Puma gebruikte afbeelding van Ngando Pickett voor campagne in Parijse metro (foto: Okabol.com)

 

Nieuws, Wereld, Afrika, Economie, Cultuur, Tmd, Kameroen, FIFA, Wereldbeker, Intellectuele rechten, Afrikaanse muziek, Platenmaatschappijen, Eigendomsrechten, Manu Dibango, James Brown, Michael Jackson, Jean-Marie Tiam, SACEM, Golden Sounds, Zangalewa, Plagiaat, Emile Kojidie, Shakira, Ngando Pickett, Puma, Solomon Popoli Linda, FIFA-merchandising, Dibussi Tande, André-Marie Tala, Zaminamina, Waka Waka (This Time For Africa) -

Shakira, Zangalewa en het wereldbekerlied. Afrikaanse intellectuele rechten misbruikt

In 1975 maakte James Brown een tournee door Kameroen. Hij ontmoette er zanger André-Marie Tala die net een funknummer had uitgebracht, getiteld Hot Koki. Hij gaf Brown een exemplaar. Later maakte Brown er zijn eigen versie van maar 'vergat' erbij te vermelden dat het van Tala kwam. 35 jaar later gaat het misbruik van Afrikaanse intellectuele rechten gewoon door, schrijft Dibussi Tande.

donderdag 12 augustus 2010 11:45

James Brown, de peetvader van de soulmuziek, maakte in 1975 een tournee door Kameroen. Hij ontmoette er André-Marie Tala, een aanstormende, blinde, Kameroense zanger en gitarist. Tala had net een funknummer uitgebracht, getiteld Hot Koki. Hij gaf Brown een exemplaar van de plaat, “om hem een idee te geven van het soort muziek dat in Kameroen gemaakt werd”.

Het nummer Hustle!!!, dat Brown twee jaar later zou afleveren, bevatte, volgens de Boston Globe, naast een gewijzigde Engelse tekst, “dezelfde melodie, hetzelfde ritme, en dezelfde arrangementen.”

Tala en zijn platenmaatschappij, Fiesta Records, brachten enkele advocaten bijeen en spanden een proces aan in de Verenigde Staten. Na een vier jaar durende uitputtingsslag, besloot een Amerikaans gerechtshof dat James Brown Tala’s lied inderdaad zonder toestemming gebruikt had.

Tala zegt dat de hele zaak hem heel weinig opgebracht heeft: het merendeel van het verkregen geld ging immers op aan advocaten. Toch stelt hij dat de uitspraak van de rechter een enorme morele overwinning betekende, en bovendien goede reclame was voor zijn muziek.

Manu Dibango en Michael Jackson

In 1982 was het de beurt aan Manu Dibango, de koning van de soul makossa. Tien jaar eerder had Manu de hit Soul Makossa opgenomen, die genomineerd was voor de Grammies. Het lied was oorspronkelijk het B-kantje van Mouvement Ewondo, een single die in 1972 gecomponeerd was ter gelegenheid van de Afrika Cup in Kameroen.

Volgens The New Yorker was Soul Makossa een “galmend, roffelend funknummer, dat insloeg als een bom, zowel in Afrika als Europa en Amerika, waar het beschouwd werd als één van de eerste disconummers”. De befaamde intro van het lied – een harde beat, één enkel gitaarakkoord, en Dibango’s lage gegrom – zou een hele generatie deejays inspireren. Dibango noemde zijn lied naar de makossa, een Kameroense dans, maar hij rekte het woord uit, en speelde ermee: “Ma-mako, ma-ma-ssa, mako-makossa.”

Dibango zat op zijn appartement in Parijs, toen hij op de radio plots iets bekends hoorde: min of meer dezelfde lettergrepen, in een heel andere context. De deejay speelde Wanna Be Startin’ Somethin’, het nogal onconventionele openingsnummer van Thriller.

Het nummer duurt meer dan zes minuten, en hoewel de muziek van begin tot einde uitbundig klinkt, is de tekst niet zo lichtzinnig als hij eerst lijkt: paranoia (“Ze haten je nog steeds, je bent een plant”) gaat over in een oproep (“Als je je kind geen eten kunt geven, neem dan geen kind”) en, uiteindelijk, in bezieling (“Ik geloof in mezelf / Dus geloof ik ook in jou”).

Het galopperende ritme klinkt wat als Soul Makossa, en naar het einde toe erkent Jackson zijn schatplichtigheid door de woorden te zingen die veel luisteraars verkeerdelijk voor onzin hielden: “Ma ma se, ma ma sa, ma ma coo sa.”

Dibango’s telefoon stond al snel roodgloeiend. Vrienden en verwanten bleven maar bellen om hem geluk te wensen: Michael Jackson zong immers Dibango’s lied! Dibango’s trots sloeg echter om in verwarring toen hij het album kocht, en zag dat het lied toegeschreven was aan Michael Jackson, en aan niemand anders.

Net zoals James Brown enkele jaren eerder, beweerde Jackson eerst dat het refrein uit een reeks betekenisloze woorden bestond die op het moment zelf in hem waren opgekomen. Naderhand hield hij vol dat het woorden in het Swahili waren. Uiteindelijk gaf hij toe dat hij de lijnen van Manu’s Soul Makossa geleend had. Het kwam tot een minnelijke schikking.

Het verhaal kreeg nog een staartje toen Dibango Jackson in 2007 opnieuw voor het gerecht daagde, omdat de popster aan Rihanna de toestemming gegeven had het beroemde refrein te gebruiken in haar lied Don’t stop the music, zonder dat hij daarbij Dibango had gecontacteerd.

Tim & Foty, Douala by Night

In 1978 verscheen een nieuw duo, Tim & Foty genaamd, op de Kameroense muziekscène, met een nieuw soort Makossa, met daarin een flinke scheut “afrofunk, afrobeat en afrojazz-fusion”.

Het debuutalbum Eda omvatte een lied getiteld Douala by Night, omschreven als een “nummer vol discobeats en funky gitaarriffs”. Het lied, dat op de Tim & Foty Greatest Hits Album staat, en beschikbaar is op het internet, was onmiddellijk een voltreffer.

Zo’n 25 jaar later werkte Jean-Marie Tiam, de echte naam van ‘Tim’ – het duo was gesplit in 1982, maar Tim was in z’n eentje muziek blijven maken – in de studio in Parijs aan een solo-album waarop hij een nieuwe versie van Douala by Night wilde zetten.

Hij was geschokt toen de studiomuzikanten hem ervan op de hoogte brengen dat het lied niet van hem was, maar toebehoorde aan de Amerikaanse hiphopartiste Missy Elliot, die het lied had uitgebracht onder de titel Dog on Heat, gespeeld door onder anderen Method Man en Red Man, in haar in 2002 door Timberland geproducete album So Addictive.

Tim ging met zijn klacht naar de Société des auteurs, compositeurs et éditeurs de musique (SACEM), de Franse beroepsorganisatie die de betalingen van auteursrechten verzamelt en de rechten aan de oorspronkelijke auteurs, componisten en uitgevers toekent (nvdr: vergelijkbaar met SABAM in België). SACEM bevestigde dat Missy Elliot de gitaarriff uit Douala by Night voor minstens 70 procent geplagieerd had.

In 2007 klaagde Moses Timberland aan, en op 15 januari 2010 kwamen de twee tot een minnelijke schikking. Tim kreeg de royalties vanaf 2009, en een kleine geldelijke tegemoetkoming. Hij zegt dat hij niet echt geïnteresseerd was in het geld.

Het enige wat hij wilde, was “de ware toedracht van de zaak bekendheid geven, en intellectuele eerlijkheid en intellectueel eigendom de bovenhand laten krijgen.”

Zuid-Afrika 2010: Enter the Diva

Onlangs nog, tijdens de voorbereiding van de langverwachte wereldbeker voetbal in Zuid-Afrika, was er opnieuw wat te doen over de plagiëring van een Kameroens lied.

In 1985 brachten Golden Sounds, een groep die voornamelijk bestond uit leden van de Kameroense presidentiële wacht, een album uit met als titelnummer het lied Zangalewa, gebaseerd op een parademars die erg populair was onder de manschappen van het Kameroense leger, en waarvan de oorsprong terugging tot de Kameroense karabiniers die meevochten in de Tweede Wereldoorlog.

Zangalewa werd een nationale hit, en Emile Kojidie, Victor Dooh Belley en groepsleider Ze Bella werden beroemdheden (tot grote ontzetting van de hoge omes van het leger, die ervoor zorgden dat de groep enkele jaren later uiteenging – maar da’s een ander verhaal).

In de groep zaten ook enkele muzikanten die niet in het leger zaten, zoals Annie Anzouer, die met Ze Bella enkele van de populairste liedjes van de groep uitvoerde, zoals Maladie difficile à soigner en Un bébé, en die later van alle leden van Golden Sounds de meest succesvolle solocarrière zou hebben.

Terug naar het heden. Ze Bella, die in 2002 het leger verlaten had, genoot van zijn pensioen in zijn dorp, toen hij plots een telefoontje kreeg van een kennis in Frankrijk, die hem vertelde dat Shakira net een versie van Zangalewa had uitgebracht.

Het bericht werd al snel bevestigd door Emile Kojidie, een andere oudgediende van Golden Sounds, die nu in de Verenigde Staten woont. Zowel de kennis als Kojidie hadden gelijk.

Enkele dagen eerder was op het internet heel wat drukte gemaakt over het nieuwe lied van de Colombiaanse popster Shakira, met als titel Zaminamina, dat – zo ging het gerucht – de officiële hymne voor de wereldbeker voetbal zou worden.

Voor veel luisteraars klonk het lied griezelig bekend, en veel bloggers en journalisten probeerden de oorsprong van het lied terug te vinden (de blog van WFMU Radio, bijvoorbeeld, deed daarvoor een grote inspanning).

Kameroeners en veel andere Afrikanen wisten onmiddellijk dat het een remix van Zangalewa was. Enkelen onder hen begonnen een hevige onlinecampagne om de wereld ervan op de hoogte te brengen dat dit geen vondst van Shakira was, maar een remix. Daarbij werden ze een flink handje geholpen door op het web beschikbare video’s van de Golden Sounds die Zangalewa speelden. De campagne won aan kracht toen het verhaal de interesse wekte van de internationale media, zoals het Franse kabelnieuwskanaal France24.

In een interview met de krant Cameroon Tribune, die een speciaal dossier over het schandaal uitbracht, verklaarde Ze Bella, de frontman van de ter ziele gegane groep, dat de muzikanten er wel trots op waren dat een ‘icoon van de wereldmuziek’ hun lied geremixt had tot de hymne van de wereldbeker, maar dat ze desalniettemin verwachtten dat ze voor hun bijdrage de nodige erkenning en een billijke vergoeding zouden krijgen.

Hij klaagde echter dat ze weinig zouden kunnen doen als Shakira of Sony zouden weigeren te betalen: “We zijn echt niet in staat om in de VS onze rechten te gaan verdedigen. Minstens dertig groepen hebben Zangalewa geplagieerd …”

Het laatste nieuws over Zangalewa

Onder druk van de wereldwijde negatieve publiciteit, en wellicht op aandringen van de FIFA, de wereldvoetbalbond, die korte metten wilde maken met alles wat de wereldbeker zou kunnen ontsieren, gaven Sony en Shakira al snel toe.

Ze beloofden Zangalewa te vermelden en begonnen de financiële compensatie te regelen. Toen de FIFA op 5 mei officieel bevestigde dat Zaminamina, nu Waka Waka (This Time For Africa) geheten, inderdaad de hymne van de wereldbeker van 2010 zou worden, beklemtoonde het ook dat het lied geschreven was “door de wereldberoemde Latijns-Amerikaanse zangeres Shakira”, maar dat het refrein leek op “dat van een Kameroens volkslied, dat vooral bekend gemaakt was door Golden Sounds.”

Op 11 mei hielden enkele leden van Golden Sounds een persconferentie in de Kameroense havenstad Douala om de pers te melden dat er onderhandelingen gevoerd werden met Sony en Shakira, die een minnelijke schikking voorgesteld hadden, en dat Sony de single niet op Shakira’s volgende, eind dit jaar te verschijnen album zou zetten.

Didier Edo, de manager van de groep, gaf toe dat het niet makkelijk was geweest om te onderhandelen met Shakira’s manager, Sony Music, en alle andere belanghebbende partijen.

Pickett en Puma

En dan is er nog het verhaal van Ngando Pickett, de onofficiële mascotte van de Ontembare Leeuwen, het Kameroense nationale voetbalelftal. De beeltenis van de man wordt tegenwoordig door Puma gebruikt in een grootscheepse reclamecampagne in Parijs.

De Duitse sportkledingreus levert ook de officiële sweaters van de Ontembare Leeuwen. De afbeelding van Ngando, vergezeld van de slogan ‘How deep is your love‘, sierde in juni bijna alle reclameborden in de Parijse metro.

Ngando hoorde voor het eerst over de reclamecampagne via een vriend die hem opbelde vanuit Parijs. Ngando schreef verschillende brieven naar Puma, maar het bedrijf negeerde hem gewoon. Bij gebrek aan middelen kon hij geen Franse advocaat onder de arm nemen, en zo kan Puma probleemloos zijn intellectuele eigendomsrechten schenden.

Anjali Nayar is een Canadese journalist die Ngando Pickett onlangs interviewde. Volgens hem maakt de wereldwijde aandacht Ngando erg gelukkig. Zijn verschijning verenigt de Kameroeners al jaren, en zal nu ook de wereld verenigen.

Terzelfdertijd voelt Pickett zich echter bedrogen. “Die beelden zijn van mij”, legt hij uit, op een bijna verontschuldigende toon. “Ik zou zelf moeten kunnen beslissen of mijn beeld voor een film of een advertentie gebruikt kan worden.”

“Bij gebrek aan middelen kon hij geen Franse advocaat onder de arm nemen, en zo kan Puma probleemloos zijn intellectuele eigendomsrechten schenden”

Zette Puma het beeld van de halfnaakte, geschminkte Ngando echt zonder zijn toestemming op affiches in heel Parijs, of keurde het Kameroense ministerie van Sport het beeld goed in ruil voor het sponsoren van de Ontembare Leeuwen? De campagne is inmiddels voorbij. Wat kan een arme man als Ngando doen om, tegen de regering en tegen een multinational, op te komen voor zijn rechten?

Ngando, die zich altijd sterk lijkt te houden, laat zich niet uit het lood slaan. Met of zonder hulp, hij zal altijd voor de Leeuwen blijven supporteren. Zijn drijfveer is passie, geen hebzucht.

Wat ik daarvan denk? Iedereen profiteert mee van zijn liefde voor het voetbalspel: zijn managers, de buurt waar hij woont, zijn regering, en nu zelfs Puma. Alleen hijzelf en zijn familie blijven in de kou staan. Dat is niet eerlijk.

Afrikaans intellectueel eigendom ondergraven

Sinds de schandalen over Zangalewa en Ngano Pickett naar boven gekomen zijn, is er een verhit debat gevoerd op Kameroense en andere internetfora. Sommigen vonden dat Golden Sounds en Ngando Pickett blij zouden moeten zijn met de wereldwijde aandacht die ze zonder het plagiaat nooit gekregen zouden hebben. Waar kun je meer mensen bereiken dan in de Parijse metro of op de openingsceremonie van de wereldbeker voetbal?

Hoeveel geld hebben de leden van de Golden Sounds in hun hele carrière niet verdiend? Moeten ze nu echt Shakira gaan lastigvallen? En welke niet-Kameroener kende Pickett voor Puma gratis en voor niets een wereldster van hem maakte dankzij de reclamecampagne?

Volgens mij zijn dat niet de juiste vragen. Een dergelijke arrogante houding tegenover intellectueel eigendom en inheemse hulpbronnen ligt aan de basis van de uitverkoop van Afrikaanse troeven.

Afrikaanse regimes verpatsen die troeven aan westerse multinationals. De huidige concessie van enorme landoppervlakten aan de Chinezen, komt in wezen op hetzelfde neer.

Net zoals Jean-Marie Tiam in het stukje over Tim & Foty eerder in deze tekst verklaarde, is het hergebruik en de verspreiding van Afrikaanse kunst door westerse artiesten vooral een kwestie van intellectueel eigendom, en het recht om erkend en gecompenseerd te worden voor je kunstwerk.

Toen ze op 21 mei 2010 in The Oprah Show verscheen, drukte Dolly Parton het uit in de volgende, niet mis te verstane bewoordingen: “Telkens Whitney Houston’s versie van I Will Always Love You gespeeld wordt, krijg ik een cheque. En zo hoort het.”

“Afrikaanse regimes verpatsen die troeven aan westerse multinationals. De huidige concessie van enorme landoppervlakten aan de Chinezen, komt in wezen op hetzelfde neer”

Het Westen plagieert al sinds tientallen jaren het werk van Afrikaanse artiesten, veelal zonder daarvoor een tegemoetkoming of erkenning te geven.

Het meest memorabele voorbeeld van de diefstal van de intellectuele rechten van een Afrikaanse artiest, is dat van Solomon Popoli Linda, die in 1939 het lied Mbube schreef, en er 10 shilling (minder dan twee dollar) voor kreeg.

Het lied zou later bekend worden als de pophit The Lion Sleeps Tonight, en werd vertolkt door tientallen Amerikaanse artiesten, zonder dat Linda of zijn familie er een cent voor betaald werden. Hij stierf straatarm.

In 1995 bracht The Lion Sleeps Tonight naar schatting vijftien miljoen dollar op, toen het gebruikt werd in de film Lion King – een film die wereldwijd inmiddels achthonderd miljoen dollar heeft opgeleverd.

Geruggensteund door de Zuid-Afrikaanse regering dagvaardden Linda’s afstammelingen Walt Disney voor het gerecht. Ze wilden een anderhalf miljoen dollar. Net toen het proces zou beginnen, stelde Disney een minnelijke schikking voor.

Genieten en hun mond houden?

De mensen die geloven dat de Golden Sounds gewoon van hun fifteen minutes of fame moeten genieten en hun mond moeten houden, zou ik eraan willen herinneren dat Waka Waka meer is dan gewoon een lied: het is de officiële hymne van de FIFA-wereldbeker voetbal 2010, het populairste en meest winstgevende sportgebeuren ter wereld.

Telkens het lied gespeeld wordt, verdienen de Golden Sounds niet alleen een cheque te krijgen van Shakira en Sony, ze zouden ook recht moeten hebben op de royalties die voortvloeien uit de FIFA-merchandising die met het lied verband houdt (videospelletjes, figuurtjes, speelgoed, beltonen, enzovoort).

Een beetje carrièreplanner ziet meteen dat dit voor Golden Sounds het uitgelezen moment is om er, bijvoorbeeld, voor te zorgen dat hun albums en liedjes op het internet verkrijgbaar zijn, om een album met hun grootste hits uit te brengen, hun oude clips van onder het stof te halen, hun officiële website, nu nog ‘in opbouw’, af te maken. Dat zou een goed begin zijn.

Artiesten die nog steeds denken dat ze zonder toestemming en zonder vermelding van hun naam, liedjes van Afrikaanse artiesten kunnen gebruiken, moeten er zich bewust van worden, dat plagiaat in dit internettijdperk bijzonder snel ontdekt kan worden …

Dibussi Tande

Dibussi Tande is een Kameroense schrijver die een blog bijhoudt over mensen, muziek en gebeurtenissen uit Kameroen, Afrika en de wereld. De oorspronkelijke bijdrage verscheen op zijn blog onder de titel ‘Undermining African Intellectual and Artistic Rights: Shakira, Zangalewa & the World Cup Anthem’.

(vertaling uit het Engels door Steven Haerens)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!