Nieuws, Wereld, Afrika, Politiek -

Ondemocratische harmattan (*) bedreigt Benin

Op 6 maart worden er in Benin (wellicht) voor de vierde keer presidentiële verkiezingen gehouden. Het West-Afrikaanse land wordt doorgaans voorgesteld als een 'democratisch laboratorium'. Maar het democratisch gehalte van de komende verkiezingen zijn een regelrechte aanfluiting van de realiteit.

donderdag 3 maart 2011 11:21

Het West-Afrikaanse Benin verkeert in een diepe politieke crisis. Het probleem is uiternaard complex. Maar het meest in het oog springend is het democratisch deficit. Dat probleem valt meteen op omdat in het Westen het beeld wordt verspreid dat Benin een democratisch laboratorium is. Net daarom heeft de Europese Unie ook besloten om het democratisch transitieproces in Benin te ondersteunen.

Voor de komende presidentiële verkiezingen heeft de EU er geïnvesteerd in een nieuw elektronisch kiessysteem, Lepi (Liste Electorale Permanente Informatisé). Kostprijs: 20 miljard CFA-frank of iets meer dan 30 miljoen euro. Via dit nieuw elektronisch kiessysteem kunnen stemgerechtigden na een biometrische registratie gaan stemmen.

De installering van dit nieuw kiessysteem staat onder supervisie van de politieke supervisiecommissie (CPs-Lepi), de onafhankelijke missie van de nationaal electorale volkstelling (MIRENA) en de verschillende organen van de nationale electorale commissie (CENA). Deze onafhankelijke organen bewaken het democratisch verloop de verkiezingen. De introductie van Lepi staat echter al maandenlang in het middelpunt van kritiek op alles wat er misloopt in het land.

De installering van Lepi verloopt volgens talloze criticasters ‘schots en scheef’. Het loopt zelfs zodanig mis dat politici vanuit de diverse strekkingen van de oppositie zeggen dat Benin sinds La Conférence nationale des Forces Vives et la Période de transition opnieuw in een diepe politieke crisis is terechtgekomen. Dat congres vond plaats in 1990, toen Benin de beslissende overgang maakte van een dictatoriaal regime naar een meerpartijendemocratie.

Net doordat de democratische transitie geweldloos verliep en de meerpartijendemocratie aardig begon te gedijen, wordt Benin sindsdien dus geroemd als een democratisch laboratorium. Een toonvoorbeeld voor Subsaharaans Afrika. Maar geweldloze verkiezingen en een verzadigd politiek landschap zijn nog geen garantie voor een democratisch verloop.

Presidentskandidaten

Benin is eigenlijk nooit echt een volwaardige democratie geworden. Het Benins machtsaltaar is sinds 1991 in handen van een politieke elite die trouw is aan de internationale belangen van het kapitaal. Dat het democratische transitieproces dreigt te mislukken, kan dus in de eerste plaats gezocht worden bij de keuze aan presidentskandidaten voor de komende verkiezingen.

Er zijn 14 presidentskandidaten in de running, maar het staat nu al vast dat de electorale strijd zal gan tussen Thomas Boni Yayi, Adrien Houngbédji en Abdoulaye Bio Tchané. Geen enkele van deze sterke kandidaten staat voor een beloftevolle politieke visie.  Dat heeft vooral te maken met hun politiek en professioneel verleden.

Huidig president Thomas Boni Yayi werkte tot voor zijn eclatante verkiezingsoverwinning in 2006 ondermeer als voorzitter van de Afrikaanse ontwikkelingsbank. Er kan veel gezegd worden over zijn beleid. Kort samengevat is hij er niet in geslaagd om de economische motor van het land op volle toeren te laten draaien. De informele economie is er zelfs groter op geworden dan de sputterende formele economie. Zijn beleid gaat ook gepaard met een hele reeks corruptieschandalen, met als weerzinwekkend kroonjuweel het schandaal rond de Ngo ICC services. Volgens de oppositie is Yayi een neoliberaal met tirannieke neigingen en probeert hij met alle middelen het huidig electoraal proces naar zijn hand te zetten.

Houngbédji is de sterke kandidaat van L’union fait la Nation, een amalgaam van verschillende oppositiepartijen. Hij is een oudgediende van het politieke establishment en probeert sinds 1991 elke keer opnieuw de presidentiële verkiezingen te winnen. Hij is tewerkgesteld als advocaat en werkte tijdens het autocratisch regime van Mathieu Kérékou als politiek banneling ondermeer voor de Gabonese dictator Omar Bongo. Na zijn terugkeer werd hij door zijn aartsrivaal Kérékou  in ere gesteld en krijgt hij de post van eerste minister in de ditmaal neoliberale regering van Kérékou II (1996-2006). Na twee jaar keert hij terug naar de oppositie.

Abdoulaye Bio Tchané (ABT) tenslotte is net zoals Yayi van beroep internationaal bankier. Tot 2007 stond hij aan het hoofd van de Afrikaanse afdeling van het Internationaal Monetair Fonds. Sinds 2008 is hij voorzitter van de Afrikaanse ontwikkelingsbank. Tijdens de regering van Kérékou II was hij ook nog even minister van financiën en economie.

Politieke instabiliteit

In de tweede plaats wordt het democratisch gehalte van de verkiezingen bedreigd door een voortdurend uitstel van de verkiezingsdatum. Normaal gezien zouden de verkiezingen al hebben plaatsgevonden op 27 februari. Nu zouden ze doorgaan op 6 maart. Maar de oppositie probeert de verkiezingen opnieuw uit te stellen tot 6 april.

Het opnieuw willen uitstellen van de presidentiële verkiezingen is niet zonder voorbedachte rade. Als de verkiezingen opnieuw worden uitgesteld kan er immers een politiek vacuüm ontstaan. Op die dag loopt immers de officiële ambtstermijn van Yayi af. Het is een uitgelezen kans voor de oppositie die de meerderheid in het parlement heeft om eventueel zonder verkiezingen de macht te grijpen.

Maar dat zal niet zonder slag of stoot verlopen. De oppositie – vooral het UN van Houngbédji – staat dan wel bijzonder sterk. Maar het CENA en het gerechtelijke apparaat worden gedomineerd door aanhangers van Yayi. Deze tweestrijd zet de politieke stabiliteit in het land zwaar onder druk.

Steen des aanstoots zijn de 1,3 miljoen stemgerechtigden die nog op een biometrische registratie wachten.(1)  Het overgrote deel van dat kiespubliek is woonachtig in het zuiden van Benin. Dat zou er kunnen op wijzen dat het noorden sterker staat tijdens de verkiezingen en dat president Thomas Boni Yayi die afkomstig is uit Tchaourou, Noord-Benin hierin een hand heeft Ook al zal hij het ook moet afleggen tegen ABT die eveneens uit het noorden komt.

Houngbédji is afkomstig uit Aplahoué in Zuid Benin. Berust dit op waarheid of is het een verdichtsel van de oppositie die naar de macht lonkt?

Ongeregistreerde stemgerechtigden

De berichtgeving is afkomstig van de Beninse krant La Nouvelle Tribune en het is duidelijk dat deze krant de kandidatuur van Yayi niet verdedigt. Nochtans lijkt de krant evenmin expliciet partij te kiezen voor Houngbédji of ABT.

Bovendien blijven de berichten langs alle kanten binnenstromen dat het registratieproces voor de verkiezingen bijzonder problematisch verloopt. Zelfs op de website van het CPs-Lepi kan men klachtenbrieven lezen. Maar de voorzitter van CPs-Lepi, Nassirou Bako-Arifari stelt dat de oppositie het CPs en Mirena in een kwaad daglicht wil stellen. Niettemin erkent Arifari dat er heel wat organisatorische en technische problemen zijn. Maar het hallucinant cijfer van ongeregistreerde stemgerechtigden is volgens hem een grote leugen van de oppositie.(2)

Het is wel een feit dat de registratie van de biometrische gegevens – de laatste fase van Lepi – werd bemoeilijkt doordat tijdens de overstromingen in september en oktober 2010 duizenden mensen op de vlucht sloegen.

In verschillende regio’s kreeg Mirena ook af te rekenen met technische storingen aan de apparatuur en stakingen van het personeel dat instaat voor de registraties. Uit onvrede voor al deze problemen zijn verschillende leden van UN eveneens uit CPs/Mirena gestapt.

Toch beweert Arifari dat de organisatie transparant verloopt en dat al op 11 januari een voorlopige Lepi lijst beschikbaar was die kon ingekeken worden. Maar dat blijft een voorlopig, ruw opgestelde lijst die niet beantwoord aan de wettelijke bepalingen. Bovendien zijn de lijsten uit andere departementen nog niet klaar.

Niettemin belooft Arifari dat alle lijsten voor 15 februari beschikbaar zijn. Maar tot op heden is er nog geen officieel bericht binnengekomen dat stelt dat de kiezerslijsten voor alle delen van het land in orde zijn en beschikbaar zijn om in te kijken.

Naar aanleiding van de problemen met Lepi/Mirena hebben de vakbonden op 22 februari in Cotonou dan ook een betoging gehouden, die werd beantwoord met traangasspuitende politietroepen en arrestaties. Een tweede betoging die normaal gezien moest doorgaan op 28 februari werd verboden.(3)

De kans is vrij klein dat het CPs en Mirena op tijd in orde zullen geraken. Heel wat kiesgerechtigden zullen wellicht hun stem niet kunnen uitbrengen tijdens de presidentiële verkiezingen. Het democratisch gehalte van de komende presidentiële verkiezingen wordt dus bedreigd.

Het volk dat spreekt

Het is dan ook niet toevallig dat zoals dat men tijdens de betogingen en conferenties sinds de val van de Tunesische president Zine El Abidine Ben Ali regelmatig verwijst naar de Arabische lente. Zo laten beelden van het Beninse Canal 3 zien dat één van de betogers stelt: “Wij gaan door. In Tunesië, in Egypte en vandaag in Benghazi. Het is het volk dat spreekt”.

Net na de val van Ben Ali in Tunesië woonde ik in Cotonou een protestactie bij van het verplegend personeel van de staatsziekenhuizen. Ze protesteerden omdat ze hun premie niet uitbetaald kregen. Tijdens die actie vertelde al een vrouw tegen mij dat “wij ook zullen hier zorgen voor een Tunesische situatie”. Of het zover zal komen blijft onduidelijk.

Uit de meest linkse hoek van de oppositie hoor je weliswaar zeggen dat men vastbesloten is Yayi van de macht te verjagen. Men vreest immers voor een Ivoriaanse situatie in Benin.

Indien Yayi de verkiezingen verliest zou het best mogelijk zijn dat hij, net zoals Laurent Gagbo in Ivoorkust, zijn nederlaag niet zal aanvaarden. Indien hij de verkiezingen wel wint, dan zal de politieke crisis wellicht een nieuw ongekend dieptepunt bereiken.

Etnische conflicten of een militaire machtsgreep zijn alvast uitgesloten. Het stemgedrag is vaak etnisch bepaald, maar er is geen enkele etnische groep die de grote meerderheid uitmaakt en Benin kent geen uitgesproken etnische antagonismen. Hoewel Yayi al geregeld het militaire apparaat voor zich heeft proberen te winnen, zal het leger aan de zijlijn blijven staan.

Als Houngbédji wint, dan staat het nu al vast dat hij een deel van zijn coalitie zal uitspuwen. Hij zal het neoliberale programma van Yayi voortzetten, maar dat kan alleen lukken als hij de samenwerking met de vakbonden en de radicale linkerzijde stopzet.

Indien ABT wint zal er ook niets wezenlijk veranderen. Het enige wat wel zeker is, is dat verkiezingen niet democratisch zullen verlopen en dat de Verenigde Naties en de Europese Unie voorlopig in alle talen zwijgen.

(*)  de harmattan is een droge en stoffige wind ten zuiden van de Sahara in de richting van de Golf van Guinee tussen november en maart (bron : wikipedia).

Bronnen
(1)     Exclusion de plus d’un million de Béninois de la Lepi: http://www.lanouvelletribune.info/
(2)     A propos des deux millions de Béninois non enrôlés: http://cpslepi-benin.info/
(3)     Vidéo de la marche des opposants d’hier, http://www.lanouvelletribune.info/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!