Verslag, Nieuws, Wereld, Cuba, Cuban Five, Free the five -

Tweemaal levenslang voor de goede zaak

Gerardo Hernández is in de VS veroordeeld tot tweemaal levenslang en vijftien jaar. Zijn misdaad: het voorkomen van terreurdaden. Waarnemers spreken van de juridische schande van de eeuw. Gerardo mag praktisch geen bezoek ontvangen. Twee Belgische mensenrechtenactivisten kregen toch de kans om hem op te zoeken. Een verslag.

maandag 12 september 2011 15:27

Victorville is een stadje in het zuiden van California, gelegen in de Mojavewoestijn, een reusachtige dorre plek, tweemaal zo uitgestrekt als België. In de streek bevinden zich toeristische trekpleisters, zoals de Grand Canyon. Maar het gebied heeft ook een belangrijke strategische waarde. Hier ligt het merendeel van de militaire bases van de VS.

We verlaten Victorville vroeg in de ochtend. Het landschap is ongelofelijk desolaat en stofferig. Het is schroeiend heet, Het kwik klimt boven de veertig graden. Het gevangeniscomplex bevindt zich in het nabijgelegen Adelanto. Onderweg passeren we een luchthaven.

Er valt nauwelijks beweging waar te nemen en op de Boeing zie je geen merknamen staan. ‘Het is een CIA-basis’ fluistert onze Noord-Amerikaanse vriend voorzichtig, alsof ze ons zouden kunnen horen. We naderen het penitentiair complex, een imposante vesting midden de woestijn, zo uit een Hollywoodfilm weggeplukt.

Tegenover de ingang ligt een ommuurd spookdorp. Het werd gebouwd voor het personeel van een nabijgelegen militaire basis. Toen die basis twintig jaar geleden gesloten werd, begon men de huizen af te breken. Ze bleken vol asbest te zitten. De afbraakwerken werden dan maar stopgezet. Tientallen huizen met uitgeslagen vensters en halve daken in een verwaarloosde omgeving, het is een macaber gezicht.
We rijden het complex binnen, meer dan honderd voetbalvelden groot.

Op dit terrein liggen drie verschillende gevangenissen. Gerardo Hernández zit opgesloten in de hoge veiligheidsgevangenis die zich achterin op het terrein bevindt. Het is de gevangenis met het strengste regime. Er is plaats voor 960 gevangenen, maar er zitten er meer dan 1600 opgesloten. Rondom de grijze betonnen constructies zijn er verschillende omheiningen van kilometers opgerolde prikkeldraad. Het geheel is omgeven door een elektrisch geladen omheining met hoog voltage en een muur. Vanuit zes uitkijktorens wordt alles nauwlettend in de gaten gehouden.

Op een binnenplaats van het gevangenissencomplex staan legervoertuigen. Het zijn oorlogsvehikels die hier gereinigd en hersteld worden nadat ze gebruikt werden in Afghanistan, Irak, of elders. Deze voertuigen zijn vaak besmet door giftige munitie, verarmd uranium of andere chemicaliën. De tewerkgestelde inmates, zij die het ‘geluk’ hebben om er tewerk gesteld te worden, verdienen er zo’n halve dollar per uur mee, een moderne vorm van slavernij. Je moet wel weten dat een gevangene moet betalen voor extra voedsel, extra kleding, postzegels, telefoon…

James Bond in Miami

Volgens Wikipedia is Gerardo Hernández de meest bekende bewoner van deze hoge veiligheidsgevangenis. Wie Gerardo is en hoe hij hier terecht is gekomen, is een lang verhaal. Het begint bij de zogenaamde ‘Miamiboys’. Dat is een groep fanatieke maar kapitaalkrachtige Cubanen die na de revolutie in ’59 het eiland verliet, maar gezworen heeft om de Castro’s ten val te brengen. Daarbij schuwen ze geen enkel middel. Ze handelen met medeweten en vaak met steun van de CIA.

Hun palmares is lang en moorddadig. Het meest gekend zijn de honderden, soms sensationele moordaanslagen op Fidel Castro. Maar er zijn ook de tientallen bomaanslagen tegen hotels, warenhuizen, ambassades, een passagiersboot, …

De meest spectaculaire aanslag – die op naam staat van twee Miami-Cubanen, ex-CIA agent Luis Posada Carriles, en Orlando Bosch – was het opblazen van een Cubaans lijnvliegtuig in volle lucht in 1976. Alle passagiers en de volledige bemanning kwamen daarbij om. Het hoogste aantal slachtoffers viel door bacteriologische oorlogsvoering: het verspreiden van dengue (knokkelkoorts), varkenspest of ziektekiemen die verschillende oogsten deed verloren gaan. In totaal stierven meer dan 3.500 Cubanen door terreuracties vanuit Miami.

Tijdens de jaren negentig werd de economische situatie kritiek op Cuba. Om te overleven na de val van de Sovjet-Unie, mikte het eiland op buitenlands toerisme, en dat was precies het nieuwe doelwit van de terreurnetwerken. Verschillende hotels werden het mikpunt van bomaanslagen. Daarbij liet een Italiaanse toerist het leven. In die context gingen vijf jonge Cubanen, vandaag internationaal gekend als Cuban Five, under cover in de terreurnetwerken in Miami, met als doel zoveel mogelijk informatie los te krijgen om zo’n aanslagen te verijdelen. Gerardo Hernández was één van hen.

De missie van de Vijf verliep in het uiterste geheim. In het geval van Gerardo, wist zijn eigen vrouw, Adriana Pérez, nergens van. Hij vertelde haar dat hij op diplomatieke missie moest naar Argentinië. René, een van de ‘collega’s’ van Gerardo, pakte het spectaculairder aan. Hij kaapte een klein vliegtuigje en ‘vluchtte’ naar Florida. Daar werd hij als een held binnengehaald door ‘Brothers to the Rescue’, één van de meest agressieve groepen van Miami. Zijn vrouw Olga was met verstomming geslagen. Ze bleef niet alleen achter met een kind van zes jaar oud, ze moest ook nog eens de verwijten van landverraad en overloperij incasseren van familie en vrienden. Voorlopig althans.

Gerardo verliet Cuba in 1994, hij was toen net geen dertig jaar. Met een Puertoricaans paspoort op zak zette hij voet aan wal in Florida. Hij frequenteerde de terreurnetwerken en gaf zich uit voor een hardliner die het Castro-regime omver wilde werpen. Al gauw geraakte hij in de binnenste cirkels van de paramilitaire milieus. Hij verzamelde samen met de andere informanten belangrijke gegevens. Dat was niet zonder risico. De zware jongens waartussen hij zich bewoog aarzelen niet om tegenstanders, laat staan infiltranten, een kopje kleiner te maken.

Ontmaskerd

Jaren liepen de undercover activiteiten gesmeerd. De Vijf wisten via doorgespeelde informatie tientallen aanslagen te voorkomen. Eén van de doelwitten was het Tropicana, een theater dat elke avond bezocht wordt door honderden toeristen. Het was een zorgvuldig beraamde aanslag. De zware explosieven hadden wellicht tientallen buitenlandse slachtoffers gemaakt en een mokerslag toegediend aan het toerisme. De informatie werd tijdig onderschept en een ramp vermeden.

Op het einde van de jaren negentig verbeterden de relaties tussen de VS en Cuba. Via de VS-vertegenwoordiger op Cuba kregen de Cubaanse veiligheidsdiensten belangwekkende informatie door over nieuwe, geplande aanslagen. Bovendien vroeg Washington Havana met aandrang om samen te werken op dit vlak. De informatie bleek betrouwbaar en daarom besloot de Cubaanse overheid op de uitnodiging in te gaan. Nobelprijswinnaar en gekend schrijver Gabriel Garcia Márquez fungeerde als boodschapper.

Bij een bezoek aan Havana kreeg het FBI zeer gedetailleerde informatie, bestaande uit dossiers, foto’s en geluidsbanden, over de terreurnetwerken in de VS. De informatie was hoofdzakelijk bij elkaar gebracht door de Vijf. De FBI schoot in actie, maar niet zoals de Cubanen verwachten hadden. In plaats van de terreurnetwerken aan te pakken probeerde het plaatselijke FBI van Miami – dat blijkbaar nauwe banden onderhoudt met die netwerken – de bronnen te traceren van de gekregen informatie. Zo kwamen ze op het spoor van de vijf undercoveragenten.

Opgepakt

In de vroege ochtend van 12 september 1998 werden Gerardo Hernández, Ramon Labañino, Fernando González, Antonio Guerrero en René González door een speciale zwaarbewapende eenheid hardhandig uit hun bed gelicht en weggeleid voor ondervraging. Aan Gerardo zegden ze te weten dat hij geen Puerto Ricaan was, maar een Cubaanse agent en dat hij maar beter de Cubaanse vertegenwoordiging in Washington kon opbellen als hij niet voor de rest van zijn leven wilde verrotten in een cel. Maar dat maakte weinig indruk. Ze stuurden een Puertoricaan op hem af om zijn accent en identiteit te ontmaskeren, maar ook dat haalde niets uit. Pas later kwamen ze er op uit dat de echte Manuel Viramontes – zijn nepidentiteit – al lang overleden was.

Alle opgepakte informanten werden zwaar onder druk gezet om over te lopen naar de VS. Bij René, wiens familie ondertussen bij hem in Miami woonde, dreigden ze zijn kinderen af te nemen. Zijn vrouw werd gedurende drie maand gevangen gezet om hem te dwingen tegen de anderen te getuigen. Net als de vier anderen ging hij niet door de knieën. Onmiddellijk na hun aanhouding werden de Vijf gedurende anderhalf jaar in isolatiecellen opgesloten.

De eerste maanden waren ontzettend zwaar. De complete afzondering was een aanslag op hun moreel, maar bemoeilijkte ook elke communicatie met hun pro deo advocaten. Die eenzame opsluiting is ondertussen al verschillende keren herhaald. In het voorjaar van 2003 zetten ze Gerardo opnieuw voor een maand in isolatie, in een onverwarmde cel, met enkel zijn ondergoed. Het licht brandde 24 uur op 24 uur. Het toilet van de bovenbuur lekte door.

Hij kon met niemand communiceren en kreeg niet de minste info van de buitenwereld. In 2010 sloten ze hem nog eens op in een cel van 1 op 2 meter, samen met een tweede gevangene. De airco was stuk. De temperatuur buiten liep op tot boven de veertig graden. Voor een beetje ‘frisse lucht’ moesten de gevangenen gaan liggen tegen de kier onder de celdeur.

Ondertussen waren de Vijf in Cuba erkend als helden van de revolutie. Miljoenen landgenoten kwamen voor hen op straat en de zaak was en is er nog dagelijks televisienieuws. Wereldwijd zijn er vandaag meer dan driehonderd Free the Five comités die ijveren voor hun vrijlating. Een tijdje geleden werden ze ook genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en spraken tien Nobelprijswinnaars zich uit voor hun vrijlating. De bekende Noord-Amerikaanse acteur Danny Glover kwam Gerardo verschillende malen bezoeken. Amnesty International gaf in oktober 2010 een lijvig dossier uit dat de internationale campagne voor hun onmiddellijke invrijheidsstelling ondersteunt.

Schuldig?

Het proces van de Cuban Five begon in december 2000. In de gerechtszaal hing een sfeer van intimidatie. Getuigen werden regelmatig de mond gesnoerd en bedreigd door de openbare aanklager. De juryleden werden bedreigd. Het is in de Amerikaanse rechtsgeschiedenis erkend dat het uitgesloten is om in Miami een neutrale jury samen te stellen als het gaat over Cubaanse aangelegenheden.

Maar ook de aanklachten geraakten niet bewezen. Gerardo werd beschuldigd van ‘samenzwering met het oog op spionage’ en ‘samenzwering met het oog op moord’. Dat laatste gaat over het neerhalen van de twee vliegtuigjes van Brothers to the Rescue op 24 februari 1996 door de Cubaanse luchtmacht.

De eerste aanklacht werd volledig onderuit gehaald door getuigenissen van hoge officieren van het zuidelijk commando van de VS-strijdkrachten en door hooggeplaatsten binnen het FBI. De openbare aanklager probeerde zelf de tweede aanklacht voor moord uit het proces te halen omdat ze hem niet hadden kunnen hard maken en vreesden daardoor het hele proces te verliezen. De rechter wees dat verzoek af.

Desondanks verklaarde de jury de Cuban Five over de hele lijn schuldig. Gerardo kreeg tweemaal levenslang plus vijftien jaar. Ook de anderen kregen straffen, die volgens de Amerikaanse wet buiten alle proportie zijn.

De Vijf gingen onmiddellijk in beroep bij het Hof van Atlanta. De rechters in beroep verklaarden het proces unaniem ongeldig. Maar de overheid ging in beroep tegen deze unanieme beslissing, uniek in de rechtsgeschiedenis van de VS. De uitkomst van dat hoger beroep laat zich raden… Het oorspronkelijk vonnis van Miami werd bevestigd. Intussen was de hele rechtsgang veroordeeld door de Werkgroep voor Willekeurige aanhoudingen van de VN.

De Cuban Five richtten een vraag tot herziening van hun proces bij het Amerikaanse Hoogste Gerechtshof. Ze kregen de steun van 15 Amicus Curiae, ondersteunende brieven van niet betrokken personen bij het proces, een nooit gezien aantal. De Amicus brieven waren ondermeer aangebracht door parlementairen, mensenrechtenorganisaties, Nobelprijswinnaars en andere personaliteiten. Toch wees het Hoogste Gerechtshof de herziening af zonder argumentatie.

Na het vonnis in Miami werden de Cuban Five gescheiden in vijf verschillende hoge veiligheidsgevangenissen in de uithoeken van de VS. Daar zitten ze nu bijna dertien jaar. Ze krijgen amper bezoek om verschillende redenen. In een federale hoge veiligheidsgevangenis heeft een gevangene maar recht op bezoek van tien mensen, die goedgekeurd moeten worden door de gevangenisdirectie.

Verder is er het visumprobleem. De Amerikaanse overheid beslist wie van de familieleden een inreisvisum krijgt en wie niet. Gerardo’s echtgenote Adriana wordt al gedurende 13 jaar een inreisvisum geweigerd, zonder dat daar een reden wordt voor opgegeven. Hetzelfde gebeurt bij Olga, de vrouw van René. Bij de anderen worden de bezoekersvisa slechts zeer beperkt toegekend. In de praktijk komt het neer op een keer per jaar.

Tenslotte zijn er de logistieke problemen. De gevangenissen liggen allemaal sterk geïsoleerd. Zonder wagen geraak je er bijvoorbeeld al niet. Immigratie verbiedt de familie om bij particulieren te logeren. Voor verschillende weken op hotel gaan is een dure zaak. Om de haverklap zijn er ook ongeregeldheden in de gevangenis. Telkens wordt de gevangenis dan voor één of meerdere dagen onder een restrictief regime geplaatst. Bezoek is dan niet toegestaan. Zo kan je gemakkelijk een maand overkomen uit Cuba en de helft van de tijd niet binnen geraken.

Speciaal geval

Gerardo zit tussen zware criminelen. De gevangenis op zich is een broeinest van criminaliteit. De overbevolking werkt spanningen en agressie in de hand. Ondanks de veiligheidsmaatregelen en het repressieve regime zijn alcohol, drugs en messen er volop aanwezig. Geregeld zijn er opstootjes en worden medegevangen hardhandig de les geleerd. Daarbij zijn de afgelopen jaren al verschillende gevangenen om het leven gekomen. Hier verblijven is niet zonder risico.

De meeste gevangenen sluiten aan bij een van de bendes binnen de gevangenis. Zo voelen ze zich een beetje beter beschermd. Gerardo behoort tot geen enkele ‘gang’. Zijn medegevangenen laten hem – tot op heden – met rust. Hij wordt beschouwd als een speciaal geval. In zijn cel hangen geen playmates maar posters van Che en Fidel. Ze erkennen hem als politiek gevangene en noemen hem de man van Fidel. Zijn roepnaam is ‘Cuba’. Hij is de enige daar die stapels brieven ontvangt, en dat van overal ter wereld. Nu en dan van parlementairen of andere hooggeplaatsten. Dat geeft hem prestige en respect bij de cipiers.

Internationale steun

Het is 8u30, we mogen het gebouw binnen. Eerst moeten we een hele lijst vragen beantwoorden i.v.m. wapen- of drugsbezit, deelname aan subversieve activiteiten, enz. Na een grondige fouillering en het krijgen van een onzichtbare stempel, worden we dan naar de bezoekruimte geloodst. We krijgen Gerardo eindelijk te zien. Het is een emotioneel weerzien. Net zoals zeven jaar geleden straalt hij levenslust en optimisme uit.

Hij stelt de ene vraag na de andere: hoe de reis is verlopen, hoe het met de kinderen gaat en met onze ouders, hoe de politieke situatie in België is… Hij maakt constant grapjes en vertelt honderduit over het gevangenisregime, over de stand van zaken in het proces, over het grote belang van internationale solidariteit. Het harde en uitzichtloze gevangenisleven krijgt hem duidelijk niet klein.

Het is uit de solidariteit dat hij zijn kracht haalt, zegt hij ons. ‘Toen ik in ’98 een eerste keer verschillende maanden in volledige afzondering werd opgesloten, was dat een echte hel. Niemand wist af van onze zaak, we stonden er volledig alleen voor. Nu is dat helemaal anders. Je kan niet geloven hoeveel steun er komt van een brief van een Cubaantje dat je schrijft dat het je verhaal kent, dat het zo sterk zou willen zijn als jij en dat je nog veel goede moed toewenst. De steun van zoveel mensen wereldwijd is een echte bron van energie. Dat verschillende ministers van jullie land, waaronder de huidige eerste minister, zich hebben uitgesproken voor onze zaak, dat is van onschatbare waarde. Weten dat de wereld ons niet vergeet en dat aan onze zaak gewerkt wordt, zorgt ervoor dat we het kunnen volhouden.’

Obama: yes you can?

Gerardo zit ondertussen bijna dertien jaar achter de tralies. Met de komst van Obama in het Witte Huis dachten velen dat de Vijf zouden vrijkomen. IJdele hoop blijkbaar. Gerardo: ‘Om eerlijk te zijn, is er met Obama niet zoveel veranderd. Hij maakte enkele maatregelen tegen Cuba ongedaan, maar fundamenteel deed hij niet meer dan terugkeren naar hoe het was vóór Bush president werd. Wat we nodig hebben is een Amerikaans president – Democraat of Republikein – die de Cuba-politiek van de VS niet langer laat gijzelen door een kleine anti-Cubaanse lobby in Miami, maar die het aandurft een politiek te voeren waar zowel het Amerikaanse als het Cubaanse volk beter van wordt.’

Volgens Gerardo ligt de oplossing van zijn zaak en die van de andere vier juridisch voor de hand. Er zijn immers geen bewijzen van schuld op de verschillende aanklachten, iets wat de openbare aanklager zelf moest toegeven. Toch zit de zaak tot op heden muurvast. Voor hem kan de oplossing enkel komen door politieke druk en internationale actie. ‘De muur van stilte rond de zaak moet afgebroken worden. Nog veel meer mensen moeten maandelijks contact opnemen met het Witte Huis om de vrijheid van de Vijf te vragen. Enkel de publieke opinie kan verder beweging krijgen in deze zaak.’

President Omaba heeft inderdaad de grondwettelijke macht om tussen te komen. Met één pennentrek kan hij een eind maken aan de absurde toestand waarin de Cuban Five zich bevinden. Zolang een kleine groep Miami-Cubanen echter de VS-Cubapolitiek in handen houden blijven de Vijf hun gijzelaars.

Slotimpressies

Het bezoek beroerde ons heel sterk. In de eerste plaats omwille van de levenskracht en het optimisme van Gerardo binnen de muren van deze versterkte kerker van de 21ste eeuw, een modern Alcatraz. Maar ook omwille van het feit dat tussen de 21 gevangenen die die dag bezoek kregen slechts één blanke was. Omwille van de extreem jonge leeftijd van sommige delinquenten, jongeren die van kinds af aan niets anders gekend hebben dan miserie en geweld. Omwille van de vele kleine kinderen onder de bezoekers die hun papa om de hals vliegen en niet beseffen dat hij wellicht nooit meer naar huis zal komen. Omwille van de pijn en de uitzichtloosheid in de ogen van hun moeders. Omwille van de extreme georganiseerde uitbuiting van deze werkkrachten.

We verlaten het Federal Correctional Complex. ‘Correctional’ betekent letterlijk verbeteren. Je vraagt je af hoe mensen in godsnaam kunnen ‘verbeteren’ door ze jarenlang in een overbevolkte vesting in de woestijn op te sluiten. Of slaat dat verbeteren misschien op die legervoertuigen?

Wie zijn solidariteit met de Vijf wil uitdrukken kan dat in Brussel op 12 september om 17u recht tegenover de VS-ambassade of op 24 september op Che Presente@Manifiesta. Daar gaan vijf bekende Vlamingen, nl. Chris Lomme, Jonas Geirnaert, Daan Hugaert, Joke Devynck en Dirk Tuypens samen met het voltallig Orquestre International du Vetex de uitdaging aan om 4760 hand-tekeningen te verzamelen onder de oproep ‘Obama free the Five, Yes you can’. http://cubanismo.net/cms/nl/artikels/24-september-che-presentemanifiesta-ga-mee-de-uitdaging-aan-voor-de-cuban-five

Wie meer over deze zaak wil vernemen of de actie wil steunen, zie http://cubanismo.net/cms/nl/campagnes/free-five.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!