Het Gentse Museum Dr. Guislain stelt foto's over geïnterneerden tentoon, van fotograaf Lieven Nollet.
Samenleving, België, Stampmedia, Gevangenis, Internering, Ontoerekeningsvatbaar, Psychotisch, Schuld, Straf -

“Je wordt opgesloten als een beest”

Daders die tijdens een misdrijf en het daaropvolgende proces ontoerekeningsvatbaar blijken te zijn, worden geïnterneerd. Internering geldt niet als straf, maar als beschermingsmaatregel: geïnterneerden vormen immers een gevaar voor de samenleving. Peter, een jonge man die geïnterneerd was, doet zijn verhaal.

woensdag 18 augustus 2010 14:59

We hebben afgesproken in de Pelikaan, een bruine kroeg in hartje Antwerpen. Peter wacht mij op aan een tafeltje, ogenschijnlijk een beetje zenuwachtig. Peter is een schuilnaam, want hij wil geen details vrijgeven waaruit zijn identiteit zou kunnen blijken. Hij is evenwel bereid zijn relaas te doen. Ik vraag of hij iets wil drinken: “Voor mij een cola, ik drink geen alcohol meer.”

Van kwaad naar erger

Peter was 26 jaar oud toen hij werd geïnterneerd. Hij komt uit een rustig dorpje. Langzaamaan kwam hij in contact met drugs. “Veel van mijn vrienden rookten joints en ze gebruikten ook wel andere drugs. Als ik het optel, kom ik toch aan een aardig lijstje: weed, hasj, cocaïne, speed, paddo’s, lsd.”

“In het begin wilde ik het gewoon eens proberen. De meeste van mijn vrienden zijn helemaal niet verslaafd. Ze werken en hebben een normaal leven. Maar ik begon te overdrijven. Voor ik het goed wist, was ik verslaafd en was dat het enige dat telde.”

“Ik had geen werk, leefde van de dop en had moeite om fatsoenlijk te eten. Alles ging naar drugs. Omdat ik geld nodig had, ging ik soms inbreken. Ik nam dan computers en de duurste dingen die er stonden om ze achteraf te kunnen verkopen. Ik ben nooit betrapt, maar ik denk ook niet dat je daarvoor direct in de gevangenis belandt. Het kon me toen ook niet echt schelen. Ik had gewoon geld nodig.”

“Zoals de meeste verslaafden had ik niet door dat ik echt aan het veranderen was door de drugs”, zegt hij. Het ging echter van kwaad naar erger. Ik had mezelf vaak niet meer in de hand. Op een feestje draaide het regelmatig uit op een gevecht.”

Opgefokt

Peter is een forse kerel. Zijn gespierde armen tonen talrijke tatoeages, waardoor hij nog ruiger lijkt. “Ja, ik ben dan misschien wel groot en ik heb nog aan thaiboksen gedaan, maar ik weet heel goed dat het vaak niet de grootte is die bepaalt of je een gevecht wint. Wel hoe ver je durft te gaan. De zotste wint.”

“Ik weet nog goed dat ik ooit mijn arm in het gips had. Ik kreeg ruzie met drie andere kerels die minstens zo groot waren als ik. Uiteindelijk heb ik ze allemaal knock-out geslagen. Ik ben er niet trots op, maar ik zeg het om je een beeld te geven van hoe doorgedraaid ik wel kon zijn.”

“Mijn vrienden hadden het er moeilijk mee, maar ik weigerde professionele hulp te zoeken. Mijn mentale toestand ging steeds meer achteruit. In die periode nam ik vooral speed, waar ik heel opgefokt van werd. Dat zag je ook in mijn omgang met vrienden. Zo kon ik mij op een keer niet bedwingen en heb ik iemand uit mijn gezin geslagen. Op dat moment besefte ik nog maar half wat ik had gedaan.”

Waanbeelden

Danig onder de indruk spoelt hij de krop in zijn keel door met wat cola. “Het is een neerwaartse spiraal. Je hebt jezelf niet meer onder controle. Je doet iets waar je achteraf spijt van hebt en om die gevoelens weg te krijgen, neem je nog meer drugs. Dat kon niet blijven duren en uiteindelijk ben ik mentaal geknakt.”

“Ik kreeg achtervolgingswaanzin, zoals ze dat noemen. Het kan heel vreemd lijken, maar ik dacht dat ik constant werd achtervolgd door nazi’s. Waar dat idee vandaan kwam, weet ik niet. Ik heb nooit last gehad met nazi’s of zelfs maar iets met ze te maken gehad. Ik moet er ook niets van hebben.”

“Behalve die waanbeelden had ik nog andere problemen. Ik had het zeer moeilijk om mensen in te schatten. Daarmee bedoel ik dat ik moeilijk kon zien of een vreemde persoon nu een gevaar vormde of niet. Ik kon haast niemand meer vertrouwen. Ik leefde in een totaal andere wereld dan de meeste mensen. Ik had een wereldbeeld dat bol stond van agressie: nazi’s, pedofielen, verkrachters en moordenaars. Zelf haat ik mensen die zulke misdaden plegen en dat is me, ironisch genoeg, fataal geworden.”

Psychotisch

Peter krijgt het moeilijk en gaat even naar het toilet. Wanneer hij terugkomt, staat er een nieuwe cola voor hem klaar. Hij gaat verder met zijn verhaal.

“Ik weet nog goed dat ik door de straten doolde. Op een gegeven moment kwam ik bij een kerk. Er was toen een dienst bezig en buiten zag ik een man met een klein meisje. Op dat moment maakte mijn geest een klik. Ik dacht dat die man een pedofiel was en het meisje probeerde te ontvoeren. Voor ik het goed en wel besefte, sloeg ik hem. Hij is met zware verwondingen in het ziekenhuis beland. Een getuige belde de politie. Er waren vijf politieagenten nodig om mij in de combi te krijgen, zo buiten mijn zinnen was ik. Ik dacht echt dat een pedofiel een klein meisje wilde meelokken.”

Achteraf kreeg Peter te horen dat de man de vader van het meisje was. “Ze waren naar buiten gegaan omdat ze ziek was geworden in de kerk. Het drong echter niet tot me door. Ik moest voor de rechtbank verschijnen en daar hebben ze me ontoerekeningsvatbaar verklaard. Ik kreeg het label ‘psychotisch’ en was duidelijk een gevaar voor de samenleving. Ik heb er tot op vandaag nog altijd veel spijt van.”

Het gevangenisleven

In sommige strafinrichtingen is er een afdeling voor geïnterneerden. Peter verbleef ongeveer drie jaar in zo’n afdeling. “Het gevoel wanneer je de gevangenis binnen wordt geleid, is zonder meer akelig. Je wordt opgesloten als een beest en dat voel je. Het geluid van de celdeur die op slot gaat, vergeet je nooit meer.”

“Ik kwam terecht tussen andere geïnterneerden en gevangenen. Er is eigenlijk weinig of geen verschil. Ik zat tussen pedofielen, verkrachters, zware drugsdealers en andere criminelen. Het leven in de gevangenis is zeer hard.”

“De meeste dingen die je op tv ziet over het gevangenisleven zijn grotendeels waar”, zegt Peter. “Een celgenoot van mij is verkracht. Mij zijn zulke dingen gelukkig bespaard gebleven. Van meet af aan heb ik me afzijdig gehouden. Ik had al problemen om mensen te vertrouwen en in de gevangenis kun je echt helemaal niemand vertrouwen. Iedereen zoekt een manier om er te overleven en dat kan ten koste van anderen gaan.”

Zware schadevergoeding

Peter kreeg wel psychiatrische begeleiding. “Gaandeweg ging het de goede kant op met mij. Met vallen en opstaan heb ik geleerd om van de drugs af te blijven. Ja, in de gevangenis zijn veel drugs, harddrugs. Veel wil ik eigenlijk niet meer kwijt over het leven in de gevangenis. Ik kan wel zeggen dat ik er een belangrijke levensles heb geleerd. Ik wil er nooit opnieuw belanden.”

Peter is nu vrij op proef. “Ik ben eerst terechtgekomen in een instelling. Als je uit de gevangenis komt, heb je niets. Ik moest nog een zware schadevergoeding betalen aan de vader van het meisje. Om zeker te zijn van de betaling, beheert iemand anders mijn budget.”

Tussen de gestoorden

“Ook al ben ik geen gevaar meer voor de samenleving, ik krijg nog altijd psychiatrische begeleiding. Dat is ook nodig, want volledig in orde ben ik nog niet. Ik verblijf nu in een open instelling met mensen die in dezelfde situatie hebben gezeten. Ideaal is het niet, want ik word er voortdurend aan herinnerd dat ik nog niet helemaal in orde ben en nog tussen de gestoorden zit.”

Toch is Peter hoopvol. “Gelukkig zijn er nog vrienden die mij niet de rug hebben toegekeerd, al begrijp ik dat sommigen dat wel hebben gedaan. Ik ga nog regelmatig bij ze op bezoek. Ik wil vooral verder met mijn leven en ik kan nu volledig van drugs en alcohol afblijven. Ik ben echt heel blij dat ik onlangs een baan heb gevonden. Ik ben gelukkig dat ik die kans heb gekregen en nu kan ik me daar ook volledig op focussen.”

[Lees ook: ‘Een gevangenis is geen psychiatrische instelling‘]

© 2010 – StampMedia – Tom Laurent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!