Het gezicht van “de markten”; ETF’s
Financieel, Kapitalisme, 'Markten van financiële instrumenten' (MFI), ETF -

Het gezicht van “de markten”; ETF’s

maandag 7 maart 2011 13:52

IJsland, Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje, België… het rijtje landen dat onder vuur genomen wordt door “de markten” groeit. Democratie werd al een tijdje vervangen door de dictatuur van de markten. De ontwikkelingen sinds het uitbreken van de crisis, maken dat feit voor iedereen zichtbaar. De druk van deze “markten” bepaalt vandaag het sociaal-economisch beleid in de meeste Westerse landen. De “markten” worden vaak voorgesteld als een gegeven, een natuurwet die de wereld mee bepaalt. Maar achter die markten staat een geheel van hedgefunds, zakenbanken en financiële concerns. Het nieuwste populaire snufje zijn de ETF’s.

ETF’s – Exchange Traded Funds zijn het nieuwste snufje van beleggers en investeringsbanken. Het zijn Beleggingsfondsen met een aantal speciale karakteristieken. Een beleggingsfonds is een instantie die verschillende aandelen en beleggingen verzamelt. Een beleggingsfonds is het best te vergelijken met een hangar waarin verschillende zaken opgeslagen worden. In zo’n hangar staan dan bijvoorbeeld delen van bedrijven (aandelen), papieren met een schuldbekentenis op (obligaties) of grondstoffen. Traditionele beleggingsfondsen hebben normaal een lange-termijn-doel, het doel is dat de inhoud van de hangar op lange termijn een zo hoog mogelijke opbrengst heeft. Een belegger kocht bijvoorbeeld een vijfde van een beleggingsfonds in zilver – een hangar vol met zilver dus, en hoopte dat die hangar over een aantal jaar meer waard was.

In tegenstelling tot gewone beleggingsfondsen, zijn ETF’s “Exchange Traded”, dit betekent dat ze vrij verhandeld worden op de beurs. Dit zorgt ervoor dat korte termijn koersveranderingen een belangrijker doel worden dan lange-termijn winsten. Waar bijvoorbeeld een traditioneel beleggingsfonds, dat gespecialiseerd was in zilver, vroeger vooral geïnteresseerd was in het feit dat het zilver dat in de hangar lag na enkele jaren meer zou opbrengen, is het er in de “Exchange Traded” versie er vooral om te doen te gokken op tijdelijke koersverhogingen. Je koopt bijvoorbeeld de maandag een aandeel in de zilverhangar en je verkoopt het donderdag’s terug tegen een hogere prijs – hoe de prijs over 5 jaar evolueert interesseert je daarbij dus niet.

Naast het feit dat ETF’s vooral gok-instrumenten geworden zijn op korte termijn zijn er echter een aantal eigenheden aan die het instrument heel gek maken. Zo zijn de meeste ETF’s in Europa bijvoorbeeld “synthetische ETF’s”. Dit betekent dat het beleggingsfonds een andere samenstelling heeft dan het etiket dat erop geplakt wordt. In de zilver-ETF zit bijvoorbeeld helemaal geen zilver, maar bijvoorbeeld enkel aardappelen. Met koopt dus een aandeel in een zilverhangar vol aardappelen waarmee je dan gokt op het feit dat zilver zal stijgen in waarde op korte termijn.

“Hoe doen ze dat?” vraag je je misschien af… Wel, de fondsbeheerder – de beheerder van de hangar – sluit een verzekeringscontract af met een verzekeringsmaatschappij, een zogenaamde “SWAP”. In dat verzekeringscontract wordt ervan uitgegaan dat de prijs van aardappelen een gelijkaardig verloop zal hebben als de prijs van zilver. Tegen het onderpand van de aardappelen – en dus de winst die uit die aardappelen zal volgen tussen maandag tot donderdag – stelt de verzekeringsmaatschappij zich garant dat het de winst op het zilver zal uitbetalen aan de hangar. Hierdoor is het mogelijk om dus winst te halen uit koersveranderingen van zilver zonder dat er ooit zilver in het spel betrokken moet zijn geweest. Aanschouw de wonderen van het moderne geliberaliseerde financieel kapitalisme!

Maar daar blijft het niet bij, op deze ETF’s worden ook een aantal methodes toegepast die de winsten nog een pak verhogen en de situatie nog extremer maken. Eén van die methodes is het verhogen van de “Leverage”. Leverage, of hefboom, is de basis van beleggingen in het bankwezen, maar is bekender van de praktijk van Hefboomfondsen. Via zo’n hefboom multipliceer je de resultaten van je belegging – zowel je winsten als je verliezen – waardoor dus ook het risico stijgt.

In principe werkt een hefboomfonds op de volgende manier: Een kapitalist heeft bijvoorbeeld 1 miljoen euro dat hij niet onmiddellijk nodig heeft – én waarvan het dus ook geen ramp is mocht het in rook opgaan. Met dat 1 miljoen als onderpand leent die kapitalist bij “institutionele beleggers” nog eens 99 miljoen euro. “Institutionele beleggers” zijn de gewone banken en pensioenfondsen, het geleende geld is dus ons geld dat we aan hen toevertrouwden op een spaarboekje of een tweede of derde pensioenpeiler. Samen kan die kapitalist nu gebruik maken van een hefboomfonds van 100 miljoen euro.

Met dit hefboomfonds kan hij bijvoorbeeld zilver aankopen. Hij koopt bijvoorbeeld de maandag voor 100 miljoen zilver aan, en verkoopt het de donderdag met 2 procent winst. Voor dat zilver krijgt hij er dus 102 miljoen terug. Nadat het hefboomfonds de geleende 99 miljoen heeft terugbetaald – met een klein beetje rente – schiet er dus nog 3 miljoen over. In plaats van een winst van 2 procent heeft de kapitalist via de hefboomfunctie dus een winst van 200 procent gerealiseerd. Van 1 miljoen, heeft hij met een beperkte koersstijging van 2 procent, 3 miljoen gemaakt. Dat soort hefboomtechnieken wordt ook toegepast op ETF’s. Dat heet dan een leveraged ETF.

Op die wijze kan 1 miljoen gemultipliceerd tot 100 miljoen en ingezet op een zilver-fonds dat in praktijk aardappelen bevat – Volg je nog?

Maar zelfs daar blijft het niet bij. Ook de “short techniek” wordt erop toegepast. Shorten is een techniek om winst te halen uit koersdalingen. Gokt een belegger bijvoorbeeld op een daling van de zilverprijs dan kan hij “short gaan” op zilver. Hiervoor leent hij zilver (voor een kleine rente), bij iemand die dat niet onmiddellijk nodig heeft, en verkoopt het onmiddellijk aan een prijs van 100 euro. In dit voorbeeld daalt de prijs van maandag op donderdag tot bijvoorbeeld 90 euro. De belegger zal in dat geval op donderdag het zilver terugkopen aan 90 euro en zal het zilver teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaar. Aangezien de belegger het verkocht voor 100 euro en terug aankocht voor 90 euro maakte hij dus via de short-techniek een winst van 10 euro.

Wanneer we de short-techniek bijvoorbeeld toepassen op onze zilver-ETF, zal de kapitalist erop gokken dat de zilverprijs zakt. Hij zal een aandeel van de zilver-hangar – vol aardappelen – lenen, het verkopen op maandag en terug aankopen op donderdag aan een lagere prijs. Hij zal het teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaar en ondertussen gigantische winsten hebben gerealiseerd.

Om het nog extremer te maken wordt binnen de short-selling techniek ook gebruik gemaakt van “naked shorting”. Hierbij lenen ze zelfs het zilver niet meer – maar beloof je je enkel garant te stellen voor een bepaalde zilverhoeveelheid – de verhandelde producten worden dus écht virtueel. Het enige wat nog aan de basis ligt van dit soort transacties is “vertrouwen”. Wanneer we dit op het bovengeschreven geval toepassen: De belegger speculeert dus via een virtueel aandeel in een zilver-hangar vol aardappelen op een daling van de zilverprijs. Die daling van de prijs van het zilver waarin virtueel belegd wordt, wordt via de short-techniek omgezet in winst, en deze winst wordt dan via “leverage” nog eens gemultipliceerd met honderd.

In ETF’s wordt vandaag 1.300 miljard dollar belegd. Zakenbanken gaan ervan uit dat het volgend jaar naar 2.000 miljard dollar zal evolueren, of zo’n 6 keer de totale geproduceerde rijkdom van België.

Dat dit soort financieel gegoochel extreem gevaarlijk is hoeft weinig uitleg. Niet enkel winsten, ook verliezen van dit virtueel gegok worden bij een eventuele crisis gemultiplificeerd. In tegenstelling tot het virtuele gespeculeer zijn de verliezen wel degelijk reeël. De kosten van die verliezen komen slechts in beperkte mate terecht bij die beleggers die de grootste risico’s nemen. Bij de leverage-technieken komt een deel van de verliezen ook terecht bij onze pensioenfondsen en spaarrekeningen – en dat terwijl die maximaal 1 tot 5 procent opbrengen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld 200 procent bij sommige hefboomfondsen en 20 tot 40 procent bij de banken.

Een groot deel van de groei van het moderne kapitalisme uit de laatste 30 jaar is terug te leiden tot de effecten van dit soort financiële innovaties. In België waren de winsten van de financiele instellingen voor de crisis zelfs groter dan die van de hele rest van de economie bij elkaar geteld. Iedereen met een beetje inzicht ziet dat die groei een zeepbel is, het is hierbij gewoon wachten op een nieuwe speld die die zeepbel zal doorprikken en een nieuwe systeemcrisis zal veroorzaken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!