In het Gentse Museum Dr. Guislain is een tentoonstelling te zien over geïnterneerden van fotograaf Lieven Nollet

In het Gentse Museum Dr. Guislain is een tentoonstelling te zien over geïnterneerden van fotograaf Lieven Nollet,

Samenleving, België, Stampmedia, Gevangenis, Internering, Ontoerekeningsvatbaar, Psychotisch, Schuld, Straf -

“Een gevangenis is geen psychiatrische instelling”

In februari 2012 treedt een nieuwe wet voor internering in werking. Die stelt dat wanneer iemand met een geestesstoornis een misdrijf pleegt, er een oorzakelijk verband moet zijn tussen die stoornis en het misdrijf. Sommige experts reageren sceptisch. En het blijft afwachten of de situatie zal verbeteren voor de 4.000 Belgische geïnterneerden, van wie een kwart in de gevangenis zit.

woensdag 18 augustus 2010 14:41

“Internering heeft een dubbele functie”, stelt een nota over het strafuitvoeringsbeleid van minister van Justitie Stefaan De Clerck. “Enerzijds is het een maatregel om de maatschappij te beschermen. Anderzijds krijgt de geïnterneerde zorg met oog op een terugkeer in de samenleving.” Het is dus geen straf. Niet alle geïnterneerden verblijven bovendien in de gevangenis: dat hangt af van de zwaarte van het gepleegde misdrijf.

Nefast

In juni 2009 waren er om en bij de 4.000 geïnterneerden. Zo’n duizend van hen verblijven in een penitentiaire instelling. Daar vertegenwoordigen zij tien procent van de gevangenispopulatie. De afgelopen zes jaar nam het aantal geïnterneerden in strafinrichtingen toe met vijftig personen per jaar.

Dat aantal zal in de toekomst alleen nog maar stijgen, vreest Laurent Sempot, woordvoerder van het Directoraat-Generaal van het Gevangeniswezen.

“In zeer veel gevallen begint internering in de gevangenis in de psychiatrische afdeling. Nadien gaan ze naar externe psychiatrische instellingen. Die doorstroom verloopt echter zeer slecht. Omwille van de veiligheid willen die instellingen ze vaak niet opnemen en dan blijven ze waar ze zitten.” Hierdoor moeten ze vaak onnodig lang in de gevangenis verblijven, en dat is nefast voor de behandeling.

Gehandicaptenzorg

“In de penitentiaire inrichtingen zijn er wel zorgteams om geïnterneerden te begeleiden, maar dat is niet genoeg. Een gevangenis is geen psychiatrische instelling”, stelt Sempot.

De zorgploegen zijn samengesteld uit een psychiater, een psycholoog, een maatschappelijk assistent, een ergotherapeut, een psychiatrisch verpleger, een bewegingstherapeut en een opvoeder. Zij worden bijgestaan door penitentiaire beambten die in overleg met de directie en de psychiater werden geselecteerd en voor die taak een bijzondere opleiding kregen.

Toch blijven geïnterneerden vaak verstoken van de juiste therapeutische zorg. Terwijl het juist die zorg is die hen voorbereidt op een terugkeer naar de samenleving. Bovendien blijven de Belgische gevangenissen kampen met overbevolking. Dat werkt zeer contraproductief voor het behandelingsproces.

In het externe zorgcircuit zijn er momenteel 989 gesubsidieerde plaatsen voor de opvang van geïnterneerden. Op basis van het Masterplan voor geïnterneerden in Vlaanderen zal de capaciteit aangroeien tot 1.069 in 2010. “Geïnterneerden hebben vaak een behandeling op maat nodig. De bestaande opvangcentra kunnen die niet bieden. Een groot deel van hen moet immers in de gehandicaptenzorg”, licht Koen Deblonde van Centrum Algemeen Welzijnswerk De Kempen toe.

Stap vooruit

In het Masterplan 2008-2012 voor de gevangenisinfrastructuur is de oprichting van twee Forensische Psychiatrische Centra (FPC’s) voorzien tegen 2013, waarvan één in Antwerpen en één in Gent. Dit zijn geen strafinrichtingen. Het zijn psychiatrische instellingen die net als de reguliere psychiatrische ziekenhuizen deskundige begeleiding aanbieden.

De totale capaciteit zal ongeveer vierhonderd bedden bedragen. Sempot vindt het een stap in de goede richting. “In die centra wordt de nodige psychiatrische hulp gecombineerd met de veiligheid van een gevangenis.”

“Het zou inderdaad een hele stap vooruit zijn”, vindt ook Deblonde. “Toch sta ik er een beetje sceptisch tegenover. Ik wil eerst wel eens zien of die centra er echt komen”

Geen controle

De nieuwe wet over internering dateert van 21 april 2007 en treedt uiterlijk in werking op 1 februari 2012. Momenteel is er nog een grondige evaluatie aan de gang zodat de wet geactualiseerd is voor de inwerkingtreding. De magistratuur, de academische wereld en de administratie geven adviezen.

“Het beeld dat geïnterneerden in een vergeetput worden gegooid, is niet echt fair”, zegt Deblonde. “Zowel Justitie als tal van organisaties doen inspanningen. Het blijft wel moeilijk om de materie gerechtelijk en praktisch te regelen Het systeem staat nog altijd niet op punt en ik vraag me af of deze wet daar verandering in kan brengen.”

De nieuwe wet vertrekt van het begrip ‘geestesstoornis’. De persoon met een geestesstoornis moet een misdrijf hebben gepleegd en er moet een oorzakelijk verband zijn tussen het misdrijf en de geestesstoornis. Door de geestesstoornis heeft de betrokkene geen controle over zijn daden. Het risico moet ook bestaan dat hij als gevolg van de geestesstoornis opnieuw misdrijven zal plegen. Hij is dan een gevaar voor de maatschappij.

Juridisch probleem

Strafuitvoeringsrechtbanken nemen de bevoegdheid over van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij (CBM). Zij nemen alle beslissingen over de uitvoering van de internering, zoals de uitvoermodaliteiten en de definitieve vrijlating. In functie van de vereiste veiligheidsmaatregelen en de aard van de nodige zorgen beslissen zij welke inrichting geschikt is voor de geïnterneerde.

Op die manier hoopt Justitie eenvormigheid te creëren. Deblonde stelt zich hier wel vragen bij: ”Momenteel heeft het CBM in feite niet dezelfde bevoegdheid als een rechtbank. Daar zit dus een groot juridisch probleem. Aan de andere kant is de strafuitvoeringsrechtbank overbevraagd en de dossiers van internering zijn vaak zeer complex.”

Vergeten partij

De nieuwe wet voorziet in een verplichte psychiatrische expertise die elke internering voorafgaat. Dat is een essentieel onderdeel van de besluitvorming. Voor een grotere eenvormigheid komen er kwaliteitsregels en een standaardmodel voor de expertise.

In de huidige wet op internering zijn de slachtoffers in feite een vergeten partij. Met de nieuwe wet komt daar verandering in. Ze krijgen dezelfde rechten als de slachtoffers van veroordeelde gedetineerden. Hierdoor hebben ze recht op informatie over beslissingen ten aanzien van de geïnterneerde. Ze kunnen ook voorwaarden formuleren zoals bijvoorbeeld een vrijlating op proef.

Onvoldoende verbetering

Op het vlak van de uitvoer zijn er gelijkenissen met de gedetineerden. Penitentiair verlof, beperkte opsluiting en elektronisch toezicht behoren tot de mogelijkheden. De geïnterneerde moet daar echter vooraf toe in staat worden bevonden. De maatregelen dienen als overgangsregime naar vrijlating op proef.

Vrij op proef is de opstap naar een definitieve vrijlating. Contra-indicaties, zoals een onvoldoende verbetering in de gezondheidstoestand, kunnen die in de weg staan. De geïnterneerde moet minstens twee jaar ‘vrij op proef’ zijn voordat een definitieve vrijlating mogelijk is. Tijdens die periode wordt de mogelijkheid tot definitieve vrijlating onderzocht.

[Lees ook: Getuigenis van een geïnterneerde]

© 2010 – www.stampmedia.be/StampMedia – Tom Laurent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!