Samenleving, België, Stampmedia, Limburg, Francis Holsteyns, Heusden-Zolder, Limburgse Reddingshonden, Reddingshonden -

Limburgse club brengt jongeren in contact met reddingshonden

Hondenclub 'Limburgse Reddingshonden' leert jongeren omgaan met reddingshonden. De club wil zelfs leerlingen in de lagere graad van het middelbaar betrekken bij demonstraties en inzetten bij de opleiding van deze dieren.

donderdag 10 maart 2011 15:45

Op dit moment bestaan in België een zestal reddingshondenclubs. Eén van deze clubs is de Limburgse Reddingshonden. Honden daar zijn gespecialiseerd in het zoeken naar vermiste personen zoals dementerende bejaarden, psychiatrische patiënten of weglopertjes.

Jongeren mogen er actief deelnemen aan demonstraties. “Ze spelen het slachtoffer. Voor de veiligheid gaat steeds een begeleider met hen mee”, zegt Francis Holsteyns, lid van de Limburgse Reddingshonden. “Zo krijgen jongeren respect voor honden en zullen er liever mee aan de slag gaan. Een zestienjarige met een goede conditie kan immers perfect een reddingshond africhten.”

Sociale honden

Sommige rassen zijn geschiktere reddingshonden dan andere. “Jachthonden volgen te vaak hun jachtinstinct, kleine of langharige honden hebben te weinig kracht”, verduidelijkt Holsteyns. De voorkeur gaat uit naar familiehonden die als puppy in contact komen met mensen en andere dieren. Bewust traint de club op drukke plaatsen zoals kippenrennen, markten en speeltuinen. Zo leert de hond zich op zijn baas richten en menselijke geuren van andere onderscheiden.

Intensief

De Limburgse reddingshonden zijn op 11 februari ingeschakeld bij de zoektocht naar Elke Wevers, maar tevergeefs. Dankzij intensieve trainingen zijn reddingshonden vaak de grote helden. “Hun training richt zich op verschillende vaardigheden, behendigheid, gehoorzaamheid, schapen drijven en signaleren. Ze krijgen een even intensieve training als de honden die drugs en explosieven moeten zoeken”, aldus Holsteyns.

“Ze leren ook rivieren. Hierbij zoekt de hond van links naar rechts, met een waterdicht zendertje. Nadien wordt gecontroleerd of hij elk spoor gevolgd heeft.”

Voor een interventie moet de hond een test doorlopen. Hij moet samen met zijn begeleider op onbekend terrein een slachtoffer terugvinden. De begeleider krijgt op voorhand geen informatie, enkel een beginpunt. “Soms gaat het om voorwerpen. Af en toe is er geen slachtoffer, dan weer meerdere”, verduidelijkt Holsteyns.

Geen vast schema

De reddingshonden mogen geen vaste trainingsplaats hebben. “Honden kennen het gebied al na drie weken uit hun hoofd”, benadrukt Holsteyns. De honden krijgen wel een beloning, maar geen koekjes of vlees. “Vaak ligt in ingestorte huizen ook voedsel onder alle brokstukken. We willen niet dat de honden op het eten afkomen in plaats van de mensen”, zegt hij.

Naast de gemeenschappelijke trainingsmomenten moet de baas zijn hond ook zelf bijspijkeren. “Ik train mijn honden twee keer per dag en daarnaast doe ik ook mee op de vaste trainingen”, bevestigt hij. Zo blijft de hond voortdurend alert. “Veel kandidaten vallen na twee maanden af of blijken niet geschikt voor de club, vooral wegens gebrek aan kennis en tijd”, besluit Holsteyns.

© 2011 – StampMedia/Xios – Goele Theunis

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!