Nieuws -

Hoop voor Indiase katoenboeren

WARANGAL, 24 augustus 2010 (IPS) - In de jaren negentig verging het de Indiase katoenboeren zo slecht dat honderden van hen zelfmoord pleegden. Vandaag is er weer hoop. In het zuiden van het land experimenteren katoenboeren met biologische meststoffen en bestrijdingsmiddelen. De kosten liggen lager, de opbrengst is hoger.

dinsdag 24 augustus 2010 15:51

De malaise begon toen vele katoenboeren in de Indiase staten Andhra Pradesh en Maharashtra leningen afsloten om meer grond te kunnen bewerken. De concurrentie van zwaar gesubsidieerde Amerikaanse landbouwers deed de prijzen kelderen, terwijl droogte en plagen voor misoogsten zorgden.

Meruga Padma (33) en haar man Veeramallu (40) wisten het hoofd boven water te houden. Vandaag hebben ze weer reden tot juichen. De voorbije drie jaar maakten ze deel uit van een project dat katoenboeren aan een hogere opbrengst helpt met minder investeringen. Ze gebruiken biologische meststoffen en pesticiden om kwaliteitskatoen te telen, wat goed is voor het milieu en blijkbaar ook voor de gezondheid van de boeren. “Na het gebruik van traditionele pesticiden had ik last van duizeligheid, hoofdpijn en maagpijn, maar die ongemakken zijn nu verdwenen”, zegt Padma.

Het Wereldnatuurfonds (WWF) India startte het project in 2006 met ongeveer veertig families in het district Warangal, waar ook Padma en haar man wonen. Vandaag doen 44 dorpen en 4084 boeren in Warangal mee. De deelnemers krijgen hulp bij het beheer van de bodemvruchtbaarheid en het grondwater en kunnen cursussen volgen waar ze leren om te springen met plantenziekten en nieuwe technieken leren.

WWF India schat dat de boeren in het project gemiddeld de helft minder traditionele pesticiden gebruiken, terwijl hun gebruik van kunstmest met dertig procent naar omlaag ging. Ook hun waterverbruik daalde met de helft. Het gemiddelde inkomen daarentegen steeg met ongeveer veertig procent.

Goede kevers

“Ik gebruik biologische bemesting die ik verrijk met plantenextracten tegen ziekten”, vertelt Padma. Vroeger gaf ze 7000 roepie (118 euro) uit aan pesticiden en meststoffen voor zo’n veertig are grond. “Maar met de nieuwe methode kost het ons slechts 300 roepie (5 euro).”

Tijdens de cursussen leren de katoentelers over watergebruik en milieukwesties. Ze bewerken ook testvelden waar ze experimenteren met de teelt van verschillende gewassen op dezelfde akker en het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen. Een van de deelnemers, de 35-jarige Alley Rajamouli, ontdekte bijvoorbeeld dat maïs en katoen naast elkaar planten een manier is om de schade door insecten te beperken.

“Vroeger besproeide ik mijn planten twintig tot veertig keer per seizoen”, getuigt de 25-jarige Rajita Nandsee. “Maar met bereidingen op basis van plantenextracten hoef ik nog maar zes, zeven keer per seizoen te sproeien. Bovendien zijn biopesticiden niet schadelijk voor de ‘goede’ kevers die ongedierte opeten.”

Chemische industrie

Bij de teelt van katoen worden traditioneel grote hoeveelheden water en chemicaliën gebruikt. Als katoenstaat is Andhra Pradesh goed voor een vierde van het totale gebruik van chemicaliën in India, een zware belasting voor het milieu en de gezondheid van de inwoners.

Het was de chemische industrie die hier in het verleden vele boeren chemicaliën had aangepraat. Een van de gevolgen van het project is dat boeren voortaan over hun teeltmethoden beslissen door samen alle oplossingen naast elkaar te leggen, met de klemtoon op biologische methoden. Nu de positieve resultaten bekend raken, melden vele andere boeren zich om deel te nemen aan het project.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!