‘vreemde’ culturen staat.

Deze houding zou bij de Duitse politiediensten – die toch niet meteen een verzamelbekken voor progressieve individuen zijn – wel eens courant kunnen zijn. Het systematische politiegeweld in de laatste tien jaar tegen mensen met West-Afrikaanse roots laat alvast het ergste vermoeden.

Racial Profiling

Neem nu Bremen. De laatste jaren strompelde het politiekorps van de Noord-Duitse stad werkelijk van het ene racistisch getinte schandaal naar het andere. Enkele maanden geleden was het weer zover.

Toen stapte een zwarte student, Joseph (naam veranderd, nvdr.), naar de rechtbank omdat een politieagent hem willekeurig en onwettig op een volle openbare bus op het bezit van drugs fouilleerde. “Toen je de bus opstapte, rook het plots naar marihuana”, beweerde de agent in burger. Hoewel Joseph samen met een handvol blanke Duitsers instapte, werd alleen hij minutenlang gecontroleerd. Er werden geen drugs gevonden.

Zulke vernederende en ongefundeerde onderzoeken zijn schering en inslag. “Veel hangt af van je huidskleur en de daarmee verbonden vooroordelen”, vertelde de student me in een interview. In de vakliteratuur heet dit ‘racial profiling’ en het leidt tot de stelselmatige verdachtmaking en stigmatisering van de volledige zwarte gemeenschap in Bremen.

Foltermethodes

Als de politiediensten dan toch min of meer terecht een zwarte persoon op drugsbezit controleren, gebruiken ze wel vaker methoden die niet helemaal volgens het boekje zijn. “Het is overduidelijk dat de politie er voor zwarten andere regels op nahoudt dan voor blanken”, schrijft de Afro-Duitse activiste en auteur Noah Sow in haar boek Deutschland Schwarz Weiß (Duitsland Zwart Wit). In 2004 leidde zo’n speciale  behandeling in Bremen tot de dood van een 35-jarige man uit Sierra Leone, Laya Condé.

Condé werd door een patrouille in Bremen opgepakt omdat de agenten vermoedden – mogelijk terecht –  dat hij cocaïne aan het dealen was en de bewijslast bij de arrestatie had ingeslikt. Om hem het spul te laten uitbraken, pompten de agenten braakmiddel en liters water in de maag van de man.

Tijdens de bijzonder pijnlijke behandeling verdronk de verdachte. Onder toezicht van een onbekwame politiearts kwam er namelijk water in de longen van de gearresteerde terecht. Duidelijke tekenen van levensgevaar werden door de aanwezige agenten genegeerd. Condé verzonk tijdens de behandeling in coma en stierf enkele dagen later.

In Hamburg, een honderdtal kilometer verderop in het Noorden, stierf drie jaar eerder al een jonge Kameroener aan een hartaanval na een gelijkaardige procedure. Pas toen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens Duitsland in 2006 op de vingers tikte, stopten de gedwongen maagspoelingen.

Het Hof veroordeelde de methode als folter, onder andere omdat er voldoende veilige alternatieven beschikbaar waren om ingeslikte drugs op te sporen. Wachten tot de verdachte zijn gevoeg doet, is zo’n beproefde methode, bijvoorbeeld.

Verbrand in de politiecel

Buiten Bremen en Hamburg stierven ook in andere Duitse regio’s zwarte stedelingen in verdachte omstandigheden. Het meest in het oog springende sterfgeval vond in 2005 in het Oost-Duitse Dessau plaats, waar een jonge man uit Sierra Leone, Oury Jalloh, levend verbrandde in zijn cel. Volgens de officiële politieversie zou Jalloh, gebonden aan handen en voeten, met een aansteker zijn eigen (vuurvaste) matras in brand hebben gezet.

Toen die eenmaal brandde, hoorde geen enkele politieagent Jalloh’s geschreeuw omdat het volume van het speaker-systeem tijdelijk zachter werd gezet voor een telefoongesprek. Het brandalarm werd meermaals genegeerd. En toen ambtenaren uiteindelijk toch het vuur ontdekten, konden ze Jalloh door de dikke rook niet meer redden. Jalloh stierf aan een hitteshock. Waarom zijn neus gebroken was, zoals de tweede autopsie aantoonde, kon de politie nooit afdoende beantwoorden.

Racistisch je m’en foutisme

Geen enkele ambtenaar in Dessau werd veroordeeld. En ook in de ‘braakprocessen’ in Hamburg en Bremen gingen alle beschuldigden vrijuit. Straffeloosheid is de regel bij zulke voorvallen, zo blijkt uit een kritisch artikel over Duits politiegeweld van Amnesty International Duitsland. Volgens de mensenrechtenorganisatie wordt “het wangedrag van de politie meestal onvoldoende onderzocht”.

Net als de voorvallen in Dessau, Hamburg en Bremen typeren straffeloosheid, onkunde en achteloosheid het onderzoek rond de NSU. Het is nog maar moeilijk te geloven dat daarachter alleen dilettantisme schuil gaat en geen racistisch je m’en foutisme dat mensen van buitenlandse origine criminaliseert, brutaliseert, stigmatiseert en om het leven brengt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!