Afrika, Politiek, Benin, 50 jaar Afrika -

50 jaar onafhankelijk Benin

Over de abjecte armoede, torenhoge werkloosheid, het verzet van vakbonden en de talrijke stakingen van de afgelopen maanden wordt in het Westen in alle talen gezwegen - tenzij als een misplaatste vorm van medelijden om geld in te zamelen.

maandag 16 augustus 2010 10:14

Op 1 augustus houdt Benin zijn nationale feestdag. Elk jaar vinden de feestelijkheden in een andere stad plaats, dit jaar viert men 50 jaar onafhankelijkheid in hoofdstad Porto-Novo

De dag voor de nationale feestdag trek ik met een taxi-kanno naar het stadscentrum van Cotonou, op zoek naar ander broodbeleg dan het gewoonlijke omelet met pikante pepers, een stuk Frans brood en koffie met geconcentreerde melk.

Op een zaterdag ziet de grootste en meest bevolkte stad van Benin er verlaten uit. Van de wekelijkse hectische drukte van bijna 2 miljoen mensen valt amper iets te bespeuren. Op de grote baan richting stadscentrum is men druk in de weer om de middenberm en wat verder het place de Lénin proper te maken. In de tegenovergestelde richting rijdt een bus voorbij met daarop een spandoek diaspora de Benin.

Overal langs de wegen hangt de nationale vlag uit. Wat verder rijden we voorbij een reusachtige affiche met daarop de aankondiging dat Benin 50 jaar is geworden. Daaronder staan de foto’s van alle presidenten van Benin sinds 1960. Van Coutoucou Hubert Maga tot de huidige president Boni Yayi. Terwijl 12 historische koningen over een tijdsperiode van twee eeuwen het prekoloniale Dahomey hebben geregeerd, hebben sinds 1 augustus 1960 ook 12 presidenten het land achtereenvolgens door de koude oorlog, de opkomst van het neoliberalisme en de globalisering geloodst.

Onder de foto’s staat een bezwering voor een voorspoedige toekomst. Eens aangekomen in het centrum proberen straatventers, van jong tot oud, langs stoplichten Beninese vlaggen te verkopen. De verkoop van nationale vlaggen is slechts een zoveelste noodoplossing om te overleven op de zwarte markt, die de Beninese economie in een wurggreep houdt. Net zoals iedereen op de zwarte markt hetzelfde heeft aan te bieden, leidt het overaanbod van vlaggen tot weinig of geen inkomsten.

Enkele weken voordien had ik al met een neef van mijn vriendin afgesproken om op 1 augustus naar Porto-Novo te trekken. Mijn vastberadenheid om mee te feesten met de Beninezen en het militaire defilé bij te wonen, wordt echter gedwarsboomd door malariamuggen. De verpleger had in de schamele ziekenboeg van Sainte Thérèse de l’Enfant Jésus drie baxters kinine (van Chinese makelij) in mijn besmet bloed laten druppelen, maar op de nationale feestdag voel ik mezelf nog steeds te moe om iets te ondernemen.

Na in slaap te zijn gevallen voor enkele uren trek ik op de valreep dan toch naar Porto-Novo. Op uitnodiging neemt de zoon van mijn huisbazin me mee op zijn brommer. Onderweg naar Porto-Novo rijden in de tegenovergestelde richting bussen van het leger terug naar militaire kazernes van Cotonou. Regelmatig zoeven er in hoge snelheid ook grandes personalités in geblindeerde terreinwagens voorbij, geëscorteerd door militaire politie. Daarachter volgen nog enkele pantservoertuigen in perfecte staat.

Op de middenberm van de weg hangt aan elke verlichtingspaal een kleine affiche van telkens één van de twaalf presidenten. Een beetje later komen we terecht in een kleine file van brommers. Een file in Benin betekent meestal een verschrikkelijk ongeval met steevast enkele doden. Ditmaal werd het ongeval veroorzaakt door een klein jongetje uit een aan de weg grenzende kleine sloppenwijk. Met een dode slang van een anderhalve meter lang aan een touw gebonden probeerde de kleine bandiet de weg te versperren. Wellicht probeerde hij wat tolgeld van de voorbijgangers los te krijgen. Een vrouw moet de wegversperring te laat hebben opgemerkt waardoor ze wellicht bruusk heeft geremd en onderuit is gegaan. Gelukkig genoeg kwam de vrouw er met enkele schaafwonden en schrik vanaf.

Eens aangekomen in de oude koloniale stad is er haast niets meer te merken van de feestelijkheden. We zien wel overal mannen en vrouwen rondlopen in voor de nationale feestdag speciaal gemaakte pagnes. Er rijdt nog een vrachtwagen met trekker voorbij waarop een bijna uitgeblust orkest de laatste deuntjes speelt. Ahmad weet niet goed waarheen te gaan om nog iets te kunnen zien van het militaire defilé en bijeenkomst van de Beninese leiders en buitenlandse politieke persoonlijkheden.

In plaats daarvan stelt hij voor om enkele historische gebouwen te gaan bekijken. Onze eerste halte is een voodootempel. Ik geraak echter snel afgeleid door een kreupele man met bloeddoorlopen ogen en met slecht stompjes als benen, die achter mij langs de kant van een zandweg zomaar ligt te wezen. Een verschrikkelijk zicht dat mij onmiddellijk doet denken aan de kreupelen die Werner Herzog opvoert aan het einde van zijn Cobra Verde. Deze film uit 1987 geïnspireerd op Bruce Chatwins de onderkoning van Ouidah vertelt het verhaal over de Portugese slavenhouder en voodoopriester Francisco Felix de Souza, die door de negende Dahomeyaanse koning Ghezo voor even tot onderkoning van Ouidah werd gekroond, de culturele hoofdstad van de Voodoo in Benin. De Souza is overigens ook bekend als polygamist waar zelfs de Afrikaanse mannen een puntje aan kunnen zuigen. Elk jaar houden zijn nakomelingen nog steeds een feest. Paul Emile de Souza, die van december 1969 tot mei 1970 even president mocht zijn, is wellicht één van de vele nakomelingen van Francisco de Souza.

Welke rol voor het Beninese volk?

De naweeën van de malaria, de foto’s van de twaalf presidenten, de straatventers met hun Beninese vlaggen, het jongetje met zijn dode slang en de afschuwelijke zijnstoestand van de kreupele vervullen mij met een mengeling van walging, wanhoop, en angst. Valt er eigenlijk wel iets in dit straatarme land te vieren? In de ideologische verbeelding van 50 jaar Beninese onafhankelijkheid, die het straatbeeld op 31 juli en 1 augustus beheersen, is duidelijk geen rol weggelegd voor het Beninese volk.

Het feit dat de weg van Cotonou tot Porto-Novo volhangt met affiches van 12 presidenten doet in mij eerder de indruk opwellen dat de heersende klasse de Beninees wil doen laten geloven dat de onafhankelijkheid, de complexe vorming van een natiestaat op Franse leest, de opbouw van een democratische republiek en de belofte van een voorspoedige toekomst alleen maar valt te danken aan en in de handen ligt van presidenten.

Maar Benin blijft een van de armste, vuilste en bouwvallige landen ter wereld. Eén van de grote oorzaken van die armoede is dat de sociale en economische ontwikkeling in het land verschillende snelheden kent. Benin is een verzameling of beter een wirwar van verschillende historische perioden.

Anything goes…together! Van de polygame familie tot het kerngezin. Van een moderne winkel met de beste spullen tot een middeleeuws aandoend kraampje met rommel of producten van slechte kwaliteit. Van een chique villa tot een krot op een afvalberg. Van het nieuwste model van auto tot een wrak van de jaren 70. Van de meest absurde vormen van bijgeloof tot de meest indrukkwekkende rationele analyses – maar dat is een gegeven in heel de wereld.

Benin is een land dat door haar koloniale geschiedenis en blijvende invloed van het postkolonialisme als een Syfisus op zoek is naar een eigen identiteit. Net zoals vele andere door het westen gecreëerde Afrikaanse landen is Benin nog maar net begonnen met de vorming van een natie. Daarom krijg ik ook vaak de indruk dat het land, juist door die koloniale geschiedenis en de dictaten van het neokolonialisme een land is dat van zichzelf is vervreemd geraakt.

Het vijftigjarige bestaan van Benin staat ook in het teken van de herbevestiging van de macht van Boni Yayi, de huidige president waarvan wel wordt gezegd dat hij het land niet moet leiden zoals een bank. Yayi was immers voor hij tot president werd verkozen, werkzaam als bankier voor de Centrale Bank voor West-Afrikaanse Staten en voor de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.

Bij het vallen van de avond passeren we in het centrum van Porto-Novo een bestelwagen die geparkeerd staat aan de kant van de baan. Rond de bestelwagen heeft zich een onstuimige kleine massa verzameld. Er worden gratis kalenders uitgedeeld en iedereen wil een kalender en liefst zoveel mogelijk. We stoppen en Ahmad verdwijnt in de gulzige massa. Ik bekijk het spektakel van op een afstand en verplaats veiligheidshalve Ahmads brommer achteruit. Wanneer de achterdeuren van de bestelwagen opengaan, slaat de massa tilt en worden er haast mensen vertrappeld. De man die de kalenders uitdeelt, wordt boos en sluit terug de deuren om een nieuw pak kalenders te kunnen nemen. Enkele minuten later gaan de deuren opnieuw open. De kleine massa slaat opnieuw tilt. Ahmad wrikt zich uit de kolkende massa en komt trots terug met enkele kalenders in de handen. De uitdeler verliest opnieuw zijn geduld en sluit de deuren opnieuw.
De bestelwagen raast weg. Mensen beginnen achter de bestelwagen aan te lopen. Ahmad en ik vertrekken, maar hij wil nog meer kalenders en begint de bestelwagen te volgen. In het voorbijgaan tikt hij op de ruit en smeekt om nog enkele kalenders. De mensen in de bestelwagen reiken hem kalenders aan. Ahmad probeert al rijdend de kalenders vast te grijpen, maar verliest haast de controle over zijn stuur. Het scheelt niet veel of we lagen allebeide die avond halfdood in een ziekenhuis. Hij wil echter niet opgeven en probeert opnieuw naar de kalenders te grijpen. Ik snauw hem toe dat ik ze wel zal grijpen.
De buit is uiteindelijk 8 kalenders. Op de kalender staat er aan de ene kant een grote foto van le docteur-président met daaronder de leuze avec Yayi Boni construisons le Bénin! Rechts daarvan staan op een landkaart de foto’s afgebeeld van alle presidenten sinds 1 augustus 1960. Ze staan allemaal gerangschikt volgens geografische afkomst. Haast elke streek heeft een president voortgebracht.

De Kameleon van Benin

Maar in de politieke geschiedenis van Benin is er slechts één president van betekenis geweest. En dat is Chaad Mathieu Kerekou of de Kameleon van Benin die in twee ambtsperioden het land in totaal 29 jaar lang heeft geleid. Net zoals de kameleon over pigmentcellen beschikt waardoor het afhankelijk van de omgeving van kleur kan veranderen, beschikt Kerekou over ideologische pigmentcellen waardoor hij afhankelijk van de tijdsgeest geregeld van ideologie veranderde.

In 1972 heeft de boerenzoon na een succesvolle militaire carrière en aanvankelijk als aanhanger van de voodooreligie de macht gegrepen en Benin omgedoopt tot een geperverteerde vorm van marxisme-leninisme. Na een bezoek aan de woestijn van Khadafi in de jaren 80 bekeert de atheïst zich tot de Islam en noemt hij zichzelf voortaan Ahmed Kerekou. Na de val van de Muur ontpopt hij zich tot kapitalist en mag hij vanaf 1996 opnieuw 10 jaar lang het land leiden. In tussentijd bekeert de man zich ook nog eens tot het evangelische christendom en laat hij zich terug herdopen tot Mathieu Kerekou.

De Beninezen zingen al heupwiegend nog wel eens graag Kerekou est parti, maar de sterke man uit Natitingou wil maar niet op pensioen gaan. Dezer dagen beheersen de kringen rond hem immers in belangrijke mate de oppositie. Ik vraag me nog steeds af of Michel Ocelet voor zijn succesvolle animatiefilm Kirikou et la sorcière zich heeft laten inspireren op Kerekou.

Helemaal onderaan de kalender zien we ook een foto waarop Boni Yayi toekijkt hoe Kerekou de handen schudt met de elfde president, ook al een bankier, Nicéphore Dieudonné Soglo die na de val van de muur, in 1991, wordt verkozen tot president. Volgens een Beninese vriend het enige rechtgeaarde democratische moment in de recente politieke geschiedenis van Benin. Het is niet duidelijk wie nu in wiens schaduw staat, maar sinds 2006 is Boni Yayi de president van de republiek Benin. Hij heeft toen de verkiezingen gewonnen met de leuze avec Yayi ça va changer.

Yayi is dan wel een trouwe kapitalist, lid van de Franse loge, maar ook hij heeft zich van moslim tot het protestantisme bekeerd. Religieuze bekeringen en het mengen van verschillende religies is overigens een gegeven in de Beninese cultuur – een hoogstaande kwaliteit die aantoont dat mensen van verschillende religies vredevol kunnen samenleven. Niet dat men wel eens lelijke dingen durft vertellen over de ander zijn religie, maar in Benin kunnen voodoo, christendom en islam een perfecte symbiose vormen. Christenen trouwen met moslims. In een familie kan je zowel christenen als moslims tegenkomen. En de voodoo vermengt zich graag met het christendom of de islam. Wat vooral goed uitkomt voor de westerse christelijke instituties die het nooit heb kunnen stellen zonder een vleugje volksgeloof.

Een lichte vorm van persoonsverheerlijking

Rond de persoon van Yayi hangt een lichte vorm van persoonsverheerlijking. Hier en daar vindt je portretschilders die langs de wegen portretten in een quasi popartstijl van Yayi verkopen. Je komt ook regelmatig affiches, posters of kalenders tegen met een Boni Yayi die zich al lachend begeeft onder de kinderen, onder de vrouwen, met de veiligheidshelm onder de arbeiders of Yayi die als opkomend ecologist een boom plant of mobiliseert voor een volkstelling.

Terwijl de westerse marabouts van de kapitalistische democratie het beleid van Boni Yayi en zijn regering bejubelen als een toonvoorbeeld van een stabiele democratie, wordt hij in Benin omschreven als een kapitalistische autocraat. Over de abjecte armoede, torenhoge werkloosheid, het verzet van de vakbonden en de talrijke stakingen van de afgelopen maanden wordt in het Westen in alle talen gezwegen – tenzij als een misplaatste vorm van medelijden om geld in te zamelen.

Ik geloof niet in complotten, maar het is een ongelukkige samenloop der omstandigheden die ervoor zorgt dat Benin door het Westen onder de duim wordt gehouden. De regering van Yayi volgt trouw de dictaten van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. De Franse en Amerikaanse machthebbers boksen tegen elkaar op omwille van het geostrategische voordeel van de bocht van Benin. Tenslotte heb je de goedbetaalde hulpverleners die geld verdienen door vooral niets van structureel belang te verwezenlijken en allerhande zeloten die de Beninezen vasthouden in religieus obscurantisme – wat niet wil zeggen dat we niets te leren hebben van het spirituele bewustzijn van Beninezen.

Het is alleen erg te zien hoe talloze Beninezen hun levenslot in de handen leggen van de ondoorgrondelijke wegen van het goddelijke. Niet alleen het postkolonialisme, het kapitalisme, maar ook het wachten op Godot is een oorzaak, een Afrikaans probleem zelf, dat er voor zorgt dat het land straatarm blijft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!