Lamia Makaddam
© Uitgeverij Jurgen Maas
Interview -

Dichteres Lamia Makaddam: ‘Ik wil het lichaam de aandacht geven die het verdient’

‘Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf’ is de eerste dichtbundel van de Tunesische dichteres Lamia Makaddm die naar het Nederlands is vertaald. Op 1,5 meter afstand spraken we met haar over het lichaam, de liefde en poëzie als wapen.

donderdag 18 juni 2020 08:52
Spread the love

 

Lamia Makaddam (1971) studeerde Arabische taal- en letterkunde in haar thuisland Tunesië. Ze verhuisde voor haar verdere studies naar Nederland. In de Arabische Wereld is ze een bekende dichter. Ze droeg haar gedichten voor op verschillende literatuurfestivals in Egypte, Jordanië, Tunesië, Libanon, Marokko en de Emiraten. Ze vertaalde de roman Jij zegt het van de Nederlandse Connie Palmen naar het Arabisch, waardoor Palmen nu een bekende schrijfster is in het Midden-Oosten. Nu werd haar eigen dichtbundel Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf naar het Nederlands vertaald door schrijver Abdelkader Benali.

Je zegt dat de thema’s waarover je schrijft ‘het lichaam’ en ‘erotiek’ zijn.

“Ik schrijf niet enkel over het lichaam, maar in deze dichtbundel gaat het wel over dat thema. Er zitten erotische gedichten in. Vrouwen hebben het lichaam altijd gezien als iets dat bedekt moet worden. Het lichaam kreeg niet voldoende interesse en aandacht van schrijvers. Plato bijvoorbeeld, stelde ‘het denken’ op een hoger niveau dan het lichaam. Het lichaam werd altijd gezien als iets laags. In sommige culturen wordt het lichaam zelfs als iets smerigs of vies gezien. Het lichaam is materie, iets dat je moet bedekken, waarvoor je je moet schamen. Maar je moet je niet schamen voor je hoofd, voor je ideeën. In sommige culturen mag een vrouw niet koken wanneer ze ongesteld is. Ze wordt dan gezien als vies.”

“Ik schrijf over het lichaam om het lichaam de aandacht te geven die het verdient. Mannen gaven het vrouwenlichaam wel aandacht, maar op een negatieve manier. Mannen zagen het lichaam als een prooi die gevangen moest worden, en ze zagen zichzelf als jager. Maar het vrouwenlichaam werd niet bekeken vanuit de ogen van een vrouw. Waar ik vandaan kom, schamen vrouwen zich als ze schrijven over het lichaam. In Nederland heb ik meer vrijheid. Ik voel minder druk vanuit de maatschappij. Ik kan schrijven zonder iets te vrezen. Een dichteres uit Marokko of Egypte die schrijft over haar borsten, nek of armen en die haar gedichten vervolgens luidop voorleest op een literatuurfestival, ziet men snel als een gewaagde vrouw. Men maakt geen onderscheid tussen de gedichten en de persoon die erachter zit. Ze kan om die reden lastig gevallen worden. Erotiek hoeft niet over je borsten en je billen te gaan. Ik heb bijvoorbeeld een gedicht over mijn knieën. Er zijn bepaalde lichaamsdelen waar gewoon geen interesse voor is. Ik schrijf niet over de lage erotiek. Ik heb waardering voor het lichaam, niet voor het vlees.”

“Ik schrijf over het dagelijks leven en ik vind het leuk om over kleine details te schrijven. Je hebt schrijvers die enkel met grote thema’s bezig zijn. Maar ik ben van oordeel dat als je een groot thema wil benaderen, je klein moet beginnen.”

In één van je gedichten schrijf je “Wat we zeggen, moet zo simpel zijn als onze ademhaling. Daarom is poëzie geboren”.

“Er wordt van poëzie vaak gedacht dat het iets is voor de elite. Poëzie was altijd iets dat boven de mensen hun hoofd zweefde, maar eigenlijk moet poëzie op de grond lopen, op benen. Poëzie moet benen krijgen en tussen de mensen zijn. Je moet schrijven over dingen die je direct raken. En een link geven aan de wereld om je heen. Hoe dichter je bij jezelf bent, hoe meer je de ander raakt. Je kunt niet de ander raken, als je jezelf niet aanraakt. Je moet beginnen bij jezelf om de ander te bereiken. De mens is universeel. We ervaren dezelfde problemen en uitdagingen.”

Hoe sta je als Tunesische vrouw tegenover je eigen lichaam?

“Ik hou van mijn lichaam. Ik vind dat het lichaam een grotere plek moet krijgen in ons leven. We gebruiken ons lichaam enkel om te lopen, om te eten en om te slapen. Maar eigenlijk moeten we ons lichaam ook gebruiken voor andere dingen. We kunnen er plezier uit halen, en dan bedoel ik niet enkel seks, maar bijvoorbeeld ook dansen. Mensen moeten meer dansen en bewegen met hun lichaam. Ik vind ieder lichaam mooi. Het lichaam trekt ons naar de aarde. Soms lijkt het alsof mensen hun lichaam op hun schouders dragen. Ze lopen wat krom. We moeten wat vrijer zijn, en dat komt van binnen. Het is een houding in het leven. Alles wat binnen in je zit, kun je via je lichaam uiten.”

“In een van de gedichten laat ik het woord aan een vrouw die praat met een man die haar ziet als een hoer. Die vrouw verschuilt zich achter de poëzie. Want uiteindelijk is het de poëzie die haar redt, die de deur opent. De vrouw in mijn dichtbundel is een sterke vrouw. Het is een vrouw die alles voor zichzelf heeft kunnen bereiken. Niemand heeft haar geholpen. Bovendien is ze een vrouw die poëzie schrijft. Dat maakt van haar een heel sterke vrouw. Poëzie is een wapen en een beschermer.”

“Je schrijft omdat je iets wil zeggen. Waarom wil je iets zeggen? Daar kunnen meerdere redenen voor zijn. Soms wil je iets zeggen omdat je het goed wil maken met jezelf, soms wil je iets zeggen om het goed te maken met de wereld om je heen. Maar soms wil je iets zeggen omdat niemand anders het heeft gezegd. In ieder geval: je zegt niet zomaar iets. Je wil altijd wat bereiken. Iedereen heeft zijn manier om iets te zeggen. De ene doet dat via kunst, schilderen of theater. En iemand anders doet dat via poëzie. Meestal zoek je rechtvaardigheid, waardering of aandacht.”

Je schrijft dat de liefde van een man een vrouw maakt en van een vrouw een man. Wat bedoel je daarmee?

“Dat geldt niet enkel voor mannen en vrouwen. Als je van iets houdt, dan kom je dichtbij datgene waar je van houdt. Als je van een man enorm veel houdt, dan kun je je voorstellen hoe een man in elkaar zit en hoe hij zich voelt. Ik kan me soms een man voelen, omdat ik heel veel van een man kan houden. Je bent heel kwetsbaar op dat moment. Je staat open voor de wereld en voor de ander, en dat allemaal uit liefde.”

In het Midden-Oosten leven man en vrouw gescheiden van elkaar. Zelfs getrouwde koppels kunnen in een heel andere wereld van elkaar leven.

“In Tunesië is de situatie van vrouwen wel beter dan in de meeste Arabische landen. We hebben gemeenschappelijke scholen, er is geen polygamie. Er is verplicht onderwijs voor meisjes. Toch leven vrouwen en mannen langs elkaar heen. Je hebt de wereld van de man en de wereld van de vrouw. Wat de man doet in zijn wereld, is mannelijk, dat hoeft de vrouw niet altijd te weten. Een man probeert de vrouw weg te duwen van zijn wereld. Het blijft een patriarchale maatschappij. De man denkt dat als de vrouw veel over hem weet, de vrouw macht krijgt. Want kennis is macht. Als je van elkaar houdt, dan maakt het niet meer uit of je een man bent of een vrouw. Je bent dicht bij elkaar.”

“Maar ook in Europa is er nog werk, ook al denken sommigen dat man en vrouw in het Westen gelijk zijn. Mannen en vrouwen kennen elkaar, maar nog niet helemaal. Ik merk dat er nog misverstanden zijn tussen mannen en vrouwen. Kijk bijvoorbeeld naar #metoo. Dat is een teken dat het nog kan misgaan. Mannen behandelen vrouwen nog steeds niet helemaal goed.”

In het Midden-Oosten is er schaamte voor het lichaam, maar tegelijkertijd is er ook meer lichamelijkheid bij vrouwen onder elkaar die wij in Europa niet kennen.

“Vrouwen kunnen dicht bij elkaar zitten en elkaar omhelzen in het Midden-Oosten. Dat voelt warm. In Europa heb je meer privacy. Mensen zijn meer op zichzelf. Toen ik net in Nederland was, was één van de eerste lessen die ik kreeg dat je minstens een meter afstand moet houden als je met iemand praat. Dat vond ik toen zo raar. Hoe kun je nu met iemand communiceren als je verplicht bent om een meter afstand te houden? En tegenwoordig is dat al anderhalve meter afstand (lacht).”

“De eerste jaren in Nederland had ik altijd heimwee. Ik miste mijn zussen, mijn ouders en mijn vrienden in Tunesië. Ik woon ondertussen 25 jaar in Nederland. Mijn band met Tunesië is een beetje verwaarloosd. Mijn vrienden hebben hun eigen leven. Als ik naar Tunesië ga, krijg ik niet altijd de kans om ze allemaal te bezoeken. Mijn ouders zijn allebei overleden. Ik heb mijn zussen nog. Maar dat oude gevoel van vroeger krijg ik nooit meer terug. Ik vind het altijd wel fijn om terug te gaan en herinneringen op te halen. Maar als het een beetje te lang duurt, begint het ook te vervelen. Dan mis ik mijn thuis in Nederland. Ik leef nu eigenlijk tussen twee werelden.”

Je vertaalde het boek Jij zegt het van Connie Palmen naar het Arabisch. Vind jij de wisselwerking tussen Nederlandstalige literatuur en Arabische literatuur belangrijk?

“Vertalen is de poort naar andere culturen en een manier om de ander te leren kennen. Het boek Jij zegt het van Connie Palmen is echt een succes geworden in de Arabische Wereld. Het boek gaat over Sylvia Plath en haar relatie met Ted Hughes, en zij was al een bekende Amerikaans dichteres bij Arabieren. Sylvia Plath heeft zelfmoord gepleegd en iedereen wil weten waarom zij dat heeft gedaan. Vertalen is cruciaal tussen culturen.

Vroeger hebben de Europeanen heel veel vertaald uit de Arabische cultuur. Wiskunde bijvoorbeeld is uit het Arabisch vertaald, cijfers hebben een Arabische afkomst. Geneeskunde werd ook heel veel uit het Arabisch vertaald. Dat heeft gezorgd voor de evolutie van Europa.

Dus waarom nu niet andersom? Arabieren vertalen helaas niet veel. Uit het Arabisch worden er vijf boeken vertaald naar het Nederlands. Dat is heel weinig en dat vind ik jammer. Er wordt veel geschreven in de Arabische Wereld, voornamelijk poëzie.

Nu kennen mensen in het Westen wel namen als Naguib Mahfouz omdat hij de Nobelprijs heeft gewonnen. Af en toe vertalen ze een boek op basis van de actualiteit. Als er een oorlog bezig is, dan vertaalt men wel eens een boek die over de oorlog gaat, of boeken uit Saudi-Arabië over de onderdrukking van de vrouw. Men denkt een beetje te nauw op dat vlak.

Het zou beter zijn moest men breder kijken en op zoek gaan naar nieuwe thema’s en nieuwe generaties. Ik schrijf bijvoorbeeld over het lichaam. Velen vinden het raar dat ik dat doe. Ze denken dat Arabische vrouwen enkel schrijven over onderdrukking, over huiselijk geweld, over de hoofddoek. Er zijn heel wat schrijvers uit de Arabische wereld die over verschillende thema’s schrijven, maar het Westen is daar niet van op de hoogte.”

cover Makaddam

© Uitgeverij Jurgen Maas

Is dat andersom ook zo?

“In de Arabische Wereld vindt men dat het Westen vooruitloopt. Ibn Khaldun, een bekende Arabische filosoof uit de vijftiende eeuw, heeft gezegd en ik citeer letterlijk: “De loser doet altijd de winnaar na’’. Daarmee bedoelde hij dat diegene die minder macht heeft, altijd kijkt naar wie wel macht heeft. Diegene zonder macht probeert hem na te doen. De Arabische maatschappij doet de Westerse maatschappij na. Dat zie je bijvoorbeeld in muziek, in kledij, en de jongeren die westers willen zijn. Daar is niets mis mee. Maar ze moeten eigenlijk een dieper inzicht krijgen in de Westerse maatschappij, niet enkel de clichés op een oppervlakkige manier. Eigenlijk weten de Arabische cultuur en de Westerse cultuur heel weinig over elkaar. Ik weet niet wie zijn schuld dat is. Maar ik ben ervan overtuigd dat het anders kan.”

 

© 2020 – StampMedia – Hadjira Hussain Khan

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!